Zonder liefde

Melancholisch meeslepend

Wat leuk! Ik heb voor Gianotten Mutsaers een boek mogen lezen om te recenseren. Deze zomer deden ze een oproep voor ‘recensie van een klant’ waar ik me meteen voor opgegeven heb. En zo mocht ik afgelopen maand het nieuwe boek van Stefan Brijs lezen: Zonder liefde.

In Zonder liefde gaat het over Paul en Ava. Paul vertelt over hoe hij Ava heeft leren kennen na de pijnlijke scheiding met zijn vrouw. Ook Ava heeft net een ongelukkige relatie achter de rug en de twee sluiten vriendschap en vinden zo troost bij elkaar.

In het begin dacht ik nog ‘die komen vast samen aan het einde,’ maar Brijs’ z’n boeken zijn niet zo vanzelfsprekend (of cliché). Paul en Ava spreken duidelijk naar elkaar uit dat ze puur vrienden willen zijn en geen romantische gevoelens voor elkaar delen.

Het is mooi om te lezen hoe de Vlaamse auteur de twee compleet verschillende personages tegenover elkaar zet. Ava zoekt passie in een relatie en legt zich niet neer bij middelmatigheid. Paul wil geborgenheid en warmte. Ava lacht ‘m wel eens uit als hij het woord ‘knus’ gebruikt. Door dat contrast en de eerlijkheid waarmee ze hun zwakheden toegeven, pakt Brijs me in en heb ik echt van dit boek genoten.

Wat mij treft in dit boek is de levensechtheid van de personages en van de gebeurtenissen. Toegegeven: heel veel gebeurt er niet, maar juist de eerlijke (en soms melancholische) observaties van Paul houden het boek boeiend tot het einde. Het is als een soap: je blijft lezen over hoe het weer net niet lukt. Maar dan op een wat subtielere manier dan een GTST.

Niemand weet dat jij hier bent

Meeslepend oorlogsdrama

Nog zo’n boek dat ik afgelopen vakantie maar niet weg kon leggen. Niemand weet dat jij hier bent van Nicoletta Giampietro las als een trein. Het wordt vergeleken met Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Het deed mij meer denken aan Oorlogswinter van Jan Terlouw; een jongen op de grens van puberteit die zijn wereld en idealen ziet veranderen.

Lorenzo wordt door zijn moeder naar zijn tante en opa gestuurd in Sienna: het is niet veilig meer voor de Italianen in Tripoli. Lorenzo begrijpt daar niets van: hij is helemaal gek van de oorlog en gelooft in de eer van Italië en El Duce. Tot hij vriendschap sluit met de joodse Daniele. Hij verstopt zijn vriend op zolder als Daniele’s ouders worden afgevoerd door de Duitsers. Langzaamaan komt Lorenzo tot inzicht dat datgene waar hij altijd zo in geloofd heeft, de wereld die hij kent, niet zo mooi is als hij altijd dacht.

Ik geniet altijd van de verhalen met het perspectief van kinderen. In dit geval lees je hoe Lorenzo, door alle verschrikkingen om hem heen, niet alleen wakker geschud wordt uit zijn idealistische droom, maar ook met een schok veel te snel volwassen moet worden.

Net als Anthony Doerr me meesleepte in zijn wereld, zo word ik ook gevangen door Giampietro en haar Lorenzo. Het boek is fictie, maar aan het einde legt de Duits-Italiaanse schrijfster uit waar ze inspiratie uit heeft gehaald: waargebeurde feiten en echte personen. Dat maakt het des te meer fascinerend. Over de Tweede Wereldoorlog heb ik al veel boeken en romans gelezen, maar vanuit het Italiaanse perspectief nog niet. Helaas is dit echter net zo triest en verschrikkelijk.

Met pijn in mijn hart neem ik na het uitlezen afscheid van kleine Lorenzo, die inmiddels al niet zo klein meer is. Zijn belevingen, twijfels en gevoelens blijven nog een paar dagen rondspoken in mijn hoofd. Dan weet je: dan heb je een goed boek gelezen.

The sewing machine

Hartverwarmend troostrijk

Een tijdje terug zat ik op Bol.com te struinen door de nog niet verschenen titels. Eentje die snel naar boven kwam, was De naaimachine van Natalie Fergie. De associatie met mijn moeder, die altijd zo van kleding maken hield, was al snel gemaakt. Nieuwsgierig las ik de beschrijving.

In The sewing machine gaat het om verschillende generaties die dezelfde Singer-naaimachine gebruiken. Het begint in 1911 met Jean die de naaimachine test in de fabriek. Dan verplaatst het perspectief zich een halve eeuw vooruit naar Connie en haar moeder. In 2016 is het Connie’s kleinzoon die de naaimachine gebruikt.

Omdat ik natuurlijk geen geduld had om te wachten tot het boek verscheen, kocht ik het in het Engels. Aangezien het verhaal zich in Schotland afspeelt, leek het me ook toepasselijk.

In het boek wisselt het perspectief per hoofdstuk naar een ander personage. Jean’s man wordt ontslagen bij Singer vanwege zijn aandeel in een grote staking in de Singerfabriek. Connie erft de naaimachine van haar moeder en kan er beter mee overweg dan die moderne elektrische dingen. Fred is werkloos, heeft het kleine flatje van zijn opa geërfd en leert de geheime van de oude naaimachine kennen.

Door deze wisseling van perspectief per hoofdstuk, weeft Fergie het verhaal prachtig in elkaar. Wanneer ik las over Jean en haar man aan het front in de Eerste Wereldoorlog, wilde ik tegelijk ook weten of Connie nu voor die lange, knappe Alfred zou vallen en wat gaat Fred doen nu hij zonder werk en vriendin ineens in dat kleine flatje in Edinburgh zit?

Het mooie vond ik de beschrijvingen van hoe de liefde standhoudt. Dat klinkt wat zoetsappig, maar ik vond het hartverwarmend en troostend. Begrijp me niet verkeerd, het is geen romantisch epos, een en-toen-kuste-hij-haar-en-kwam-alles-goed-verhaal. Het gaat over familiebanden, over geheimen en verdriet, over hoe je iets óver moet hebben voor de liefde.

Het boek was me veel te snel uit. Heerlijk leesvoer waar je warm van binnen door voelt.


P.S.: Het boek is inmiddels ook in het Nederlands uit. 🙂

Witte dood

Gevallen voor Strike

Ik zat net even terug te bladeren op mijn site en ik zie dat ik niet al te positief was over het tweede boek in de Cormoran Strike-serie. Bijzonder… Het derde boek heb ik inmiddels (toch) gelezen. Het is alweer even geleden, dus ik weet niet meer precies wat ik daarvan vond, behalve dan dat toen ik aangeboden kreeg om deel vier te lezen ik meteen stond te juichen. Met andere woorden: ik ben gevallen voor de norse, nukkige Strike en zijn gemodder met zijn kunstbeen. En ook voor de altijd twijfelende, naïeve Robin, die wel en niet bij haar verloofde blijft.

Anywayz, deel vier dus. Witte dood heet dit boek. En het is gewoon een lekker boek. Het helpt natuurlijk dat we de hoofdpersonages Cormoran Strike en Robin Ellacott al goed kennen na drie van die dikke pillen. Ook dit boek is weer een baksteen in je tas, als je het onderweg meeneemt. Dat is dan wel weer een nadeel. Maar het leest vlot en als je er even voor gaat zitten is ook deze weer zó uit!

In dit deel gaan Strike en Robin op zoek naar een moordenaar. Alleen weten ze niet honderd procent zeker of de moord wel echt gebeurd is… Billy, een duidelijk psychisch getroebleerde jongeman verschijnt op een dag in het kantoor van Strike en zegt dat hij als kind zijnde getuige was van een moord. De vraag is nu: klopt het wat Billy zegt?

Strike zou Strike niet zijn als hij er toch werk van maakt. En uiteraard neemt hij ook Robin op sleeptouw, ondanks dat zij zich in een huwelijkscrisis bevindt in de verstikkende relatie met Matthew. Jawel; die is er ook nog steeds.

Een thriller die steeds dieper de donkere krochten van de Engelse politiek in verdwijnt met mogelijke aristocratische schandalen en een wel of niet verzonnen moord.

And guess what… ik denk dat in het vólgende deel er eindelijk eens wat Robin en Strike-actie te verwachten valt. Denk ik. Misschien. Hoop ik. Goddamnit Rowling, we wachten al lang genoeg!

(had ik al verteld dat ik inmiddels gevallen ben voor de charmes van Strike??)

My brother’s name is Jessica

Tenenkrommend pijnlijk en hartverwarmend tegelijk

Afgelopen week had ik een John Boyne-week. Eerst al Een ladder naar de hemel en nu dan ook My brother’s name is Jessica. De titel en de kaft spreken al redelijk voor zich, Boyne verdiept zich in zijn laatste Young Adult boek in de wereld van de transgender. En dan met name in wat dat doet met de persoon zelf en haar directe omgeving.

De jonge Sam is aan het woord. Hij is dertien jaar en heeft geen vrienden. Zijn beste vriend is zijn grote broer Jason, waar hij enorm tegenop kijkt. Het is dan ook een schok voor Sam als Jason op een avond aan hem en zijn ouders vertelt dat hij zich eigenlijk een meisje voelt.

Sam en Jason’s ouders werken in de politiek en staan in de spotlight. Hun moeder wil premier van Engeland worden en hun vader is haar persoonlijke assistent. Kortom; er is maar weinig tijd voor hun kinderen en al helemaal niet voor een puber die blijkbaar door een fase gaat en ineens meisje wil zijn. Wat een onzin.

Hier wordt het verhaal tenenkrommend pijnlijk. Voor Jason. Ook Sam wil er niet aan dat zijn broer eigenlijk zijn zus wil zijn. Er volgens een aantal pijnlijke woordenwisselingen en een genante gezinssessie bij de psycholoog. Als Jason bij zijn tante gaat wonen omdat hij daar wel kan zijn wie hij wil zijn (welkom Jessica), dan begint het te dagen bij Sam (en ook zijn ouders) wat zij Jason aan hebben gedaan.

Boyne beheerst de kunst om in het hoofd van zijn hoofdpersonages te kruipen en hun gevoelens eerlijk en geloofwaardig op te schrijven; of hij nu voor jongvolwassenen of volwassenen schrijft. Juist die tenenkrommende pijnlijkheid, die schijnbare ongevoeligheid van Jason’s ouders, de worstelingen van Sam om zijn zus te accepteren, die maken het verhaal zo levend.

Uiteindelijk is het einde niet bijzonder verrassend, misschien ook zelfs een beetje te cliché, maar ach, dat is niet erg. Het is juist fijn als sprookjes eindigen met een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Zeker in de ongetwijfeld ingewikkelde leefwereld van transseksualiteit.

Een ladder naar de hemel

Sinister en meedogenloos

Als je een beetje goed bent in schrijven, zeggen mensen al snel tegen je ‘jij moet echt een boek gaan schrijven! Dat kan je vast heel goed!’. Maar ja, schrijven is één ding, een heel boek iets anders. Om een boek te kunnen schrijven heb je ten eerste een idee nodig; een onderwerp of verhaal dat je wil vertellen. Daarnaast moest dat ook nog eens een boeiend idee zijn, zodat mensen het ook willen lezen. De hoofdpersoon in John Boyne’s nieuwste boek heeft hier een slimme oplossing voor bedacht. Een sinistere en meedogenloze oplossing, is wel te stellen!

In Een ladder naar de hemel volgen we een aantal mensen in het leven van Maurice Swift. Zij vertellen hun ervaringen met de doortrapte Swift, die genadeloos zijn succesvolle boeken schrijft op basis van de ideeën van anderen. En een voor een vallen ze voor zijn charmante voorkomen en gewiekstheid en allemaal komen ze er niet goed vanaf als Maurice eenmaal zijn verhaal binnen heeft.

Ik vind het boeiend om een verhaal vanuit meerdere oogpunten te bezien. Elk deel van het boek wordt vanuit een ander persoon beschreven en zo krijg je een soort van driedimensionaal beeld van de onsympathieke Swift. Normaal gezien haak ik af bij onsympathieke hoofdpersonen; dan vind ik het niet leuk meer om te lezen. Dat lost Boyne nu slim op door het verhaal dus door anderen te laten vertellen.

Eerlijk gezegd is het als buitenstaander dan ook makkelijk oordelen over de invloed die Swift heeft op zijn slachtoffers. Want: is hij nu echt zo charmant dat hij wegkomt met zijn onvriendelijke gedrag? Is er dan niemand die hem eerder doorziet?

Hierdoor verliest het verhaal ook een beetje zijn geloofwaardigheid en misschien is het allemaal een beetje té slim en té gewiekst, dat wat Swift doet en waar hij mee wegkomt. Maar Boyne heeft een meesterlijke vertelstijl; niet te moeilijk en toch intrigerend en boeiend. Voor je het weet ben je weer een hoofdstuk verder, beland je in het hoofd van weer een slachtoffer en dan wil je toch verder lezen.

En uiteindelijk is dat ook wat ik wil; een boek dat ‘lekker’ wegleest. Dat maakt Een ladder naar de hemel mijns inziens ook helemaal waar.

Cliffrock Castle

Terug in de tijd

Wat fijn om nog verrast te worden met boeken! Ik heb altijd wel boeken op mijn kerstlijstje staan, maar het is des te leuker om een boek te krijgen dat je nog niet kent en dat ook nog eens hartstikke leuk is om te lezen! Zo ging dat met Cliffrock Castle van Josephine Rombouts.

Ik had dit boek toevallig al wel eens in mijn handen gehad, toen ik op zoek was naar een cadeautje voor iemand anders. En ik weet dat ik toen al dacht ‘hmmm interessant?’, maar ja… met meer dan vijftig titels op mijn wensenlijst en het elke dag nog tien andere kunnen bedenken die daar ook best op mogen staan, is het soms een beetje too much. Ik besloot het boek niet als cadeautje te kopen en zette het weer terug om er vervolgens niet meer aan te denken. Tot ik het dus opnieuw in mijn handen had: als cadeau voor mijzelf!

Monarch of the glen

Het gaat over de Nederlandse Josephine die in de Schotse hooglanden hoofd huishouding wordt op een kasteel. Ze belandt in een sprookjesachtige wereld: Downton Abbey, maar dan écht! In eerste instantie betoverend en romantisch, maar alle strenge regeltjes, de ouderwetse opvattingen en het harde werken maken het regelmatig erg moeilijk voor Josephine (en haar gezin). Overigens deed het mij meer denken aan de tv-serie Monarch of the glen, maar die is in Nederland aanzienlijk minder bekend dan Downton Abbey.

Het is verbijsterend om te lezen dat het klasseverschil nog altijd zo’n grote rol speelt. In ieder geval wel bij de Britse aristocratie. Tijdens het lezen smulde ik van de verbazingwekkende afstand die de kasteelheer en -vrouwe bewaren tot het voetvolk, de lompe Nederlandse Josephine die de verfijnde kunst van het conserveren zonder iets grofs te zeggen nog niet altijd beheerst, de stiff upper lip-mentaliteit en wat de mensen in het dorp er allemaal wel niet van vinden. Heerlijk!

Doordromen

Kortom: genoten van dit boek! Als vanzelf droomde ik na het uitlezen nog even door over hoe fantastisch het zou zijn om dat werk te mogen doen. Verdwalen op smalle wenteltrappetjes in donkere kasteeltorens, rommelen in interieurs die niet zouden misstaan in menig museum, bekakt Engels praten en, natuurlijk, elke dag die prachtige natuur van Schotland om je heen.

 

A spot of bother

Hysterisch vermakelijk

Na het lezen van Het wonderlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, werd ik door een vriend getipt over het andere leuke boek van Haddon: Een akkefietje. Tijdens een donatie aan de tweedehandsboekenwinkel in de stad, zag ik Haddons naam in de overvolle kast staan van het winkeltje. A spot of bother heet het boek van origine en aangezien ik er nu toch was, en ik zin had om weer eens een Engelstalig boek te lezen, én omdat ik deze al lang op mijn wensenlijstje had staan, nam ik hem mee naar huis. En ik moet zeggen: hij voldeed op alle fronten aan de verwachtingen!

Doordraaien

Het boek begint met George Hall, een man van middelbare leeftijd die geniet van zijn pensioen. Maar als hij een rode plek op zijn huid vindt, begint hij een beetje door te draaien. Hij is ervan overtuigd dat het huidkanker is en dat hij zal sterven (al zegt zijn huisarts dat het gewoon eczeem is).

Ondertussen heeft zijn vrouw een affaire met een ex-collega van George, is zijn dochter wel/niet van plan te trouwen met een man die collectief afgekeurd wordt door de familie Hall en bevindt zoonlief zich in een relationele crisis omdat hij niet weet of hij zijn vriendje mee moet nemen naar de bruiloft van zijn zus.

Keeping up appearances

Het vertelperspectief wisselt bij elk hoofdstuk naar een van de gezinsleden en het is erg vermakelijk hoe iedereen lichtelijk hysterisch een het doordraaien is. En dan wel op een zeer Britse manier: als anderen er maar geen last van hebben. Keeping up appearances!

Af en toe gaat het wel een beetje over the top, maar ach de personages zijn sympathiek en je wil gewoon verder blijven lezen. Ondanks dat het een vrij trieste bedoeling is, met al die gekke mensen, proef je als lezer vooral de liefde van de gezinsleden voor elkaar. Dus eigenlijk is het ook een heel mooi verhaal waarbij de liefde uiteindelijk alle hordes overwint en de van elkaar vervreemde familieleden weer samen brengt.

Verschrikkelijk mis

Oeps! Dat was een spoiler! Maar goed, het is al vanaf de eerste pagina’s duidelijk dat dit zo’n verhaal is waar eerst alles verschrikkelijk mis moet gaan, voor het weer min of meer goed komt. Ik vind het leuk en heb erom moeten grinniken.

Frankenstein

Meer zielig dan eng

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Frankenstein van Mary Shelley uitkwam. Een goede reden om mijn tanden in deze klassieker te zetten! Dat en het was rond Halloween dat ik eraan begon: leek me ook wel een goed genoeg excuus om een griezelboek te gaan lezen.

Alleen vond ik het niet echt een griezelboek, meer een zielig verhaal… maar daarover straks meer.

Het boek begint met een briefwisseling tussen een beetje een blaaskaak van een man die zijn zus schrijft. Hij lijdt een expeditie naar de Noordpool en pikt een drenkeling uit het water: Victor Frankenstein. De man is ernstig verzwakt en blijft maar herhalen dat hij iets vreselijks heeft gedaan. Victor doet zijn verhaal over hoe hij als jonge ambitieuze wetenschapper een monster heeft gecreëerd. Een monster dat zo verschrikkelijk is, dat je er niet naar kunt kijken. Zo lelijk, zo vreselijk. En zijn doel is om zijn monster te vermoorden om zo een einde te maken aan zijn helse creatie.

Tijdens het verhaal komt Victor Frankenstein uitgebreid aan het woord (veel boeiender dan die blaaskaak op zijn schip) en ook het monster vertelt zijn verhaal. Een schrijnend verhaal over gebrek aan liefde en compassie, over frustratie en uiteindelijk ontembare woede met moord tot gevolg.

Uiteindelijk is dat ook wat blijft hangen bij mij: de triestheid van het monster. Hij wil zo graag erbij horen, voelt ook liefde en compassie in zijn hart. Maar hoe hij het ook probeert, hij wordt verstoten door zijn uiterlijk en monsterlijke voorkomen. Hij is niet trots op hoe zijn frustratie daarna uiting vindt (het moorden en mentaal kapotmaken van zijn createur). Zo sneu.

Ik vond het mooi hoe de hoofdpersonages ingevuld zijn: met goede en slechte kanten (ook het monster dus). Die Frankenstein is een beetje een zwakkeling die bij elk probleem in een soort van verlammende  hysterische toestand belandt. Dat vind ik dan wel weer grappig. En het monster dat aan de ene kant zoveel liefde en warmte kan voelen en aan de andere kant zo makkelijk het leven uit iemand kan persen.

Ik moet bekennen dat ik alle intro’s en aanvullende blabla in het boek niet heb gelezen. Daar had vast interessante informatie over de auteur in gestaan, over de tijdgeest waarin het boek geschreven werd, etc. Mij gaat het gewoon om het verhaal zelf. En ik vond het een mooi verhaal. Een verhaal dat de tijd goed doorstaan heeft: niet ouderwets of suf. Af en toe wat langdradig, maar ach, daar heb ik geen moeite mee.

Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde

Hartverwarmend en betoverend

Wat een loei van een titel heeft dit boek! Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden voor de liefde van Per J. Andersson. Het doet qua titellengte denken aan De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje of De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Beide van ook al een Zweedse auteur: Jonas Jonasson. Wellicht dat alles in Zweden een lange titel heeft.

Aan de andere kant vat de titel het boek perfect samen! PK wordt in een klein dorpje geboren in India met een profetie waarin voorspeld wordt dat hij met een muzikale vrouw zal trouwen, niet uit zijn dorp, regio of zelfs land en die vrouw heeft als horoscoop ‘stier’.

Jaren later, na een moeizame jeugd en studentenbestaan waarbij hij zelfs al drie keer geprobeerd heeft om een einde aan zijn leven te maken, ontmoet PK precies zo’n dame: de Zweedse Lotta. Hij schildert haar portret bij een fontein in New Delhi en ze trekken een aantal weken samen op. Als Lotta daarna weer teruggaat naar Zweden, kan PK maar aan één ding denken: hoe kom ik zo snel mogelijk weer bij mijn Lotta, de liefde van mijn leven, de vrouw waarmee ik wil trouwen?

Uiteindelijk kiest PK voor de fiets en start aan een, zoals de titel het al verklapt, wonderlijke reis van India via Pakistan, Afghanistan, Iran en Turkije naar Zweden. Daar kan hij eindelijk zijn Lotta weer in de armen sluiten.

Per Anderson schrijft het verhaal goed op; het leest heel fijn. Hij begint bij de jonge PK die nog in zijn nakie door de jungle van Orissa rent. Ondanks dat het een vrij ingewikkeld verhaal is, weet Andersson het kastesysteem waar PK zo onder lijdt, prima uit te leggen. Ook de vele religies die in India bedreven worden, de vele heiligen en de nog altijd invloedrijke rol van de Engelsen komen aan bod.

Iemand heeft ooit eens tegen mij gezegd, iemand die in India is geweest, dat in India alles mogelijk is. Alles wat je je niet kunt voorstellen. Het is dan ook bijna te bizar voor woorden als ik lees dat PK letterlijk onder bruggen en in stationshallen slaapt, dakloos is, maar toch premier Indira Gandhi mag komen schilderen in haar paleis. En zo overkomen PK wel meer onvoorstelbare dingen.

PK heeft zelf ook geen verklaring voor die wonderlijke momenten die hij meemaakt, maar hij staat daar verder ook niet te lang bij stil. Hij gelooft in het lot, zijn profetie en heeft als overtuiging dat het gewoon zo had moeten zijn.

Mooi is dat toch? Als je gewoon je schouders op kunt halen en denken ‘ach, het zal wel zo moeten zijn.’ Het is geen filosofie die ik zou kunnen toepassen op mijn eigen leven, daar ben ik veel te eigengereid voor, maar het heeft wel iets magisch. Ondanks tegenslagen en obstakels komt alles toch nog goed. Zoals het had moeten zijn. Het wonderbaarlijk warm liefdesverhaal dat leest als een sprookje: en ze leefden nog lang en gelukkig!