Frankenstein

Meer zielig dan eng

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Frankenstein van Mary Shelley uitkwam. Een goede reden om mijn tanden in deze klassieker te zetten! Dat en het was rond Halloween dat ik eraan begon: leek me ook wel een goed genoeg excuus om een griezelboek te gaan lezen.

Alleen vond ik het niet echt een griezelboek, meer een zielig verhaal… maar daarover straks meer.

Het boek begint met een briefwisseling tussen een beetje een blaaskaak van een man die zijn zus schrijft. Hij lijdt een expeditie naar de Noordpool en pikt een drenkeling uit het water: Victor Frankenstein. De man is ernstig verzwakt en blijft maar herhalen dat hij iets vreselijks heeft gedaan. Victor doet zijn verhaal over hoe hij als jonge ambitieuze wetenschapper een monster heeft gecreëerd. Een monster dat zo verschrikkelijk is, dat je er niet naar kunt kijken. Zo lelijk, zo vreselijk. En zijn doel is om zijn monster te vermoorden om zo een einde te maken aan zijn helse creatie.

Tijdens het verhaal komt Victor Frankenstein uitgebreid aan het woord (veel boeiender dan die blaaskaak op zijn schip) en ook het monster vertelt zijn verhaal. Een schrijnend verhaal over gebrek aan liefde en compassie, over frustratie en uiteindelijk ontembare woede met moord tot gevolg.

Uiteindelijk is dat ook wat blijft hangen bij mij: de triestheid van het monster. Hij wil zo graag erbij horen, voelt ook liefde en compassie in zijn hart. Maar hoe hij het ook probeert, hij wordt verstoten door zijn uiterlijk en monsterlijke voorkomen. Hij is niet trots op hoe zijn frustratie daarna uiting vindt (het moorden en mentaal kapotmaken van zijn createur). Zo sneu.

Ik vond het mooi hoe de hoofdpersonages ingevuld zijn: met goede en slechte kanten (ook het monster dus). Die Frankenstein is een beetje een zwakkeling die bij elk probleem in een soort van verlammende  hysterische toestand belandt. Dat vind ik dan wel weer grappig. En het monster dat aan de ene kant zoveel liefde en warmte kan voelen en aan de andere kant zo makkelijk het leven uit iemand kan persen.

Ik moet bekennen dat ik alle intro’s en aanvullende blabla in het boek niet heb gelezen. Daar had vast interessante informatie over de auteur in gestaan, over de tijdgeest waarin het boek geschreven werd, etc. Mij gaat het gewoon om het verhaal zelf. En ik vond het een mooi verhaal. Een verhaal dat de tijd goed doorstaan heeft: niet ouderwets of suf. Af en toe wat langdradig, maar ach, daar heb ik geen moeite mee.

Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde

Hartverwarmend en betoverend

Wat een loei van een titel heeft dit boek! Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden voor de liefde van Per J. Andersson. Het doet qua titellengte denken aan De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje of De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Beide van ook al een Zweedse auteur: Jonas Jonasson. Wellicht dat alles in Zweden een lange titel heeft.

Aan de andere kant vat de titel het boek perfect samen! PK wordt in een klein dorpje geboren in India met een profetie waarin voorspeld wordt dat hij met een muzikale vrouw zal trouwen, niet uit zijn dorp, regio of zelfs land en die vrouw heeft als horoscoop ‘stier’.

Jaren later, na een moeizame jeugd en studentenbestaan waarbij hij zelfs al drie keer geprobeerd heeft om een einde aan zijn leven te maken, ontmoet PK precies zo’n dame: de Zweedse Lotta. Hij schildert haar portret bij een fontein in New Delhi en ze trekken een aantal weken samen op. Als Lotta daarna weer teruggaat naar Zweden, kan PK maar aan één ding denken: hoe kom ik zo snel mogelijk weer bij mijn Lotta, de liefde van mijn leven, de vrouw waarmee ik wil trouwen?

Uiteindelijk kiest PK voor de fiets en start aan een, zoals de titel het al verklapt, wonderlijke reis van India via Pakistan, Afghanistan, Iran en Turkije naar Zweden. Daar kan hij eindelijk zijn Lotta weer in de armen sluiten.

Per Anderson schrijft het verhaal goed op; het leest heel fijn. Hij begint bij de jonge PK die nog in zijn nakie door de jungle van Orissa rent. Ondanks dat het een vrij ingewikkeld verhaal is, weet Andersson het kastesysteem waar PK zo onder lijdt, prima uit te leggen. Ook de vele religies die in India bedreven worden, de vele heiligen en de nog altijd invloedrijke rol van de Engelsen komen aan bod.

Iemand heeft ooit eens tegen mij gezegd, iemand die in India is geweest, dat in India alles mogelijk is. Alles wat je je niet kunt voorstellen. Het is dan ook bijna te bizar voor woorden als ik lees dat PK letterlijk onder bruggen en in stationshallen slaapt, dakloos is, maar toch premier Indira Gandhi mag komen schilderen in haar paleis. En zo overkomen PK wel meer onvoorstelbare dingen.

PK heeft zelf ook geen verklaring voor die wonderlijke momenten die hij meemaakt, maar hij staat daar verder ook niet te lang bij stil. Hij gelooft in het lot, zijn profetie en heeft als overtuiging dat het gewoon zo had moeten zijn.

Mooi is dat toch? Als je gewoon je schouders op kunt halen en denken ‘ach, het zal wel zo moeten zijn.’ Het is geen filosofie die ik zou kunnen toepassen op mijn eigen leven, daar ben ik veel te eigengereid voor, maar het heeft wel iets magisch. Ondanks tegenslagen en obstakels komt alles toch nog goed. Zoals het had moeten zijn. Het wonderbaarlijk warm liefdesverhaal dat leest als een sprookje: en ze leefden nog lang en gelukkig!

All the money in the world

Verrassend meeslepend

Dit jaar is het jaar van de verfilmde boeken geloof ik! Zo las ik al Spaar de spotvogel (Harper Lee), The color purple (Alice Walker), In duistere tijden (Anthony McCarten) en De donkere toren 1 (Stephen King). De laatste twee ook zelfs met de filmposter als kaft (filmedities). Nu kan ik daar ook All the money in the world aan toevoegen, van John Pearson. De originele titel van het boek was Painfully Rich: The outrageous fortunes and misfortunes of the heirs of J. Paul Getty. Daar hebben ze begrijpelijkerwijs een makkelijker titel van gemaakt.

Anywayz, All the money in the world dus. Ik heb ‘m overigens ‘gewoon’ in het Nederlands gelezen. Maar omdat dit de filmeditie is, hebben ze de titel Engels gehouden.

Het gaat over J. Paul Getty, die op een bepaald moment de rijkste man van Amerika is. Het was geen makkelijke man. Hij hield van de dames, maar was geen ster in relaties. Trouwen vond hij nog wel leuk, maar zijn vijf (!) huwelijken eindigden allemaal al gauw in een scheiding.

Die huwelijken leverden echter wel vijf zonen op. Eentje overleed al op vrij jonge leeftijd, de andere vier worstelden de rest van hun leven met het gemis van de liefde en aandacht van hun vader en met de familievloek van Getty waardoor alle familieleden continue achtervolgd worden door pech, ongeluk en verdriet.

In de film gaat het vooral over de ontvoering van Getty’s kleinzoon en hoe Getty sr. weigert losgeld te betalen, zelfs als de ontvoerders een afgesneden oor van zijn kleinzoon opsturen. Het boek gaat veel dieper en verder in op de man J. Paul Getty.

Ondanks dat het altijd een heel karwei is, houd ik wel van die dikke romans waarin meerdere generaties van families worden afgeschilderd. Zo is dat eigenlijk ook met dit boek. In het begin gaat het over J. Paul Getty, over hoe hij als jongen was, hoe hij zijn fortuin heeft verdiend en hoe hij (niet) omgaat met zijn kinderen. Daarna volg je als lezer de getroebleerde levens van zijn vier zonen en uiteindelijk ook de kleinkinderen.

Ik ben geen bijzondere fan van financiële verhalen of überhaupt iets waar veel cijfers in voorkomen, maar ondanks dat het opbouwen van het olie-imperium van Getty toch een grote rol speelt in het boek, las het als een trein! Het is net één grote soap en dan kan je all the money of the world hebben, gelukkig lijken de hoofdpersonen maar niet te worden.

Na het uitlezen bleef de familie Getty echt nog een paar dagen in mijn hoofd hangen; wat zouden ze nu doen? Hoe vergaat het ze nu? Dat had ik van tevoren niet verwacht; dat dit boek me zo zou raken. Wat een mooie verrassing weer!

Monte Carlo

Mooi melancholisch

Mijn wensenlijstje is zo lang, dat het niet altijd makkelijk is om te onthouden welke titels er allemaal op staan en waarom ik ze er op heb gezet. Om die laatste reden wil het dan wel eens gebeuren dat ik de lijst ‘opruim’ zonder dat ik de titels ook daadwerkelijk gelezen heb. Alles om de lijst overzichtelijker en ‘do-able’ te maken.

Tijdens een uitverkoop van mijn favo boekenwinkel, gleden mijn vingers over de zwart-witte kaft van Monte Carlo van Peter Terrin. Ik was inmiddels alweer drie boeken verder in de doos vol afgeprijsde boeken, toen -‘wait, what?’- ik weer snel terug rommelde naar het boekje. Ja ik wist het zeker, dit boek staat op mijn lijstje! Al heel lang!

Na een controle op de mobiel bleek echter dat de titel tijdens een van mijn opruimsessies al van de lijst verdwenen was. Toch kon ik me nog herinneren dat ik hierover in De Boekenkrant had gelezen. En dat het aangeprezen werd als een meeslepend verhaal. Ik draaide het boek om en las de kaft:

Monaco, mei 1968. Net voor de start van de grand prix formule 1 is het publiek getuige van een vreselijk ongeluk. De bescheiden Jack Preston, monteur bij Team Lotus, redt het leven en vooral het gezicht van Deedee, jonge filmster en belichaming van de nieuwe zeden. Weer thuis bij zijn vrouw, in een afgelegen Engels dorp waar de jaren vijftig maar moeilijk wijken, wacht Jack met verlangen en angst op een teken van Deedee, dat zijn leven zal veranderen.

Ik ben blij dat ik me nog kon herinneren dat dit boek op mijn lijstje heeft gestaan. Want het was echt heel leuk om te lezen. Het is geen dik boek en de hoofdstukken zijn erg kort. Hierdoor ligt het leestempo lekker hoog.

De hoofdpersoon is een man van weinig woorden, toch leefde ik al binnen een paar hoofdstukken mee met de man die zo droomt van zijn ‘moment of fame’. Omdat hij daar zo naar verlangt en toch zo lang op moet wachten, heeft het allemaal een prachtige melancholische sfeer.

Aan het einde van het boek had ik het idee dat er wat meer pagina’s aan de andere personages besteed had mogen worden. Ik verdwaalde een beetje tussen de namen van de andere dorpsgenoten die ineens in de laatste hoofdstukken ook een rol gaan spelen in het verhaal, maar eigenlijk nooit echt geïntroduceerd zijn.

Ondanks dat het einde hierdoor wat afgeraffeld over kwam (alsof Terrin ineens tijd of pagina’s te kort kwam), vond ik het een mooi verhaal. Niet te lang en niet te moeilijk, maar toch zo vol van mooie gevoelens van liefde en gemis.

 

The ocean at the end of the lane

Buitengewoon vreemd en een beetje spooky

Nu ik weer begonnen ben met wandelen, heb ik ook de oude liefde voor audioboeken weer opgepakt. Ik loop nog geen wereldafstanden, dus het duurt even voor ik dan door zo’n audioboek heen ben (luister het alleen tijdens het lopen), maar over The ocean at the end of the lane heb ik wel heel lang gedaan.

Ik kwam van een ontzettend leuk audioboek vandaag (Dawn French als ik me niet vergis) en het begin van deze jeugdroman van Neil Gaiman was niet meteen heel pakkend. Hij was een beetje raar… En toen kwam er ook nog eens een periode van algehele onfitheid van mijn kant, met als gevolg: het heeft zeker driekwart jaar geduurd voor ik weer verder ging luisteren.

In dit boek komt een man in zijn geboortedorp en ziet hij een huis aan het einde van de laan dat hij ineens herinnert als het huis van Lettie. Vervolgens gaan we terug in zijn herinnering hoe hij als negenjarig jongetje Lettie leert kennen. Wat volgt is een buitengewoon fantastische periode waarin de jongen meermalen moet vluchten voor zijn leven en op allerlei manieren wordt aangevallen door vreemde, nietwereldse wezens. Alleen Lettie kan hem nog redden van deze allesverslindende monsters, maar de vraag is of haar dat gaat lukken.

Het is een beetje een wazige omschrijving, maar het verhaal is ook een beetje wazig. Het is sprookjesachtig, maar dan duister; spooky. Ik vond het best een eng boek voor een jeugdboek. Het is duidelijk geen kinderboek; de jongen wordt getroffen door een soort van vleesetende worm, een monsterlijke nanny en vleesverscheurende ‘hungerbirds’. Het lijkt lange tijd vrij uitzichtloos.

Het boek is uit; het voordeel van een audioboek is dat je daar behalve luisteren vrij weinig voor moet doen. Ik kwam niet echt ín het verhaal, maar dat zal te maken hebben met het feit dat ik bijna een jaar lang níet geluisterd heb. Maar de omstandigheden en de personages zijn mij ook een beetje te vreemd. De kostganger die bij de jongen en zijn gezin inwoont vind ik te ongeloofwaardig. De ouders van de jongen vind ik te ongeloofwaardig. De zus van de jongen ook. Eigenlijk is die gekke Lettie (en haar moeder en oma), die een soort van bovennatuurlijke entiteit is maar toch ook weer niet, nog het meest geloofwaardig.

Nu ben ik over het algemeen wel fan van sprookjes, dat mag ook best een beetje eng zijn. Maar dit boek is voor mij een meh… Eentje die, ondanks dat hij toch lang op mijn wishlist heeft gestaan, waarschijnlijk snel genoeg naar de achtergrond en vergetelheid zal verdwijnen.

Het zevende kind

Prachtige dikke pil, maar oh zo moeizaam leesvoer

‘Deze roman houdt je tot zijn adembenemende einde in z’n greep.’ staat op de achterflap van dit boek. Het is een mening van ‘Margriet’.  Nu weet ik niet of dit een willekeurige vrouw met de naam Margriet is geweest, of het gelijknamige vrouwentijdschrift (I know, I know, waarschijnlijk die laatste hè), maar ik durft deze uitspraak toch wel enigszins te betwisten.

Het zevende kind van Erik Valeur gaat over een kinderweeshuis in Denemarken waar niet alles gaat zoals het lijkt. Het is niet zo perfect en netjes als de directrice doet beweren. Marie is geadopteerd door de directrice en woont haar hele leven al in het weeshuis. Ze ontdekt dat zij, samen met zes andere baby’s destijds een clubje apart vormden. Op één of andere manier zijn de zeven kinderen nergens terug te vinden in de administratie: niets over hun geboorte en ook niets over hun adoptie. Nu Marie volwassen is, wil ze het raadsel ontrafelen en gaat ze op zoek naar de verhalen van de zeven kinderen en datgene wat hun bindt. Want waarom staan ze niet in de anders zo netjes bijgehouden administratie? Welke geheimzinnige rol speelt de directrice hierin? En de minister die zo’n bijzondere interesse in het weeshuis heeft? Waarom moeten de zeven kinderen geheim blijven?

Op zich ben ik het eens met ‘Margriet’ dat dit boek me aan het einde zeker wel in z’n greep hield (al valt het niet mee om een ruim 700 pagina’s dik boek vast te grijpen). De ontrafeling van het verhaal blijft verrassend en nergens wordt het voorspelbaar. Dat is dus positief. Maar het was een hele klus om tot dat einde toe te komen!

De zinsbouw en de structuur van het verhaal maakten dit boekn tot een heel moeilijk leesbaar boek. Het pakte gewoon niet. Niet alleen het verhaal heeft een verrassend einde, ook de vele zinnen in het boek lopen net niet allemaal zoals je zou verwachten. Met gevolg dat ‘lezen op de automatische piloot’ er niet in zit: regelmatig moest ik terug om een zin nogmaals te lezen, omdat ik ergens een woord over het hoofd had gezien waardoor de hele alinea niet meer klopte. Uitermate vermoeiend.

De sfeer in het boek is ook nog zo iets: Valeur neemt zijn tijd om de zeven kinderen één voor één voor te stellen en creëert een mysterie op het ministerie waar gesteden wordt om zoveel mogelijk kiezers en een mogelijke promotie. De sfeer komt koel en afstandelijk over. Alsof er geen gevoel zit in de hoofdpersonen. En eerlijk gezegd blijft dat ook wel tot het einde van het boek aan toe. Wellicht met opzet, een typische Scandinavische afstandelijkheid? Het maakt het uitlezen van het boek echter wel tot een uitdaging.

Na het een keer voor een paar weken weggelegd te hebben toen ik op éénderde van het verhaal zat, besloot ik het toch uit te willen lezen. Gelukkig pakte het verhaal nadat ik over de helft was langzaamaan steeds beter, al bleef de afstand tot de personages en was het lezen niet bepaald ontspannend door de eigenaardige schrijfstijl. Maar! Ik ben blij dat ik het uit heb!

Tenzij je echt niets anders te doen hebt en je fan bent van die typsche Scandinavische afstand tot emotie, gevoel, etc, zou ik dit boek echt niemand aanraden. Het is een mooie kaft, een prachtige dikke pil in de boekenkast, maar het voelt als huiswerk. Het lezen ging me veel te moeizaam om hier echt van te genieten. Jammer. Ik zal niet snel nog iets van Valeur lezen.

Een vreselijk verhaal

Een vreselijk verhaal

‘Er bestaat niet zo iets als een writer’s block. Je moet gewoon schrijven’. Dat staat er letterlijk. In dit stomme boekje. Het lijkt zo simpel; alles lijkt heel simpel als je dit boekje lees. Het is de gebruiksaanwijzing van ‘The Writer’s Toolbox’. Een hebbeding dat ik een paar jaar geleden heb aangeschaft, maar wat me maar niet lukt om te gebruiken. En het zou zo makkelijk moeten zijn, zegt het boekje.

Ik denk niet dat ik een writer’s block heb, ik heb een writer’s blanco. Wil heel graag schrijven, zélf schrijven, over een onderwerp dat ik zélf uitkies. Maar dan blijft het vervolgens akelig stil op het inspiratiefront. Als in een western dartelen er alleen hooibalen over het witte scherm van Word, de cursor nijdig knipperend alsof deze me toeroept “Write, goddamnit! Write!”

In het kort: The Writer’s Toolbox is letterlijk een doos met daarin verschillende kaartjes, draaischijven en stokjes met zinnen. Zo kun je op drie verschillende manieren inspiratie vinden om een (kort) verhaal te schrijven. Zo gebruik je de stokjes bijvoorbeeld als ‘Eerste zin’, ‘Non Sequitur’ en ‘Laatste zin’. Die ‘Non Sequitur’ is Latijn voor een vervolg of reactie die helemaal niks met het voorgaande van doen heeft. Datzelfde zou je overigens ook voor de ‘Laatste Zin’ kunnen zeggen. Naast de stokjes heb je ook nog de ‘Sixth Sense Cards’ en vier draaischrijven voor ‘Hoofdpersonage’, ‘Doel’, ‘Obstakel’ en ‘Actie’. Oh en alles is in het Engels, om het nog wat ingewikkelder te maken.

Ik begin met de stokjes. Volgens het boekje begin je met de ‘Eerste zin’, dan schrijf je een minuut of zes, dan pak je de ‘Non Sequitur’ en na een tijdje pak je de ‘Laatste zin’ waarmee je naar het einde toeschrijft. De ‘Laatste zin’ hoeft dus niet persé de daadwerkelijke laatste zin te zijn, maar het helpt je naar het einde toe te werken. Ik krijg “My grandfather lied to my grandmoter. I guess it runs in the family”. Volgens het boekje moet ik nu lekker vrij gaan associeren en puur alleen hierop richten. Waarom liegt de opa tegen de oma, waarover, en waarom zou het dan een familieeigenschap kunnen zijn? Liegt de verteller ook wel eens, of misschien diens vader of moeder, kind van de opa?

Op zich kan ik dan wel aan de slag, ik begin lekker te tikken, zandlopertje aan, en los. Kan van alles verzinnen. Overspel is een beetje obvious en te makkelijk, net als het verzwijgen van schulden of een of andere verslaving. Aan de andere kant moet het niet al te gek zijn, anders wordt het moeilijk om erfelijk te kunnen zijn. Tenzij ik het allemaal niet te serieus aanpak. Nou goed, ben op weg, bedenk me een scenario waarbij opa net doet alsof hij krom staat van de artrose en op hun vijfitgjarige bruiloft dus niet kan dansen met zijn vrouw, maar dat hij dat stiekem aan het oefenen is op de dansschool van zijn kleindochter: de vertelster van dit verhaal. Leuk, vrolijk. Begin ook uit te weiden dat de beste man op zijn bruiloft ook al niet gedanst heeft, omdat hij twee linkervoeten heeft etc. Dus dit zou dan de eerste keer zijn dat hij met zijn vrouw goed danst. Wat mooi, wat lief, shit, zandloper is al lang leeg.

Tijd voor het volgende stokje. De ‘Non Sequitur’. Stomme term. Maar goed, benieuwd wat opa en kleindochter op hun dak krijgen. Ik draai het stokje om: “If you don’t take chances,” said the man in striped pajamas, “you might as well not be alive.” Waar haal ik in hemelsnaam een man in gestreepte pyjama vandaan? Of is opa de man in gestreepte pyjama? Maar waarom begint hij nu te bazelen over risico’s nemen, terwijl hij er nota bene vijftig jaar over gedaan heeft om eens wat simpele danspassen te leren?

Uiteindelijk kom ik er wel uit. Ik bedenk me dat oma een glijpartijtje heeft gehad, arm gebroken, zielig. Ligt in het ziekenhuis, moet nachtje blijven, komt in een zaal te liggen met naast haar een brokkenpiloot in een gestreepte pyjama, etc. Prachtig. En dan zie ik opa al knipogen naar kleindochter als die man dat zegt, want hun tweeën hebben natuurlijk een geheim en ja, ze nemen toch ook we een beetje een risico met dat leren van danspassen. Immers: opa is ook al 70 en niet al te vast meer op de been (want: artrose, weten we dat nog?) en er zit ook vast een bemoeizuchtige dochter tussen die overbezorgd is en het nonsens vindt dat haar vader bij haar dochter op danslessen gaat. Veel te gevaarlijk!

De zandloper is nu al drie keer rond gegaan. Ik ratel onverstoorbaar door op mijn toetsenbord en bedenk me dan dat ik naar de ‘Laatste zin’ moet. We gaan natuurlijk richting feest. Maar ja, hoe moet het nu, want opa is nog altijd een hork, oma zit met haar arm in een mitella en zenuwachtige dochter/moeder loopt inmiddels ook in de weg. Laatste zin: “The last time thew saw a movie.” De toetsen vallen stil. Ik staar naar het stokje. Dan naar het scherm. Zit al op drie pagina’s en moet nu ergens nog een ‘laatste keer dat ze een film gezien hebben’ ergens in verwerken.

En dan loop ik dus vast. Stokje één, stokje twee; prima. Is te doen. Al ben ik veel te breedsprakig (ha, kijk maar naar dit verhaal), langdradig, uitgebreid en helaas ook te clichématig. Ben opa, kleindochter, onhandige oma en irritante dochter/moeder nu al zat. Laat die mensen gewoon naar het feest gaan, gooi er wat drank in, vriendje van kleindochter zet een nummer van Ella Fitzgerald in en ach wat verrassend, opa gaat dansen met oma. Die mitella maakt niks uit, moeders/dochter staat met tranen in haar ogen, de handen ineengevouwen voor de borst, te kijken naar haar ouders en kleindochter staat wijsneuzerig aan de rand van de dansvloer terwijl ze haar duim naar opa opsteekt, die tijdens een feilloze draai een knipoog over de schouder van zijn vrouw geeft aan zijn kleindochter en het gebaar beantwoord met ook een duimpje omhoog.

The end.

Wat een vreselijk suf verhaal. Vreselijk. Dat wil niemand toch lezen?
En zo loop ik bij ieder stokje, iedere kaart en iedere draaischijf vast. ‘Helpt het dan om alle drie de stokjes van tevoren al te trekken, zodat je weet waar je naartoe moet schrijven?’. Nee. Helpt niks. Sterker nog, mijn inspiratie is bij voorbaat al weg als ik zie wat voor een vreselijke laatste zin ik krijg. Of wat voor stomzinnigs er op een kaartje staat. Wat in hemelsnaam moet ik ineens met een ‘Yesterday’s Wall Street Journal’!?

Schrijven. Schrijven is leuk. Dat doe ik graag. En lezen ook. Maar als ik iets schrijf wat ik niet wil lezen, dan kan ik beter ophouden voor ik begin. De stokjes, de draaischijven en de kaartjes gaan de doos weer in. De doos gaat onderin de la. Dit werkt niet voor mij. Helaas. Nu stel ik mezelf wel de beangstigende vraag: ligt het aan die toolbox… of aan mij?

Dead men’s trousers

Zoveelste vervolg op Trainspotting

Tja… Eigenlijk was ik er na Skagboys al klaar mee. Ik vond Blade Artist dan nog wel een leuke twist hebben (die kwam dus al na Skagboys), maar nu is er dus nóg een vervolg gekomen op het beroemde (en geweldige) Trainspotting van Irvine Welsh.

Dit boek zou dan echt het laatste deel zijn, ook volgens de schrijver zelf. En uiteraard komen alle oude bekenden weer langs: Spud, Sick Boy, Renton en Begbie. Bij Skagboys miste ik een beetje de binding, maar in dit laatste deel (Dead Men’s Trousers) voel ik weer wat meer van die oude connectie met de vier aan elkaar veroordeelden. Vrienden zijn het namelijk al lang niet meer, daar is te veel voor gebeurd. Maar nog altijd hangen ze aan elkaar als ze allen weer terugkomen in hun home town Edinburgh.

Ik ben dol op de vertelstijl van Welsh en op het platte Schots. Ik lees ook heel graag over Begbie, die compleet gestoord is natuurlijk, maar nu toch al twee boeken lang zijn best doet om braaf te zijn (ik zeg ‘zijn best doet’, ik zeg niet of hij daarin slaagt of niet). En Spud is ook een schatje, die alles onbedoeld weer in het honderd laat lopen. Renton is ‘meh’ en Sick Boy is gewoon vervelend. Maar het werkt wel weer: die vier samen. Vier verschillende oogpunten, vier verschillende verhalen en altijd gaat het weer gruwelijk mis.

Begrijp me niet verkeerd; ik kijk al uit naar het volgende Welsh boek en wat mij betreft mag Begbie ook heus nog een keer terugkomen (al is het alleen al in een bijrol). Maar laat dit nu verder rusten. Trainspotting is klaar. Drie boeken geleden al.

De verdwijning van Josef Mengele

Enigszins teleurstellend

Niemand weet natuurlijk precies wat er in het hoofd van Josef Mengele om is gegaan tijdens zijn leven. Wat bezielde de man om gruweldaden uit te voeren in zijn tijd als kamparts van concentratiekamp Auschwitz in de Tweede Wereldoorlog? Hoe ervaarde hij de jaren erna, ondergedoken op een boerderij en uiteindelijk op de vlucht naar Argentinië? En hoe sleet de ‘Engel Des Doods’ zijn laatste jaren in Brazilië?

Olivier Guez probeert met dit boek een antwoord te geven op deze vragen. Ik raakte bij het lezen van de achterflap enigszins misleid, omdat het boek een roman en ‘krachtig en spannend’ wordt genoemd. Goed, de schrijver heeft de romanvorm gebruikt om de lege gaten in de geschiedenis van Mengele op te kunnen vullen, maar ik vind het meer een geromantiseerde geschiedvertelling, dan een pakkend meeslepend verhaal; dat wat ik versta onder term ‘roman’.

De uitgebreide research van Guez werpt echter wel zijn vruchten af en ‘De verdwijning van Josef Mengele’ geeft echt wel een op feiten onderbouwd idee van wat de man na zijn vlucht heeft meegemaakt en doorstaan in Zuid-Amerika. Met name de schriftjes en vele brieven die Mengele heeft geschreven, zijn een goede bron gebleken. Guez heeft deze niet zelf kunnen inzien, maar wel gebruik gemaakt van bronnen die hier weer over schrijven.

Uiteindelijk voelt het zo ook een beetje: een vertelling die al door meerdere handen is gegaan. Een verhaal op basis van een bron van een bron over de geschiedenis. Het is een opsomming van feiten en de gaten ertussen zijn opgevuld met clichématige fictie. Voor mij had dit boek meerwaarde gehad als Guez dit als non-fictie had geschreven. Hij had terug kunnen grijpen op hoe de situatie waarschíjnlijk moet zijn geweest voor Mengele, in plaats van proberen in zijn schoenen te gaan staan en dit dramatisch te verwoorden. Ik zat nu klem tussen een interessante biografie en een flauw romandrama. Enigszins teleurstellend.

Dagboek van een boekverkoper

 

Grappig en onbedoeld inspirerend

Eigenlijk wil Shaun Bythell met dit boek vooral laten zien dat het níet leuk is om een tweedehandsboekenwinkel te runnen. Maar ik denk dat hij het tegenovergestelde juist heeft bereikt. Ik moest in ieder geval erg lachen tijdens het lezen van dit boek en heb er van de eerste tot en met de laatste pagina van genoten. Genoten van de verhalen van de rare klanten, zijn gekke medewerkers, het afzien en de successen.

In Dagboek van een boekverkoper begint Bythell op een willekeurige dag met noteren wat hij die dag beleeft heeft. Dit doet hij een jaar lang. Zijn winkel, The Bookshop, staat in Wigtown, een ‘book town’ in zuidwest Schotland. Elk jaar organiseert het dorp een literair festival met vele bezoekers en schrijvers. Dit boek biedt een onromantisch inkijkje in de wereld van een tweedehandsboekenhandelaar.

’t Is denk ik geen geheim dat ik zelf fan ben van boeken. Dus een eigen boekenwinkeltje zou ik prachtig vinden. Onlangs plaatste Gianotten Mutsaers, dé boekenwinkel hier in Tilburg, een oproep op Facebook: ze zochten een boekenverkoper. Iemand om het team te versterken. Wauw. Dat is het dan? Is dit mijn kans?!

Natuurlijk veel te enthousiast gereageerd (ik had net Dagboek van een boekverkoper uit) en helemaal hyper. Dromen is mooi, prachtig, dat is ook wat ik zo betoverend vind aan boeken. Maar ik moet de realiteit niet uit het oog verliezen. Met dit lijf is het fysiek gewoon niet te doen; een hele dag staan in een winkel; boeken pakken en verplaatsen, etc. Shit. Shitshitshitshitshit. Daar viel ik van mijn roze wolk.

Ik heb even flink gebaald. Maar het is zoals het is. Je kunt niet alles hebben in het leven. Bovendien; ik heb niet eens meer iets van de winkel gehoord, dus het is niet dat het überhaupt een optie was. Jammer, maar helaas. Met een glimlach zet ik nu Bythells boek weer in de kast, dankbaar voor dit inkijkje in zijn wereld. Heb ik toch even kunnen voelen hoe het zou kunnen zijn. En dat is toch ook mooi? Benieuwd naar welk inkijkje ik in een volgend boek krijg en in welke wereld ik dan weer even mag leven. Want, zoals de winkel Gianotten dat zelf ook op zijn tassen drukt: boeken is reizen vanuit je luie stoel. En dan maakt een krakkemikkelig lijf helemaal niets meer uit.