Dagboek van een boekverkoper

 

Grappig en onbedoeld inspirerend

Eigenlijk wil Shaun Bythell met dit boek vooral laten zien dat het níet leuk is om een tweedehandsboekenwinkel te runnen. Maar ik denk dat hij het tegenovergestelde juist heeft bereikt. Ik moest in ieder geval erg lachen tijdens het lezen van dit boek en heb er van de eerste tot en met de laatste pagina van genoten. Genoten van de verhalen van de rare klanten, zijn gekke medewerkers, het afzien en de successen.

In Dagboek van een boekverkoper begint Bythell op een willekeurige dag met noteren wat hij die dag beleeft heeft. Dit doet hij een jaar lang. Zijn winkel, The Bookshop, staat in Wigtown, een ‘book town’ in zuidwest Schotland. Elk jaar organiseert het dorp een literair festival met vele bezoekers en schrijvers. Dit boek biedt een onromantisch inkijkje in de wereld van een tweedehandsboekenhandelaar.

’t Is denk ik geen geheim dat ik zelf fan ben van boeken. Dus een eigen boekenwinkeltje zou ik prachtig vinden. Onlangs plaatste Gianotten Mutsaers, dé boekenwinkel hier in Tilburg, een oproep op Facebook: ze zochten een boekenverkoper. Iemand om het team te versterken. Wauw. Dat is het dan? Is dit mijn kans?!

Natuurlijk veel te enthousiast gereageerd (ik had net Dagboek van een boekverkoper uit) en helemaal hyper. Dromen is mooi, prachtig, dat is ook wat ik zo betoverend vind aan boeken. Maar ik moet de realiteit niet uit het oog verliezen. Met dit lijf is het fysiek gewoon niet te doen; een hele dag staan in een winkel; boeken pakken en verplaatsen, etc. Shit. Shitshitshitshitshit. Daar viel ik van mijn roze wolk.

Ik heb even flink gebaald. Maar het is zoals het is. Je kunt niet alles hebben in het leven. Bovendien; ik heb niet eens meer iets van de winkel gehoord, dus het is niet dat het überhaupt een optie was. Jammer, maar helaas. Met een glimlach zet ik nu Bythells boek weer in de kast, dankbaar voor dit inkijkje in zijn wereld. Heb ik toch even kunnen voelen hoe het zou kunnen zijn. En dat is toch ook mooi? Benieuwd naar welk inkijkje ik in een volgend boek krijg en in welke wereld ik dan weer even mag leven. Want, zoals de winkel Gianotten dat zelf ook op zijn tassen drukt: boeken is reizen vanuit je luie stoel. En dan maakt een krakkemikkelig lijf helemaal niets meer uit.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Kom hier dat ik u kus

 

Meesterlijk kapot

Ik geloof dat ik een nieuw genre heb ontdekt. Na Lize Spit’s Het smelt,  en de (wat late) ontdekking van De helaasheid der dingen van Dimtiri Verhulst (oe, oe, oe! Mag ook zeker niet Erwin Mortier vergeten), ben ik nu gegrepen door Griet op de Beeck. Ik denk dat ik dit genre maar omdoop tot Vlaamse melancholie. Och wat een heerlijke triestheid en zo mooi geschreven. Ik zou willen dat ik het Nederlands zo goed zou beheersen als Op de Beeck dat kan. Ze schrijft over ‘kapotte mensen die anderen ongewild kapot maken’. Meersterlijk!

Dus: geen vrolijk boek. Allerminst. Het gaat over Mona, die je in het boek tegenkomt als kind, als 24-jarige en als 35-jarige. En gaandeweg lees en leer je hoe ze geworden is tot het mens dat ze is: kapot. Haar verwrongen relatie met haar ouders en stiefmoeder, de worstelingen in het leven waar ze op latere leeftijd tegenaan loopt. Het niet om kunnen gaan met liefde maar er zo naar hunkeren. En dat heel mooi opgeschreven.

Ik wilde al een tijdje Griet op de Beeck lezen, maar ja; zoveel boeken, zo weinig tijd. Dus het is er pas recent van gekomen. Ik weet nu al dat ik meer van haar weer lezen. Misschien zelfs wel alles! Al moet ik zeggen dat het Boekenweekgeschenk dat ze dit jaar geschreven heeft, niet zo heel spannend was. Ook zeker niet slecht, het was zelfs ontwapenend en liefdevol. En ook hier weer het prachtige woordgebruik. Maar ik moet bekennen dat ik zojuist even moest opzoeken waar het overging; dat was ik alweer vergeten. Kom hier dat ik u kus vergeet ik niet zomaar. Deze blijft wel hangen en laat me nog even nagloeien.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Marina

 

De prachtige, donkere wereld van Zafón

Binnen enkele zinnen ben ik weer daar: in de prachtige, donkere wereld van Zafón. Sprookjesachtig spookachtig. Gotisch, mysterieus en betoverend. En een beetje eng, zoals dat hoort in de wereld van Carlos Ruiz Zafón.

Oscar is vijftien jaar, wees en brengt zijn leven door op een kostschool in de oude wijk van Barcelona. Tijdens één van zijn vele omzwervingen in de buurt, ontmoet hij de mysterieuze Marina. De twee trekken met elkaar op en worden vrienden. Oscar is altijd welkom bij Marina thuis waar ze met haar ziekelijke vader woont. Op een dag neemt Marina Oscar mee naar een kerkhof waar ze een gesluierde vrouw een enkele roos op één van de graven legt. Een ritueel dat ze elke maand herhaalt. De twee vrienden besluiten op een dag de vrouw te volgen nadat ze haar roos op het graf zonder naam heeft gelegd. Hierdoor belanden ze in een levensgevaarlijk labyrint van raadsels, vernietigende liefde en spookachtige zielloze moordenaars.

Uiteraard is ook dit boek weer in een vloek en een zucht uit. Heerlijk. Het mist wat van de diepte die je terugvindt in Zafóns dikkere romans (Schaduw van de wind, Het spel van de engel), maar het is voldoende uitgewerkt om je toch weer opnieuw mee te slepen in zijn fantasie. Het verhaal is beeldend vertelt, waardoor je de vochtige, donkere ondergrondse gangen bijna ruikt, het vocht van de altijd aanwezige mist op je wangen voelt en de verzengende hitte van knetterende vlammen hoort. Heel, heel mooi weer.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Buskruit en kaneel

Teleurstellend

Nadat het voor mijn gevoel een eeuwigheid op mijn wensenlijstje heeft gestaan, ben ik dan eindelijk aan dit boek begonnen. En het was een beetje een teleurstelling moet ik helaas toegeven. Het boek gaat over een begenadigde kok Owen Wedgwood die door piraten ontvoerd wordt. Om in leven te blijven moet hij elke week een meesterlijke maaltijd maken voor de vrouwelijke kapitein. Alleen zijn de ingrediënten aan boord beperkt, to say the least.

Owen Wedgwood is een beetje een zeikneus. En ergens begrijp ik dat wel, aangezien hij ontvoerd is en zo. Maar ik krijg maar geen binding met hem. Ik zit tijdens het lezen al net zo veel te zuchten van irritatie en verveling, als hij doet op het piratenschip. Pas driekwart boek verder, begint het verhaal wat meer te beklijven en wordt Owen wat makkelijker om lief te hebben. Tegen die tijd is het echter al te laat voor mij; ik wil het boek dan gewoon uit hebben. Met als gevolg dat ik de spectaculaire gevechten op het water, inclusief kanonnen en vreemde spiegelende zonnestralen, niet meer met de focus lees die het nodig heeft om het te volgen. Misschien is het piratengenre ook gewoon niet mijn genre, vond het ever so boring om over weer een kanoninslag te lezen.

Aan het einde volgt ook nog eens een cliché einde, wat de teleurstelling voor mij compleet maakt. Helaas voldeed Buskruik en Kaneel niet aan de verwachtingen die ik er van had.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Marabou stork nightmares

 

Een beetje vreemd, maar wel lekker

Dit boek is een erg vreemd verhaal over Roy Strang die op zoek is naar een marabou in Zuid-Afrika. Het verhaal wordt regelmatig verbroken door rare episodes waarbij Roy aangevallen lijkt te worden, verstoord wordt in het vertellen van zijn verhaal over de vreemde vogel die hij zoekt. Naarmate je in eerste instantie met moeite vordert met het verhaal ontdek je echter dat Roy zijn verhaal vertelt diep in zijn onderbewustzijn. In realiteit ligt hij in coma in het ziekenhuis en de ‘verstoringen’ of ‘aanvallen’ zijn medische checks, zusters die hem wassen of omdraaien en bezoek van zijn vreemde familie.

Het is echt een heel gek verhaal. In het begin vond ik het maar niks, snapte niet goed waar het heen ging en ik raakte enigszins teleurgesteld in Irvine Welsh, toch één van mijn favo auteurs. Maar hoe meer ik las, hoe meer Roy tot leven kwam (bijna letterlijk zelfs). Het platte Schots kwam ook terug in het taalgebruik (lees Welsh áltijd in de originele taal, ik kan me niet indenken dat dit goed vertaald kan worden naar Nederlands; de gedachte daaraan laat mijn tenen krullen van plaatsvervangende schaamte). En hé, uiteraard ook wat bekende bijfiguren die ik inmiddels zo goed ken uit de boeken in de Trainspottingreeks.

Waar het in het begin een redelijk saai en eendimensionaal boek leek, ontvouwde de diepere lagen zich en aan het einde van het boek werd het ook nog eens een pageturner dankzij een plotwending die ik niet direct zag aankomen. Top!

Soms moet je bij het lezen van boek ‘gewoon even doorbijten’, als het niet lekker leest. Dat kan uitmonden in een totally waste of time en diepe teleurstelling, maar er kan ook ineens een juweeltje op papier ontstaan en dan rest na het uitlezen er van een diepe diepe tevredenheid. Loved it!

 

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Een kerstverhaal

Kerstavond ontspoort

“Oh waarom hebben we toch zo lang doorgewerkt,” klaagt Liesbeth terwijl ze kleumend naast haar collega’s op het perron van Eindhoven staat. Het is de dag voor kerst en samen met Erik en John heeft ze tot acht uur ’s avonds door gewerkt. “Het is nu in ieder geval klaar, kunnen we zorgeloos kerst vieren!” glimlacht John, van wie de lippen al een beetje blauw aan lopen van de kou. Al kan dat ook aan de vreemde cocktails liggen die de drie op de kerstborrel op hebben. “Wel grappig om binnen te lopen als iedereen al zatjes is,” had Erik gezegd toen ze om half negen pas aansloten bij de rest van hun collega’s. “Nou, die achterstand hadden de jongens snel weer weten in te halen,” denkt Liesbeth bij zichzelf. Zelf heeft ze maar één van die smerige, blauwe cocktails op. Hij smaakte naar kauwgom en had een vreemde bittere nasmaak.

“Ah shit, vijf minuten vertraging! Als hij maar niet uitvalt!” roept Liesbeth als ze de rode tekst op het bord ziet verschijnen. Het is de laatste trein van vandaag en ze vindt het maar niks om zo laat nog alleen met de trein te moeten. John en Erik houden haar nog gezelschap op het perron, maar hoeven zelf niet met de trein. Die zijn van plan om straks nog de stad in te gaan en ongetwijfeld nog meer alcoholische drankjes te consumeren. En alsof het nog niet erg genoeg, besluit John haar angst nog wat meer aan te wakkeren.

“Pas je straks wel op in de trein? Straks kom je de onthoofde conducteur nog tegen,” grijnst John naar Liesbeth. Erik begint te lachen en voor de vorm glimlacht Liesbeth mee. “Jaja, zeker omdat het kerstavond is. Krijg ik dan straks ook de geest van het verleden, heden en toekomst te zien, net als in dat verhaal van Charles Dickens?” De glimlach verdwijnt van John’s gezicht en ineens zegt hij bloedserieus “Het is anders een bekend verhaal, hoor. Eind 19de eeuw, toen dit traject nog maar net was aangelegd, toen is er een trein verongelukt. Het verhaal gaat dat een conducteur achter twee zwartrijders aanging. Tijdens een wilde achtervolging door de coupés, trokken de schavuiten aan de noodrem. Dat ging in die tijd niet bepaald subtiel: de trein ontspoorde en wat volgde was een grote crash met veel doden. De conducteur zou onthoofd zijn tijdens het ongeluk. Dat ongeluk gebeurde op kerstavond. Sindsdien doet het verhaal de ronde dat elke kerstavond de geest van de onthoofde conducteur gezien wordt in de trein; op zoek naar zwartrijders.” Liesbeth fronst haar wenkbrauwen en voelt een rilling over haar rug trekken. Er hangt een akelige stilte tussen de drie collega’s, John’s gezicht staat nog steeds op standje serieus. Plots doorbreekt Erik de stilte door het laten van een grote boer. “Gadverre…” maar John krijgt geen tijd om zijn woord af te maken; hij kan nog net op tijd opzij springen terwijl Erik een grote stroom aan blauwgroene smurrie overgeeft op het perron.

Tien minuten later zwaait Liesbeth vanuit de trein naar de nu witgekleurde Erik en nors kijkende John op het perron. “John zal ander gezelschap moeten zoeken als hij nog wil gaan borrelen,” denkt Liesbeth bij zichzelf. “Net goed, moet hij me maar niet bang maken.” Zuchtend laat ze zich achterover vallen in de stoel. Het is rustig, niet veel mensen moeten nog naar Tilburg. Ze heeft zelfs de hele coupé voor haarzelf. Normaal gezien vindt Liesbeth een beetje rust wel lekker in de trein op weg naar huis. Dit is echter wel erg rustig. “Zal ik naar een andere coupé lopen,” denkt ze bij haarzelf. Op een of andere manier vindt ze het altijd een beetje eng om geen medepassagiers te zien. Alsof hun aanwezigheid haar geruststelling geeft dat ze niet per ongeluk in een trein zit die naar het rangeerterrein vertrekt, in plaats van de bedoelde eindbestemming. En mocht dat onverhoopt wel gebeuren, dan is ze in ieder geval niet alleen. “Stik, ik blijf gewoon zitten. Niet zo kinderachtig doen, Liesbeth!” mompelt ze zichzelf streng toe.

BWAM!!! Liesbeth schrikt op van een luide klap gevolgd door hard metalig geratel en een hoog gierend geluid. Het licht gaat plotseling uit en het is pikkedonker in de coupé. Dan, even plotseling als het gekomen is, houdt het geraas op en is er weer licht. Liesbeth slaakt een zucht van verlichting: “Het was maar een tegenligger!” Een goederentrein op het naastgelegen spoor passeerde en de luchtdruk en snelheid van beide treinen moet het licht hebben laten knipperen. Gelukkig is er nu weer licht. Alhoewel: de grote lampen in het midden van de coupé, zijn nog steeds uit. De lampjes rechts en links boven de stoelen doen het nog wel en zijn aan daar waar de schakelaar om staat. “Normaal ben ik geen fan van die lampjes, maar nu ben ik er blij mee,” denkt Liesbeth terwijl ze ook het lampje boven haar stoel aanswitcht. Ze trekt haar sjaal dichter om haar hals, het is koud in de trein. “Was het net ook al zo koud? Waar zijn we eigenlijk?” maar door het raam is niets te zien. Niet alleen laten de wolken te weinig maneschijn door om maar iets te kunnen zien, de ramen zijn ook bedekt met een dikke laag ijsbloemen.

Terwijl Liesbeth met haar mouw zinloos over de dikke laag ijs wrijft, hoort ze een zacht zoemend geluid, gevolgd door een harde klik. Zzzzzmmmm KLIK! Zzzzzzzmmmm KLIK! Als Liesbeth haar gezicht draait naar waar ze denkt dat het geluid vandaan komt, ziet ze net hoe één van de lampjes boven de stoelen aan het andere einde van de coupé uit gaat. Zzzzzzmmm, het lampje ernaast begint zenuwachtig te knipperen en dan KLIK! gaat ook dat lampje uit. Liesbeth weet niet goed wat er aan de hand is, maar ze voelt haar hartslag omhoog gaan. Zzzzzzzmmm KLIK! KLIK! Weer twee lampjes uit, “wat is er in godsnaam aan de hand???” denkt ze terwijl ze allerlei mogelijke technische verklaringen probeert te bedenken. Ondertussen zijn er nog maar vijf lampjes aan, inclusief die direct boven haar hoofd. In de verte hoort ze rennende voetstappen, alsof er iemand aan komt rennen door het halletje aan het einde van de coupé. Zzzzzmmmm KLIK! De schuifdeur blijft dicht, niemand komt binnen rennen. Al is het moeilijk te zien, want de duisternis trekt verder op als Zzzzmmmm KLIK KLIK KLIK! alleen het lampje boven haar hoofd nog aan is. Het is inmiddels zo koud in de trein dat Liesbeth’s adem bevriest. Ze maakt kleine wolkjes als ze snel in en uit ademt terwijl haar hart in haar keel bonst. Zzzzzzmmmm “Nee, neeneeneeneeee,” fluitstert ze angstig zachtjes voor zich uit, terwijl haar ogen zich vullen met tranen. Haar gebeden worden echter niet verhoord en met een harde KLIK! gaat ook het laatste lampje uit en is het ineens heel, heel, héél erg donker.

“Rustig, rustig, rustig! Niets aan de hand! Het komt vast door de kou! Ja. Ja, dat klinkt goed. De koud. Door de koud doen de lampjes het niet. Pfffff…. Rustigrustigrustig!” Al prevelend probeert Liesbeth zichzelf tot rust te manen. In de verte hoort ze weer rennende voetstappen, nu in de coupé. “Ha-hallo?” vraagt Liesbeth zachtjes, ze ziet echt helemaal niks. Dan van dichtbij ineens hard gelach en een vlaag koude lucht blaast langs haar heen als de voetstappen vlak naast haar stoel voorbij rennen. De deur naar het halletje achter haar vliegt open en het gerammel van de treinwielen op het spoor, dat altijd harder klinkt in de halletjes, dondert in haar oren. Dan slaat de deur dicht en is het weer stil. Opeens is ze boos. “John!? Erik?!” roept ze hard. “Die eikels houden me voor de gek, natuurlijk! Dat ik daar niet meteen aan heb gedacht!” Boos graait ze naar haar tas op de grond en ze wil net opstaan om achter de voetstappen aan te gaan, als ze de schuifdeur aan het einde van de coupé open hoort gaan.

Ze weet niet waarom, maar besluit te blijven zitten. BOINK. BOINK. BOINK. Het klinkt als serieuze voetstappen, van een grote man. “Hallo?” roept Liesbeth opnieuw, ditmaal wat harder en zekerder klinkend. “Vast de conducteur die komt kijken wat er aan de hand is,” denkt ze bij zichzelf. “Als u op zoek bent naar die rennende jongens, ze kwamen hier net voorbij!” zegt ze ietwat betweterig. Ondanks dat ze zich een klein beetje schuldig voelt voor haar geklikspaan, kan ze een licht tevreden grijns niet onderdrukken. “Stelletje etterbakken, mij zo bang maken…” BOINK. BOINK. BOINK. De zware voetstappen naderen, maar ze hoort verder geen reactie. Zou hij haar wel gehoord hebben? Of is het de conducteur niet? “Het is zo donker, ik kan u niet zien. Wie bent u?” vraagt ze voorzichtig. Aan de stappen te horen is hij nog maar een paar stoelen van haar verwijderd. BOINK. BOINK. Opnieuw komt Liesbeth’s adem in kleine wolkjes uit haar mond. Ze ruikt een licht zure geur, komt dat van die man? BOINK. BOINK. BOINK. BOINK. Dan stopt het. De man, “is het wel een man…??” staat naast Liesbeth’s stoel. Inmiddels trekken buiten de wolken weg voor de maan, waardoor een licht wit schijnsel door de bevroren ramen valt. Liesbeth kan eindelijk weer wat zien en als ze naar de figuur naast haar stoel kijkt, stokt haar adem.

Een dikke, grof geweven donkere broek slobbert om de man’s lange benen. Daarboven een morsig jasje, gekreukeld en een niet meer te lezen naamkaartje. Voor zijn buik hangt een klein, zilveren fluitje en de groezelige handen zijn op de buik ineen gevouwen. Langzaam gaat Liesbeth’s blik naar boven, langs het fluitje e en de brede schouders die verslagen naar beneden hangen. De man zegt nog altijd niks en lijkt op iets te wachten. Liesbeth kijkt vragend op naar de man’s gezicht en gilt het uit. Boven de schouders is niets te zien: de man heeft geen hoofd.

Bevroren van angst staart Liesbeth vol ongeloof naar de leegte voor haar. Dan beweegt de man zijn handen, opnieuw gilt Liesbeth, bang voor wat de man gaat doen. Hij steekt zijn hand uit, die zwart ziet van, ja van wat eigenlijk? Modder, opgedroogd bloed, viezigheid, het is niet goed te zien in het semi-donker. Wel ruikt Liesbeth de sterke zure geur die er vanaf komt, nu de hand zo dicht voor gezicht zweeft. “Elke kerstavond… de geest van de onthoofde conducteur… op zoek naar zwartrijders…” herinnert Liesbeth zich ineens, “het verhaal van John, natuurlijk! Maar… ik ben geen zwartrijder?” Heel voorzichtig, zonder oogcontact (of althans, daar waar ogen hadden moeten zitten) te verliezen met de hoofdeloze man, schuift ze haar trillende hand in haar jaszak. Langzaam haalt ze haar OV-chipkaart tevoorschijn en houdt ze deze voor haar gezicht, vlak voor de groezelige hand. Dan even zo langzaam trekt de man zijn hand terug, draait een halve slag en BOINK. BOINK. BOINK. loopt hij verder door de coupé. Opnieuw dondert het treingeraas door de coupé als de schuifdeur zich opent en opnieuw is het doodstil als deze zich weer sluit.

Zzzzzmmmm KLIK! Licht! Alle lampen floepen aan in de coupé en eventjes kan Liesbeth nog steeds niets zien omdat ze verblind is door het plotselinge licht. Alles ziet er normaal uit; geen hoofdeloze man, wegrennende zwartrijders of wat dan ook te zien. De ijsbloemen zijn verdwenen van de ramen en het voelt lang zo koud niet meer. “Goedenavond dames en heren, binnen enkele minuten komen we binnen op station Tilburg…” klinkt een vrolijke stem door de luidsprekers. Liesbeth staat op en loopt voorzichtig naar het halletje, maar ook daar is niks geks te zien. “Heb ik dit dan allemaal gedroomd? Hmm, misschien is die ene cocktail toch harder aangekomen dan ik dacht. Ik zal wel in slaap gevallen zijn.” Opgelucht en nog een beetje glimlachend over haar eigen doorgeslagen fantasie, stapt Liesbeth uit de trein. Op de roltrap naar beneden, zoekt ze in haar jaszak naar haar OV-chipkaart om uit te kunnen checken. Haar hand vindt echter niet alleen haar chipkaart. Verbaasd staart ze naar het lange zwarte koortje in haar handen met aan het uiteinde een klein, zilveren fluitje.

 

 

4.80 avg. rating (91% score) - 5 votes

Ik ben de nacht

 

Thrillermoe of gewoon flut?

Ik heb de laatste tijd veel thrillers achter elkaar gelezen. En op bepaalde momenten zelfs door elkaar. Misschien dat ik daardoor wat thrillermoe was toen ik in de tweede helft van dit boek belandde. Was er onderhand wel klaar mee. Op zich geen slecht verhaal, beetje goor in de details soms en voorspelbaar, maar ach… welke thriller is nu niet voorspelbaar?

De zwarte kaft waar de naam van de auteur en de titel zwart op staan afgebeeld in glimmende letters, nodigt uit, dat moet ik toegeven. De zijkanten van de pagina’s zijn ook zwart gemaakt, met uitzondering van de titel en de auteur nog eens in witte tekst. Het boek is dus eigenlijk één zwart blok. “Moet wel spannend zijn,” dacht ik bij mezelf. Ik ben ook zo’n goedgelovige, naïeve sucker wat dat betreft. Als iets er mooi uit ziet, denk ik meteen dat het ook goed is.

Een seriemoordenaar die nog eens extra ziek in zijn hoofd lijkt, laat een bloederig spoor van martelingen en dood achter zich. Gruwelijk en schijnbaar ongrijpbaar. Tot hij een ex-politieman tegen het lijf loopt. Is dit dan de enige man die hem kan doen stoppen?

Ja het gegeven is een beetje bizar. Vooral als ze allebei (de ex-politieman en de seriemoordenaar) gaan denken dat ze ook echt elkaars tegenpolen zijn. Ze hebben nog net geen telepatisch contact, maar het scheelt niet veel. Dan haak ik al weer af hè? Vind het dan alweer te vergezocht. Terwijl het best spannend is, hoor. De moorden, de achtervolgingen, zijn redelijk origineel en goed doordacht. Maar ik vind de personages dan weer zo ontzettend flut.

Ik was blij toen ik het uitgelezen had.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Max Havelaar

Enigszins verwarrend

Op een boekenmarkt vind je nog eens iets. In mijn geval is dat ‘iets’ altijd ‘te veel’. Het is maar goed dat ik geen grotere tas had meegenomen; toen ik op een gegeven moment het aantal boeken niet meer kon dragen, was het thuis om naar huis te gaan!

Eén van de aanwinsten is deze modernere versie van Max Havelaar. Blijkbaar heb ik een gezegende jeugd gehad waarbij ik geen enkele keer verplicht ben geweest om dit boek te moeten lezen voor mijn lijst. Kortom; ik kende de titel, de naam van de auteur, maar meer wist ik er ook niet vanaf. Behalve dan dat veel mensen het een draak van een boek vonden.

Nu ben ik altijd wel nieuwsgierig naar ‘de klassiekers’; vaak vallen ze ook heel erg mee. Waarschijnlijk omdat ik ze niet op 16-jarige leeftijd heb móeten lezen, maar ze gewoon vrijwillig las. In mijn eigen tijd. Dus dat hoopte ik ook een beetje voor Max Havelaar. Maar mezelf kwellen met Oudnederlandsch vond ik iets te ver gaan, dus deze in ‘modern’ Nederlands herschreven versie vind ik helemaal prima!

Waar gaat Max Havelaar over? Tja… Het heet officieel ‘Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij’. En het begint ook met een heel wijsneuzerig figuur die voor zo’n koffieveiling werkt en daar uitermate trots op is. Maar behalve de inbreng van deze persoon (die deels het verhaal vertelt), gaat het eigenlijk helemaal niet over koffie. Het gaat over Nederlands-Indië, over uitbuiting, corruptie en onmacht. En over Max Havelaar.

Ik vond het een beetje een verwarrend boek. Er worden allerlei randfiguren opgevoerd die het verhaal van Max Havelaar gaan vertellen. Ik snap niet zo goed de functie van deze figuren, behalve dan dat het afwisseling brengt in de vertelstijl (ik vind Batavus Droogstoppel erg vermakelijk) en waarschijnlijk ook de visie op de zaken die Max Havelaar aan het licht wil brengen. Het is vooral een beetje verwarrend.

Uiteindelijk vond ik de basis van het boek wel interessant; de regenten, assistent-residenten, hoe het ‘werkte’ in Nederlands-Indië. Verder heeft het geen bijzonder diepe indruk gemaakt op me. Ik geloof wel dat het toen het uitgebracht werd, het een bijzonder boek was. En dat het wat dat betreft ook belangrijk is voor de geschiedenis van het koloniale verleden van Nederland. ík voel me na het uitlezen vooral opgelucht dat ik hier nooit een boekverslag van heb moeten maken.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Een klein leven

 

Mokerslag en ‘ugly cry’

Zo. Dit boek komt even aan als een mokerslag. Meerdere malen zelfs. En de ‘ugly cry’ komt ook meermalen voorbij. Kortom: gevaarlijk om in het openbaar te lezen, maar wat een geweldig boek.

Het verhaal speelt zich af in New York en gaat over vier vrienden. Ze ontmoeten elkaar op college, zijn room mates, elkaars beste maten en dat blijven ze ook hun hele leven lang. JB is de excentrieke kunstenaar, Malcolm de talentvolle architect, Willem de succesvolle acteur en Jude de mysterieuze advocaat. Jude draagt een verleden met zich mee waar hij niets over prijs geeft, iets dat zijn vrienden respecteren maar wat ze altijd doet afvragen wat Jude voor vreselijks heeft meegemaakt. Zijn zwijgen en fysieke problemen wijzen op iets verschrikkelijks.

Naarmate de jaren vorderen volg je de vier vrienden tijdens hun leven:  de vriendschap wordt hechter, klapt uit elkaar en ze worden weer opnieuw herenigd. Maar het is vooral Jude die je volgt; hij worstelt met zijn verleden, met zware fysieke pijnen en zijn twijfel en angst over de wereld om hem heen. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties waarbij je als lezer zelf in elkaar krimpt omdat je zo graag wil dat het goed komt, of beter zal gaan.

Regelmatig vind ik het verhaal ook dichtbij komen. Vandaar dat de ‘ugly cry’ dan ook regelmatig bij mij opduikt tijdens het lezen (niemand is mooi als hij/zij huilt, Oprah verwoordde het ooit eens mooi als de ‘ugly cry’, vandaar). De fysieke pijnen, de schaamte, het niet willen accepteren, het vechten tegen de pijn, wauw… Dat komt dan echt wel even binnen. Begrijp me niet verkeerd: zo ellendig als de jeugd van Jude heb ik never nooit niet gehad, maar ik herken toch bepaalde gevoelens en struggles.

Het is zo mooi geschreven dat die 750 pagina’s geen probleem zijn; je wilt met elke pagina meer weten. De personages zijn zo mooi omschreven, dat zelfs de wat horkerige Malcolm en de lompe JB sympathiek worden. Het is geen vrolijk boek en alle ellende maakt het bij vlagen ook zware kost om te lezen. Maar als een boek me ’s nachts wakker laat liggen, me in elkaar laat krimpen, me kriebels in de buik geeft en me ongegeneerd hardop laat snikken en huilen, dan kan ik alleen maar juichen. Wauw… Wát een boek.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

De vrouw die een jaar in bed ging liggen

Flauw niemendalletje

Bij dit soort boeken heb ik altijd het gevoel dat ik dan ook wel boeken kan gaan schrijven. Klinkt misschien zelfingenomen, maar ik vind dit boek zo weinig inhoud hebben, dat het schrijven ervan me heel makkelijk lijkt. En toch is het volgens mij best goed verkocht. En vinden het veel mensen het toch best grappig. Ik? Ik vind het maar een flauw niemendalletje. Ik heb het wel uitgelezen, dus echt heel slecht was het niet. Maar meer kan ik er ook niet echt over zeggen.

Midlifecrisis, empty nest syndroom, psychische inzinking; nog steeds heb ik niet echt een idee waarom hoofdpersoon Eva besluit een jaar lang in bed te blijven liggen. Ze doet er ook heel spastisch over, wil zelfs niet over de vloer naar de badkamer lopen. Dan bedenkt ze een of andere krankzinnige constructie waarbij ze de bedlakens over de vloer uitspreidt, waardoor ze het idee heeft tóch nog in bed te zijn als ze naar het toilet moet.

Nou goed, mevrouw blijft dus in bed liggen en ontmoet gek genoeg daardoor allerlei leuke mensen die haar nieuwe vrienden worden. Haar echtgenoot die altijd alles wat ze deed ‘for granted’ hield, beziet haar door een andere lens en ook haar schoonmoeder en eigen moeder leren haar op een andere manier kennen. De verveelde tweeling die pasgeleden uit huis is gegaan, ontdekken dat lieve moeders niets meer voor hun doet, maar hun doet dat dan gek genoeg weer helemaal niets. Ze blijven de verwende, onsympathieke post-pubers uithangen.

Tja ik weet het niet, ik vond gewoon niemand in het boek echt aanspreken. Verveelde, egocentrische mensen. Allemaal. Ook Eva in haar bed. Je kunt toch wel iets beters verzinnen, denk ik dan bij mezelf. En over het einde ben ik al helemaal niet te spreken. Blijkbaar wist schrijfster Sue Townsend het toen ook allemaal niet meer.

Voor op vakantie is een niemendalletje tussendoor best leuk en vermakelijk. Bij dit boek vond ik het echter een beetje zonde van de tijd. Ik zou ‘m niemand aanraden. Sorry.

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes