Little women

Niet onaardig

Eigenlijk klinkt dat juist heel onaardig, hè? Als ik een boek samenvat als ‘niet onaardig’. Maar zo bedoel ik het niet. Ik vind het echt niet onaardig. Het is geen slecht boek, geen vervelend boek, geen saai boek, geen vreselijk boek. Maar ik kan voor mezelf ook niet zeggen dat ik het een goed boek vond.

In Little women volgen we de vier zussen van het gezin March: Meg, Jo, Beth en Amy. Ze wonen samen met hun moeder in een klein huisje; hun vader vecht in de Amerikaanse burgeroorlog en dus moeten ze het met hun vijven rooien. Alle vier de zussen hebben ieder een eigen uitgesproken persoonlijkheid. Meg is de oudste en zorgzame, Jo de schrijfster vol fantasie en een beetje jongensachtig, Beth is de liefste en heel verlegen, Amy is de jongste en vooral met zichzelf, haar uiterlijk en haar tekenkunst bezig. Samen vormen ze een bont gezelschap dat, samen met buurjongen Laurie, van alles meemaakt.

Little women is echt een kinderboek, dat maakt het verhaal wat simpeler. Aan de andere kant is het geschreven in 1868, dus is het Engels niet altijd even makkelijk. De bijbel en het geloof spelen een enorm belangrijke rol in het boek, eentje waar je echt niet omheen kan. Persoonlijk heb ik daar niet zoveel mee, waardoor ik wat meer afstand tot het verhaal kreeg.

Op zich is het echt wel een aardig verhaal, maar voor mij geen topper. Te oud, te ongelovig, te modern? Wie weet. Maar ik kan wel weer een klassieker van mijn lijstje strepen.

Teacher Man

Pakt niet

Het is alweer lang geleden dat ik De as van mijn moeder heb gelezen, of diens verfilming Angela’s ashes heb gezien. Maar ik weet nog wel dat het verhaal me raakte. Dat het dramatische relaas van zijn jeugd zo pakkend en, ondanks alle ellende, met de nodige humor was geschreven, dat Frank McCourt bij mij meteen in het rijtje ‘leuke auteurs’ kwam te staan.

Snel vergeten

Ik heb volgens mij het vervolg (in het Engels heet het ‘Tis) ook nog gelezen, maar die heeft geen grote indruk op gemaakt en McCourt verdween op de achtergrond. Tot ik Teacher man kreeg van een vriend van mij die zijn boekenkast aan het opruimen was. “Hey! McCourt! Die vond ik wel goed, geloof ik!” Ik was het onindrukwekkende vervolg op zijn debuutroman even vergeten. Ik denk dat ik over een tijdje dit boek, Teacher Man, om dezelfde reden weer zal vergeten.

Anekdotes

Frank McCourt beschrijft zijn ervaringen als jonge leraar in Amerikaanse middelbare scholen. Het is niet echt een groot verhaal, meer een opsomming aan ervaringen en anekdotes met op de achtergrond het volwassen worden en zekerder worden als docent van McCourt zelf.

Gebrek aan interesse

Op zich best leuk opgeschreven en sommige verhalen over zijn interacties met leerlingen zijn vermakelijk om te lezen. Maar het feit dat ik dit boek heel makkelijk opzij kon leggen en tussendoor nog drie andere boeken heb uitgelezen, is wel tekenend voor het gebrek aan interesse van mijn kant. Aardig boekje; pakt niet.

Gotta get Theroux This

Geinig inkijkje, wel enigszins teleurstellend

Oe naar deze heb ik al zo lang uitgekeken!! Ik ben een groot fan van de documentaires van Louis Theroux. Zijn interviews verlopen vloeiend en natuurlijk, zelfs wanneer de geïnterviewde zichtbaar kregelig wordt van de soms wat aangedikte naïeve vraagstelling van Louis. Ondanks dat de gespreksonderwerpen vaak ver af staan van de doorgaande maatschappelijk-verantwoorde visies van de meeste mensen, worden de ‘gekkies’ altijd in hun waarde gelaten, hoe wereldvreemd hun (al dan niet in de praktijk gebrachte) levensstijltheorieën ook zijn. Hoe doet Theroux dat? Wat is zijn geheim? Daar wil ik over lezen!!

Beetje teleurstellend

Ik zal het meteen maar toegeven, het boek is wat dat betreft een beetje teleurstellend. Het is zeker wel vermakelijk om te lezen over Theroux’s twijfels en het ‘maar wat aanrommelen’ dat hem schijnbaar toevallig in de journalistiek heeft doen belanden. Het is dus geen groot geheim of speciale interviewtactiek: hij is gewoon… zichzelf.

Zelfspot

In zijn beschrijvingen over zijn jeugd, zijn eerste relatie en de eerste stappen in de tv-wereld, hanteert Theroux een cynische toon. Dat hij zichzelf nog steeds niet serieus neemt, en zijn jongere zelf al helemaal niet, spat van de pagina’s af. Op zich is een beetje zelfspot niet verkeerd en in zijn documentaires komt dat vaak ook naar boven (als een manier om het ijs te breken?), maar het continue zichzelf neerhalen gaat op een gegeven moment wel vervelen. Maar dat kan ook komen omdat ik hem zo hoog had zitten en dat nu blijkt dat hij eigenlijk maar gewoon een mens is.

Jimmy Savile

Veel hoofdstukken zijn gewijd aan zijn documentaires en vertellen vaak hoe een bepaalde aflevering (of serie afleveringen) tot stand zijn gekomen. Aangezien ik net op NPO-gemist de meeste documentaires recent nog heb gezien, was dit af en toe een beetje saai om te lezen. Daarnaast heeft zijn ervaring met Jimmy Savile zo’n grote indruk gemaakt op Louis, dat de later van misbruik en verkrachting beschuldigde oud-tv-presentator (en geldinzamelaar voor goede doelen), veel (heel veel) paginaruimte krijgt.

Journalistieke godheid

Conclusie: het boek voldeed niet helemaal aan mijn hoge verwachtingen, maar daar leg ik meer de schuld van bij mezelf dan bij hem. Louis kan er niets aan doen dat ik recentelijk veel van die docu’s heb gezien en dat ik hem tot een soort van onkreukbare journalistieke godheid had bestempeld. Verder vond ik het wel een geinig inkijkje in de wereld van de documentaires, al is het soms wat langdradig. Laat hem maar gewoon documentaires blijven maken van de gekkies van de wereld. Kan ie veel beter!

Daisy Jones & The Six

Duurt te lang

Deze staat al heel lang op mijn wensenlijstje. Ik had er allerlei goede dingen over gelezen. Dat wilde ik nu zelf ervaren! Ik las ‘m in het Engels, puur omdat ik ‘m vond in de Engelse selectie van de boekenwinkel. Het had niet veel uitgemaakt als ik het in het Nederlands had gelezen, al had ik dan misschien de (bij)namen van de vele drugs die voorbijkomen, eerder kunnen (her)kennen.

Daisy Jones & The Six gaat over een band die heel veel succes had eind jaren zeventig en toen uit elkaar gingen. Het was bekend dat er veel strubbelingen in de band waren, maar wat nu de precieze reden was voor het uit elkaar gaan op hun hoogtepunt, dat was onbekend. Het boek zou geïnspireerd zijn door de band Fleetwood Mac, die ook niet bestond zonder de persoonlijke strubbelingen en roddels.

De stijl is opmerkelijk: het boek is geschreven alsof je een documentaire zit te kijken. Om en om komen de verschillende personen aan het woord. Ze vullen elkaar aan of spreken elkaar soms tegen. De mensen die aan het woord komen zijn de bandleden (Daisy Jones en Billy Dunne als zangers en belangrijkste personen komen het meeste aan het woord), maar ook de geluidstechnicus, critici, partners en de manager komen aan het woord.

De personages beginnen hun verhaal met de opkomst van de band The Six, het ontwikkelen van de persoonlijkheid van Daisy Jones en hoe die twee samenkomen en uiteindelijk het wereldwijde succes van de band.

In het begin is die vertelstijl echt leuk en spannend. Het leest als een trein, want het zijn allemaal korte quotes die elkaar in een rap tempo opvolgen. De personages zijn ook sympathiek, ik wilde echt weten hoe het nu verder met ze ging.

Waar de vertelstijl in het begin nog zo nieuw en spannend is, gaat het me op een gegeven moment echter tegenstaan. Het leest snel, maar het verhaal ontwikkelt zich maar langzaam. Je merkt ook dat de schrijfster af en toe vastloopt in dat documentaire-/interviewconcept en dan maar één personage een hele dialoog laat ‘navertellen’.

Al met al duurt en duurt het maar. De spanning tussen de personages loopt op. Omdat iedereen aan het woord moet komen en er zijn of haar kijk op moet geven, wordt die spanningsboog veel te ver opgerekt.

Aan de ene kant vind ik dit boek origineel, heeft het sympathieke personages en een boeiend verhaal. Aan de andere kant duurt het allemaal net iets te lang en mist de vertelstijl net dat beetje meer waardoor het echt een verhaal wordt. Het blijft nu allemaal wat fragmentarisch.

Eleanor Oliphant is completely fine

Grappig met een donker randje

Daar heb je weer zo’n ‘vliegveldboek’! Ook deze kocht ik in Dublin in de kiosk. De titel had ik al eens eerder voorbij zien komen in de catalogus van de leesclub. Iemand zei toen dat ze die al gelezen had en dat het een erg leuk boek was. Dus toen ik dit zag staan, borrelde dat meteen naar boven. Met andere woorden: meteen afrekenen die hap!

Eleanor Oliphant is een beetje ‘peculiar’. Ze is erg op zichzelf en vindt andere mensen over het algemeen maar vervelend. Ze gaat naar haar werk waar ze vooral zo min mogelijk interactie wenst met die domme collega’s van haar, gaat op vrijdagmiddag na haar werk naar de supermarkt, haalt pizza en twee flessen wodka, waarmee ze het weekend doorkomt. En op maandag begint alles opnieuw.

In eerste instantie lijkt het alsof Eleanor (die het verhaal ook zelf verteld) autistisch of op een of andere manier contactgestoord is. Maar uit haar wekelijkse telefoongesprekken met haar moeder (‘mummy’), blijkt al snel dat ze een niet echt liefdevolle jeugd heeft gehad. En haar moeder zit nu ergens waar ze wel kan bellen, maar niet langs kan gaan. De gevangenis?

Gaandeweg ontmoet Eleanor Raymond: het IT-mannetje bij haar op kantoor die op een dag haar computer moet bijwerken, want Eleanor kan niet meer inloggen. Ze moet uiteraard niets hebben van deze onverzorgde kind-man, zoals ze hem noemt (hij draagt t-shirts met cartoonpersonages en flodderige hoodies). Raymond laat zich echter niet zo snel afschrikken door Eleanor.

Wat volgt is een voorzichtige vriendschap waarin Eleanor steeds meer uit haar schulp kruipt. Haar wereld wordt groter en mooier, maar ook haar geheimen en verleden krijgen zo meer ruimte. En dat vindt Eleanor heel, heel moeilijk.

Meer ga ik niet over het verhaal vertellen, dat heb ik nu al genoeg gedaan. Wat ik nog wel wil zeggen is dat het een heel leuk boek is. Eleanor is een beetje gek en omdat zij het verhaal vertelt, wordt het bij vlagen ook erg grappig. Vooral haar observaties van (het gedrag van) de andere mensen om haar heen, zijn heel komisch. Haar geheimzinnige verleden en vinnige moeder geven het verhaal het nodige rafeltje en de romantische noot is voor de zanger van de band waar Eleanor helemaal verliefd op is, en Raymond natuurlijk. En het wordt vanzelf spannend naarmate alles samen komt. Kortom: alles in één!

Happiness

Pretentieus en overrated

Het lezen gaat snel nu, door de sociale isolatie. Terwijl buiten het coronavirus rond raast, lees ik binnen op de bank mijn boeken. Fysiek zit ik vast op één plek, maar in mijn hoofd zijn nog zoveel werelden te ontdekken. Zo ook de wereld in Happiness.

In het kader van ‘be Columbus’ heb ik mezelf enkele maanden geleden opgegeven voor een leesclub. Nog niet eerder gedaan en toen ik de oproep las op de site van Giannotten, dacht ik: “Ik kan het allicht eens proberen.” Dit was dan specifiek de leesclub voor Engelstalige boeken. En de bedoeling is ook dat wij, de groep, dit in het Engels gaan bespreken met elkaar.

Happiness heeft mij echter, ondanks de titel, weinig vreugde gebracht. Als ik dit boek puur voor mezelf had gelezen, dan had ik het al lang weggelegd en niet uitgelezen. Wat een verschrikkelijk boek. Kan best zijn dat de schrijfster allerlei prijzen heeft gewonnen en dat dit een uniek inkijkje geeft in de grootstedelijke problematiek van immigratie en wat dan al… Ik vond het vooral stom.

Het boek gaat over een Amerikaanse wetenschapper, Jean, die in Londen is om de vossen in de stad te bestuderen. De andere lijn is het verhaal van Attila, een Afrikaanse man die in de stad is om een lezing te geven over post-traumatische stoornissen. Attila’s nichtje, die in Londen woont, is haar zoontje kwijt en samen met Jean, die haar vossen-observeer-netwerk hiervoor om hulp vraagt, gaat Attila op zoek naar het kind.

Wat volgt is een slordig geheel van te veel toevalligheden en door elkaar lopende verhaallijnen van Attila, Jean en nog wat randpersonages die ook van alles meegemaakt hebben. De schrijfster heeft een soort van parallel willen trekken tussen de vossen en immigranten in de stad; allebei door mondiale, eco-sociale redenen naar de stad getrokken en allebei gehaat door de bewoners. Zoiets. Dat is wat ik er uit haal. En ik vind het een beetje vergezocht, eerlijk gezegd.

Nu ben ik geen immigrant (of vos), dus ik kan dat natuurlijk nooit zo zeggen. Wat weet ik er nu van? Maar wat ik wel weet is dat ik het vreselijk lezen vond. Het verhaal gaat van hot naar her (van Afghanistan naar Londen, van een wolvenvanger tweehonderd naar geleden tot een demente ex-geliefde en een jongetje dat zich verstopt in een parkeergarage). De afstand tussen de personages, maar ook die naar de lezer toe, blijft te groot waardoor je simpelweg geen binding krijgt met het verhaal. De flashbacks zijn heel hinderlijk cursief gedrukt waardoor ik het ook visueel ook gewoon vervelend lezen vond. En het dúúrt lang! Veel te lang. Denk je dat het afgelopen is als het kind is gevonden? Nee, dan suddert het nog veel te lang door, zonder echt zichtbaar een punt te maken. Ik bedoel: wat is nu het verhaal? Wat wordt er nu verteld? Wat moet ik hier nu uit halen? Geen idee.

Kortom. Geen leuk boek. Zou het zeker niet aanbevelen. Te langdradig. Te onsamenhangend. Te vergezocht. Benieuwd wat de rest van de groep ervan vindt!

Elevation

Geinig verhaaltje

Ik houd van vliegveldboekenkopen. Dat werkwoord verzin ik ter plekke, maar ik ben er wel erg goed in. Ik vind het al moeilijk om met lege handen uit een gewone boekenhandel te lopen, op het vliegveld lukt het me al helemaal niet. Het zijn ook nooit echt winkel-winkels. Het zijn een soort van hoekjes weggemoffeld in wachtruimten, met snacks, flesjes drinken, tijdschriften en naar mij schreeuwende kleurige boekcovers. En die kan ik simpelweg niet weerstaan.

Ook nu weer, op Dublin Airport. Voor ik het weet sta ik te snuffelen in de boekenhoek en heb ik al drie titels in mijn handen. Het voordeel van alleen handbagage is, in mijn geval dan, dat er geen drie boeken meer bij passen. Plus: ondanks dat de boekenprijs in Ierland een stuk lager ligt dan in Nederland, laat ik nu eens niet overdrijven en mezelf in bedwang houden.

Long story short: het werden er twee in plaats van drie. En eentje daarvan was dit leuke boekje. Het was precies lang genoeg voor de vlucht Dublin-Amsterdam (inclusief de altijd irritant lange taxitijd op Schiphol). En ondanks dat ik geen korte-verhaalfan ben, vond ik deze erg vermakelijk. Laat story telling maar aan Stephen King over.

Hoe of wat is niet helemaal duidelijk, maar Scott Carey ervaart in dit verhaal de omgekeerde zwaartekracht. Ondanks dat zijn lichaamsomvang niet verandert, verliest hij elke dag gewicht. In het begin is dat nog leuk, want zo voelt hij zich een stuk fitter en kan makkelijker een stuk gaan rennen bijvoorbeeld. Maar het gewichtsverlies blijft doorgaan, totdat hij als een soort van Neil Armstrong op de maan bij elke stap meters omhoog en vooruitschiet.

Het blijft bijzonder hoe dat brein van Stephen King werkt: hoe komt hij hier nu weer op? Het is een beetje een gek verhaal, maar leuk om te lezen. Ondanks dat het fantasy is, weet King’s vertelstijl het toch realistisch te houden. Dat komt ook mede door de verhaallijnen van Scott’s buurvrouwen en de gepensioneerde huisarts die hem bijstaan.

Gelukkig voor mij bleef mijn elevation uit en landde ik veilig op Schiphol, terwijl Scott in mijn boek steeds vaker tegen zijn plafond aanvloog. Maar mijn leesplezier was zeker wel elevated tijdens het lezen van dit boekje.

The sewing machine

Hartverwarmend troostrijk

Een tijdje terug zat ik op Bol.com te struinen door de nog niet verschenen titels. Eentje die snel naar boven kwam, was De naaimachine van Natalie Fergie. De associatie met mijn moeder, die altijd zo van kleding maken hield, was al snel gemaakt. Nieuwsgierig las ik de beschrijving.

In The sewing machine gaat het om verschillende generaties die dezelfde Singer-naaimachine gebruiken. Het begint in 1911 met Jean die de naaimachine test in de fabriek. Dan verplaatst het perspectief zich een halve eeuw vooruit naar Connie en haar moeder. In 2016 is het Connie’s kleinzoon die de naaimachine gebruikt.

Omdat ik natuurlijk geen geduld had om te wachten tot het boek verscheen, kocht ik het in het Engels. Aangezien het verhaal zich in Schotland afspeelt, leek het me ook toepasselijk.

In het boek wisselt het perspectief per hoofdstuk naar een ander personage. Jean’s man wordt ontslagen bij Singer vanwege zijn aandeel in een grote staking in de Singerfabriek. Connie erft de naaimachine van haar moeder en kan er beter mee overweg dan die moderne elektrische dingen. Fred is werkloos, heeft het kleine flatje van zijn opa geërfd en leert de geheime van de oude naaimachine kennen.

Door deze wisseling van perspectief per hoofdstuk, weeft Fergie het verhaal prachtig in elkaar. Wanneer ik las over Jean en haar man aan het front in de Eerste Wereldoorlog, wilde ik tegelijk ook weten of Connie nu voor die lange, knappe Alfred zou vallen en wat gaat Fred doen nu hij zonder werk en vriendin ineens in dat kleine flatje in Edinburgh zit?

Het mooie vond ik de beschrijvingen van hoe de liefde standhoudt. Dat klinkt wat zoetsappig, maar ik vond het hartverwarmend en troostend. Begrijp me niet verkeerd, het is geen romantisch epos, een en-toen-kuste-hij-haar-en-kwam-alles-goed-verhaal. Het gaat over familiebanden, over geheimen en verdriet, over hoe je iets óver moet hebben voor de liefde.

Het boek was me veel te snel uit. Heerlijk leesvoer waar je warm van binnen door voelt.


P.S.: Het boek is inmiddels ook in het Nederlands uit. 🙂

My brother’s name is Jessica

Tenenkrommend pijnlijk en hartverwarmend tegelijk

Afgelopen week had ik een John Boyne-week. Eerst al Een ladder naar de hemel en nu dan ook My brother’s name is Jessica. De titel en de kaft spreken al redelijk voor zich, Boyne verdiept zich in zijn laatste Young Adult boek in de wereld van de transgender. En dan met name in wat dat doet met de persoon zelf en haar directe omgeving.

De jonge Sam is aan het woord. Hij is dertien jaar en heeft geen vrienden. Zijn beste vriend is zijn grote broer Jason, waar hij enorm tegenop kijkt. Het is dan ook een schok voor Sam als Jason op een avond aan hem en zijn ouders vertelt dat hij zich eigenlijk een meisje voelt.

Sam en Jason’s ouders werken in de politiek en staan in de spotlight. Hun moeder wil premier van Engeland worden en hun vader is haar persoonlijke assistent. Kortom; er is maar weinig tijd voor hun kinderen en al helemaal niet voor een puber die blijkbaar door een fase gaat en ineens meisje wil zijn. Wat een onzin.

Hier wordt het verhaal tenenkrommend pijnlijk. Voor Jason. Ook Sam wil er niet aan dat zijn broer eigenlijk zijn zus wil zijn. Er volgens een aantal pijnlijke woordenwisselingen en een genante gezinssessie bij de psycholoog. Als Jason bij zijn tante gaat wonen omdat hij daar wel kan zijn wie hij wil zijn (welkom Jessica), dan begint het te dagen bij Sam (en ook zijn ouders) wat zij Jason aan hebben gedaan.

Boyne beheerst de kunst om in het hoofd van zijn hoofdpersonages te kruipen en hun gevoelens eerlijk en geloofwaardig op te schrijven; of hij nu voor jongvolwassenen of volwassenen schrijft. Juist die tenenkrommende pijnlijkheid, die schijnbare ongevoeligheid van Jason’s ouders, de worstelingen van Sam om zijn zus te accepteren, die maken het verhaal zo levend.

Uiteindelijk is het einde niet bijzonder verrassend, misschien ook zelfs een beetje te cliché, maar ach, dat is niet erg. Het is juist fijn als sprookjes eindigen met een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Zeker in de ongetwijfeld ingewikkelde leefwereld van transseksualiteit.

A spot of bother

Hysterisch vermakelijk

Na het lezen van Het wonderlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, werd ik door een vriend getipt over het andere leuke boek van Haddon: Een akkefietje. Tijdens een donatie aan de tweedehandsboekenwinkel in de stad, zag ik Haddons naam in de overvolle kast staan van het winkeltje. A spot of bother heet het boek van origine en aangezien ik er nu toch was, en ik zin had om weer eens een Engelstalig boek te lezen, én omdat ik deze al lang op mijn wensenlijstje had staan, nam ik hem mee naar huis. En ik moet zeggen: hij voldeed op alle fronten aan de verwachtingen!

Doordraaien

Het boek begint met George Hall, een man van middelbare leeftijd die geniet van zijn pensioen. Maar als hij een rode plek op zijn huid vindt, begint hij een beetje door te draaien. Hij is ervan overtuigd dat het huidkanker is en dat hij zal sterven (al zegt zijn huisarts dat het gewoon eczeem is).

Ondertussen heeft zijn vrouw een affaire met een ex-collega van George, is zijn dochter wel/niet van plan te trouwen met een man die collectief afgekeurd wordt door de familie Hall en bevindt zoonlief zich in een relationele crisis omdat hij niet weet of hij zijn vriendje mee moet nemen naar de bruiloft van zijn zus.

Keeping up appearances

Het vertelperspectief wisselt bij elk hoofdstuk naar een van de gezinsleden en het is erg vermakelijk hoe iedereen lichtelijk hysterisch een het doordraaien is. En dan wel op een zeer Britse manier: als anderen er maar geen last van hebben. Keeping up appearances!

Af en toe gaat het wel een beetje over the top, maar ach de personages zijn sympathiek en je wil gewoon verder blijven lezen. Ondanks dat het een vrij trieste bedoeling is, met al die gekke mensen, proef je als lezer vooral de liefde van de gezinsleden voor elkaar. Dus eigenlijk is het ook een heel mooi verhaal waarbij de liefde uiteindelijk alle hordes overwint en de van elkaar vervreemde familieleden weer samen brengt.

Verschrikkelijk mis

Oeps! Dat was een spoiler! Maar goed, het is al vanaf de eerste pagina’s duidelijk dat dit zo’n verhaal is waar eerst alles verschrikkelijk mis moet gaan, voor het weer min of meer goed komt. Ik vind het leuk en heb erom moeten grinniken.