Frankenstein

Meer zielig dan eng

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Frankenstein van Mary Shelley uitkwam. Een goede reden om mijn tanden in deze klassieker te zetten! Dat en het was rond Halloween dat ik eraan begon: leek me ook wel een goed genoeg excuus om een griezelboek te gaan lezen.

Alleen vond ik het niet echt een griezelboek, meer een zielig verhaal… maar daarover straks meer.

Het boek begint met een briefwisseling tussen een beetje een blaaskaak van een man die zijn zus schrijft. Hij lijdt een expeditie naar de Noordpool en pikt een drenkeling uit het water: Victor Frankenstein. De man is ernstig verzwakt en blijft maar herhalen dat hij iets vreselijks heeft gedaan. Victor doet zijn verhaal over hoe hij als jonge ambitieuze wetenschapper een monster heeft gecreëerd. Een monster dat zo verschrikkelijk is, dat je er niet naar kunt kijken. Zo lelijk, zo vreselijk. En zijn doel is om zijn monster te vermoorden om zo een einde te maken aan zijn helse creatie.

Tijdens het verhaal komt Victor Frankenstein uitgebreid aan het woord (veel boeiender dan die blaaskaak op zijn schip) en ook het monster vertelt zijn verhaal. Een schrijnend verhaal over gebrek aan liefde en compassie, over frustratie en uiteindelijk ontembare woede met moord tot gevolg.

Uiteindelijk is dat ook wat blijft hangen bij mij: de triestheid van het monster. Hij wil zo graag erbij horen, voelt ook liefde en compassie in zijn hart. Maar hoe hij het ook probeert, hij wordt verstoten door zijn uiterlijk en monsterlijke voorkomen. Hij is niet trots op hoe zijn frustratie daarna uiting vindt (het moorden en mentaal kapotmaken van zijn createur). Zo sneu.

Ik vond het mooi hoe de hoofdpersonages ingevuld zijn: met goede en slechte kanten (ook het monster dus). Die Frankenstein is een beetje een zwakkeling die bij elk probleem in een soort van verlammende  hysterische toestand belandt. Dat vind ik dan wel weer grappig. En het monster dat aan de ene kant zoveel liefde en warmte kan voelen en aan de andere kant zo makkelijk het leven uit iemand kan persen.

Ik moet bekennen dat ik alle intro’s en aanvullende blabla in het boek niet heb gelezen. Daar had vast interessante informatie over de auteur in gestaan, over de tijdgeest waarin het boek geschreven werd, etc. Mij gaat het gewoon om het verhaal zelf. En ik vond het een mooi verhaal. Een verhaal dat de tijd goed doorstaan heeft: niet ouderwets of suf. Af en toe wat langdradig, maar ach, daar heb ik geen moeite mee.

Monte Carlo

Mooi melancholisch

Mijn wensenlijstje is zo lang, dat het niet altijd makkelijk is om te onthouden welke titels er allemaal op staan en waarom ik ze er op heb gezet. Om die laatste reden wil het dan wel eens gebeuren dat ik de lijst ‘opruim’ zonder dat ik de titels ook daadwerkelijk gelezen heb. Alles om de lijst overzichtelijker en ‘do-able’ te maken.

Tijdens een uitverkoop van mijn favo boekenwinkel, gleden mijn vingers over de zwart-witte kaft van Monte Carlo van Peter Terrin. Ik was inmiddels alweer drie boeken verder in de doos vol afgeprijsde boeken, toen -‘wait, what?’- ik weer snel terug rommelde naar het boekje. Ja ik wist het zeker, dit boek staat op mijn lijstje! Al heel lang!

Na een controle op de mobiel bleek echter dat de titel tijdens een van mijn opruimsessies al van de lijst verdwenen was. Toch kon ik me nog herinneren dat ik hierover in De Boekenkrant had gelezen. En dat het aangeprezen werd als een meeslepend verhaal. Ik draaide het boek om en las de kaft:

Monaco, mei 1968. Net voor de start van de grand prix formule 1 is het publiek getuige van een vreselijk ongeluk. De bescheiden Jack Preston, monteur bij Team Lotus, redt het leven en vooral het gezicht van Deedee, jonge filmster en belichaming van de nieuwe zeden. Weer thuis bij zijn vrouw, in een afgelegen Engels dorp waar de jaren vijftig maar moeilijk wijken, wacht Jack met verlangen en angst op een teken van Deedee, dat zijn leven zal veranderen.

Ik ben blij dat ik me nog kon herinneren dat dit boek op mijn lijstje heeft gestaan. Want het was echt heel leuk om te lezen. Het is geen dik boek en de hoofdstukken zijn erg kort. Hierdoor ligt het leestempo lekker hoog.

De hoofdpersoon is een man van weinig woorden, toch leefde ik al binnen een paar hoofdstukken mee met de man die zo droomt van zijn ‘moment of fame’. Omdat hij daar zo naar verlangt en toch zo lang op moet wachten, heeft het allemaal een prachtige melancholische sfeer.

Aan het einde van het boek had ik het idee dat er wat meer pagina’s aan de andere personages besteed had mogen worden. Ik verdwaalde een beetje tussen de namen van de andere dorpsgenoten die ineens in de laatste hoofdstukken ook een rol gaan spelen in het verhaal, maar eigenlijk nooit echt geïntroduceerd zijn.

Ondanks dat het einde hierdoor wat afgeraffeld over kwam (alsof Terrin ineens tijd of pagina’s te kort kwam), vond ik het een mooi verhaal. Niet te lang en niet te moeilijk, maar toch zo vol van mooie gevoelens van liefde en gemis.

 

Het zevende kind

Prachtige dikke pil, maar oh zo moeizaam leesvoer

‘Deze roman houdt je tot zijn adembenemende einde in z’n greep.’ staat op de achterflap van dit boek. Het is een mening van ‘Margriet’.  Nu weet ik niet of dit een willekeurige vrouw met de naam Margriet is geweest, of het gelijknamige vrouwentijdschrift (I know, I know, waarschijnlijk die laatste hè), maar ik durft deze uitspraak toch wel enigszins te betwisten.

Het zevende kind van Erik Valeur gaat over een kinderweeshuis in Denemarken waar niet alles gaat zoals het lijkt. Het is niet zo perfect en netjes als de directrice doet beweren. Marie is geadopteerd door de directrice en woont haar hele leven al in het weeshuis. Ze ontdekt dat zij, samen met zes andere baby’s destijds een clubje apart vormden. Op één of andere manier zijn de zeven kinderen nergens terug te vinden in de administratie: niets over hun geboorte en ook niets over hun adoptie. Nu Marie volwassen is, wil ze het raadsel ontrafelen en gaat ze op zoek naar de verhalen van de zeven kinderen en datgene wat hun bindt. Want waarom staan ze niet in de anders zo netjes bijgehouden administratie? Welke geheimzinnige rol speelt de directrice hierin? En de minister die zo’n bijzondere interesse in het weeshuis heeft? Waarom moeten de zeven kinderen geheim blijven?

Op zich ben ik het eens met ‘Margriet’ dat dit boek me aan het einde zeker wel in z’n greep hield (al valt het niet mee om een ruim 700 pagina’s dik boek vast te grijpen). De ontrafeling van het verhaal blijft verrassend en nergens wordt het voorspelbaar. Dat is dus positief. Maar het was een hele klus om tot dat einde toe te komen!

De zinsbouw en de structuur van het verhaal maakten dit boekn tot een heel moeilijk leesbaar boek. Het pakte gewoon niet. Niet alleen het verhaal heeft een verrassend einde, ook de vele zinnen in het boek lopen net niet allemaal zoals je zou verwachten. Met gevolg dat ‘lezen op de automatische piloot’ er niet in zit: regelmatig moest ik terug om een zin nogmaals te lezen, omdat ik ergens een woord over het hoofd had gezien waardoor de hele alinea niet meer klopte. Uitermate vermoeiend.

De sfeer in het boek is ook nog zo iets: Valeur neemt zijn tijd om de zeven kinderen één voor één voor te stellen en creëert een mysterie op het ministerie waar gesteden wordt om zoveel mogelijk kiezers en een mogelijke promotie. De sfeer komt koel en afstandelijk over. Alsof er geen gevoel zit in de hoofdpersonen. En eerlijk gezegd blijft dat ook wel tot het einde van het boek aan toe. Wellicht met opzet, een typische Scandinavische afstandelijkheid? Het maakt het uitlezen van het boek echter wel tot een uitdaging.

Na het een keer voor een paar weken weggelegd te hebben toen ik op éénderde van het verhaal zat, besloot ik het toch uit te willen lezen. Gelukkig pakte het verhaal nadat ik over de helft was langzaamaan steeds beter, al bleef de afstand tot de personages en was het lezen niet bepaald ontspannend door de eigenaardige schrijfstijl. Maar! Ik ben blij dat ik het uit heb!

Tenzij je echt niets anders te doen hebt en je fan bent van die typsche Scandinavische afstand tot emotie, gevoel, etc, zou ik dit boek echt niemand aanraden. Het is een mooie kaft, een prachtige dikke pil in de boekenkast, maar het voelt als huiswerk. Het lezen ging me veel te moeizaam om hier echt van te genieten. Jammer. Ik zal niet snel nog iets van Valeur lezen.

Kom hier dat ik u kus

 

Meesterlijk kapot

Ik geloof dat ik een nieuw genre heb ontdekt. Na Lize Spit’s Het smelt,  en de (wat late) ontdekking van De helaasheid der dingen van Dimtiri Verhulst (oe, oe, oe! Mag ook zeker niet Erwin Mortier vergeten), ben ik nu gegrepen door Griet op de Beeck. Ik denk dat ik dit genre maar omdoop tot Vlaamse melancholie. Och wat een heerlijke triestheid en zo mooi geschreven. Ik zou willen dat ik het Nederlands zo goed zou beheersen als Op de Beeck dat kan. Ze schrijft over ‘kapotte mensen die anderen ongewild kapot maken’. Meersterlijk!

Dus: geen vrolijk boek. Allerminst. Het gaat over Mona, die je in het boek tegenkomt als kind, als 24-jarige en als 35-jarige. En gaandeweg lees en leer je hoe ze geworden is tot het mens dat ze is: kapot. Haar verwrongen relatie met haar ouders en stiefmoeder, de worstelingen in het leven waar ze op latere leeftijd tegenaan loopt. Het niet om kunnen gaan met liefde maar er zo naar hunkeren. En dat heel mooi opgeschreven.

Ik wilde al een tijdje Griet op de Beeck lezen, maar ja; zoveel boeken, zo weinig tijd. Dus het is er pas recent van gekomen. Ik weet nu al dat ik meer van haar weer lezen. Misschien zelfs wel alles! Al moet ik zeggen dat het Boekenweekgeschenk dat ze dit jaar geschreven heeft, niet zo heel spannend was. Ook zeker niet slecht, het was zelfs ontwapenend en liefdevol. En ook hier weer het prachtige woordgebruik. Maar ik moet bekennen dat ik zojuist even moest opzoeken waar het overging; dat was ik alweer vergeten. Kom hier dat ik u kus vergeet ik niet zomaar. Deze blijft wel hangen en laat me nog even nagloeien.

 

Een klein leven

 

Mokerslag en ‘ugly cry’

Zo. Dit boek komt even aan als een mokerslag. Meerdere malen zelfs. En de ‘ugly cry’ komt ook meermalen voorbij. Kortom: gevaarlijk om in het openbaar te lezen, maar wat een geweldig boek.

Het verhaal speelt zich af in New York en gaat over vier vrienden. Ze ontmoeten elkaar op college, zijn room mates, elkaars beste maten en dat blijven ze ook hun hele leven lang. JB is de excentrieke kunstenaar, Malcolm de talentvolle architect, Willem de succesvolle acteur en Jude de mysterieuze advocaat. Jude draagt een verleden met zich mee waar hij niets over prijs geeft, iets dat zijn vrienden respecteren maar wat ze altijd doet afvragen wat Jude voor vreselijks heeft meegemaakt. Zijn zwijgen en fysieke problemen wijzen op iets verschrikkelijks.

Naarmate de jaren vorderen volg je de vier vrienden tijdens hun leven:  de vriendschap wordt hechter, klapt uit elkaar en ze worden weer opnieuw herenigd. Maar het is vooral Jude die je volgt; hij worstelt met zijn verleden, met zware fysieke pijnen en zijn twijfel en angst over de wereld om hem heen. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties waarbij je als lezer zelf in elkaar krimpt omdat je zo graag wil dat het goed komt, of beter zal gaan.

Regelmatig vind ik het verhaal ook dichtbij komen. Vandaar dat de ‘ugly cry’ dan ook regelmatig bij mij opduikt tijdens het lezen (niemand is mooi als hij/zij huilt, Oprah verwoordde het ooit eens mooi als de ‘ugly cry’, vandaar). De fysieke pijnen, de schaamte, het niet willen accepteren, het vechten tegen de pijn, wauw… Dat komt dan echt wel even binnen. Begrijp me niet verkeerd: zo ellendig als de jeugd van Jude heb ik never nooit niet gehad, maar ik herken toch bepaalde gevoelens en struggles.

Het is zo mooi geschreven dat die 750 pagina’s geen probleem zijn; je wilt met elke pagina meer weten. De personages zijn zo mooi omschreven, dat zelfs de wat horkerige Malcolm en de lompe JB sympathiek worden. Het is geen vrolijk boek en alle ellende maakt het bij vlagen ook zware kost om te lezen. Maar als een boek me ’s nachts wakker laat liggen, me in elkaar laat krimpen, me kriebels in de buik geeft en me ongegeneerd hardop laat snikken en huilen, dan kan ik alleen maar juichen. Wauw… Wát een boek.

 

De een zijn dood

Krachtige personages in relatief weinig pagina’s

In De een zijn dood wisselt het verhaal een aantal keren van perspectief. Het begint bij een ex-rechercheur die tegenwoordig erfgenamen opspoort bij het overlijden van een persoon zonder vrienden en nabestaanden. Bij het overlijden van een kluizenaar weet hij in oude correspondentie twee jonge vrouwen terug te vinden die beide een grote rol in het leven van de overleden man hebben gespeeld. Als blijkt dat één van de vrouwen momenteel met een zware psychose kampt, besluit de ex-rechercheur samen met de andere vrouw het kapitaal te verduisteren. Dit met de gedachte dat niemand daar achter zal komen.

Na het perspectief van Wim de ex-rechercheur, verschuift het naar Sofie (de dame die samen met Wim het geld opstrijkt) en Francien (de vrouw met de psychose). Het is een mooi geschreven puzzel waarvan de stukjes langzaam in elkaar vallen en uiteindelijk tot een triest eindresultaat komen.

Wederom geen vrolijk boek dus van Bernlef, maar ik blijf het bijzonder vinden hoe de man in het hoofd van zijn personages kan kruipen en ze zo krachtig kan neerzetten in relatief weinig pagina’s. Daarnaast speelt het een groot deel af op het Schotse eiland Skye, waar ik onlangs nog op vakantie ben geweest. Dat geeft voor mij ook altijd een extra dimensie aan het verhaal; als het op een favoriete plek van mezelf afspeelt. Geheel suggestief natuurlijk, maar zo werkt dat nu eenmaal voor míj.

De korte hoofdstukken en vlotte schrijfstijl maken ook dit boekje tot een ééndagsboek: zo uit. Het verhaal heeft verder ook niet zo veel om handen, maar de sfeer beklijft en ook na het uitlezen gaan mijn gedachten uit naar de twee jonge vrouwen in het boek.

Op slot

Mooi naargeestig en melancholisch

Ook deze keer verliet ik weer met een volle rugzak het tweedehandsboekenwinkeltje. Potverdrie. Ik ging echt alleen maar boeken wégbrengen! Maar zo gaat het nu eenmaal altijd. En zeg nu zelf; een ongelezen Bernlef met harde kaft voor maar die euro kan ik toch niet laten liggen?

In ‘Op slot’ kijkt de gepensioneerde fotograaf Dick terug op zijn vriendschap met kunstschilder IJsbrand. Samen met de dochter van de kunstenaar reconstrueert hij het leven dat IJsbrand leefde met zijn schilderijen en zijn vrouw Nadia, al jaren geleden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Wat volgt is een melancholisch verhaal over misgelopen liefde en het onbedoeld opsluiten van elkaars geliefde. Opsluiten in de kunst.

Al vanaf pagina 1 zit ik in het verhaal, zoals altijd bij het lezen van Bernlef. Het verhaal bouwt zich mooi op en de sfeer is naargeestig en triest. Het is zo mooi opgeschreven, dat je het verhaal voor je ogen ziet; alsof je naar beelden kijkt in plaats van hun omschrijving leest. Dat vind ik nog het mooiste aan Bernlef’s schrijfstijl; het is meeslepend zonder opsmuk. Geen moeilijke woorden of ingewikkelde zinconstructies. Niet vlak, maar ook niet moeilijk.

Wat mij betreft een mooi boekje. Het is zo uit (na slechts een ochtendje lezen), maar dat is met al zijn boeken zo. En na het lezen van wat dramatisch slechte boeken de laatste weken, was dit echt heel fijn om tussendoor te snoepen.

 

Pride and prejudice

Om in je hart te sluiten en altijd van te blijven houden

Als tiener begreep ik er niet zoveel van, hoor; dat gedweep met Mr. Darcy. Mijn moeder keek naar de BBC-serie Pride and Prejudice (met Colin Firth als Arsy Darcy) en ik keek wel met een schuin oog mee, maar vond het vooral ‘saa-haai!’. Alleen maar gepraat, blablabla, en een man met te grote bakkebaarden.

Sindsdien heb ik de serie nooit meer gezien, maar wel eens stukjes. En dan begon ik die man met bakkebaarden toch meer te waarderen. Toen kwamen natuurlijk de Bridget Jonesfilms, waarin Firth ook al een Arsy Darcy speelde. Toen was ik om; wat een leuke man!

Maar goed, dat Pride and Prejudice, dat ‘ge-blablabla’, daar had ik niet zo’n behoefte aan. Tot een vriendin onlangs tegen me zei “Je móet dat boek echt lezen! Het is geweldig!” Hmmm…. Zal ik me er dan toch aan wagen? Dan toch wel in het Engels, taalpurist als ik ben, en dan ook wel met een beetje een mooie cover. Als ik het dan niks vind, staat het in ieder geval mooi in de kast.

Ik had een saai, duf verhaal verwacht, met veel te lange dialogen en oninteressante non-ontwikkelingen. Maar neee! Helemaal niet! Het was inderdaad geweldig! Het is komisch (de moeder en de vreselijke zussen), tragisch (ach arme Jane en wat een nare zussen heeft die Mr. Bingley toch!) en romantisch (oh ja, Mr. Darcy, zucht, zwijmel, hm-mm, ja die!). Betoverende landhuizen, sprookjesachtig Engels landschap, schommelende rijtuigen, hysterische moeders, kanten kraagjes en wapperende bakkebaarden. En geen moment saai. Verre van.

Over het algemeen ben ik geen fan van romantische boeken (met uitzondering van een guilty pleasure Santa Montefiore op z’n tijd), vind ze vaak te zoet en voorspelbaar. Maar Pride and Prejudice is wat mij betreft the mother of all romantic books. En dat bedoel ik juist positief; alle andere romantiek steekt er vanaf nu maar zwakjes bij af (ik overdrijf natuurlijk, maar ben nu eenmaal vol van dit boek). Pure drama, meeslepende dialogen en personages om in je hart te sluiten en altijd van te blijven houden.

PS: de betreffende BBC-serie heb ik inmiddels ook weer eens bekeken. Smullen!

 

De helaasheid der dingen

Verrassend goed

Ik weet het, ik weet het; je leest de titel van het boek en dan mijn kopje hierboven. “Hoezo ‘verrassend goed’?? Dit boek heeft zichzelf toch al lang bewezen??” Dat zal vast ook wel, maar ik was toch nog niet eerder overtuigd om het een kans te geven.

Enkele jaren geleden zag ik eens een stuk van de verfilming en ik kwam midden in een scene terecht waarin men samen zat in een vies huis en alleen maar over smerige dingen aan het roepen was. Het ging over vrouwen, over drinken, etc. Ik vond het maar niks, dacht bij mezelf ‘wat ordinair’ en liet het links liggen. De film heb ik ook verder gezapt.

Madame had het dus weer eens hoog in haar bol, hahaha! Maar goed, feit is, dat het me gewoon niet aansprak; een boek over alleen maar drinken en platvloerse humor. Maar deze zomer las ik het boekenweekgeschenk van Dimitri Verhulst (De zomer hou je ook niet tegen), en toen was ik toch wel prettig verrast. Dus toen ik De helaasheid der dingen in de tweedehandsboekenwinkel zag liggen, besloot ik het er op te wagen. “Ik kan het altijd proberen,” was mijn gedachte.

In De helaasheid der dingen vertelt een schrijver over het dorp waar hij is opgegroeid, waar hij met zijn vader inwoont bij zijn oma. Zijn moeder is verdwenen, hij moet het met zijn vader en ooms doen die de dagen doorbrengen in de kroeg en zich bezighouden met kampioenschappen bierdrinken. Het resulteert in een komisch verhaal met een zekere trieste ondertoon.

Die trieste ondertoon verkoopt het voor mij, dat is wat ik miste in die drie minuten film die ik voorbij zag komen (niet echt representatief, drie minuten filmkijken, ik weet het). Er zit veel meer in dit verhaal dan alleen bierdrinken en platte taal. En uiteindelijk is het een komisch maar ook gevoelig verhaal vol weemoed, humor en verdriet. En helemaal niet ‘ordinair’.

 

De hoge bergen van Portugal

Verwarrend en teleurstellend

Veel wisselende emoties tijdens het lezen van dit boek. Soms saai en traag, dan weer doorratelend en veel te veel in korte tijd. En uiteindelijk blijf ik achter met een groot vraagteken. Want wat ik nu precies heb zitten lezen, weet ik net zo goed.

In De hoge bergen van Portugal worden drie verhalen verteld. Ze hebben één ding gemeen: ze spelen zich af in, hoe kan het ook anders, de hoge bergen van Portugal. Ondanks dat de drie verhalen zich in andere decennia afspelen, kruizen de verhalen elkaar uiteindelijk toch. Soms komt een voorwerp terug, dan weer een persoon. En in alle drie de verhalen komen de dood van een kind en een chimpansee terug.

In het eerste deel gaat Tomás op zoek naar een bijzondere crucifix. Hij gebruikt daarvoor een auto, toentertijd één van de eerste exemplaren in Portugal en dus onbekend op het platteland dat hij doorkruist. Dit verhaal heb ik vooral als erg saai ervaren. Halverwege het hoofdstuk besefte ik me dat het bij Yann Martel waarschijnlijk niet om de eindbestemming gaat, maar om de reis (denk maar aan Het leven van Pi, waar het grootste gedeelte van het verhaal het hoofdpersonage ook ‘op reis’ is). Aan het einde van het hoofdstuk versnelt het verhaal wat, waarna het in een anticlimax eindigt.

Een patholoog speelt de hoofdrol in het tweede hoofdstuk. De eerste helft van dit deel vond ik werkelijk om niet door heen te komen. Een ratelend betoog over de geheime boodschap in Agatha Christie’s detectives. En ook hier versnelt het verhaal aan het einde en wordt het vooral erg raar. Ik vond het uiteindelijk wél boeiend.

Deel drie is ook een beetje een gek verhaal waarin een weduwnaar besluit zijn leven in Canada op te zeggen, een chimpansee te kopen en ermee in Portugal gaat wonen. Het is het vermakelijkste verhaal van de drie en, waarschijnlijk omdat dit ook het laatste deel is, er vallen meer stukjes van de puzzel geschetst in de eerste twee verhalen, op hun plek.

Al met al blijf ik het een verwarrend boek vinden. Tijdens het eerste hoofdstuk was ik bang dat het uitlezen van dit boek een hele bevalling zou worden, dat viel gelukkig mee. Maar ik heb verder geen idee wat ik met de verhalen aan moet. Zijn er diepere lagen die ik gemist heb, is de symboliek aan mij voorbij gegaan? Eén groot vraagteken. En daardoor ook een beetje een teleurstelling.