De een zijn dood

Krachtige personages in relatief weinig pagina’s

In De een zijn dood wisselt het verhaal een aantal keren van perspectief. Het begint bij een ex-rechercheur die tegenwoordig erfgenamen opspoort bij het overlijden van een persoon zonder vrienden en nabestaanden. Bij het overlijden van een kluizenaar weet hij in oude correspondentie twee jonge vrouwen terug te vinden die beide een grote rol in het leven van de overleden man hebben gespeeld. Als blijkt dat één van de vrouwen momenteel met een zware psychose kampt, besluit de ex-rechercheur samen met de andere vrouw het kapitaal te verduisteren. Dit met de gedachte dat niemand daar achter zal komen.

Na het perspectief van Wim de ex-rechercheur, verschuift het naar Sofie (de dame die samen met Wim het geld opstrijkt) en Francien (de vrouw met de psychose). Het is een mooi geschreven puzzel waarvan de stukjes langzaam in elkaar vallen en uiteindelijk tot een triest eindresultaat komen.

Wederom geen vrolijk boek dus van Bernlef, maar ik blijf het bijzonder vinden hoe de man in het hoofd van zijn personages kan kruipen en ze zo krachtig kan neerzetten in relatief weinig pagina’s. Daarnaast speelt het een groot deel af op het Schotse eiland Skye, waar ik onlangs nog op vakantie ben geweest. Dat geeft voor mij ook altijd een extra dimensie aan het verhaal; als het op een favoriete plek van mezelf afspeelt. Geheel suggestief natuurlijk, maar zo werkt dat nu eenmaal voor míj.

De korte hoofdstukken en vlotte schrijfstijl maken ook dit boekje tot een ééndagsboek: zo uit. Het verhaal heeft verder ook niet zo veel om handen, maar de sfeer beklijft en ook na het uitlezen gaan mijn gedachten uit naar de twee jonge vrouwen in het boek.

Op slot

Mooi naargeestig en melancholisch

Ook deze keer verliet ik weer met een volle rugzak het tweedehandsboekenwinkeltje. Potverdrie. Ik ging echt alleen maar boeken wégbrengen! Maar zo gaat het nu eenmaal altijd. En zeg nu zelf; een ongelezen Bernlef met harde kaft voor maar die euro kan ik toch niet laten liggen?

In ‘Op slot’ kijkt de gepensioneerde fotograaf Dick terug op zijn vriendschap met kunstschilder IJsbrand. Samen met de dochter van de kunstenaar reconstrueert hij het leven dat IJsbrand leefde met zijn schilderijen en zijn vrouw Nadia, al jaren geleden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Wat volgt is een melancholisch verhaal over misgelopen liefde en het onbedoeld opsluiten van elkaars geliefde. Opsluiten in de kunst.

Al vanaf pagina 1 zit ik in het verhaal, zoals altijd bij het lezen van Bernlef. Het verhaal bouwt zich mooi op en de sfeer is naargeestig en triest. Het is zo mooi opgeschreven, dat je het verhaal voor je ogen ziet; alsof je naar beelden kijkt in plaats van hun omschrijving leest. Dat vind ik nog het mooiste aan Bernlef’s schrijfstijl; het is meeslepend zonder opsmuk. Geen moeilijke woorden of ingewikkelde zinconstructies. Niet vlak, maar ook niet moeilijk.

Wat mij betreft een mooi boekje. Het is zo uit (na slechts een ochtendje lezen), maar dat is met al zijn boeken zo. En na het lezen van wat dramatisch slechte boeken de laatste weken, was dit echt heel fijn om tussendoor te snoepen.

 

Pride and prejudice

Om in je hart te sluiten en altijd van te blijven houden

Als tiener begreep ik er niet zoveel van, hoor; dat gedweep met Mr. Darcy. Mijn moeder keek naar de BBC-serie Pride and Prejudice (met Colin Firth als Arsy Darcy) en ik keek wel met een schuin oog mee, maar vond het vooral ‘saa-haai!’. Alleen maar gepraat, blablabla, en een man met te grote bakkebaarden.

Sindsdien heb ik de serie nooit meer gezien, maar wel eens stukjes. En dan begon ik die man met bakkebaarden toch meer te waarderen. Toen kwamen natuurlijk de Bridget Jonesfilms, waarin Firth ook al een Arsy Darcy speelde. Toen was ik om; wat een leuke man!

Maar goed, dat Pride and Prejudice, dat ‘ge-blablabla’, daar had ik niet zo’n behoefte aan. Tot een vriendin onlangs tegen me zei “Je móet dat boek echt lezen! Het is geweldig!” Hmmm…. Zal ik me er dan toch aan wagen? Dan toch wel in het Engels, taalpurist als ik ben, en dan ook wel met een beetje een mooie cover. Als ik het dan niks vind, staat het in ieder geval mooi in de kast.

Ik had een saai, duf verhaal verwacht, met veel te lange dialogen en oninteressante non-ontwikkelingen. Maar neee! Helemaal niet! Het was inderdaad geweldig! Het is komisch (de moeder en de vreselijke zussen), tragisch (ach arme Jane en wat een nare zussen heeft die Mr. Bingley toch!) en romantisch (oh ja, Mr. Darcy, zucht, zwijmel, hm-mm, ja die!). Betoverende landhuizen, sprookjesachtig Engels landschap, schommelende rijtuigen, hysterische moeders, kanten kraagjes en wapperende bakkebaarden. En geen moment saai. Verre van.

Over het algemeen ben ik geen fan van romantische boeken (met uitzondering van een guilty pleasure Santa Montefiore op z’n tijd), vind ze vaak te zoet en voorspelbaar. Maar Pride and Prejudice is wat mij betreft the mother of all romantic books. En dat bedoel ik juist positief; alle andere romantiek steekt er vanaf nu maar zwakjes bij af (ik overdrijf natuurlijk, maar ben nu eenmaal vol van dit boek). Pure drama, meeslepende dialogen en personages om in je hart te sluiten en altijd van te blijven houden.

PS: de betreffende BBC-serie heb ik inmiddels ook weer eens bekeken. Smullen!

 

De helaasheid der dingen

Verrassend goed

Ik weet het, ik weet het; je leest de titel van het boek en dan mijn kopje hierboven. “Hoezo ‘verrassend goed’?? Dit boek heeft zichzelf toch al lang bewezen??” Dat zal vast ook wel, maar ik was toch nog niet eerder overtuigd om het een kans te geven.

Enkele jaren geleden zag ik eens een stuk van de verfilming en ik kwam midden in een scene terecht waarin men samen zat in een vies huis en alleen maar over smerige dingen aan het roepen was. Het ging over vrouwen, over drinken, etc. Ik vond het maar niks, dacht bij mezelf ‘wat ordinair’ en liet het links liggen. De film heb ik ook verder gezapt.

Madame had het dus weer eens hoog in haar bol, hahaha! Maar goed, feit is, dat het me gewoon niet aansprak; een boek over alleen maar drinken en platvloerse humor. Maar deze zomer las ik het boekenweekgeschenk van Dimitri Verhulst (De zomer hou je ook niet tegen), en toen was ik toch wel prettig verrast. Dus toen ik De helaasheid der dingen in de tweedehandsboekenwinkel zag liggen, besloot ik het er op te wagen. “Ik kan het altijd proberen,” was mijn gedachte.

In De helaasheid der dingen vertelt een schrijver over het dorp waar hij is opgegroeid, waar hij met zijn vader inwoont bij zijn oma. Zijn moeder is verdwenen, hij moet het met zijn vader en ooms doen die de dagen doorbrengen in de kroeg en zich bezighouden met kampioenschappen bierdrinken. Het resulteert in een komisch verhaal met een zekere trieste ondertoon.

Die trieste ondertoon verkoopt het voor mij, dat is wat ik miste in die drie minuten film die ik voorbij zag komen (niet echt representatief, drie minuten filmkijken, ik weet het). Er zit veel meer in dit verhaal dan alleen bierdrinken en platte taal. En uiteindelijk is het een komisch maar ook gevoelig verhaal vol weemoed, humor en verdriet. En helemaal niet ‘ordinair’.

 

De hoge bergen van Portugal

Verwarrend en teleurstellend

Veel wisselende emoties tijdens het lezen van dit boek. Soms saai en traag, dan weer doorratelend en veel te veel in korte tijd. En uiteindelijk blijf ik achter met een groot vraagteken. Want wat ik nu precies heb zitten lezen, weet ik net zo goed.

In De hoge bergen van Portugal worden drie verhalen verteld. Ze hebben één ding gemeen: ze spelen zich af in, hoe kan het ook anders, de hoge bergen van Portugal. Ondanks dat de drie verhalen zich in andere decennia afspelen, kruizen de verhalen elkaar uiteindelijk toch. Soms komt een voorwerp terug, dan weer een persoon. En in alle drie de verhalen komen de dood van een kind en een chimpansee terug.

In het eerste deel gaat Tomás op zoek naar een bijzondere crucifix. Hij gebruikt daarvoor een auto, toentertijd één van de eerste exemplaren in Portugal en dus onbekend op het platteland dat hij doorkruist. Dit verhaal heb ik vooral als erg saai ervaren. Halverwege het hoofdstuk besefte ik me dat het bij Yann Martel waarschijnlijk niet om de eindbestemming gaat, maar om de reis (denk maar aan Het leven van Pi, waar het grootste gedeelte van het verhaal het hoofdpersonage ook ‘op reis’ is). Aan het einde van het hoofdstuk versnelt het verhaal wat, waarna het in een anticlimax eindigt.

Een patholoog speelt de hoofdrol in het tweede hoofdstuk. De eerste helft van dit deel vond ik werkelijk om niet door heen te komen. Een ratelend betoog over de geheime boodschap in Agatha Christie’s detectives. En ook hier versnelt het verhaal aan het einde en wordt het vooral erg raar. Ik vond het uiteindelijk wél boeiend.

Deel drie is ook een beetje een gek verhaal waarin een weduwnaar besluit zijn leven in Canada op te zeggen, een chimpansee te kopen en ermee in Portugal gaat wonen. Het is het vermakelijkste verhaal van de drie en, waarschijnlijk omdat dit ook het laatste deel is, er vallen meer stukjes van de puzzel geschetst in de eerste twee verhalen, op hun plek.

Al met al blijf ik het een verwarrend boek vinden. Tijdens het eerste hoofdstuk was ik bang dat het uitlezen van dit boek een hele bevalling zou worden, dat viel gelukkig mee. Maar ik heb verder geen idee wat ik met de verhalen aan moet. Zijn er diepere lagen die ik gemist heb, is de symboliek aan mij voorbij gegaan? Eén groot vraagteken. En daardoor ook een beetje een teleurstelling.

De zomer hou je ook niet tegen

Vermakelijk tussenboekje

de-zomer-hou-je-ook-niet-tegenNa het lezen van enkele dikke pillen, is het altijd fijn om even een ‘zo uit’-boekje te lezen. Is bovendien ook uitermate gunstig voor mijn #boekperweek-quotum. Dat is een actie die ooit vanuit de bibliotheek is ontstaan. Een oproep op social media om een boek per week te lezen en dit te delen op Twitter (vandaar de hashtag), Pinterest en wat dan ook. Ik heb me niet aangesloten bij de officiële pagina (wat anderen lezen interesseert me eerlijk gezegd niet), maar ik vind het gegeven wel leuk. Vorig jaar kwam ik er net eentje te kort (stom 2015 met zijn 53 weken), dus dit jaar lijkt het me wel leuk om te halen!

In ieder geval; klein dun boekje, zo uit, goed voor het quotum. De zomer hou je ook niet tegen is het boekenweekgeschenk van vorig jaar (damn it, had ik het vorig jaar maar gelezen, dan had ik het wel gehaald). Het gaat over een man van begin zestig die een zwaar gehandicapte jongen uit zijn verzorgingsinstelling ontvoerd. Hij meent de jongen mee naar Frankrijk. Eenmaal daar aangekomen vertelt de man de jongen, waarvan hij niet het idee heeft dat hij ook maar een woord begrijpt van wat hij zegt, het verhaal van de liefdesverhouding die hij met de moeder van de jongen heeft gehad.

In het begin van het boekje had ik zeker niet verwacht dat het zo’n mooi verhaal zou worden. De hoofdpersoon lijkt in het begin vooral erg raar en een beetje praatziek. Maar uiteindelijk komt er een bijna klassiek te benoemen liefdestragedie aan het licht die me weet te ontroeren.

Het boekje is inderdaad ‘zo uit’ en het was fijn om te lezen. Een mooi afgerond betoverend en bij vlagen ook grappig verhaal.

 

Het smelt

Soms is triest gewoon heel, heel erg mooi

het-smeltZo’n titel die continue voorbijkomt; in aanbevelingslijstjes, op bestselleroverzichten, op Twitter, Facebook en tv. Je kunt er eigenlijk niet omheen. Zo ervaar ik dat ook bij Het smelt van Lize Spit. Een donkere kaft, de titel in het wit, een vage afbeelding van wat lijkt op een schep. Het spreekt niet direct aan. Maar ja, na alsmaar die titel voorbij te zien komen (én de enthousiaste reacties en aanbevelingen), toch maar eens lezen waar het boek over gaat. Op de achterflap:

“In Eva’s geboortejaar worden in het kleine Vlaamse Bovenmeer slechts twee andere kinderen geboren, allebei jongens. De drie maken er hun hele jeugd samen het beste van, tot de puberteit aanbreekt. Opeens ontstaan er andere verhoudingen. De jongens bedenken wrede plannen en de bedeesde Eva kan hieraan meedoen of haar enige vrienden verraden. Die keuze is geen keuze.”

Het is een soort van coming of age verhaal, met een nare wending. In het boek wisselen de hoofdstukken van vroeger en nu elkaar af. De hoofdstukken van nu gaan over Eva die studeert in Brussel en sinds jaren weer terugkomt in haar geboortedorp vanwege een feestelijke uitnodiging van één van haar jeugdvrienden. En de hoofdstukken over vroeger gaan over de lome zomers die het drietal met elkaar doorbrachten en de verandering in hun vriendschap die er langzaamaan in sluipt.

Ik vond het een prachtig boek. Het betoverende Vlaams-Nederlandse taalgebruik van Lize Spit, de schuchtere Eva die je al het geluk van de wereld gunt, de sinistere spelletjes die de jongens spelen en dan langzaamaan ontvouwt zich een drama voor je ogen waar je even niet goed van wordt (inlcusief einde).

Zeker, zéker gaan lezen! Pas op, het is geen vrolijk boek. Je gaat er niet van lachen. Maar het is zo mooi geschreven en soms is triest ook gewoon heel, heel erg mooi.

De ontdekking van de hemel

Een mooi ‘grote-mensensprookje’

de-ontdekking-van-de-hemelEindelijk! Eindelijk heb ik ‘m uit! Als drie jaar ligt De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch bij mij in de kast op het ‘nog te lezen-plankje’. En elke keer verzon ik wel een excuus om aan een ander boek te beginnen; want ja… Het is toch wel een dik boek (900 pagina’s) en het zal wel zware kost zijn. Deze vakantie had ik als belangrijkste doel; beginnen aan De ontdekking en deze hopelijk ook uít lezen. En dat is gelukt! En ik was positief verrast!

Het boek begint met de vriendschap tussen Onno (een brallerige know-it-all bal) en Max (arrogante vrouwenverslindster). Ze hebben niets gemeen met elkaar, behalve hun hoge gehalte ‘blabla’, maar worden de beste vrienden. Uiteindelijk trouwt Onno zelfs met een ex-vriendin van Max (no harmed feelings) en raakt zij zwanger.

Dan wordt het verhaal complexer; van wie is het kind? En hoe loopt een bijna fataal auto-ongeluk af? En waar bemoeien die twee hemelbewaarders zich toch mee?

Ondanks dat het boek 900 pagina’s dik is en er dus genoeg gebeurt, wil ik niet te veel verklappen. Ik had in het begin wat moeite met het oeverloos gelul tussen de twee vrienden die op hun dertigste denken dat ze alles al weten. Aan de andere kant is het een prachtige opbouw en vorming van de twee belangrijkste karakters in het boek. Beiden winnen aan sympathie, zelfs als hun levens uit elkaar groeien en ze nog maar één link hebben: Quinten, de zoon van Ada en Onno.

Aan het einde van het verhaal wordt het wat zweverig en vaag, maar ook dat zij vergeven. Het is een mooi bedacht ‘grote-mensensprookje’ met personages en een boeiende verhaallijn. Een klassieker, zeker weten. En ik ben blij dat ik ‘m gelezen heb.

Anna

Dystopisch avontuur dat je wel uit móet lezen!

AnnaNog niet zo lang geleden had ik een haat-liefdeverhouding met de Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti. Na het lezen van ‘Ik haal je op, ik neem je mee’ vond ik zijn schrijfstijl druk, vermoeiend en voorzien van een hoop blabla. Echt Italiaans dus. Maar het boek ‘Ik ben niet bang’ vond ik weer wonderschoon en meeslepend. Dus wat nu te denken van deze gekke Italiaan? Het lezen van ‘Ik en jij’ gaf de doorslag; die kwam als de dreun van een mokerslag bij me binnen. Het is maar een dun boekje, maar Ammaniti wist me daarmee voor zich te winnen.

Nu dan het nieuwste boek van Ammaniti: Anna. Goh, eens een titel die niet met ‘ik’ begint, is mijn eerste gedachte. Maar het zijn wel weer kinderen die de hoofdrol spelen. Dat vind ik mooi, ik heb een soft spot voor boeken met kinderen en jongeren in de hoofdrol.

In Anna gaat het over de twaalfjarige Anna die voor haar kleine broertje zorgt. Door een mysterieus virus zijn alle volwassenen op het eiland Sicilië overleden, dus ook hun ouders. Elke dag trekt Anna eropuit om, samen met haar hond, op strooptocht tussen de ruïnes en uitgebrande winkelcentra, op zoek naar eten en drinken. De duizenden weeskinderen die ook nog op het eiland leven, voelen steeds meer als een bedreiging. Ze vormen bendes en beroven Anna en haar broertje van hun ouderlijk huis. Nu staan ze er echt alleen voor. Anna besluit om samen met haar broer naar het vaste land te vertrekken, in de hoop dat daar nog wel volwassenen leven die hun kunnen helpen.

Het boek is een toffe vreemde combinatie van sciencefiction, dystopie en jeugdavontuur. Het wordt echter nergens kinderlijk of flauw; Ammaniti schuwt de gruwelijke details niet in zijn verhaal. Het is geen sprookje of romantisch epos, het leest eerder weg als een thriller. Halverwege het boek kakt de spanning een beetje in, maar gelukkig slingert de auteur snel een draai aan het verhaal waardoor je weer verder móet lezen, tot de laatste pagina aan toe.

Het is een origineel verhaal dat goed in elkaar zit. De personages zijn sympathiek en hun belevenissen boeiend. De eigenaardige mix van (wellicht niet eens zo heel onrealistische) sciencefiction en de spannende reis die Anna en haar broertje afleggen, maken het juist voor mij een origineel en pakkend boek. Heerlijk om me in te verliezen tijdens het lezen. Met Anna heeft Niccolò Ammaniti definitief mijn hart gestolen.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl

Het boek van de Baltimores

Veel belovend begin, helaas lichte anticlimax aan het einde

Het boek van de BaltimoresNa het grote succes van Joël Dicker’s debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert is Marcus Goldman terug! Dicker kiest er voor om de eigenwijze, ietwat megalomane en egocentrische Goldman opnieuw als hoofdpersoon te laten stralen in zijn langverwachte tweede roman: Het boek van de Baltimores.

In dit verhaal neemt Marcus Goldman je mee terug naar zijn jeugd, naar de spannende avonturen die hij tijdens vakanties met zijn twee neven beleefde. Samen noemden ze zich ‘de Goldman gang’ en hun vriendschapsband was onbreekbaar. Althans, tot het leven zich ermee bemoeide.

Wat had ik een zin om dit boek te gaan lezen! Lekker dik, hoofdstukken die dan weer in de tijd vooruit sprongen, dan weer als een flashback toelichting verschaften op dat wat gebeurd was. Kortom, een boek om het koppie bij te houden. Vanaf de eerste pagina zat ik ook helemaal ín het verhaal.

Ik las over de tegenstelling in de familie Goldman; hoe de Goldmans in Baltimore (ook wel de Baltimores genoemd) zwommen in het geld, en de tak in Montclair die steevast de eindjes aan elkaar moest knopen. Gaandeweg het boek duiken er links en rechts steeds meer mysteries op. Geheimen waar Marcus zelf ook meer van wil weten, maar het lijkt wel of iedereen wat voor hem te verzwijgen heeft. En wat verzwijgt hij toch zelf voor de lezer, wat is er gebeurd met ‘de Goldman gang’ en nog belangrijker: wat ging er mis?

Na driekwart boek verzandt het verhaal enigszins in al deze vragen en onduidelijkheden. Dicker wil duidelijk de spanning tot het einde van het boek vasthouden, maar het wordt wat vervelend om elke keer vlak voor een onthulling weer in de tijd terug te springen of afgewimpeld te worden. Ik had af en toe de neiging om te roepen naar de pagina voor me: “voor de draad ermee! Kom op!”. Heeft uiteraard geen enkele zin, maar het geeft een beetje weer wat al dat wachten met me deed.

Door dit blijven uitwringen van het verhaal, is voor mij de algehele leeservaring een lichte anticlimax te noemen. Begrijp me niet verkeerd, de wereld die Joël Dicker zo ogenschijnlijk makkelijk schept en de meeslepende personages, gaan bij mij als zoete broodjes naar binnen. In dat opzicht heb ik ook echt genoten van het boek. Al was het waarschijnlijk beter geweest als het honderd pagina’s eerder geëindigd was.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl