De zomer hou je ook niet tegen

Vermakelijk tussenboekje

de-zomer-hou-je-ook-niet-tegenNa het lezen van enkele dikke pillen, is het altijd fijn om even een ‘zo uit’-boekje te lezen. Is bovendien ook uitermate gunstig voor mijn #boekperweek-quotum. Dat is een actie die ooit vanuit de bibliotheek is ontstaan. Een oproep op social media om een boek per week te lezen en dit te delen op Twitter (vandaar de hashtag), Pinterest en wat dan ook. Ik heb me niet aangesloten bij de officiële pagina (wat anderen lezen interesseert me eerlijk gezegd niet), maar ik vind het gegeven wel leuk. Vorig jaar kwam ik er net eentje te kort (stom 2015 met zijn 53 weken), dus dit jaar lijkt het me wel leuk om te halen!

In ieder geval; klein dun boekje, zo uit, goed voor het quotum. De zomer hou je ook niet tegen is het boekenweekgeschenk van vorig jaar (damn it, had ik het vorig jaar maar gelezen, dan had ik het wel gehaald). Het gaat over een man van begin zestig die een zwaar gehandicapte jongen uit zijn verzorgingsinstelling ontvoerd. Hij meent de jongen mee naar Frankrijk. Eenmaal daar aangekomen vertelt de man de jongen, waarvan hij niet het idee heeft dat hij ook maar een woord begrijpt van wat hij zegt, het verhaal van de liefdesverhouding die hij met de moeder van de jongen heeft gehad.

In het begin van het boekje had ik zeker niet verwacht dat het zo’n mooi verhaal zou worden. De hoofdpersoon lijkt in het begin vooral erg raar en een beetje praatziek. Maar uiteindelijk komt er een bijna klassiek te benoemen liefdestragedie aan het licht die me weet te ontroeren.

Het boekje is inderdaad ‘zo uit’ en het was fijn om te lezen. Een mooi afgerond betoverend en bij vlagen ook grappig verhaal.

 

Het smelt

Soms is triest gewoon heel, heel erg mooi

het-smeltZo’n titel die continue voorbijkomt; in aanbevelingslijstjes, op bestselleroverzichten, op Twitter, Facebook en tv. Je kunt er eigenlijk niet omheen. Zo ervaar ik dat ook bij Het smelt van Lize Spit. Een donkere kaft, de titel in het wit, een vage afbeelding van wat lijkt op een schep. Het spreekt niet direct aan. Maar ja, na alsmaar die titel voorbij te zien komen (én de enthousiaste reacties en aanbevelingen), toch maar eens lezen waar het boek over gaat. Op de achterflap:

“In Eva’s geboortejaar worden in het kleine Vlaamse Bovenmeer slechts twee andere kinderen geboren, allebei jongens. De drie maken er hun hele jeugd samen het beste van, tot de puberteit aanbreekt. Opeens ontstaan er andere verhoudingen. De jongens bedenken wrede plannen en de bedeesde Eva kan hieraan meedoen of haar enige vrienden verraden. Die keuze is geen keuze.”

Het is een soort van coming of age verhaal, met een nare wending. In het boek wisselen de hoofdstukken van vroeger en nu elkaar af. De hoofdstukken van nu gaan over Eva die studeert in Brussel en sinds jaren weer terugkomt in haar geboortedorp vanwege een feestelijke uitnodiging van één van haar jeugdvrienden. En de hoofdstukken over vroeger gaan over de lome zomers die het drietal met elkaar doorbrachten en de verandering in hun vriendschap die er langzaamaan in sluipt.

Ik vond het een prachtig boek. Het betoverende Vlaams-Nederlandse taalgebruik van Lize Spit, de schuchtere Eva die je al het geluk van de wereld gunt, de sinistere spelletjes die de jongens spelen en dan langzaamaan ontvouwt zich een drama voor je ogen waar je even niet goed van wordt (inlcusief einde).

Zeker, zéker gaan lezen! Pas op, het is geen vrolijk boek. Je gaat er niet van lachen. Maar het is zo mooi geschreven en soms is triest ook gewoon heel, heel erg mooi.

De ontdekking van de hemel

Een mooi ‘grote-mensensprookje’

de-ontdekking-van-de-hemelEindelijk! Eindelijk heb ik ‘m uit! Als drie jaar ligt De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch bij mij in de kast op het ‘nog te lezen-plankje’. En elke keer verzon ik wel een excuus om aan een ander boek te beginnen; want ja… Het is toch wel een dik boek (900 pagina’s) en het zal wel zware kost zijn. Deze vakantie had ik als belangrijkste doel; beginnen aan De ontdekking en deze hopelijk ook uít lezen. En dat is gelukt! En ik was positief verrast!

Het boek begint met de vriendschap tussen Onno (een brallerige know-it-all bal) en Max (arrogante vrouwenverslindster). Ze hebben niets gemeen met elkaar, behalve hun hoge gehalte ‘blabla’, maar worden de beste vrienden. Uiteindelijk trouwt Onno zelfs met een ex-vriendin van Max (no harmed feelings) en raakt zij zwanger.

Dan wordt het verhaal complexer; van wie is het kind? En hoe loopt een bijna fataal auto-ongeluk af? En waar bemoeien die twee hemelbewaarders zich toch mee?

Ondanks dat het boek 900 pagina’s dik is en er dus genoeg gebeurt, wil ik niet te veel verklappen. Ik had in het begin wat moeite met het oeverloos gelul tussen de twee vrienden die op hun dertigste denken dat ze alles al weten. Aan de andere kant is het een prachtige opbouw en vorming van de twee belangrijkste karakters in het boek. Beiden winnen aan sympathie, zelfs als hun levens uit elkaar groeien en ze nog maar één link hebben: Quinten, de zoon van Ada en Onno.

Aan het einde van het verhaal wordt het wat zweverig en vaag, maar ook dat zij vergeven. Het is een mooi bedacht ‘grote-mensensprookje’ met personages en een boeiende verhaallijn. Een klassieker, zeker weten. En ik ben blij dat ik ‘m gelezen heb.

Anna

Dystopisch avontuur dat je wel uit móet lezen!

AnnaNog niet zo lang geleden had ik een haat-liefdeverhouding met de Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti. Na het lezen van ‘Ik haal je op, ik neem je mee’ vond ik zijn schrijfstijl druk, vermoeiend en voorzien van een hoop blabla. Echt Italiaans dus. Maar het boek ‘Ik ben niet bang’ vond ik weer wonderschoon en meeslepend. Dus wat nu te denken van deze gekke Italiaan? Het lezen van ‘Ik en jij’ gaf de doorslag; die kwam als de dreun van een mokerslag bij me binnen. Het is maar een dun boekje, maar Ammaniti wist me daarmee voor zich te winnen.

Nu dan het nieuwste boek van Ammaniti: Anna. Goh, eens een titel die niet met ‘ik’ begint, is mijn eerste gedachte. Maar het zijn wel weer kinderen die de hoofdrol spelen. Dat vind ik mooi, ik heb een soft spot voor boeken met kinderen en jongeren in de hoofdrol.

In Anna gaat het over de twaalfjarige Anna die voor haar kleine broertje zorgt. Door een mysterieus virus zijn alle volwassenen op het eiland Sicilië overleden, dus ook hun ouders. Elke dag trekt Anna eropuit om, samen met haar hond, op strooptocht tussen de ruïnes en uitgebrande winkelcentra, op zoek naar eten en drinken. De duizenden weeskinderen die ook nog op het eiland leven, voelen steeds meer als een bedreiging. Ze vormen bendes en beroven Anna en haar broertje van hun ouderlijk huis. Nu staan ze er echt alleen voor. Anna besluit om samen met haar broer naar het vaste land te vertrekken, in de hoop dat daar nog wel volwassenen leven die hun kunnen helpen.

Het boek is een toffe vreemde combinatie van sciencefiction, dystopie en jeugdavontuur. Het wordt echter nergens kinderlijk of flauw; Ammaniti schuwt de gruwelijke details niet in zijn verhaal. Het is geen sprookje of romantisch epos, het leest eerder weg als een thriller. Halverwege het boek kakt de spanning een beetje in, maar gelukkig slingert de auteur snel een draai aan het verhaal waardoor je weer verder móet lezen, tot de laatste pagina aan toe.

Het is een origineel verhaal dat goed in elkaar zit. De personages zijn sympathiek en hun belevenissen boeiend. De eigenaardige mix van (wellicht niet eens zo heel onrealistische) sciencefiction en de spannende reis die Anna en haar broertje afleggen, maken het juist voor mij een origineel en pakkend boek. Heerlijk om me in te verliezen tijdens het lezen. Met Anna heeft Niccolò Ammaniti definitief mijn hart gestolen.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl

Het boek van de Baltimores

Veel belovend begin, helaas lichte anticlimax aan het einde

Het boek van de BaltimoresNa het grote succes van Joël Dicker’s debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert is Marcus Goldman terug! Dicker kiest er voor om de eigenwijze, ietwat megalomane en egocentrische Goldman opnieuw als hoofdpersoon te laten stralen in zijn langverwachte tweede roman: Het boek van de Baltimores.

In dit verhaal neemt Marcus Goldman je mee terug naar zijn jeugd, naar de spannende avonturen die hij tijdens vakanties met zijn twee neven beleefde. Samen noemden ze zich ‘de Goldman gang’ en hun vriendschapsband was onbreekbaar. Althans, tot het leven zich ermee bemoeide.

Wat had ik een zin om dit boek te gaan lezen! Lekker dik, hoofdstukken die dan weer in de tijd vooruit sprongen, dan weer als een flashback toelichting verschaften op dat wat gebeurd was. Kortom, een boek om het koppie bij te houden. Vanaf de eerste pagina zat ik ook helemaal ín het verhaal.

Ik las over de tegenstelling in de familie Goldman; hoe de Goldmans in Baltimore (ook wel de Baltimores genoemd) zwommen in het geld, en de tak in Montclair die steevast de eindjes aan elkaar moest knopen. Gaandeweg het boek duiken er links en rechts steeds meer mysteries op. Geheimen waar Marcus zelf ook meer van wil weten, maar het lijkt wel of iedereen wat voor hem te verzwijgen heeft. En wat verzwijgt hij toch zelf voor de lezer, wat is er gebeurd met ‘de Goldman gang’ en nog belangrijker: wat ging er mis?

Na driekwart boek verzandt het verhaal enigszins in al deze vragen en onduidelijkheden. Dicker wil duidelijk de spanning tot het einde van het boek vasthouden, maar het wordt wat vervelend om elke keer vlak voor een onthulling weer in de tijd terug te springen of afgewimpeld te worden. Ik had af en toe de neiging om te roepen naar de pagina voor me: “voor de draad ermee! Kom op!”. Heeft uiteraard geen enkele zin, maar het geeft een beetje weer wat al dat wachten met me deed.

Door dit blijven uitwringen van het verhaal, is voor mij de algehele leeservaring een lichte anticlimax te noemen. Begrijp me niet verkeerd, de wereld die Joël Dicker zo ogenschijnlijk makkelijk schept en de meeslepende personages, gaan bij mij als zoete broodjes naar binnen. In dat opzicht heb ik ook echt genoten van het boek. Al was het waarschijnlijk beter geweest als het honderd pagina’s eerder geëindigd was.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl

Our endless numbered days

Our endless numbered daysOntroerend mooi

Bijna elke vakantie koop ik wel een boek. Daar houd ik zelfs rekening mee met het boeken meenemen. Er moet altijd ruimte zijn voor een nieuw boek. Deze vakantie kwam het vakantieboek onbedoeld snel. Ik was nog niet eens in het land van bestemming aangekomen, en ik had mijn vakantieboek al aangeschaft.

Op de nachtboot van IJmuiden naar Newcastle, las ik binnen een uur het boek dat ik bij me had uit. Ik was al langer bezig met dat boek, maar het laatste deel ging toch ineens sneller dan verwacht. Zat ik dan. Op een boot. Een hele namiddag, avond, nacht en ochtend lang. Zónder iets te lezen! Paniek!

Dus ik naar de bootwinkel. Ik zag drank, chocola, kleding, nog meer drank, parfum, snoepjes en speelgoed. Maar geen boeken?? Paniek! Peeuw! Nog eens een rondje lopen. Goed kijken. Chocola… Drank… Kleding… Snoep… Aha! Tussen de snoepjes en het speelgoed was een half plankje ingeruild voor drie rijen dik gestapelde boeken. Deze hadden het duidelijk qua prioriteit verloren. Maar goed, ze lagen er wel. De standaard chicklits (Sophie Kinsella sucks!), thrillers (James Patterson is mwah oke) en dan ineens, achter de rij boeken, een bijzondere cover. Sprookjesachtig. Mooi. Ja. Die wordt het! En zo kwam het dat ik Our endless numbered days van Claire Fuller las.

Het gaat over de achtjarige Peggy die door haar vader mee uit kamperen genomen wordt. Eenmaal aangekomen in een krakkemikkig ‘hutje op de hei’ vertelt hij haar dat de wereld is vergaan en iedereen die ze kenden (Peggy’s moeder, oma en vriendinnetjes) dood is. Ze hebben alleen elkaar en hun kleine stukje bos nog. En zo leven ze negen jaar afgezonderd van de wereld om hun heen in hun armzalige huisje in het bos. Maar is het wel waar wat Peggy’s vader tegen haar vertelt heeft?

Wat ben ik blij dat ik een vakantieboek ‘moest’ kopen. Want wat een mooi boek was dit. Schitterend geschreven. Het deed me denken aan Room, ook al zo’n verhaal waarin een kind opgroeit zonder buitenwereld (ook een heel mooi boek trouwens, zeker lezen voor je de film ziet). Ontroerend, spannend, lief en mooi boek.

Verboden gebied & Het Kielzog van de oorlog

Geen ontspannen literatuur over de Eerste Wereldoorlog

Het kielzog van de oorlogNog niet zo lang geleden heb ik een heerlijk lang weekend in Ieper vertoefd, in Zuid West Vlaanderen. Een stad vol met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In het Flandres Fieldsmuseum kocht ik een trio van boekjes, samengebonden met een kartonnetje. Drie boekjes, niet al te dik, die geschreven zijn door ooggetuigen uit die tijd. Verboden gebied en Het kielzog van de oorlog zijn door zusters geschreven; zij vertellen over de gewonden die zij dagelijks moesten behandelen in het veldhospitaal net achter het front, dicht bij de gevechten.

De boekjes zijn voorzien van een voorwoord van Erwin Mortier, een schrijver waar ik persoonlijk fan van ben; hij heeft zo’n mooie schrijfstijl en woordkeuze. Hij heeft de vertaling van de boekjes op zich genomen en geeft in zijn voorwoord de nodige aanvulling en legt uit waaróm ze zo’n belangrijk tijdsbeeld geven van die verschrikkelijke jaren.

Verboden gebied van Mary Borden leest erg vlot. De zuster in kwestie is kalm, kritisch en vrij cynisch. Eigenlijk zijn de hoofdstukken allemaal korte verhaaltjes, steeds weer met een ander persoon (slachtoffer, familie van een soldaat, zuster) in de hoofdrol. Juist haar koele, afstandelijke manier van vertellen maakt het beeld dat ze schetst extra luguber. Er wordt niet opgekeken van een rondslingerende arm of been. Sommige slachtoffers moeten maar snel sterven, want ze maken de rest van de zaal onrustig. En wat is de waarde van leven nog voor sommige gewonden die wel overleven?

Het kielzog van de oorlog is wat bloemrijker beschreven. Achterin het boek is ook een hoofdstuk aan de poëzie gewijd die Ellen N. Motte ter plekke heeft geschreven. Door de bloemrijke taal en het doorzagen over bepaalde (in mijn ogen minder interessante) elementen, leest dit een stuk lastiger. Het vlot allemaal niet erg. De hoofdstukken zijn ook wat minder samenhangend.

Ik heb Kielzog van de oorlog direcht na Verboden gebied gelezen. Misschien is het het verschil in schrijfstijl waardoor ik een beetje afhaakte in het verhaal van Motte. Misschien zit er nu eenmaal een max aan de hoeveelheid ellende waar een mens geboeid over kan lezen, ik weet het niet. Ik ben blij dat ik beide boekjes gelezen heb, nummer drie ligt nog op de ‘te lezen-stapel’. Maar het is geen ontspannen literatuur.

A history of loneliness

Een boek dat iets met je doet

A history of lonelinessHet bekendste boek van John Boyne is het hartverscheurende De jongen in de gestreepte pyjama.  Ik heb dat boek zelf niet gelezen, maar wel de film gezien. Gevalletje ‘even slikken’. Nu heb ik een ander prachtig boek gelezen: A history of loneliness (In het Nederlands te verkrijgen als De grote stilte). Het is boek dat allerlei gevoelens oproept. Gevoelens, twijfels… Wat zou ik doen?

1972. De jonge Odran Yates gaat in het klooster, omdat zijn moeder hem ervan overtuigd heeft dat het priesterschap zijn roeping is. Hij begint vol ambitie en hoop aan zijn nieuwe ­leven, toegewijd aan zijn studie en open voor nieuwe vriendschappen.

Veertig jaar later staat zijn vertrouwen in de Kerk onder grote druk door de vele onthullingen over misbruik. Vrienden van hem zijn voor het gerecht gesleept, collega’s zijn gevangen ­gezet en vele jonge parochianen zijn getekend voor het leven. Odran vermijdt contact met de buitenwereld uit angst voor afkeurende blikken en beledigende opmerkingen. Maar als een familiedrama oude wonden openrijt, voelt hij zich gedwongen om de confrontatie aan te gaan en zijn eigen rol in de gebeurtenissen onder ogen te zien.

Ik kreeg een heel ongemakkelijk gevoel tijdens het lezen van dit boek. Om niet te veel te verklappen kan ik niet echt uitweiden waardoor dan, maar het komt er eigenlijk op neer dat je continue afvraagt wie er zuiver is en wie niet. Odran schaamt zich voor zijn collega’s, maar wat voor een rol heeft hij wel of juist niet genomen? Ondanks dat het hierdoor misschien geen ontspannen lees was, vond ik het wel een prachtig boek. Ik houd daar wel van, als een boek iets met je doet. Je laat nadenken en laat vóelen. En dat doet Boyne in A history of loneliness. Genadeloos.

Oorlog en terpentijn

Heftig boek dat hard binnenkomt

Oorlog en terpentijnDit is weer zo’n boek dat hard binnenkomt. Het is een eerlijk relaas over een soldaat in de Eerste Wereldoorlog in België. Prachtig opgeschreven door de kleinzoon van deze soldaat: Stefan Hertmans. De manier waarop deze man het verhaal van zijn opa opschrijft, sleept je bijna letterlijk het verhaal in. Je ruikt de modder in de loopgraven en de terpentijn op de schilderskwast. Als in een film zie je de beelden voor je, beelden die je waarschijnlijk liever niet ziet, zo heftig.

In het kort: vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Jarenlang durfde Hertmans de schriften niet te openen – tot hij het wél deed en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door zijn armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. In zijn verdere leven zette hij zijn verdriet om in stille schilderkunst.

Af en toe wijzigt het perspectief en loop je met Hertmans mee door Gent, het huidige Gent, op zoek naar de gebouwen waar zijn opa over geschreven heeft. Dat ervaar ik niet altijd als even prettig; ik zit dan zo in het verhaal dat het lijkt alsof ik met geweld uit de warme donkere literaire baarmoeder gerukt wordt om op een koude metalen tafel in het felle tl-licht de werkelijkheid onder ogen te zien. Beetje vreemde vergelijking misschien, maar je begrijpt wat ik bedoel. Het verstoort een beetje het aangename leesgevoel, alhoewel het de ‘echtheidsfactor’ wel weer vergroot. En daardoor dus juist weer boeiender maakt.

Het geluid der vallende dingen

Triest epos in Columbia

Het geluid der vallende dingenAi! Ai! Ik heb mijn blogje een beetje laten versloffen de laatste maanden. Tijd om het weer op te pakken. Te beginnen met Het geluid der vallende dingen van Juan Gabriel Vásquez. Dit boek kreeg ik van goede vriend Johannis. Hij deelt mijn liefde voor boeken, al gaat zijn voorkeur uit naar de Latijns-Amerikaanse en Spaanse literatuur. Zo probeerde hij me al eerder de boeken van Gabriel Marcía Márquez aan te smeren, maar daar kwam ik gewoon niet doorheen. Wat me nog bijgebleven is van het worstelen door de eerste 50 pagina’s is zeepokken in de lies, een gescheurde balzak en een dubbelganger die wel-niet-wel dood was. Heel verwarrend.

Maar Vásquez was ik toch wel nieuwsgierig naar, nadat ik de beste man bij Adriaan van Dis in zijn jaarlijkse boekencolumn op tv had gezien. Johannis beloofde me dat dit boek minder psychedelisch zou zijn dan Márquez.

En dat klopt. Door dit boek kwam ik wel, al vind ik de blijkbaar Zuid-Amerikaanse bloemrijke stijl wel vermoeiend lezen. Het verhaal vordert langzaam, tergend langzaam.

Het geluid der vallende dingen gaat over een vriendschap tussen twee mannen, Laverde en Yammara. Laverde lijkt een mysterieus geheim met zich mee te dragen en nadat de man op straat in een drive by shooting wordt doodgeschoten, wordt het ontcijferen van dat mysterie een obsessie van Yammara.

Deze samenvatting is wat kort door de bocht; er zitten veel meer haken en ogen aan en (gelukkig) verdieping in dan ik nu schets. Maar het is al enige tijd geleden dat ik het boek gelezen heb, dus het is wat weggezakt. Dat betekent niet dat ik het boek vergeten ben! Het verhaal gaat zoals gezegd weliswaar tergend langzaam, de sfeer en het drama komen daardoor des te beter door. Het is een beklemmend verhaal, maar bovenal een triest epos. Zowel over Laverde als Yammara. En met name ‘het geluid der vallende dingen’ is in deze dagen (na twee fatale rampen met passagiersvliegtuigen) griezelig actueel.