Menthol

Mooi mens

In de jaren twintig belandt Joseph Sylvester in Nederland. Hij verdient zijn geld met het verkopen van tandpasta. Op een klein podiumpje op de markt brengt hij het dan nog redelijk onbekende spul aan de man door het te verkopen als het geheim van het zwarte ras. Joseph (of ‘Menthol’ zoals hij en de mensen die hem kennen noemen) is namelijk zwart. Een rasbloedneger, noemt hij zichzelf ook wel. En zijn brede witte glimlach, zijn humor, zijn nettepak en zijn verkoopkunsten maken hem een succesvolle marktkramer.

Uiteindelijk belandt Menthol met een blanke vrouw aan zijn zij in het oosten van Nederland. Ze trouwen, wonen in Hengelo en Menthol blijft zijn handel in tandpasta succesvol runnen. Als de oorlog uitbreekt, scheidt hij noodgedwongen van zijn vrouw, om haar voor eventuele ellende te behoeden. En ondanks alle moeilijkheden die op zijn pad komen, Menthol is en blijft een gentleman; altijd goedlachs, positief en hij kan met iedereen goed opschieten. Het is die mentaliteit die hem door de oorlog heen helpt en hem weer terugbrengt bij zijn geliefde vrouw en inmiddels net zo geliefde Hengelo.

Het is een bijzonder verhaal om te lezen. Menthol komt heel innemend over en de vele foto’s die het verhaal aanvullen maken het verhaal nog levendiger. Een mooi mens om te herdenken met dit boek.

 

De Amerikaanse prinses

‘Self made princess’ komt tot leven

Mijn kennismaking met Annejet van der Zijl was Jagtlust. Dat boek ging over iemand die mij totaal niets zegt. Toen niet en nu niet. Maar de manier waarop het verhaal van Fritzi Harmsen van Beek (die lange tijd doorbracht in het landhuis genaamd Jagtlust) was geschreven, liet mij het boekje in één ruk uitlezen. Boeiend tot de laatste pagina.

Daarna volgden nog Sonny Boy (zo mooi!), Anna, Bernhard en Gerard Heineken. Allemaal pageturners wat mij betreft. Geschiedenislessen die met een vlotte pen zijn opgeschreven en daardoor nergens saai worden. Met andere woorden: ik ben fan!

De Amerikaanse prinses is Van der Zijl’s nieuwste boek en gaat opnieuw over iemand die mij niets zegt. Allene Tew is een ‘self made princess’ en kwam al eens voor in een bijrol in het boek over prins Bernhard. Zo leerde Van der Zijl ook, tijdens het schrijven van Bernhard’s biografie, dat ze over deze vrouw óók nog een boek wilde schrijven.

Ik vind De Amerikaanse prinses vooral een ontroerend verhaal. Allene Tew groeit op als dochter van Amerikaanse pioniers in een klein dorpje. Via diverse huwelijken en een scherp zakelijk verstand weet ze op de sociale ladder te stijgen tot dame en zelfs tot prinses, mét de nodige welvaart. Ze krijgt de ene na de andere tegenslag te verwerken. Ondanks dat blijft ze ‘moed houden’, zoals ze dat zelf zegt. Ze komt op me over als een intelligente, krachtige, maar ook als een eenzame, verdrietige en warme vrouw.

Het verhaal speelt zich in een bijzonder interessante periode af; de tijd waarin Amerika groeit en bloeit en zichzelf vervolgens in een depressie verliest. En in Europa razen verwoestende oorlogen over het continent en heerst er grote armoede. Dat zijn feiten die ik uit de geschiedenisboeken ken. Maar door over de persoonlijke ervaringen en verliezen van Allene te lezen, komen de feiten tot leven.

Dát is wat mij betreft de ware kunst van Annejet van der Zijl; ze laat haar hoofdpersonages leven. Van zwarte lettertjes op wit papier weet zij personen van vlees en bloed te creëren. Het boek is nu uit en ik heb het idee dat ik Allene Tew echt heb leren kennen. Ze is niet langer iemand ‘die mij niets zegt’. Ze leeft.

De haas met de amberkleurige ogen

Teleurstellend en langdradig

De haas met de amberkleurige ogenAlweer enige tijd geleden las ik in De Boekenkrant een lovende recensie over De haas met de amberkleurige ogen van Edmund de Waal. Sowieso sprak de afgebeelde omslag me al aan (een plaatje van, hoe kan het ook anders, een wit haasje), maar ook de omschrijving. Dus je kunt me mijn enthousiasme wel voorstellen toen ik het (ongelezen) in ons tweedehands boekenwinkeltje in Tilburg zag liggen. Weliswaar met een andere omslag, maar toch!

In het boek vertelt Edmund de Waal over een verzameling kleine Japanse beeldjes, zo klein dat je ze in je handpalm kunt verbergen. Het zijn uitsneden van dagelijkse taferelen, dieren en fantasiefiguren. Netsukes worden ze genoemd. Aan de hand van de verzameling netsukes die de auteur geërfd heeft van zijn oudoom, duikt hij zijn eigen familiegeschiedenis in, om te ontdekken wie de verzameling ooit voor het eerst heeft aangeschaft en wie van zijn familieleden de beeldjes nog meer in hun handen gehad hebben.

De familie van De Waal is Joods en heeft zijn roots in Rusland. De familie verspreid zich eind negentiende eeuw over Europa in onder andere Parijs en Wenen. De netsukes duiken voor het eerst op in Parijs.
Ik ben dol op familiegeschiedenissen; vind het heerlijk om me te verdiepen in de persoonlijke verhalen en ontwikkelingen van ooit levende maar nu slechts gereduceerd tot een naam in de stamboom. Dan komt het verleden écht tot leven! De Waal worstelt echter een beetje met hoe hij zijn verhaal wil opschrijven. Hij wil het juist zijn familiegeschiedenis eer aan doen en dus niet vervallen in sentimentaliteit. Jammer. Ik ben dol op sentimentaliteit.
Met als gevolg dat ik vooral veel lees over kunststromingen, sociale ontwikkelingen en de niveau riche lees. Pfff; boring!!
Als het verhaal zich naar Wenen verplaatst, wordt het in eerste instantie niet veel beter. Veel geneuzel over de inrichting van een huis en onderliggende verhoudingen van de mensen in de stad.

Ik kan nog veel meer klagen en zeuren. Het was op zich wel interessant om te lezen over het tijdsbeeld (en een kijkje te nemen in de huizen van de zeer rijken van die tijd), maar het is allemaal zo stoffig en droog. Ik ben meer van een Annejet van der Zijl die de mensen die ze portretteert tot leven wekt, in plaats van een opsomming van feiten en een schets van het tijdbeeld en de omgeving.

Misschien een hard oordeel; maar het was simpelweg niet wat ik ervan verwacht had.

As in tas

Leuk en mooi verhaal

As in tasEerder heb ik hier op mijn site al lovend geschreven over een boek van Jelle Brandt Corstius. (Arctisch dagboek) Nu heeft hij weer een topper geschreven. En wederom met zichzelf in de hoofdrol.

In As in tas maakt hij een fietsreis naar Zuid-Frankrijk. Zijn vader is overleden en omdat de fietstochtjes die hij vroeger met zijn vader deed één van de weinige activiteiten was waar Jelle echt het gevoel had een connectie met zijn vader te maken, besluit hij de as van zijn vader mee te nemen op zijn fietsreis. Ongetraind en tamelijk onvoorbereid gaat hij op pad en uiteraard beleefd hij onderweg het nodige mee.

Vooral de genadeloosheid ten opzichte van zijn eigen persoon vind ik wederom hilarisch. Alsof hij van een afstandje naar zichzelf kijkt en bekritiseert. De verhaallijn die uiteraard steeds terugkomt zijn zijn herinneringen aan zijn vader; goede en slechte. Ontroerend om te lezen hoe hij tijdens zijn reis meer en meer beseft hoeveel hij van zijn vader hield, ookal was het een rare, ráre man.

Het nadeel van dit boekje is dat het wederom niet erg dik is (wel wat dikker dan Arctisch dagboek) en dat het dus zó uit is! In mijn geval waren twee uurtjes in de zon op het terras voldoende. Maar zoals gezegd is het erg vermakelijk en hoef je er niet al te veel bij na te denken. Een leuk en mooi verhaal.

Verboden gebied & Het Kielzog van de oorlog

Geen ontspannen literatuur over de Eerste Wereldoorlog

Het kielzog van de oorlogNog niet zo lang geleden heb ik een heerlijk lang weekend in Ieper vertoefd, in Zuid West Vlaanderen. Een stad vol met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In het Flandres Fieldsmuseum kocht ik een trio van boekjes, samengebonden met een kartonnetje. Drie boekjes, niet al te dik, die geschreven zijn door ooggetuigen uit die tijd. Verboden gebied en Het kielzog van de oorlog zijn door zusters geschreven; zij vertellen over de gewonden die zij dagelijks moesten behandelen in het veldhospitaal net achter het front, dicht bij de gevechten.

De boekjes zijn voorzien van een voorwoord van Erwin Mortier, een schrijver waar ik persoonlijk fan van ben; hij heeft zo’n mooie schrijfstijl en woordkeuze. Hij heeft de vertaling van de boekjes op zich genomen en geeft in zijn voorwoord de nodige aanvulling en legt uit waaróm ze zo’n belangrijk tijdsbeeld geven van die verschrikkelijke jaren.

Verboden gebied van Mary Borden leest erg vlot. De zuster in kwestie is kalm, kritisch en vrij cynisch. Eigenlijk zijn de hoofdstukken allemaal korte verhaaltjes, steeds weer met een ander persoon (slachtoffer, familie van een soldaat, zuster) in de hoofdrol. Juist haar koele, afstandelijke manier van vertellen maakt het beeld dat ze schetst extra luguber. Er wordt niet opgekeken van een rondslingerende arm of been. Sommige slachtoffers moeten maar snel sterven, want ze maken de rest van de zaal onrustig. En wat is de waarde van leven nog voor sommige gewonden die wel overleven?

Het kielzog van de oorlog is wat bloemrijker beschreven. Achterin het boek is ook een hoofdstuk aan de poëzie gewijd die Ellen N. Motte ter plekke heeft geschreven. Door de bloemrijke taal en het doorzagen over bepaalde (in mijn ogen minder interessante) elementen, leest dit een stuk lastiger. Het vlot allemaal niet erg. De hoofdstukken zijn ook wat minder samenhangend.

Ik heb Kielzog van de oorlog direcht na Verboden gebied gelezen. Misschien is het het verschil in schrijfstijl waardoor ik een beetje afhaakte in het verhaal van Motte. Misschien zit er nu eenmaal een max aan de hoeveelheid ellende waar een mens geboeid over kan lezen, ik weet het niet. Ik ben blij dat ik beide boekjes gelezen heb, nummer drie ligt nog op de ‘te lezen-stapel’. Maar het is geen ontspannen literatuur.

The bookshop book

Bijzondere boekenwinkels uitgelicht

The bookshop bookHeb ik een favoriete boekenwinkel? Nee, eigenlijk niet. Ik kom graag in boekenwinkels en in Tilburg is dat Gianotten; groot, overzichtelijk en geweldig personeel. Maar Blz. in Goirle vind ik ook geweldig, een schijnbare warboel van stapels boeken en overvolle boekenkasten, een winkeltje ramvol met boeken! En Livius in Tilburg vind ik ook altijd intrigerend, al ben ik er al lang niet meer binnen geweest. Als een soort van gedistingeerd heertje, een winkel vol kennis en mysterie, met op de achtergrond heel zachtjes klassieke muziek.

In The bookshop book bespreekt Jen Campbell allerlei bijzondere boekenwinkels van over de hele wereld (al krijgen de winkels in Engeland en Amerika de meeste ruimte). Het zijn boekenwinkels in schuren, zolderruimtes en in caravans, allemaal volgestouwd met boeken, boeken en boeken. Er zitten een paar bijzondere verhalen tussen en ik merk dat ik glimlach tijdens het lezen over al die verschillende sfeervolle winkels en bovenal de eigenaardige mensen die de winkels runnen.

Met name de winkels in tweedehandsboeken komen veel voor in The bookshop book. Gek eigenlijk, maar daar heb ik nooit wat mee opgehad; tweedehandsboeken. Ik vind de winkeltjes er vaak geweldig uit zien (op Mallorca nog zo’n winkeltje binnengelopen, instortingsgevaar in elke gang waar de boeken gevaarlijk hellend uit de kasten staken), maar ik vind de boeken altijd een beetje… viezig. Muf, plakkerig, stinkend. Ik ga veel liever voor een nieuw boek: een strak bonk papier, zonder omgevouwen kaft of pagina’s, waar je zonder gevaar op overdraagbare ziektes je neus tussen de pagina’s kan steken en de geur van verse drukinkt kunt inhaleren.

Desalniettemin is The bookshop book een leuke verzameling verhalen over boekenliefhebbers en hun winkeltjes. Mocht ik ooit in mijn leven een eigen boekenwinkeltje willen beginnen, dan kan ik hier heel veel inspiratie uit halen!

In stukjes

Gezellige Tilburgse anekdotes

In stukjesDit boekje heeft niet zo veel om handen. Het zijn korte verhalen (zoals de titel al suggereert), soms grappig, soms heel persoonlijk. Het is leuk geschreven en je hebt het zo uit. En het grappige is dat je Marc-Marie’s stem in je hoofd de verhalen hoort vertellen. Ja, echt waar!

Ik woon in Tilburg en ondanks dat Tilburg zeker geen hoofdrol speelt in zijn verhaaltjes, voelt het lezen ervan toch dichtbij. Ik was dan ook apetrots dat ik mijn boekje kon laten signeren (al stolen twee huppeltantes achter mij mijn mojo; ik had weinig kans iets te zeggen tegen de man omdat hun al over mijn schouder tegen hem aan stonden te tetteren, grrr).

Verwacht geen hoogstaande literatuur of schokkende verhalen. Het zijn gewoon gezellige anekdotes van Marc-Marie. Ik hoop dat hij zo nog een paar boekjes publiceert, erg leuk om te lezen.

Toen ik je zag

Dapper en triest

Toen ik je zagWie ben ik om iets te vinden over dit boek? Ik vind het ontzettend dapper dat Isa Hoes het verhaal over haar en Antonie opschrijft, inclusief alle onzekerheden die meegespeeld moeten hebben; “moet ik dat wel vertellen? Is dat niet heel persoonlijk?”

Het is inderdaad een heel persoonlijk verhaal geworden. Hoes vertelt hoe Antonie Kamerling steeds dieper in zijn depressies vast raakte en hoe er voor hem uiteindelijk geen andere uitweg was dan zelfmoord.

Ik vind het een verdrietig verhaal. Omdat je de uitkomst al weer, heb je de neiging om een mening te vormen, om te denken dat je dit toch wel had kunnen zien aankomen. Maar zoals ik al zei; wie ben ik? Ik kan me goed voorstellen dat dit boek andere stellen die zich in een soortgelijke impasse (wel of niet ingrijpen, hulp afdwingen, et cetera) kan helpen. Als een soort van eye opener of extra stok achter de deur.

Kieft

Had in de helft van het aantal pagina’s gekund

KieftEindelijk, na drie jaar proberen, zat ik in de kernjury van de NS Publieksprijs: zes gratis boeken, woehoe! Toen had ik nog geen idee welke boeken. Dat hoorde ik een dag voor dat de boeken uitgereikt werden aan de kernjuryleden. Toen was ik al wat minder enthousiast. Maar ach, gratis boeken, altijd goed. Toch?

Op het evenement schrok ik een beetje van alle vriendelijke, praatgrage kernjuryleden. Allemaal boekennerds en ik hoor daar bij. Alleen had ik niet zo veel met deze enthousiaste Saskia Noort- en Esther Verhoeffans. Gratis boeken zijn leuk, maar het moet wel een beetje niveau hebben. En dat verwacht ik niet van Noort en Verhoef. Of van een boek over de Ventoux en Wim Kieft. Het enige boek waar ik enthousiast van werd was Geachte heer M. van Herman Koch. Maar ja, die had ik al gelezen.

Tijdens het lange wachten op het laten signeren van de boeken door de schrijvers, begon ik aan Kieft. Tijdens de trein- en busreis terug bleef ik lezen en eenmaal thuis was ik al op de helft. Het lees heel erg snel; korte zinnen, veel spreektaal. En veel herhaling. Wat mij betreft had het in de helft aantal pagina’s gekund, dat levensverhaal van Wim Kieft.

Buiten dat was het wel een interessant verhaal. Een triest relaas over verlegenheid, eenzaamheid en drugsgebruik. De cynische humor van Kieft en de makkelijke schrijfstijl zorgden ervoor dat ik het boek in twee dagen uitlas. Boek nummer één was uit, op naar de andere vijf! (Of eigenlijk vier, aangezien ik Koch al had gelezen.)

Hitlers Furiën

Schokkend boek over de rol van Duitse vrouwen aan het Oostfront

Hitlers FuriënHet is niet het meest gezellige onderwerp om over te lezen; de Tweede Wereldoorlog. Van jongs af aan had deze geschiedenis altijd al een uitwerking op me. Ik kan me herinneren dat ik op de lagere school geïnteresseerd was in een boek vol foto’s van de platgebombardeerde stad Wageningen. En als kind opgroeiende in datzelfde Wageningen werd er ook altijd uitgebreid stil gestaan bij de jaarlijkse dodenherdenking en het vieren van de vrijheid.

Sindsdien zijn jaren verstreken, maar nog elk jaar kom ik terug naar Wageningen om de vrijheid te vieren op 5 mei. Dat vind ik belangrijk. Het is goed om stil te staan bij de vrede in eigen land en de oorlogen die elders in de wereld gevoerd worden. Vierenzeventig jaar geleden was die oorlog nog in ons eigen land. Dat is echt niet zo lang geleden.

Ik heb de nodige romans gelezen die zich afspelen in WOII. Het boek Hitlers Furiën van Wendy Lower is echter geen roman. Dit boek is het resultaat van een jarenlang archiefonderzoek door Lower naar de rol die de Duitse vrouwen speelden aan het Oostfront.

Tot nu toe was de rol van vrouwen (secretaresses, verpleegsters en echtgenoten van de Duitse officieren) onderbelicht in de geschiedschrijving. Na de oorlog zijn ook maar weinig vrouwen veroordeeld voor hun aandeel in de gruwelijkheden die plaatsvonden in concentratiekampen en tijdens de Jodenvervolging. De overwegende gedachte dat Duitse vrouwen onwetend thuis zaten en voor de kinderen zorgden, onbekend met de onmenselijke gruweldaden van hun echtgenoten, blijkt niet juist te zijn.

Een aantal vrouwen worden er in dit boek specifiek uitgelicht; secretaresses, zusters en echtgenoten van Duitse officieren. Sommigen zijn slechts getuigen of profiteurs van de Jodenvervolging. Anderen nemen deel aan het afvoeren en doodschieten van de joden. Het is verschrikkelijk om te lezen tot wat deze vrouwen in staat waren. Onvoorstelbaar ook dat een vrouw die in een Joods getto nog kinderen doodschoot, na de oorlog heeft kunnen werken op een gemeentelijke afdeling voor kindwelzijn. Hoe schizofreen is dat??

Wendy Lower onthult in haar boek tot wat deze vrouwen in staat waren. Ze schrijft over de tijd van politieke onrust waar de vrouwen in opgroeiden, de antisemitische sfeer en de kans die de vrouwen in het nazitijdperk kregen om meer te zijn dan alleen ‘moeder de vrouw’. Ook de tijd na de Tweede Wereldoorlog beschrijft Lower uitgebreid en dan met name de berechting van de vrouwen.

Tijdens het lezen vergat ik dat dit over meer dan 74 jaar geleden gaat. Het lijkt haast fictie; onvoorstelbaar dat dit heeft plaatsgevonden, dat mensen dit echt hebben kunnen doen. En ik werd kwaad, pisnijdig eigenlijk, toen ik las dat ze als oude dametjes vredig konden sterven in hun oude luie stoel, zonder berecht te zijn voor wat ze gedaan hebben.

Met andere woorden: Hitlers Furiën is geen leuk boek. Het is wel een goed boek. Het is goed om te blijven leren van wat is gebeurd. En wat er, helaas, nog steeds gebeurt. Ook al maakt het me kwaad en verdrietig, angstig misschien zelfs, ik wil hier over blijven lezen. Over blijven horen. Over blijven zien. En wellicht levert dat een wijze les op, iets waar we van kunnen leren. Zodat we de vrijheid kunnen blijven vieren in Nederland. En hopelijk ook in de rest van de wereld.