In stukjes

Gezellige Tilburgse anekdotes

In stukjesDit boekje heeft niet zo veel om handen. Het zijn korte verhalen (zoals de titel al suggereert), soms grappig, soms heel persoonlijk. Het is leuk geschreven en je hebt het zo uit. En het grappige is dat je Marc-Marie’s stem in je hoofd de verhalen hoort vertellen. Ja, echt waar!

Ik woon in Tilburg en ondanks dat Tilburg zeker geen hoofdrol speelt in zijn verhaaltjes, voelt het lezen ervan toch dichtbij. Ik was dan ook apetrots dat ik mijn boekje kon laten signeren (al stolen twee huppeltantes achter mij mijn mojo; ik had weinig kans iets te zeggen tegen de man omdat hun al over mijn schouder tegen hem aan stonden te tetteren, grrr).

Verwacht geen hoogstaande literatuur of schokkende verhalen. Het zijn gewoon gezellige anekdotes van Marc-Marie. Ik hoop dat hij zo nog een paar boekjes publiceert, erg leuk om te lezen.

Toen ik je zag

Dapper en triest

Toen ik je zagWie ben ik om iets te vinden over dit boek? Ik vind het ontzettend dapper dat Isa Hoes het verhaal over haar en Antonie opschrijft, inclusief alle onzekerheden die meegespeeld moeten hebben; “moet ik dat wel vertellen? Is dat niet heel persoonlijk?”

Het is inderdaad een heel persoonlijk verhaal geworden. Hoes vertelt hoe Antonie Kamerling steeds dieper in zijn depressies vast raakte en hoe er voor hem uiteindelijk geen andere uitweg was dan zelfmoord.

Ik vind het een verdrietig verhaal. Omdat je de uitkomst al weer, heb je de neiging om een mening te vormen, om te denken dat je dit toch wel had kunnen zien aankomen. Maar zoals ik al zei; wie ben ik? Ik kan me goed voorstellen dat dit boek andere stellen die zich in een soortgelijke impasse (wel of niet ingrijpen, hulp afdwingen, et cetera) kan helpen. Als een soort van eye opener of extra stok achter de deur.

Kieft

Had in de helft van het aantal pagina’s gekund

KieftEindelijk, na drie jaar proberen, zat ik in de kernjury van de NS Publieksprijs: zes gratis boeken, woehoe! Toen had ik nog geen idee welke boeken. Dat hoorde ik een dag voor dat de boeken uitgereikt werden aan de kernjuryleden. Toen was ik al wat minder enthousiast. Maar ach, gratis boeken, altijd goed. Toch?

Op het evenement schrok ik een beetje van alle vriendelijke, praatgrage kernjuryleden. Allemaal boekennerds en ik hoor daar bij. Alleen had ik niet zo veel met deze enthousiaste Saskia Noort- en Esther Verhoeffans. Gratis boeken zijn leuk, maar het moet wel een beetje niveau hebben. En dat verwacht ik niet van Noort en Verhoef. Of van een boek over de Ventoux en Wim Kieft. Het enige boek waar ik enthousiast van werd was Geachte heer M. van Herman Koch. Maar ja, die had ik al gelezen.

Tijdens het lange wachten op het laten signeren van de boeken door de schrijvers, begon ik aan Kieft. Tijdens de trein- en busreis terug bleef ik lezen en eenmaal thuis was ik al op de helft. Het lees heel erg snel; korte zinnen, veel spreektaal. En veel herhaling. Wat mij betreft had het in de helft aantal pagina’s gekund, dat levensverhaal van Wim Kieft.

Buiten dat was het wel een interessant verhaal. Een triest relaas over verlegenheid, eenzaamheid en drugsgebruik. De cynische humor van Kieft en de makkelijke schrijfstijl zorgden ervoor dat ik het boek in twee dagen uitlas. Boek nummer één was uit, op naar de andere vijf! (Of eigenlijk vier, aangezien ik Koch al had gelezen.)

Hitlers Furiën

Schokkend boek over de rol van Duitse vrouwen aan het Oostfront

Hitlers FuriënHet is niet het meest gezellige onderwerp om over te lezen; de Tweede Wereldoorlog. Van jongs af aan had deze geschiedenis altijd al een uitwerking op me. Ik kan me herinneren dat ik op de lagere school geïnteresseerd was in een boek vol foto’s van de platgebombardeerde stad Wageningen. En als kind opgroeiende in datzelfde Wageningen werd er ook altijd uitgebreid stil gestaan bij de jaarlijkse dodenherdenking en het vieren van de vrijheid.

Sindsdien zijn jaren verstreken, maar nog elk jaar kom ik terug naar Wageningen om de vrijheid te vieren op 5 mei. Dat vind ik belangrijk. Het is goed om stil te staan bij de vrede in eigen land en de oorlogen die elders in de wereld gevoerd worden. Vierenzeventig jaar geleden was die oorlog nog in ons eigen land. Dat is echt niet zo lang geleden.

Ik heb de nodige romans gelezen die zich afspelen in WOII. Het boek Hitlers Furiën van Wendy Lower is echter geen roman. Dit boek is het resultaat van een jarenlang archiefonderzoek door Lower naar de rol die de Duitse vrouwen speelden aan het Oostfront.

Tot nu toe was de rol van vrouwen (secretaresses, verpleegsters en echtgenoten van de Duitse officieren) onderbelicht in de geschiedschrijving. Na de oorlog zijn ook maar weinig vrouwen veroordeeld voor hun aandeel in de gruwelijkheden die plaatsvonden in concentratiekampen en tijdens de Jodenvervolging. De overwegende gedachte dat Duitse vrouwen onwetend thuis zaten en voor de kinderen zorgden, onbekend met de onmenselijke gruweldaden van hun echtgenoten, blijkt niet juist te zijn.

Een aantal vrouwen worden er in dit boek specifiek uitgelicht; secretaresses, zusters en echtgenoten van Duitse officieren. Sommigen zijn slechts getuigen of profiteurs van de Jodenvervolging. Anderen nemen deel aan het afvoeren en doodschieten van de joden. Het is verschrikkelijk om te lezen tot wat deze vrouwen in staat waren. Onvoorstelbaar ook dat een vrouw die in een Joods getto nog kinderen doodschoot, na de oorlog heeft kunnen werken op een gemeentelijke afdeling voor kindwelzijn. Hoe schizofreen is dat??

Wendy Lower onthult in haar boek tot wat deze vrouwen in staat waren. Ze schrijft over de tijd van politieke onrust waar de vrouwen in opgroeiden, de antisemitische sfeer en de kans die de vrouwen in het nazitijdperk kregen om meer te zijn dan alleen ‘moeder de vrouw’. Ook de tijd na de Tweede Wereldoorlog beschrijft Lower uitgebreid en dan met name de berechting van de vrouwen.

Tijdens het lezen vergat ik dat dit over meer dan 74 jaar geleden gaat. Het lijkt haast fictie; onvoorstelbaar dat dit heeft plaatsgevonden, dat mensen dit echt hebben kunnen doen. En ik werd kwaad, pisnijdig eigenlijk, toen ik las dat ze als oude dametjes vredig konden sterven in hun oude luie stoel, zonder berecht te zijn voor wat ze gedaan hebben.

Met andere woorden: Hitlers Furiën is geen leuk boek. Het is wel een goed boek. Het is goed om te blijven leren van wat is gebeurd. En wat er, helaas, nog steeds gebeurt. Ook al maakt het me kwaad en verdrietig, angstig misschien zelfs, ik wil hier over blijven lezen. Over blijven horen. Over blijven zien. En wellicht levert dat een wijze les op, iets waar we van kunnen leren. Zodat we de vrijheid kunnen blijven vieren in Nederland. En hopelijk ook in de rest van de wereld.

 

Let niet op de rommel

Verzamelwoede, verwaarlozing en schrijnende eenzaamheid in Amsterdam

Let niet op de rommel‘Plenteren’ staat sinds 2013 in het woordenboek, vernoemd naar Henk Plenter. Het betekent ‘het ontruimen van woningen’. En dan met name smerige woningen. Want dat is wat Henk Plenter 40 jaar lang deed in Amsterdam. Samen met de GGZ en de gemeente hielp hij verwaarloosde mensen in smerige, veel te vol gestouwde woningen in de hoofdstad. Na zijn pensioen schreef hij er dit boek over.

Eigenlijk zijn de verhalen in dit boek stuk voor stuk intriest. Mensen verwaarlozen zichzelf en hun woning. Ze stouwen alles vol met stapels kranten, afval of huisdieren. Pas als het de buren te gortig wordt (stankoverlast, bruin vocht dat door het plafond naar beneden sijpelt, muizen), dan wordt er hulp ingeschakeld. En dat begint meestal met Henk Plenter.

Ondanks dat de verhalen triest zijn, is de nuchtere vertelstijl erg grappig. Het is ook een manier om met de ellende om te gaan, lijkt wel; gooi er maar wat Amsterdamse humor tegenaan. Onvoorstelbaar hoe sommige mensen weken, maanden of langer dood in hun eigen huis kunnen liggen, zonder dat er iemand zich om hen bekommert.

Toegegeven; ik ben een ramptoerist en vond vooral de verhalen van de smerige woningen, ontelbare (huis)dieren en het opruimen van lijken in verregaande staat van ontbinding het leukste om te lezen.

Plenter probeert naast alle viezigheid ook nog uitgebreid uit te leggen hoe het vroeger ging in Amsterdam, hoe het nu gaat, wat zijn bijdrage daar in is geweest, etc. Maar mij (als niet Amsterdammer) interesseert de stadsindeling  me niet. Evenmin boeit het me hoe de afdelingen heten binnen de gemeente en de GGZ waar hij mee samenwerkt.

Juist door die uitgebreide informatie over de stad, is het een echt Amsterdams boek geworden. Daardoor spreekt dat gedeelte me minder aan. Aan de andere kant zijn de schrijnende voorbeelden makkelijk te vertalen naar andere steden of dorpen. Het zet je aan het denken over wanneer je voor het laatste je buurvrouw hebt gesproken of waar die aardige zwerver toch is gebleven die je altijd op straat tegenkwam.

Vroeger heb ik ook een buurman gehad die een echte verzamelaar was. Ik ben nooit bij hem binnen geweest, maar heb wel eens om de hoek gegluurd als zijn voordeur openstond: in de gang stond het vol met dozen papier en whatever. Ik kan niet voorstellen dat het appartementencomplex níet in rook was opgegaan, als er daar brand was uitgebroken.

Let niet op de rommel geeft een interessant inkijkje in andermans sores en zet jezelf ook aan het denken om toch maar eens aan te bellen bij de buurman.

Arctisch dagboek

Hilarisch essay over een desastreuze cruise

Arctisch dagboekIn de Boekenweek koop ik eigenlijk ook altijd het Boekenweekessay. Het is maar €2,50 en vaak zijn het geinige boekjes. Het essay van dit jaar is geschreven door Jelle Brandt Corstius en niet alleen geinig: ik vind het hilarisch!

Ik ken Jelle Brandt Corstius niet zo goed. Als ik hem op tv zie dan zit hij of verstopt onder een bontmuts in Rusland, of hij aan tafel van een praatprogramma waar hij praat over het onder een bontmuts verstopte Rusland. En aangezien Rusland nu niet meteen mijn hoogste prioriteit heeft qua interesses ken ik zijn werk niet zo goed.

In Arctisch Dagboek vertelt Brandt Corstius over een cruise naar de Noordkaap en de Witte Zee waar hij gratis aan mag deelnemen als hij een aantal lezingen aan boord wil geven. Dat wil hij wel, de Noordkaap heeft hij altijd al eens willen zien. Wat volgt is een hilarisch verslag over een grijze bollencruise (alleen maar bejaarden) vol zoutloos eten, lompe mensen en hun valse verwachtingen en de zenuwen die de auteur van die mensen krijgt.

Blijkbaar is de cruise (zonder zijn weten) aangeprezen als ‘Reis mee met Jelle Brandt Corstius’ waardoor de mensen aan boord hem te pas en te onpas aanspreken over verloren mutsen in het museum in Moermansk (of hij even wil bellen om na te vragen of de muts gevonden is), een man in een rolstoel die ‘niet vooraan heurt te zitten’ en vreemde dialogen over eerder gemaakte vakantietripjes naar Finland en India.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het Boekenweekessay leuker vond dan het Boekenweekgeschenk. Ik wil verder niet te veel verklappen, dit boekje moet je gewoon lezen. Je voelt de wanhoop van de schrijver die zich wil verstoppen voor die vervelende, aan hem vastklampende mensen. De typische ‘out door, avontuurlijk maar ook weer niet te gek’-type mensen die hij beschrijft zijn heel herkenbaar. Iedereen die wel eens met een groep weg is geweest, heeft wel eens zo’n iemand of zulke mensen in de groep gehad. Er zitten altijd wel zeurkousen bij. Helaas voor Jelle zat deze hele boot vol met zure pruimen!  

Ik weet waarom gekooide vogels zingen

Maya Angelou – Ik weet waarom gekooide vogels zingen: tegenvallende Amerikaanse literaire klassieker

Ik weet waarom gekooide vogels zingenIk weet waarom gekooide vogels zingen is een Amerikaanse literaire klassieker. Maya Angelou is een voorbeeld van hoe hard de afro-amerikaanse cultuur heeft moeten knokken in de Verenigde Staten. Knokken om bestaansrecht, vrij leven en respect. Dezer trieste geschiedenis heeft me altijd bijzonder geboeid, al sinds ik voor het eerst leerde over slavernij op school. Dit is een boek wat hoog scoort in het boekenlijstje van Oprah Winfrey. En aangezien ik Oprah vrij hoog heb zitten, wilde ik dit boek dus graag lezen.

Helaas vond ik het lezen een beetje een teleurstelling. Het verhaal mist een natuurlijke flow waardoor het stottert en bijna als een verhalenbundel leest, in plaats van een autobiografische geschiedenis. Personages verschijnen in het verhaal, maar verdwijnen net zo makkelijk. Later worden ze bestempeld als ‘belangrijk’, maar over het waarom wordt niet gerept. Ik mis als blonde, Hollandse meid waarschijnlijk ook het gevoel dat Angelou beschrijft. De broeierige sfeer, het continue jezelf willen bewijzen, sterker voor doen dan je bent, de wanhoop van de gedachte nooit meer te worden dan een ex-slaaf, etc. Ik weet niet hoe het is om een zwarte vrouw te zijn. Ik deel die strijd niet. En ondanks dat Angelou het beschrijft in haar boek, voel ik het niet. Het komt bij mij niet binnen; het raakt me niet voldoende.

The color purple is één van mijn lievelingsboeken. Mijn hart van hout vind ik ook een prachtig verhaal. Trieste verhalen over sterke afro-amerikaanse vrouwen die ondanks hun tegenslag, ondanks hun strijd dóór gaan en blijven geloven in een beter bestaan. De essentie verschilt dus niet zo veel van Ik weet waarom gekooide vogels zingen. Met het verschil dat dit non-fictie is, een autobiografie. De andere twee boeken zijn romans. Het is een beetje schaamtevol om te zeggen, maar ik denk dat Maya Angelou niet ‘sensationeel’ genoeg voor me is. Het is niet spannend/triest/verschrikkelijk genoeg. Ik vind het simpelweg niet zo boeiend. En dat zal ongetwijfeld door die blonde haren en rode appelwangen van me komen.

Bruce Springsteen

Peter Ames Carlin – Bruce Springsteen: interessant, maar niet al te spannend

Bruce SpringsteenOndanks dat Bruce Springsteen toch al lang aan de weg timmert als rockartiest, weet ik niet veel van de man en zijn muziek. Althans, tot ik dit boek las van Peter Ames Carlin, simpelweg Bruce Springsteen genaamd. Het is een biografie over Bruce, verhalend over zijn passie voor de muziek, zijn vreemde jeugd, zijn doorzettingsvermogen en eigengereidheid, de diepte- en de hoogtepunten in het leven van Springsteen tot nu toe. Maar zoals Bruce zelf niet al te spannend is, zo is het boek ook niet al te spannend. Geen grote drugsbacchanalen, geen seksorgies, geen bijna doodervaringen of vechtpartijen. Bruce is braaf. Soms wat egocentrisch (zou je ook kunnen omschrijven als ambitieus, weten wat hij wil, etc.) en onberekenbaar, maar over het algemeen een sympathieke man met het hart op de goede plaats.

Ik begon heel enthousiast aan het boek en het eerste deel dat over zijn jeugd vertelt, las als en trein. Later, als het meer en meer over de muziek, de muzikanten en de producers gaat, dan wordt het wat saai. Want eigenlijk lees je alleen maar over met wie hij nu weer samen ging werken en wie hij daarvoor even aan de kant schoof. Dus eenmaal aanbeland in de tweede helft van het boek had ik meer een ‘ach het is wel interessant’-gevoel dan dat ik het boek perse wilde uitlezen, benieuwd naar de volgende avonturen van The Boss.

Kortom, als achtergronddocument best interessant, maar niet al te spannend.

Werfbeurt voor een oude duursporter

Martin Baten – Werfbeurt voor een oude duursporter: geestig en inspirerend

Werfbeurt vor een duursporterNa achttien jaar werk op zee wordt het tijd voor wat anders. Het volbrengen van een Ironman triatlon in 2011 in Wanaka, Nieuw Zeeland, heeft een grote invloed op de keuzes die gemaakt gaan worden voor het jaar dat daarop volgt. Het wordt een carrière in de (duur)sport. Een ‘oud’ zeeman gaat terug naar de collegebanken in Ierland. Een onzekere tijd met verscheidene wendingen breekt aan. Het verhaal meandert tussen het leven aan boord van schepen, sportevenementen, college en persoonlijke malaise. Alles is beschreven in een waterval van emoties en hersenspinsels van de auteur. Af en toe lijkt het alsof de draad helemaal zoek is, maar uiteindelijk valt de puzzel dan toch in elkaar.

Dit is het tweede boek van Martin Baten. Zijn eerste boek beschrijft zijn passie voor sport en de aanloop naar het grote sportevenement toe; de Ironman in Wanaka, Nieuw Zeeland. Via via ben ik dat boek gaan lezen. Het was even worstelen, want ik ben niet echt thuis in de wereld van (duur)sport en de trainingsschema’s werden me meteen om de oren gesmeten. Maar iets in zijn stijl, zijn humor, bleef me aantrekken in dat verhaal en het boek had ik snel uit.

In dit tweede boek speelt niet een specifiek sportevenement de hoofdrol, al komen ook hier de nodige marathons, sportblessures en trainingen voorbij, maar een carrièreswitch. Van de zee, naar het vaste land. Van stil zitten op een schip op zee, naar de massagetafel in een leslokaal. En dat je die switch niet zomaar maakt, daar is Baten achter gekomen. En dat schrijft hij opnieuw in zijn geheel eigen van-alles-wat-stijl op.

Sneltreinvaart, waterval, het zijn termen die de uitgever gebruikt om Baten’s schrijfstijl te omschrijven. En die zijn behoorlijk goed gekozen kan ik je zeggen. Het is echt even wennen, want het gaat van hot naar her, op en neer, en snél! Je zou het lezen ervan zelfs kunnen vergelijken met datgene waar de passie mee is begonnen; met een triatlon. Er komt ook veel Engels voor in de tekst en iedereen die hij ontmoet of kent wordt bij zijn bijnaam genoemd.

Werfbeurt voor een duursporter is een erg persoonlijk verhaal en toch ook herkenbaar. De twijfels, angsten en onzekerheid die komen kijken bij het maken van zo’n ingrijpende beslissing. Het verdriet dat blessureleed heet, faalangst en eenzaamheid. Daarentegen ook euforie en het meest geniet ik van zijn wedstrijdverslagen. Niet alleen van de wedstrijden die hij zelf meeloopt, maar ook als hij langs de kant van de weg staat.

Voor duursporters is dit boek, net als Challenge Wanaka 2011 – Handboek triatlon voor de zeeman, zeer herkenbaar en geestig. Maar dit boek gaat ook over keuzes maken en de persoonlijke twijfel die komt kijken bij het maken van een carrièreswitch. Plus het bevat de nodige dosis humor en zelfspot, waardoor het ook voor niet-sporters (zoals mijzelf) een geestig en inspirerend boek is.

Dit is om nooit meer te vergeten

Helga Deen – Dit is om nooit meer te vergeten: inspirerend dagboek vanuit Kamp Vught

Dit is om nooit meer te vergeten‘Lieve, lieve jongen laat je gedachten en verlangens de mijne kruisen…,’schrijft Helga Deen op 8 juli 1943 in een brief aan haar vriend Kees. Het zijn haar laatste woorden vanuit kamp Westerbork, vlak voordat zij in Sobibor vermoord wordt.

Helga Deen hield een dagboek bij in kamp Vught, een aangrijpende en ontroerende getuigenis van het dagelijkse leven in een concentratiekamp. Ze wordt heem en weer geslingerd tussen liefde en afkeer, tussen wanhoop en optimisme. Plotseling beroofd van alles wat haar vertrouwd was, schrijft ze op indrukwekkende wijze hoe ze zo waardig en bezield mogelijk probeert te leven.

Meer dan zestig jaar later zijn Helga’s dagboek en brieven teruggevonden in een schooltas, door de zoon van de vriend van wie ze zo hartstochtelijk hield.

Er dringen zich vergelijkingen op met Anne Frank en Etty Hillesum, maar toch is hier een heel eigen stem hoorbaar: intens, lyrisch, wanhopig, geërgerd, bang soms, maar tot het laatst vitaal.

Helga Deen woonde in Tilburg toen ze gedeporteerd werd naar kamp Vught. Het is ‘onze’ Anne Frank. Vandaar dat dit boek al enige tijd op mijn verlanglijstje stond om te lezen.

Het dagboekje beslaat een periode van slechts een maand, zo lang zat ze in Kamp Vught. Haar taalgebruik is soms poëtisch, vaak wat warrig en van de hak op de tak springend. Ze is moe en bang, dat is goed terug te lezen in haar woordgebruik. Maar hoe bijzonder is het ook weer dat ze zich richt op de schoonheid van de natuur, die ze nog om zich heen kan zien. Zonsondergangen worden uitgebreid beschreven, wandelen in een stortbui werkt rustgevend en wat blij is ze met de bomen in en rondom het kamp.

Het is niet altijd makkelijk om de tekst goed te volgen, mede door de poëtische inslag (nooit mijn sterkste punt geweest) en het warrige ervan. De introductie van Ad van Liempt en het chronologische verslag in het nawoord zorgen voor de opheldering en het in de juiste context plaatsen van haar teksten. Het is een schrijnend verslag over een jonge vrouw (ze was pas achttien) die zo verlangt naar haar vriendje. Ze ergert zich aan de asociale mede-kampbewoonsters en vindt dat ze te weinig brieven ontvangt van haar vrienden. Wat ik heel knap vind is dat ze ondanks dat positief probeert te zijn en ze hekelt zichzelf als haar dat niet lukt. Ze moet een sterke jonge vrouw zijn geweest, dat ze dat in die omstandigheden nog kon en wilde zijn.

Het is maar een kort verslag en je leert Helga niet zo goed kennen als Anne Frank in haar dagboek, wat een aanzienlijk langere periode besloeg. Maar het geeft een aardig inzicht in haar sterke persoonlijkheid (met name door de brieven van haar vriend en beste vriendin die ook in het boek terug te lezen zijn) en haar vitaliteit en drang naar positivisme is een inspiratie voor anderen.