Wieg me zachtjes

Judith Kelly – Wieg me zachtjes: hartverscheurende gruwel in een nonnenklooster

Wieg me zachtjesMidden jaren vijftig belandt Judith Kelly, na haar vaders overlijden, in een Engels katholiek weeshuis. Haar moeder gaat intussen op zoek naar een geschikte woonplaats voor haarzelf en de achtjarige Judith.
De nonnen bij wie Judith wordt achtergelaten, zijn verre van liefdevol en voeren een psychologische terreur over de meisjes, die zij bovendien regelmatig mishandelen. Het leven van Judith en de anderen is een hel waaruit ze niet kunnen ontsnappen.
Weken worden maanden, maanden jaren, en Judith hoort nog steeds niets van haar moeder. Onbegrip wordt machteloosheid. Ze wordt dikke vriendinnen met Francis, op wie de dagelijkse ellende en de daden van de nonnen merkwaardig weinig invloed lijken e hebben. Des te schokkender is haar tragische lot bij de nonnen: gebeurtenissen die Judith nooit meer zal kunnen vergeten.
Jaren later raakt zij in een kibboets bevriend met een slachtoffer van de Jodenvervolging. Met deze wederzijdse herkenning van leven in angst, begint voor Judith de verwerking van haar traumatische jeugd, die haar uiteindelijk terugvoert naar het weeshuis, naar een confrontatie met het verleden.

Meerdere malen heb ik moeten huilen tijdens het lezen van Judith’s verhaal. Het is hartverscheurend om te lezen hoe ze als jong meisje fysiek en psychisch mishandeld wordt door de nonnen. Onvoorstelbaar dat dit kon gebeuren. En ook verbijsterend hoe een dergelijk trauma nog jarenlang doorwerkt en ook nog altijd zijn uitwerking heeft als Judith volwassen is.
Naast al deze gruwel is het geruststellend (en hoopvol) om te lezen hoe ze zichzelf hervindt. En hoe ze uiteindelijk, jaren later, haar tijd in het weeshuis een plek kan geven en door kan gaan met haar leven.
Ik vond het een bijzonder verhaal om te lezen. Mooi geschreven, pakkend en kleurrijk, voor zover je dat kan zeggen over deze verschrikkelijke periode in haar leven.

De leeuw en zijn hemd

Nelleke Noordervliet – De leeuw en zijn hemd: een (saaie) stap terug in de tijd

De leeuw en zijn hemdDe behoefte om de gouden tijden van ons land in één adem te noemen met de zwarte bladzijden heeft een geschiedenis. Nelleke Noordervliet gaat op reportage door het verleden, door de achterbuurten en in de herenhuizen, tot aan de schildersateliers en dichtersstulpjes. Ze ontmoet de Heren XVII van de VOC, in de bloeitijd van de zeventiende eeuw; de patriotten in de revolutionaire jaren van de achttiende eeuw, Albert Verwey en koningin Wilhelmina aan het eind van de negentiende eeuw. Schaamte over ons koloniaal verleden en trots op onze handelsmacht wisselen elkaar af. Waarom hebben we de neiging nu eens de wijsvinger te heffen, en dan weer de middelvinger?

De leeuw en zijn hemd is het boekenweekessay van 2013. Ik heb al eens eerder een Noordervliet gelezen, dus ik keek wel uit naar het lezen van dit boekje. Het is maar dun, bevat maar 63 beschreven pagina’s. Het lijkt me best moeilijk om in dit krappe ruimte een verhaal op te bouwen. Dat blijkt ook wel. Noordervliet vliegt van hot naar her en echt samenhangend wordt het in mijn beleving niet.

Het begin is wel leuk, als ze de steden omschrijft van de zeventiende eeuw, de leefomstandigheden en dergelijke. Maar de politieke sores van die tijd neem al snel de toon over en laat me dat nu net minder boeien. Vroeger tijdens de geschiedenislessen had ik al moeite om alle namen van die belangrijke snoeshanen te onthouden. Dus ook bij deze verzameling geschiedenisfeiten haak ik al snel af. Ik heb het uitgelezen, maar vond het eerlijk gezegd maar saai. Saai en onsamenhangend.

De levenscode

Albert Sonnevelt – De levenscode: toch geen boek voor bejaarden!?

De levenscodeHet is alweer een aardige tijd geleden dat ik me heb ingeschreven bij Boekreviewers.nl. Het idee stond me wel aan: je geeft op de site aan welke genres je leuk vindt en waar je boeken van zou willen lezen én reviewen. Dan krijg je boeken toegezonden die je moet lezen en waarvan je op 5 verschillende sites (Bruna, Bol, Selexyz, etc.) een recensietje moet plaatsen. Gewoon even je mening geven over het boek. Dat boek mag je dan houden én je krijgt een kleine vergoeding per gelezen boek.

Ik hoorde daarna niets meer van de boekreviewers, dus dacht dat het idee een stille dood gestorven was. Tot ik de mail kreeg met de vraag of ik een boek wilde lezen over de geheimen van vitaal oud worden. Hmm… Sprak me nu niet meteen aan, aan de andere kant wilde ik ze ook niet meteen bij de eerste toenadering afwijzen. En ach, een boek waarin de levenservaringen van gezonden bejaarde zijn opgeschreven en waaruit je tips kan halen om gezonder te leven klonk niet al te vervelend. Dus voila! Een week later vier De Levenscode van Albert Sonnevelt op de deurmat. Dit is wat er op de achterflap (groot boek) stond:

Het geheim van vitaal oud worden

Vitale mensen hebben tientallen wensen, zieke mensen maar één. Je leeft in een wonderlijk tijdperk: er is meer informatie beschikbaar over ziekte en gezondheid dan je ooit kunt verwerken. Aan de andere kant dreigen er meer mensen te sterven aan leefstijlgerelateerde klachten dan ooit in de geschiedenis is voorgekomen. Hoe vind je jouw balans? Welke verantwoordelijkheid heb je? Waar vind je de wijsheid die klopt voor jouw leven? En hoe past een gezonde leefstijl in je drukke bestaan?

Albert Sonnevelt begon na zijn studie psychologie een fascinerende ontdekkingsreis op zoek naar antwoorden op bovenstaande vragen. Hij ging hierbij op een bijzondere manier te werk. Hij keek niet naar ziekmakende factoren, maar onderzocht juist waarom bepaalde ouderen op zeer hoge leeftijd nog zo vitaal zijn. Zij zijn immers het levende bewijs dat een bepaalde leefstijl werkt!

De afgelopen dertig jaar interviewde Albert honderden vitale ouderen en vergeleek hij zijn bevindingen met wetenschappelijke onderzoeken over dit onderwerp. Hierin ontdekte hij een aantal gemeenschappelijke kenmerken, die hij verwerkte in zijn vitaliteitsmodel. In dit boek vind je een selectie van de veelal wonderbaarlijke gesprekken die Albert had met de vitale, bejaarde krachtpatsers. Daarnaast staat ieder hoofdstuk boordevol praktische tips, leerzame testjes en ondersteunende adviezen die je direct kunt toepassen. Zo kun je vandaag al starten met het ontwikkelen van een gezonde leefstijl.

Boek voor bejaarden

De kaft van het boek schrok me in eerste instantie af; twee lachende grijze mensen. “Dit boek is voor bejaarden!” schoot door mijn gedachten. Maar dat is niet het geval. Dit boek is voor iedereen, jong en oud, die zo vrolijk, gezond en lachend als die twee grijze mensen op de voorkant wil worden. Oftewel; het geheim van vitaal oud worden.

Normaal gezien ben ik niet zo van de ‘zelfhulpboeken’ of van de adviesbundels over diëten, sporten of zweverige denkwijzen. Ondanks dat dit boek ook al die aspecten van gezond leven omvat (positief denken, gezond eten, voldoende lichaamsbeweging, etc.), wordt het echter nergens belerend, bestraffend of moralistisch. Het is een erg positief boek en dat heeft een motiverende werking. Waar veel adviserende lectuur haar lezers vaak wijst op wat ze niet mogen en vooral moeten láten, benadrukt Sonnevelt vooral de positieve dingen en hoe makkelijk het kan zijn om je levensstijl te veranderen.

Ondanks dat de inhoud in principe niets nieuws bevat (ik weet al lang dat ik op mijn eten en mijn beweging moet letten en ook dat je meer moet lachen op een dag), is het toch geen oude koek. Het is grappig om te lezen dat de schrijver zelf ook verrast is als hij de vitale oudjes spreekt die de inspiratie vormen voor zijn onderzoek. Al 90 jaar leven op driemaal per dag  3 witte boterhammetjes met jam? Al 85 jaar een kettingroker? Hoe kunnen deze mensen zo gezond zijn? Zo vrolijk? Zo… vitaal?

De tekst is makkelijk geschreven. Ondanks dat uitgebreid uitgelegd wordt hoe bepaalde emoties, gevoelens en leefstijlen onze gezondheid kunnen beïnvloeden, wordt het nergens te ingewikkeld of saai. Elk hoofdstuk heeft een kort testje waardoor je een beetje een idee krijgt hoe je zelf aankijkt tegen wat er omschreven wordt. Ook staan er handige tips en laagdrempelige oefeningen in, waarmee je een beginnetje kan maken om gezonder te gaan leven.

Gematigd positief

Ik ben nog steeds niet zo van dit soort zelfhulpboeken en ondanks dat ik wel positief ben, is het een soort van gematigde positiviteit. Ik vind persoonlijk dat ieder voor hem-/haarzelf moet uitzoeken wat hem/haar gelukkig maakt. Wat voor Pietje geldt, hoeft niet voor mij te gelden. Vandaar dat ik dit boek niet de hoogste score mee geef. Maar ik besef me ook dat dat puur mijn persoonlijke mening is en eigenlijk, als ik eerlijk ben, is De levenscode zo gek nog niet.

Reeds gepubliceerd op theSword.nl

Bob de straatkat

James Bowen – Bob de straatkat: wonderschoon verhaal over vriendschap

Bob de straatkatJames, een straatmuzikant in Londen, vindt een gewonde kat in het trappenhuis van zijn flat. Hij neemt de rode kater mee, besteedt zijn laatste geld aan de dierenarts en verzorgt hem tot hij weer op eigen poten kan staan. Want James kan nauwelijks voor zichzelf zorgen, laat staan voor een kat. Maar Bob besluit te blijven en de twee worden onafscheidelijk. Bob volgt James overal, in de bus, in de metro, en als hij geen zin heeft om te lopen zit hij op James’ schouder. En terwijl ze samen hun kostje verdienen met straatoptredens verandert hun leven, worden ze beroemd en kunnen ze allebei hun moeilijke verleden achter zich laten.

Bob de straatkat is een inspirerend en hartverwarmend verhaal over een straatmuzikant en een bijzondere kat die elkaar een tweede kans geven. James Bowen schreef een ontroerend boek over de liefde tussen mens en dier.

Tijdens het lezen is het soms moeilijk om te geloven dat dit echt gebeurd is. Een kat? In hartje Londen in de bus? Nee joh, dat kan toch niet! James refereert er al aan in zijn boek; mensen spreken hem vaak ook boos aan op straat, denken dat hij de kat dwingt en vastbindt. Toch is het allemaal waar wat in het boek verteld wordt. Je hoeft maar naar de vele filmpjes van Bob op YouTube te kijken om te zien dat de kat zich prettig voelt bij James. Op zijn gemak kijkt hij naar langsrijdende auto’s en de vele mensen die voorbij komen snellen op straat. Er is zelfs te zien hoe Bob ontspannen op een stoeltje in de bus naar buiten zit te kijken. Uit deze filmpjes en natuurlijk uit het boek blijkt wel hoe bijzonder Bob is. En hoe speciaal de band tussen Bob en James.

Daarom is het een wonderschoon verhaal over een heel bijzondere en hechte vriendschap tussen mens en kat.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

Achter de laatste brug

Jan Blokker – Achter de laatste brug: opdat wij niet vergeten

Achter de laatste brugDrieëneenhalve dag duurde de oorlog achter de Grebbelinie. Toen de eerste bewoners een week na de Duitse aanval in mei 1940 voorzichtig waren teruggekeerd van hun evacuatieadressen, hadden ze de ruïnes aangetroffen van hun steden, dorpen en hoeven. Ze hadden de rommel opgeruimd, hun doden begraven en waren aan het werk getogen. De rust was weergekeerd.

Maar in september 1944 kwam de oorlog terug in het land. De bevrijding lag aan de overkant van de rivier, voorbij de vernielde bruggen over de Rijn. De bewoners van de Gelderse vallei zaten gevangen tussen de strijdende partijen. In Achter de laatste brug beschrijft historicus Jan Blokker hun leven, dat zeven maanden lang totaal ontregeld raakte.

“Opdat wij niet vergeten” staat op het oorlogsmonument bovenop de Grebbeberg, ter herdenking aan de gevallenen tijdens die korte strijd die zich afspeelde in het bos op de berg bij Rhenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ‘niet vergeten’ is ook het doel van dit boek. Het is zeker van geschiedkundige waarde, maar niet een verzameling jaartallen, statistieken en opsomming van feiten en namen zoals je misschien van een geschiedenisboek verwacht. Het is een verzameling ooggetuigenverslagen. Verhalen van de mensen die, toen nog kinderen, de oorlog en de strijd tijdens de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt.

Niets is meer sprekender dan mensen horen vertellen over de tijd die ze zelf hebben meegemaakt tijdens de oorlog. Hoe een jongen van vijftien dode soldaten uit de rivier vist met zijn vrienden. Hoe de kinderen genoten van het eten en lekkers dat de bevrijders met zich meenamen. Hoe hele gezinnen met bijna complete huisraad bij zich (en opoe in de grote mand voor op de fiets, met haar benen in zwarte kousen over de rand bungelend) moesten verhuizen naar dorpen en steden soms tientallen kilometers verderop. Wellicht zijn de gevechten in de regio tussen Arnhem en de Grebbelinie niet de meest heftige van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, maar de verslagen van wát ze meemaakten (of het nu granaatinslagen, razzia’s of proberen zo normaal mogelijk je leven voort te zetten is) maken grote indruk. Het boek is daardoor in een vloek en een zucht uit, het leest als een trein. Ik ben blij dat ik het gelezen heb. Blij voor het inkijkje dat ik heb gekregen in het dagelijks leven tijdens de oorlog. Blij opdat ik het zo niet vergeten zal.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

Bijna zijn wij aan de beurt

Elisabeth Åsbrink – Bijna zijn wij aan de beurt: vreemde mix van non-fictie en fantasie

Bijna zijn wij aan de beurtFebruari 1939. Vanuit Wenen, dat dan al door de nazi’s bezet is, vertrekt een geheim kindertransport naar Zweden: de Zweedse regering laat geen volwassen vluchtelingen toe, maar voor honderd Joodse kinderen gaan de grenzen tijdelijk open. Ook Otto, enig kind van Josef en Elise Ullmann, wordt zo in veiligheid gebracht. Door een bizarre speling van het lot wordt Otto knecht in het gezin van Hitler-aanhanger Kamprad. Ondanks de tegenstellingen tussen hen raken diens zoon Ingvar (de latere oprichter van IKEA) en Otto met elkaar bevriend. In Wenen wordt de situatie voor Joden met de dag nijpender en Josef en Elise verliezen de hoop ooit met hun zoon herenigd te worden.

Dit aangrijpende verhaal is gebaseerd op interviews, documenten van de geheime dienst en meer dan vijfhonderd brieven die Josef en Elisa Ullman aan hun zoon Otto schreven.

Bijna zijn wij aan de beurt onthulde in Zweden dat de oprichter van IKEA tijdens de oorlog lid was van de nazi-partij en dat hij ook na de oorlog bleef sympathiseren met extreem-rechts gedachtegoed.

Het verhaal van de dan nog dertienjarige Otto die op de trein is gezet door zijn ouders, op weg naar Zweden, is bijna helemaal gereconstrueerd  aan de hand van honderden brieven die bewaard zijn gebleven. Het zijn de brieven die Otto’s ouders hem nagenoeg elke dag schreven om hun zoon hoop in te spreken, hem te troosten, te vertellen over de ditjes en datjes in Wenen en hoeveel  ze hem missen.

Tijdens het schrijven van dit boek is Otto Ullman overleden, dus heeft de schrijfster veel gesproken met zijn kinderen en de mensen met wie hij omging in Zweden. Ondanks dat het een prachtig verhaal is geworden, is wat mij betreft de vraag in hoeverre het écht is en in hoeverre het de fantasie van de schrijfster is geweest die de blanke pagina’s, de gaten in de geschiedenis van Otto, heeft gevuld met fictie.

Daarnaast gaat een heel groot deel van het boek over de positie die Zweden innam tijdens de regeringsperiode van Hitler in Duitsland, de overheersende overtuiging van het Zweedse volk jegens de Joodse immigranten en het rechtse verleden van IKEA-oprichter Kamprad. Ondanks dat deze elementen allemaal toegevoegde waarde bieden aan het verhaal van Otto, treden ze naar mijn mening wat te veel op de voorgrond in het boek. Zo is het een vreemde mix geworden van non-fictie en vrije interpretatie van de feiten of zelfs van het ontbreken hiervan.

Bijna zijn wij aan de beurt is geen roman en noemt zichzelf non-fictie. Met dat laatste heb ik een beetje moeite, maar feit is dat het een meeslepende geschiedenis is. De brieven in het boek zijn echt en raken je in het hart. Tussen de regels door lees je de wanhoop van de ouders en het gemis van de jonge Otto in het onbekende en verre Zweden.  Als je geïnteresseerd bent in de Zweedse geschiedenis, dan is dit boek interessante lectuur. Als dat je minder boeit, dan is het best pittig om het uit te lezen.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

Wij zijn, maar wij zijn niet geschift

Tim Krabbé – Wij zijn, maar wij zijn niet geschift: intrigerend en verontrustend verslag van Columbine

Wij zijn maar wij zijn niet geschiftOp 20 april 1999 schoten twee jongens op Columbine High School in Littleton, Colorado, een leraar, twaalf leerlingen en zichzelf dood. Het wordt in Amerika nog steeds gevoeld als een nationale schoffering in de orde van Pearl Harbor en 9/11, en het leeft wereldwijd voort in fictie en non-fictie, en in nieuwe schietpartijen.

Toen Tim Krabbé zich in 2007 voor Columbine ging interesseren ontdekte hij dat wat hij dacht te weten (twee gepeste jongens namen wraak; ze schoten kinderen dood die Ja hadden gezegd op de vraag of ze in God geloofden; ze waren die ochtend eerst gaan bowlen) niet klopte – en dat de werkelijkheid veel vreemder en griezeliger was. Krabbé las tienduizenden bladzijden getuigenverklaringen, rapporten, dossiers, krantenstukken, en de schoolopstellen, websites en dagboeken van de daders, Eric Harris en Dylan Klebold; intelligente jongens uit liefdevolle, hoogopgeleide gezinnen. Hij vond details die nog door niemand waren gezien en ontdekte dat er geen enkel boek was waarin de hele zaak gedetailleerd, nauwkeurig en open wordt geanalyseerd en verteld.

Dat boek schreef hij. Wij zijn maar wij zijn niet geschift heeft terecht de pretentie het definitieve boek over Columbine te zijn. Krabbé weerlegt de gangbare opvatting dat Eric een psychopathisch meesterbrein was en Dylan zijn depressieve, willoze volgeling. Hij laat zien dat het een filosofische misdaad was waarbij de verhouding tussen de twee heel anders lag en veel interessanter was dan altijd wordt aangenomen.

Dit boek bestaat als het ware uit drie delen. In het eerste deel vertelt Krabbé aan de hand van de politiedocumenten en vele getuigenissen het verhaal van die vreselijke dag. In chronologische volgorde geeft hij een analytisch verslag van de dag; uur voor uur en de precieze route die de jongens volgen in de school tot het neerschieten van de slachtoffers aan toe. Het tweede deel van het boek vertelt over de daders, Eric Harris en Dylan Klebold. Aan de hand van de dagboeken van beide jongens en opnieuw getuigenverklaringen, probeert Krabbé een beeld te schetsen van de twee pubers.

Het verslag van uur tot uur van de noodlottige dag is intrigerend, spannend en luguber. Maar dit tweede deel wordt wat langdradig, vooral als het wazige dagboek van Dylan wordt besproken. Er is soms geen touw aan vast te knopen, Krabbé schrijft dit ook letterlijk in zijn boek. Toch is het belangrijk om je door dit gedeelte van het boek te worstelen, want het helpt je een beeld te vormen over de gevoelens en de karakters van de moordenaars.

In de laatste hoofdstukken durft Krabbé op basis van zijn eigen research de belangrijkste aanname, namelijk dat Eric Harris de psychopaat en aanstichter van het stel was en Dylan Klebold slechts de sullige volger, te weerleggen met heldere argumenten. Het is altijd moeilijk om achteraf conclusies te trekken over mensen die er niet meer zijn. Daar ligt dan ook weer een beetje het gevaar van dit boek. Is Krabbé wel in de positie om deze conclusies te trekken? Op basis van wat ik gelezen heb in het boek en de argumentatie van Krabbé (die overigens niet beweerd de waarheid in pacht te hebben), durf ik op zijn opinie te vertrouwen. Volgens Krabbé was er geen reden voor het bloedbad. Ze… deden het gewoon. En dat vind ik nu zo eng. Want als zij het gewoon deden, wat weerhoudt anderen dan om het niet ook te doen?

Wij zijn maar wij zijn niet geschift is een intrigerend en enigszins verontrustend boek. Beangstigend omdat uit het boek blijkt dat de daders ook maar gewone pubers waren met typische door hormonen gestuurde verwarrende gevoelens. Het geeft je een indruk van wat er die dag op Columbine High School is gebeurd en ook wat er daarna gebeurt met de politierapporten en getuigenverslagen en hoe verdriet voor de nabestaanden de waarheid soms verdraait.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

De tranen van Mata Hari

Thomas Ross – De tranen van Mata Hari: spannende mix van fictie en feiten

De tranen van Mata HariMata Hari: een exotische danseres, een courtisane, een spionne. Het zijn zo’n beetje de kernbegrippen die Margaretha Geertruida McCleod-Zelle omschrijven. Deze geboren Friezin werd wereldberoemd in Europa in het begin van de negentiende eeuw. Ze trok volle zalen met haar exotische buikdansen en deelde de lakens met de hoge piefen van elk land: royalty, politici en legerofficiers; Mata Hari, zoals haar artiestennaam luidde, draaide haar hand er niet voor om. In 1917 kwam er echter een bruut einde aan het sprookjesleven van Mata Hari vol glitter en glamour: ze werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. De reden? Mata Hari zou spioneren voor de Duitsers in de toen nog woedende Eerste Wereldoorlog.

Het dossier van Margaretha Zelle is nog altijd geheim. Pas in 2017 wordt het dossier openbaar gemaakt. De geheimhouding rond haar veroordeling voeden de speculaties dat de Friezin geen eerlijk proces heeft gehad en er misschien wel ingeluisd is. Want was Mata Hari écht een spionne?

Tomas Ross heeft als schrijver zijn strepen al verdiend. Hij won prijzen voor Koerier voor Sarajevo en het in 2003 verschenen De zesde mei. Hij staat bekend als dé Nederlandse misdaadschrijver. Ondanks dat het dossier rond Mata Hari nog niet openbaar is, probeert Ross in zijn laatste boek De tranen van Mata Hari een tipje van de sluier rond haar proces op te lichten. Dit doet hij door een samenvloeiende mix van fictie en feiten, die het verhaal samen een Da Vinci-code-achtige spanning meegeeft.

Het boek begint in 1914 en vertelt de verhalen van de personages Willem Bentinck (journalist, Nederlander), Jonathan Grey (agent van de Britse Naval Intelligence, Amerikaan) en Margaretha Zelle (Mata Hari, Nederlandse). Bentinck en Grey zijn fictief, en raken ongewild steeds meer verwikkeld in het spionagenet in Engeland, Nederland, Frankrijk én Duitsland. Zo komen ze in aanraking met Mata Hari. In eerste instantie hebben ze niet direct te maken met de exotische danseres, maar langzaam maar zeker wijzen steeds meer (spionage-)pijlen haar kant op. De twee heren betwijfelen echter of zij écht de spionne is waar de Fransen naar op zoek zijn.

Ondanks dat de spanningsopbouw goed in elkaar steekt, de personages stuk voor stuk breed uitgewerkt en boeien, blijft De tranen van Mata Hari een niet zo makkelijk boek. De vele personages, ontwikkelingen en steeds wisselende verhoudingen tussen elkaar, maken het soms moeilijk volgen. Niet voor niets zit er voorin het boek een register met de namen van alle personages. Dat is niet alleen makkelijk als je een boekverslag moet schrijven, je hebt het ook zeker nodig voor het volgen van het boek! Dit maakt het boek moeilijk leesbaar en de spanning valt daardoor ook soms weg.

Aan de andere kant moet Ross’ speurwerk naar het spionageweb rond Mata Hari zeker geprezen worden. Het is, ondanks het eerder genoemde minpunt, een spannende thriller geworden dat je als lezer steeds meer meesleept en stap voor stap deel laat uitmaken van de levens van personages Grey, Bentinck én Mata Hari zelf.

The undutchables, leven in Holland

Colin White en Laurie Boucke – The undutchables, leven in Holland: mateloos irritant

In 1989 verscheen de eerste druk van dit boek, toen alleen in het Engels. Ondertussen is het, nu al de vijfde druk, razendpopulair onder buitenlanders die zich in Nederland vestigen. Deze vijfde druk is ook in het Nederlands verkrijgbaar, de versie die ik hier bespreek.

Ongetwijfeld bevat het boek humor. Het houdt ons Nederlanders een spiegel voor over hoe wij nu eigenlijk zijn in de ogen van de buitenlanders. Het is moeilijk het boek objectief te beoordelen, aangezien ik zelf een Nederlander ben en dus het mikpunt van spot. Maar ik heb zo goed als mogelijk mijn defensieve aard opzij gezet en het boek proberen te lezen vanuit de ogen van een buitenlander. Dan nog kom ik tot de conclusie dat het boek me mateloos irriteert.

Waarschijnlijk waren vele grappen origineel en erg grappig in 1989. Nu, anno 2006, hebben we ze eigenlijk allemaal al een keer gehoord. Zoals de koekjestrommel die na één koekje weer in de kast verdwijnt, het feit dat je nooit moet aanbellen tijdens etenstijd, etc. Daarnaast zijn andere situaties, zoals de onvermijdelijke bureaucratie in Nederland, ontzettend overdreven of uitgesmeerd waardoor ze nog erger lijken dan ze al zijn. Wat de grappen ook al geen goed doet is de vertaling naar het Nederlands. De auteurs zijn Brits en Canadees en die vorm van humor valt niet altijd te vertalen. Hierdoor komen sommige grappen of cynische opmerkingen harder en gemener over dan ze waarschijnlijk zijn.

Toch concludeer ik dat dit boek een eenzijdige spiegel is van Nederland. Ook al worden hier en daar positieve punten genoemd van ons kikkerlandje en haar bewoners, over het algemeen is het vooral een afzeikverhaal. Het voelt een beetje als zeuren om het zeuren. Niets is makkelijker dan iets of iemand neerhalen en daar grapjes over maken. Tenzij je zelf een hekel hebt aan het Nederlanderschap, is dit geen leuk boek om te lezen als Hollander. Misschien heb ik hierin gelijk, of misschien ben ik te eigenwijs en Nederlands om de opgeschreven kritiek te kunnen dulden… Om daar achter te komen, zal je het boek toch echt zelf moeten lezen. Ik wens je veel succes.

Jagtlust

Annejet van der Zijl – Jagtlust: intrigerend levensverhaal van Fritzi ten Harmsen van Beek

JagtlustIn Jagtlust gebeurde het. Heel artistiek Nederland verzamelde zich na de Tweede Wereldoorlog in deze villa in het Gooi. Fritzi ten Harmsen van Beek was de gastvrouw van dit huis. Een fragiel ogende vrouw waar iedereen meteen helemaal weg van was. Iedereen die haar zag wilde voor haar zorgen, bij haar zijn.

Als dochter van twee artistieke ouders (haar vader is de bedenker en tekenaar van Flipje, het fruitmannetje uit Tiel, haar moeder illustreerde kinderboeken), was het kunstzinnige Fritzi met de paplepel ingegoten. Haar jeugd bracht ze door in een villa in Blaricum, eenmaal uit huis vertrok ze naar Frankrijk waar ze beviel van een zoon. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en Fritzi wilde naar huis. Ze kocht een villa in ’t Gooi: Jagtlust.

Dit boek is een biografie van Fritzi ten Harmsen van Beek. Maar het is ook een biografie van het huis Jagtlust. Daar speelde het belangrijkste deel van Fritzi’s leven zich af. Als je dit boek leest vliegen de namen van bekende schrijvers, dichters, kunstenaars en artiesten je om de oren. In de jaren zestig was deze villa het middelpunt van artistiek Nederland. Het is interessant om te lezen hoe close en gecentreerd de kunstenaars leefden. Hoe ze zich gedroegen als opstandige pubers, leefden volgens de ‘love, peace and happiness’ regels, al lang voor deze wereldwijd een trend werden. Daarnaast is het ook bijzonder fascinerend om te lezen hoe Fritzi werd, en waarschijnlijk nog steeds wordt, aanbeden door iedereen. Ookal bracht ze slechts drie boeken uit, ze is bekend en bemind, een geweldige prestatie voor iemand die een kluizenaarsbestaan leeft.

Het is jammer dat de auteur soms afgeleid raakt door bekende en meer bekende namen te noemen in het verhaal. Maar de intrigerende persoon Fritzi houdt het boek boeiend tot aan het einde.