Finse dagen

Puur Koch

Finse dagen is een ander soort boek dan ik tot nu toe van Herman Koch heb gelezen. Het gaat over hemzelf. Over hoe hij als negentienjarige jongen een half jaar lang in Finland woonde; in zijn eentje bij een boer en zijn vrouw en hen hielp op de boerderij. Het gaat over het overspel van zijn vader, het verlies van zijn moeder, maar ook over hoe hij nu is. Wat hij doet en voelt als hij in het buitenland een hotelkamer betreedt of een clandestien etentje van de uitgever moet bijwonen. Met andere woorden: het gaat puur alleen over hemzelf. Puur Koch.

Er is natuurlijk altijd de literaire vrijheid en je kunt je dus afvragen hoe waargebeurd dit waargebeurde verhaal is. Daar speelt de schrijver zelf ook mee, in het boek. Maar eerlijkgezegd vind ik dat niet echt belangrijk. Ik geloof dat de basis echt is, dat het daar waar dat nu eenmaal kon, wat is aangedikt en mooier is gemaakt, is mij om het even.

Typisch Koch is het neerzetten van zijn personages met al hun onhebbelijkheden en pakkende beeldende omschrijvingen. Zo ook in Finse dagen, waarin hij zichzelf als opstandige tiener afschildert als egocentrisch en soms zelfs rondweg gemeen. Ook nu, als volwassen man en geprezen schrijver, durft hij zijn hoofd binnenstebuiten te keren en zijn onzekerheden en sociale onvermogen te benoemen. Af en toe schitterend onbeholpen en, dat vind ik, herkenbaar.

Dat vind ik de echte kunst van Koch. Zijn verhalen zijn ook altijd goed, origineel en spannend, maar het zijn de personages en de omschrijvingen, het neerzetten van de wereld, die ik het mooiste vind in zijn werk. Zo ook in Finse dagen; of het nu echt gebeurd is of niet.

Happiness

Pretentieus en overrated

Het lezen gaat snel nu, door de sociale isolatie. Terwijl buiten het coronavirus rond raast, lees ik binnen op de bank mijn boeken. Fysiek zit ik vast op één plek, maar in mijn hoofd zijn nog zoveel werelden te ontdekken. Zo ook de wereld in Happiness.

In het kader van ‘be Columbus’ heb ik mezelf enkele maanden geleden opgegeven voor een leesclub. Nog niet eerder gedaan en toen ik de oproep las op de site van Giannotten, dacht ik: “Ik kan het allicht eens proberen.” Dit was dan specifiek de leesclub voor Engelstalige boeken. En de bedoeling is ook dat wij, de groep, dit in het Engels gaan bespreken met elkaar.

Happiness heeft mij echter, ondanks de titel, weinig vreugde gebracht. Als ik dit boek puur voor mezelf had gelezen, dan had ik het al lang weggelegd en niet uitgelezen. Wat een verschrikkelijk boek. Kan best zijn dat de schrijfster allerlei prijzen heeft gewonnen en dat dit een uniek inkijkje geeft in de grootstedelijke problematiek van immigratie en wat dan al… Ik vond het vooral stom.

Het boek gaat over een Amerikaanse wetenschapper, Jean, die in Londen is om de vossen in de stad te bestuderen. De andere lijn is het verhaal van Attila, een Afrikaanse man die in de stad is om een lezing te geven over post-traumatische stoornissen. Attila’s nichtje, die in Londen woont, is haar zoontje kwijt en samen met Jean, die haar vossen-observeer-netwerk hiervoor om hulp vraagt, gaat Attila op zoek naar het kind.

Wat volgt is een slordig geheel van te veel toevalligheden en door elkaar lopende verhaallijnen van Attila, Jean en nog wat randpersonages die ook van alles meegemaakt hebben. De schrijfster heeft een soort van parallel willen trekken tussen de vossen en immigranten in de stad; allebei door mondiale, eco-sociale redenen naar de stad getrokken en allebei gehaat door de bewoners. Zoiets. Dat is wat ik er uit haal. En ik vind het een beetje vergezocht, eerlijk gezegd.

Nu ben ik geen immigrant (of vos), dus ik kan dat natuurlijk nooit zo zeggen. Wat weet ik er nu van? Maar wat ik wel weet is dat ik het vreselijk lezen vond. Het verhaal gaat van hot naar her (van Afghanistan naar Londen, van een wolvenvanger tweehonderd naar geleden tot een demente ex-geliefde en een jongetje dat zich verstopt in een parkeergarage). De afstand tussen de personages, maar ook die naar de lezer toe, blijft te groot waardoor je simpelweg geen binding krijgt met het verhaal. De flashbacks zijn heel hinderlijk cursief gedrukt waardoor ik het ook visueel ook gewoon vervelend lezen vond. En het dúúrt lang! Veel te lang. Denk je dat het afgelopen is als het kind is gevonden? Nee, dan suddert het nog veel te lang door, zonder echt zichtbaar een punt te maken. Ik bedoel: wat is nu het verhaal? Wat wordt er nu verteld? Wat moet ik hier nu uit halen? Geen idee.

Kortom. Geen leuk boek. Zou het zeker niet aanbevelen. Te langdradig. Te onsamenhangend. Te vergezocht. Benieuwd wat de rest van de groep ervan vindt!

Het moois dat we delen

Die komt even binnen

Een tijd geleden heb ik mezelf opgegeven voor een leesclub. Ik zag een mededeling op de site van Gianotten Mutsaers over een informatieavond en ik dacht ‘doe eens gek’. Het is een leesclub voor Engelstalige boeken. Tijdens de informatieavond werd de groep gevormd, drie boeken uitgekozen en data afgesproken waarop we samengekomen. So far so good.

Het boek, het eerste boek dat we moeten lezen, is echter een draak van een boek. Echt… Verschrikkelijk. Een hele opgave om uit te lezen. Ik laat nog wel weten welk boek dat is/was en mijn uiteindelijke visie erop, maar nu eerst een ander boek. Ik had namelijk even weer leesplezier nodig, in plaats van leesdrama. Dus pakte ik een willekeurig boek van mijn ‘te lezen stapeltje’ en begon.

De naam van de schrijver kende ik niet: Ish Ait Amou. Het boek kende ik ook niet, het was een tip van verkoper Herman van Gianotten. Ik heb wel vaker tips van Herman gelezen, dus ik vertrouw onderhand bijna blindelings op Herman. Dus zo ook dit boek van Ish.

Ish? Nu al op first name basis? Ik zal vertellen hoe dat komt: tijdens het lezen bleef die naam maar aan me knagen en toen wist ik het! Ish was één van de danscoaches in mijn favo tv-programma So You Think You Can Dance (ja nu komen de duistere geheimen naar boven, hoor, haha!). Hiphop was zijn genre. Een Belg. Wel een leuke gast, maar schrijver? Joh! Niet verwacht. Anywayz, in dat programma werd iedereen met alleen de voornaam genoemd, dus vandaar.

Maar goed, schrijver dus. En hoe! Wauw! Dit boek komt even binnen, hoor. Het was dan ook in een vloek en een zucht uit (letterlijk). Een vreselijk verhaal, als in: een ontzettend drama waarin twee mensen psychisch voor het leven verminkt zijn. Qua persoonlijkheden kunnen de oude man en de jonge vrouw niet verder van elkaar staan, maar het vreselijke drama waar ze beiden verlies hebben geleden, brengt ze op een bijzondere manier toch samen.

Ik ga niets meer verklappen. Ik wil niet meer verklappen. Ik wil dat je dit boek leest! Het is een klassieke tragedie in een hedendaagse setting. Het verwarmt je hart, laat je huilen, glimlachen en hardop vloeken tegelijk. Dank Herman voor wederom een toptip!

Het geheim van de dienstmaagd

Spannende roman over moeizaam onderwerp

Religie en totalitaire regimes zijn nu niet de meest leuke dingen die samengaan. In dit boek al helemaal niet. Het zijn ook niet persé de onderwerpen waar ik met enthousiasme over wil lezen. In dit geval is het boek wat ze een klassieker noemen en aangezien de langverwachte opvolger van dit boek al maandenlang door mijn consumentenstrot geduwd wordt in elke boekenwinkel en -site, besloot ik me toch te wagen aan het veelgeprezen eerste boek. En dat was geen teleurstelling.

We stappen het verhaal binnen als een jonge vrouw overgeplaatst wordt naar een nieuw gezin. Ze is een dienstmaagd. Dienstmaagden zijn ‘the lowest of the low’ en iedereen kijkt op ze neer. Hun enige taak is kinderen baren voor gezinnen die zelf geen kinderen kunnen krijgen. Ze mogen niet uit zichzelf praten, worden hooguit voor wat boodschappen op pad gestuurd. Verder moeten ze wachten tot ze seks hebben met de man des huizes, zwanger worden en een kind baren voor de echtgenote. En dit is, even gechargeerd, allemaal God’s wil.

De dienstmaagden verliezen ook hun eigen namen; ze krijgen een naam waaruit duidelijk is bij welk huis ze horen. De hoofdpersoon heet dan ook Vanfred (want ze is ‘van Fred’). Zij vertelt het verhaal. Ze kent nog een leven waarin ze nog vrij was om te gaan en staan waar ze wilde, waarin ze zelf een man had en een dochter. Tot ze gepakt werd en tot dit leven veroordeeld werd. Waar haar man en dochter nu zijn, weet ze niet, maar ze probeert hoop te blijven houden.

In haar verhaal verweeft ze het heden met het verleden en zo leer ik hoe ze in deze situatie is gekomen, hoe ze is ‘opgeleid’ tot dienstmaagd (geïndoctrineerd is het betere woord) en wat haar gedachten zijn. Door zo midden in het verhaal te beginnen en met kleine hapjes het verleden, en dus het hele verhaal, te leren kennen, maakt het spannend. Het helpt het doorlezen: ik wil weten wat er nog meer is gebeurd!

Uiteindelijk bouwt de spanning zich subtiel op: Vanfred gaat een intiemere relatie aan met De Bevelvoerder, zoals ze de man des huizes noemt, en zo lijkt de hoop om ooit een einde aan haar situatie te maken niet meer helemaal onrealistisch. Waar eerst de spanning in de flashbacks zit, zit dat in de tweede helft van het boek juist in het heden: wat gaat ze doen? Gáát ze iets doen? Durft ze dat?

Het boek heeft op mij niet het wow-effect zoals ik van tevoren bedacht had dat het wel zou moeten hebben, gezien de ophemeling ervan door de media. Aan de andere kant is dat ook niet helemaal eerlijk ten opzichte van het verhaal. Ik heb dit boek wel met liefde gelezen. Ik sta niet te springen om dat tweede boek te lezen, dat mag nog even wachten, maar de kans dat dat in de toekomst gaat gebeuren is er zeker.

Zonder liefde

Melancholisch meeslepend

Wat leuk! Ik heb voor Gianotten Mutsaers een boek mogen lezen om te recenseren. Deze zomer deden ze een oproep voor ‘recensie van een klant’ waar ik me meteen voor opgegeven heb. En zo mocht ik afgelopen maand het nieuwe boek van Stefan Brijs lezen: Zonder liefde.

In Zonder liefde gaat het over Paul en Ava. Paul vertelt over hoe hij Ava heeft leren kennen na de pijnlijke scheiding met zijn vrouw. Ook Ava heeft net een ongelukkige relatie achter de rug en de twee sluiten vriendschap en vinden zo troost bij elkaar.

In het begin dacht ik nog ‘die komen vast samen aan het einde,’ maar Brijs’ z’n boeken zijn niet zo vanzelfsprekend (of cliché). Paul en Ava spreken duidelijk naar elkaar uit dat ze puur vrienden willen zijn en geen romantische gevoelens voor elkaar delen.

Het is mooi om te lezen hoe de Vlaamse auteur de twee compleet verschillende personages tegenover elkaar zet. Ava zoekt passie in een relatie en legt zich niet neer bij middelmatigheid. Paul wil geborgenheid en warmte. Ava lacht ‘m wel eens uit als hij het woord ‘knus’ gebruikt. Door dat contrast en de eerlijkheid waarmee ze hun zwakheden toegeven, pakt Brijs me in en heb ik echt van dit boek genoten.

Wat mij treft in dit boek is de levensechtheid van de personages en van de gebeurtenissen. Toegegeven: heel veel gebeurt er niet, maar juist de eerlijke (en soms melancholische) observaties van Paul houden het boek boeiend tot het einde. Het is als een soap: je blijft lezen over hoe het weer net niet lukt. Maar dan op een wat subtielere manier dan een GTST.

Niemand weet dat jij hier bent

Meeslepend oorlogsdrama

Nog zo’n boek dat ik afgelopen vakantie maar niet weg kon leggen. Niemand weet dat jij hier bent van Nicoletta Giampietro las als een trein. Het wordt vergeleken met Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Het deed mij meer denken aan Oorlogswinter van Jan Terlouw; een jongen op de grens van puberteit die zijn wereld en idealen ziet veranderen.

Lorenzo wordt door zijn moeder naar zijn tante en opa gestuurd in Sienna: het is niet veilig meer voor de Italianen in Tripoli. Lorenzo begrijpt daar niets van: hij is helemaal gek van de oorlog en gelooft in de eer van Italië en El Duce. Tot hij vriendschap sluit met de joodse Daniele. Hij verstopt zijn vriend op zolder als Daniele’s ouders worden afgevoerd door de Duitsers. Langzaamaan komt Lorenzo tot inzicht dat datgene waar hij altijd zo in geloofd heeft, de wereld die hij kent, niet zo mooi is als hij altijd dacht.

Ik geniet altijd van de verhalen met het perspectief van kinderen. In dit geval lees je hoe Lorenzo, door alle verschrikkingen om hem heen, niet alleen wakker geschud wordt uit zijn idealistische droom, maar ook met een schok veel te snel volwassen moet worden.

Net als Anthony Doerr me meesleepte in zijn wereld, zo word ik ook gevangen door Giampietro en haar Lorenzo. Het boek is fictie, maar aan het einde legt de Duits-Italiaanse schrijfster uit waar ze inspiratie uit heeft gehaald: waargebeurde feiten en echte personen. Dat maakt het des te meer fascinerend. Over de Tweede Wereldoorlog heb ik al veel boeken en romans gelezen, maar vanuit het Italiaanse perspectief nog niet. Helaas is dit echter net zo triest en verschrikkelijk.

Met pijn in mijn hart neem ik na het uitlezen afscheid van kleine Lorenzo, die inmiddels al niet zo klein meer is. Zijn belevingen, twijfels en gevoelens blijven nog een paar dagen rondspoken in mijn hoofd. Dan weet je: dan heb je een goed boek gelezen.

The sewing machine

Hartverwarmend troostrijk

Een tijdje terug zat ik op Bol.com te struinen door de nog niet verschenen titels. Eentje die snel naar boven kwam, was De naaimachine van Natalie Fergie. De associatie met mijn moeder, die altijd zo van kleding maken hield, was al snel gemaakt. Nieuwsgierig las ik de beschrijving.

In The sewing machine gaat het om verschillende generaties die dezelfde Singer-naaimachine gebruiken. Het begint in 1911 met Jean die de naaimachine test in de fabriek. Dan verplaatst het perspectief zich een halve eeuw vooruit naar Connie en haar moeder. In 2016 is het Connie’s kleinzoon die de naaimachine gebruikt.

Omdat ik natuurlijk geen geduld had om te wachten tot het boek verscheen, kocht ik het in het Engels. Aangezien het verhaal zich in Schotland afspeelt, leek het me ook toepasselijk.

In het boek wisselt het perspectief per hoofdstuk naar een ander personage. Jean’s man wordt ontslagen bij Singer vanwege zijn aandeel in een grote staking in de Singerfabriek. Connie erft de naaimachine van haar moeder en kan er beter mee overweg dan die moderne elektrische dingen. Fred is werkloos, heeft het kleine flatje van zijn opa geërfd en leert de geheime van de oude naaimachine kennen.

Door deze wisseling van perspectief per hoofdstuk, weeft Fergie het verhaal prachtig in elkaar. Wanneer ik las over Jean en haar man aan het front in de Eerste Wereldoorlog, wilde ik tegelijk ook weten of Connie nu voor die lange, knappe Alfred zou vallen en wat gaat Fred doen nu hij zonder werk en vriendin ineens in dat kleine flatje in Edinburgh zit?

Het mooie vond ik de beschrijvingen van hoe de liefde standhoudt. Dat klinkt wat zoetsappig, maar ik vond het hartverwarmend en troostend. Begrijp me niet verkeerd, het is geen romantisch epos, een en-toen-kuste-hij-haar-en-kwam-alles-goed-verhaal. Het gaat over familiebanden, over geheimen en verdriet, over hoe je iets óver moet hebben voor de liefde.

Het boek was me veel te snel uit. Heerlijk leesvoer waar je warm van binnen door voelt.


P.S.: Het boek is inmiddels ook in het Nederlands uit. 🙂

Een ladder naar de hemel

Sinister en meedogenloos

Als je een beetje goed bent in schrijven, zeggen mensen al snel tegen je ‘jij moet echt een boek gaan schrijven! Dat kan je vast heel goed!’. Maar ja, schrijven is één ding, een heel boek iets anders. Om een boek te kunnen schrijven heb je ten eerste een idee nodig; een onderwerp of verhaal dat je wil vertellen. Daarnaast moest dat ook nog eens een boeiend idee zijn, zodat mensen het ook willen lezen. De hoofdpersoon in John Boyne’s nieuwste boek heeft hier een slimme oplossing voor bedacht. Een sinistere en meedogenloze oplossing, is wel te stellen!

In Een ladder naar de hemel volgen we een aantal mensen in het leven van Maurice Swift. Zij vertellen hun ervaringen met de doortrapte Swift, die genadeloos zijn succesvolle boeken schrijft op basis van de ideeën van anderen. En een voor een vallen ze voor zijn charmante voorkomen en gewiekstheid en allemaal komen ze er niet goed vanaf als Maurice eenmaal zijn verhaal binnen heeft.

Ik vind het boeiend om een verhaal vanuit meerdere oogpunten te bezien. Elk deel van het boek wordt vanuit een ander persoon beschreven en zo krijg je een soort van driedimensionaal beeld van de onsympathieke Swift. Normaal gezien haak ik af bij onsympathieke hoofdpersonen; dan vind ik het niet leuk meer om te lezen. Dat lost Boyne nu slim op door het verhaal dus door anderen te laten vertellen.

Eerlijk gezegd is het als buitenstaander dan ook makkelijk oordelen over de invloed die Swift heeft op zijn slachtoffers. Want: is hij nu echt zo charmant dat hij wegkomt met zijn onvriendelijke gedrag? Is er dan niemand die hem eerder doorziet?

Hierdoor verliest het verhaal ook een beetje zijn geloofwaardigheid en misschien is het allemaal een beetje té slim en té gewiekst, dat wat Swift doet en waar hij mee wegkomt. Maar Boyne heeft een meesterlijke vertelstijl; niet te moeilijk en toch intrigerend en boeiend. Voor je het weet ben je weer een hoofdstuk verder, beland je in het hoofd van weer een slachtoffer en dan wil je toch verder lezen.

En uiteindelijk is dat ook wat ik wil; een boek dat ‘lekker’ wegleest. Dat maakt Een ladder naar de hemel mijns inziens ook helemaal waar.

A spot of bother

Hysterisch vermakelijk

Na het lezen van Het wonderlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, werd ik door een vriend getipt over het andere leuke boek van Haddon: Een akkefietje. Tijdens een donatie aan de tweedehandsboekenwinkel in de stad, zag ik Haddons naam in de overvolle kast staan van het winkeltje. A spot of bother heet het boek van origine en aangezien ik er nu toch was, en ik zin had om weer eens een Engelstalig boek te lezen, én omdat ik deze al lang op mijn wensenlijstje had staan, nam ik hem mee naar huis. En ik moet zeggen: hij voldeed op alle fronten aan de verwachtingen!

Doordraaien

Het boek begint met George Hall, een man van middelbare leeftijd die geniet van zijn pensioen. Maar als hij een rode plek op zijn huid vindt, begint hij een beetje door te draaien. Hij is ervan overtuigd dat het huidkanker is en dat hij zal sterven (al zegt zijn huisarts dat het gewoon eczeem is).

Ondertussen heeft zijn vrouw een affaire met een ex-collega van George, is zijn dochter wel/niet van plan te trouwen met een man die collectief afgekeurd wordt door de familie Hall en bevindt zoonlief zich in een relationele crisis omdat hij niet weet of hij zijn vriendje mee moet nemen naar de bruiloft van zijn zus.

Keeping up appearances

Het vertelperspectief wisselt bij elk hoofdstuk naar een van de gezinsleden en het is erg vermakelijk hoe iedereen lichtelijk hysterisch een het doordraaien is. En dan wel op een zeer Britse manier: als anderen er maar geen last van hebben. Keeping up appearances!

Af en toe gaat het wel een beetje over the top, maar ach de personages zijn sympathiek en je wil gewoon verder blijven lezen. Ondanks dat het een vrij trieste bedoeling is, met al die gekke mensen, proef je als lezer vooral de liefde van de gezinsleden voor elkaar. Dus eigenlijk is het ook een heel mooi verhaal waarbij de liefde uiteindelijk alle hordes overwint en de van elkaar vervreemde familieleden weer samen brengt.

Verschrikkelijk mis

Oeps! Dat was een spoiler! Maar goed, het is al vanaf de eerste pagina’s duidelijk dat dit zo’n verhaal is waar eerst alles verschrikkelijk mis moet gaan, voor het weer min of meer goed komt. Ik vind het leuk en heb erom moeten grinniken.

Dead men’s trousers

Zoveelste vervolg op Trainspotting

Tja… Eigenlijk was ik er na Skagboys al klaar mee. Ik vond Blade Artist dan nog wel een leuke twist hebben (die kwam dus al na Skagboys), maar nu is er dus nóg een vervolg gekomen op het beroemde (en geweldige) Trainspotting van Irvine Welsh.

Dit boek zou dan echt het laatste deel zijn, ook volgens de schrijver zelf. En uiteraard komen alle oude bekenden weer langs: Spud, Sick Boy, Renton en Begbie. Bij Skagboys miste ik een beetje de binding, maar in dit laatste deel (Dead Men’s Trousers) voel ik weer wat meer van die oude connectie met de vier aan elkaar veroordeelden. Vrienden zijn het namelijk al lang niet meer, daar is te veel voor gebeurd. Maar nog altijd hangen ze aan elkaar als ze allen weer terugkomen in hun home town Edinburgh.

Ik ben dol op de vertelstijl van Welsh en op het platte Schots. Ik lees ook heel graag over Begbie, die compleet gestoord is natuurlijk, maar nu toch al twee boeken lang zijn best doet om braaf te zijn (ik zeg ‘zijn best doet’, ik zeg niet of hij daarin slaagt of niet). En Spud is ook een schatje, die alles onbedoeld weer in het honderd laat lopen. Renton is ‘meh’ en Sick Boy is gewoon vervelend. Maar het werkt wel weer: die vier samen. Vier verschillende oogpunten, vier verschillende verhalen en altijd gaat het weer gruwelijk mis.

Begrijp me niet verkeerd; ik kijk al uit naar het volgende Welsh boek en wat mij betreft mag Begbie ook heus nog een keer terugkomen (al is het alleen al in een bijrol). Maar laat dit nu verder rusten. Trainspotting is klaar. Drie boeken geleden al.