Een ladder naar de hemel

Sinister en meedogenloos

Als je een beetje goed bent in schrijven, zeggen mensen al snel tegen je ‘jij moet echt een boek gaan schrijven! Dat kan je vast heel goed!’. Maar ja, schrijven is één ding, een heel boek iets anders. Om een boek te kunnen schrijven heb je ten eerste een idee nodig; een onderwerp of verhaal dat je wil vertellen. Daarnaast moest dat ook nog eens een boeiend idee zijn, zodat mensen het ook willen lezen. De hoofdpersoon in John Boyne’s nieuwste boek heeft hier een slimme oplossing voor bedacht. Een sinistere en meedogenloze oplossing, is wel te stellen!

In Een ladder naar de hemel volgen we een aantal mensen in het leven van Maurice Swift. Zij vertellen hun ervaringen met de doortrapte Swift, die genadeloos zijn succesvolle boeken schrijft op basis van de ideeën van anderen. En een voor een vallen ze voor zijn charmante voorkomen en gewiekstheid en allemaal komen ze er niet goed vanaf als Maurice eenmaal zijn verhaal binnen heeft.

Ik vind het boeiend om een verhaal vanuit meerdere oogpunten te bezien. Elk deel van het boek wordt vanuit een ander persoon beschreven en zo krijg je een soort van driedimensionaal beeld van de onsympathieke Swift. Normaal gezien haak ik af bij onsympathieke hoofdpersonen; dan vind ik het niet leuk meer om te lezen. Dat lost Boyne nu slim op door het verhaal dus door anderen te laten vertellen.

Eerlijk gezegd is het als buitenstaander dan ook makkelijk oordelen over de invloed die Swift heeft op zijn slachtoffers. Want: is hij nu echt zo charmant dat hij wegkomt met zijn onvriendelijke gedrag? Is er dan niemand die hem eerder doorziet?

Hierdoor verliest het verhaal ook een beetje zijn geloofwaardigheid en misschien is het allemaal een beetje té slim en té gewiekst, dat wat Swift doet en waar hij mee wegkomt. Maar Boyne heeft een meesterlijke vertelstijl; niet te moeilijk en toch intrigerend en boeiend. Voor je het weet ben je weer een hoofdstuk verder, beland je in het hoofd van weer een slachtoffer en dan wil je toch verder lezen.

En uiteindelijk is dat ook wat ik wil; een boek dat ‘lekker’ wegleest. Dat maakt Een ladder naar de hemel mijns inziens ook helemaal waar.

A spot of bother

Hysterisch vermakelijk

Na het lezen van Het wonderlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, werd ik door een vriend getipt over het andere leuke boek van Haddon: Een akkefietje. Tijdens een donatie aan de tweedehandsboekenwinkel in de stad, zag ik Haddons naam in de overvolle kast staan van het winkeltje. A spot of bother heet het boek van origine en aangezien ik er nu toch was, en ik zin had om weer eens een Engelstalig boek te lezen, én omdat ik deze al lang op mijn wensenlijstje had staan, nam ik hem mee naar huis. En ik moet zeggen: hij voldeed op alle fronten aan de verwachtingen!

Doordraaien

Het boek begint met George Hall, een man van middelbare leeftijd die geniet van zijn pensioen. Maar als hij een rode plek op zijn huid vindt, begint hij een beetje door te draaien. Hij is ervan overtuigd dat het huidkanker is en dat hij zal sterven (al zegt zijn huisarts dat het gewoon eczeem is).

Ondertussen heeft zijn vrouw een affaire met een ex-collega van George, is zijn dochter wel/niet van plan te trouwen met een man die collectief afgekeurd wordt door de familie Hall en bevindt zoonlief zich in een relationele crisis omdat hij niet weet of hij zijn vriendje mee moet nemen naar de bruiloft van zijn zus.

Keeping up appearances

Het vertelperspectief wisselt bij elk hoofdstuk naar een van de gezinsleden en het is erg vermakelijk hoe iedereen lichtelijk hysterisch een het doordraaien is. En dan wel op een zeer Britse manier: als anderen er maar geen last van hebben. Keeping up appearances!

Af en toe gaat het wel een beetje over the top, maar ach de personages zijn sympathiek en je wil gewoon verder blijven lezen. Ondanks dat het een vrij trieste bedoeling is, met al die gekke mensen, proef je als lezer vooral de liefde van de gezinsleden voor elkaar. Dus eigenlijk is het ook een heel mooi verhaal waarbij de liefde uiteindelijk alle hordes overwint en de van elkaar vervreemde familieleden weer samen brengt.

Verschrikkelijk mis

Oeps! Dat was een spoiler! Maar goed, het is al vanaf de eerste pagina’s duidelijk dat dit zo’n verhaal is waar eerst alles verschrikkelijk mis moet gaan, voor het weer min of meer goed komt. Ik vind het leuk en heb erom moeten grinniken.

Dead men’s trousers

Zoveelste vervolg op Trainspotting

Tja… Eigenlijk was ik er na Skagboys al klaar mee. Ik vond Blade Artist dan nog wel een leuke twist hebben (die kwam dus al na Skagboys), maar nu is er dus nóg een vervolg gekomen op het beroemde (en geweldige) Trainspotting van Irvine Welsh.

Dit boek zou dan echt het laatste deel zijn, ook volgens de schrijver zelf. En uiteraard komen alle oude bekenden weer langs: Spud, Sick Boy, Renton en Begbie. Bij Skagboys miste ik een beetje de binding, maar in dit laatste deel (Dead Men’s Trousers) voel ik weer wat meer van die oude connectie met de vier aan elkaar veroordeelden. Vrienden zijn het namelijk al lang niet meer, daar is te veel voor gebeurd. Maar nog altijd hangen ze aan elkaar als ze allen weer terugkomen in hun home town Edinburgh.

Ik ben dol op de vertelstijl van Welsh en op het platte Schots. Ik lees ook heel graag over Begbie, die compleet gestoord is natuurlijk, maar nu toch al twee boeken lang zijn best doet om braaf te zijn (ik zeg ‘zijn best doet’, ik zeg niet of hij daarin slaagt of niet). En Spud is ook een schatje, die alles onbedoeld weer in het honderd laat lopen. Renton is ‘meh’ en Sick Boy is gewoon vervelend. Maar het werkt wel weer: die vier samen. Vier verschillende oogpunten, vier verschillende verhalen en altijd gaat het weer gruwelijk mis.

Begrijp me niet verkeerd; ik kijk al uit naar het volgende Welsh boek en wat mij betreft mag Begbie ook heus nog een keer terugkomen (al is het alleen al in een bijrol). Maar laat dit nu verder rusten. Trainspotting is klaar. Drie boeken geleden al.

De verdwijning van Josef Mengele

Enigszins teleurstellend

Niemand weet natuurlijk precies wat er in het hoofd van Josef Mengele om is gegaan tijdens zijn leven. Wat bezielde de man om gruweldaden uit te voeren in zijn tijd als kamparts van concentratiekamp Auschwitz in de Tweede Wereldoorlog? Hoe ervaarde hij de jaren erna, ondergedoken op een boerderij en uiteindelijk op de vlucht naar Argentinië? En hoe sleet de ‘Engel Des Doods’ zijn laatste jaren in Brazilië?

Olivier Guez probeert met dit boek een antwoord te geven op deze vragen. Ik raakte bij het lezen van de achterflap enigszins misleid, omdat het boek een roman en ‘krachtig en spannend’ wordt genoemd. Goed, de schrijver heeft de romanvorm gebruikt om de lege gaten in de geschiedenis van Mengele op te kunnen vullen, maar ik vind het meer een geromantiseerde geschiedvertelling, dan een pakkend meeslepend verhaal; dat wat ik versta onder term ‘roman’.

De uitgebreide research van Guez werpt echter wel zijn vruchten af en ‘De verdwijning van Josef Mengele’ geeft echt wel een op feiten onderbouwd idee van wat de man na zijn vlucht heeft meegemaakt en doorstaan in Zuid-Amerika. Met name de schriftjes en vele brieven die Mengele heeft geschreven, zijn een goede bron gebleken. Guez heeft deze niet zelf kunnen inzien, maar wel gebruik gemaakt van bronnen die hier weer over schrijven.

Uiteindelijk voelt het zo ook een beetje: een vertelling die al door meerdere handen is gegaan. Een verhaal op basis van een bron van een bron over de geschiedenis. Het is een opsomming van feiten en de gaten ertussen zijn opgevuld met clichématige fictie. Voor mij had dit boek meerwaarde gehad als Guez dit als non-fictie had geschreven. Hij had terug kunnen grijpen op hoe de situatie waarschíjnlijk moet zijn geweest voor Mengele, in plaats van proberen in zijn schoenen te gaan staan en dit dramatisch te verwoorden. Ik zat nu klem tussen een interessante biografie en een flauw romandrama. Enigszins teleurstellend.

Kom hier dat ik u kus

 

Meesterlijk kapot

Ik geloof dat ik een nieuw genre heb ontdekt. Na Lize Spit’s Het smelt,  en de (wat late) ontdekking van De helaasheid der dingen van Dimtiri Verhulst (oe, oe, oe! Mag ook zeker niet Erwin Mortier vergeten), ben ik nu gegrepen door Griet op de Beeck. Ik denk dat ik dit genre maar omdoop tot Vlaamse melancholie. Och wat een heerlijke triestheid en zo mooi geschreven. Ik zou willen dat ik het Nederlands zo goed zou beheersen als Op de Beeck dat kan. Ze schrijft over ‘kapotte mensen die anderen ongewild kapot maken’. Meersterlijk!

Dus: geen vrolijk boek. Allerminst. Het gaat over Mona, die je in het boek tegenkomt als kind, als 24-jarige en als 35-jarige. En gaandeweg lees en leer je hoe ze geworden is tot het mens dat ze is: kapot. Haar verwrongen relatie met haar ouders en stiefmoeder, de worstelingen in het leven waar ze op latere leeftijd tegenaan loopt. Het niet om kunnen gaan met liefde maar er zo naar hunkeren. En dat heel mooi opgeschreven.

Ik wilde al een tijdje Griet op de Beeck lezen, maar ja; zoveel boeken, zo weinig tijd. Dus het is er pas recent van gekomen. Ik weet nu al dat ik meer van haar weer lezen. Misschien zelfs wel alles! Al moet ik zeggen dat het Boekenweekgeschenk dat ze dit jaar geschreven heeft, niet zo heel spannend was. Ook zeker niet slecht, het was zelfs ontwapenend en liefdevol. En ook hier weer het prachtige woordgebruik. Maar ik moet bekennen dat ik zojuist even moest opzoeken waar het overging; dat was ik alweer vergeten. Kom hier dat ik u kus vergeet ik niet zomaar. Deze blijft wel hangen en laat me nog even nagloeien.

 

Marina

 

De prachtige, donkere wereld van Zafón

Binnen enkele zinnen ben ik weer daar: in de prachtige, donkere wereld van Zafón. Sprookjesachtig spookachtig. Gotisch, mysterieus en betoverend. En een beetje eng, zoals dat hoort in de wereld van Carlos Ruiz Zafón.

Oscar is vijftien jaar, wees en brengt zijn leven door op een kostschool in de oude wijk van Barcelona. Tijdens één van zijn vele omzwervingen in de buurt, ontmoet hij de mysterieuze Marina. De twee trekken met elkaar op en worden vrienden. Oscar is altijd welkom bij Marina thuis waar ze met haar ziekelijke vader woont. Op een dag neemt Marina Oscar mee naar een kerkhof waar ze een gesluierde vrouw een enkele roos op één van de graven legt. Een ritueel dat ze elke maand herhaalt. De twee vrienden besluiten op een dag de vrouw te volgen nadat ze haar roos op het graf zonder naam heeft gelegd. Hierdoor belanden ze in een levensgevaarlijk labyrint van raadsels, vernietigende liefde en spookachtige zielloze moordenaars.

Uiteraard is ook dit boek weer in een vloek en een zucht uit. Heerlijk. Het mist wat van de diepte die je terugvindt in Zafóns dikkere romans (Schaduw van de wind, Het spel van de engel), maar het is voldoende uitgewerkt om je toch weer opnieuw mee te slepen in zijn fantasie. Het verhaal is beeldend vertelt, waardoor je de vochtige, donkere ondergrondse gangen bijna ruikt, het vocht van de altijd aanwezige mist op je wangen voelt en de verzengende hitte van knetterende vlammen hoort. Heel, heel mooi weer.

 

Buskruit en kaneel

Teleurstellend

Nadat het voor mijn gevoel een eeuwigheid op mijn wensenlijstje heeft gestaan, ben ik dan eindelijk aan dit boek begonnen. En het was een beetje een teleurstelling moet ik helaas toegeven. Het boek gaat over een begenadigde kok Owen Wedgwood die door piraten ontvoerd wordt. Om in leven te blijven moet hij elke week een meesterlijke maaltijd maken voor de vrouwelijke kapitein. Alleen zijn de ingrediënten aan boord beperkt, to say the least.

Owen Wedgwood is een beetje een zeikneus. En ergens begrijp ik dat wel, aangezien hij ontvoerd is en zo. Maar ik krijg maar geen binding met hem. Ik zit tijdens het lezen al net zo veel te zuchten van irritatie en verveling, als hij doet op het piratenschip. Pas driekwart boek verder, begint het verhaal wat meer te beklijven en wordt Owen wat makkelijker om lief te hebben. Tegen die tijd is het echter al te laat voor mij; ik wil het boek dan gewoon uit hebben. Met als gevolg dat ik de spectaculaire gevechten op het water, inclusief kanonnen en vreemde spiegelende zonnestralen, niet meer met de focus lees die het nodig heeft om het te volgen. Misschien is het piratengenre ook gewoon niet mijn genre, vond het ever so boring om over weer een kanoninslag te lezen.

Aan het einde volgt ook nog eens een cliché einde, wat de teleurstelling voor mij compleet maakt. Helaas voldeed Buskruik en Kaneel niet aan de verwachtingen die ik er van had.

 

Marabou stork nightmares

 

Een beetje vreemd, maar wel lekker

Dit boek is een erg vreemd verhaal over Roy Strang die op zoek is naar een marabou in Zuid-Afrika. Het verhaal wordt regelmatig verbroken door rare episodes waarbij Roy aangevallen lijkt te worden, verstoord wordt in het vertellen van zijn verhaal over de vreemde vogel die hij zoekt. Naarmate je in eerste instantie met moeite vordert met het verhaal ontdek je echter dat Roy zijn verhaal vertelt diep in zijn onderbewustzijn. In realiteit ligt hij in coma in het ziekenhuis en de ‘verstoringen’ of ‘aanvallen’ zijn medische checks, zusters die hem wassen of omdraaien en bezoek van zijn vreemde familie.

Het is echt een heel gek verhaal. In het begin vond ik het maar niks, snapte niet goed waar het heen ging en ik raakte enigszins teleurgesteld in Irvine Welsh, toch één van mijn favo auteurs. Maar hoe meer ik las, hoe meer Roy tot leven kwam (bijna letterlijk zelfs). Het platte Schots kwam ook terug in het taalgebruik (lees Welsh áltijd in de originele taal, ik kan me niet indenken dat dit goed vertaald kan worden naar Nederlands; de gedachte daaraan laat mijn tenen krullen van plaatsvervangende schaamte). En hé, uiteraard ook wat bekende bijfiguren die ik inmiddels zo goed ken uit de boeken in de Trainspottingreeks.

Waar het in het begin een redelijk saai en eendimensionaal boek leek, ontvouwde de diepere lagen zich en aan het einde van het boek werd het ook nog eens een pageturner dankzij een plotwending die ik niet direct zag aankomen. Top!

Soms moet je bij het lezen van boek ‘gewoon even doorbijten’, als het niet lekker leest. Dat kan uitmonden in een totally waste of time en diepe teleurstelling, maar er kan ook ineens een juweeltje op papier ontstaan en dan rest na het uitlezen er van een diepe diepe tevredenheid. Loved it!

 

 

Max Havelaar

Enigszins verwarrend

Op een boekenmarkt vind je nog eens iets. In mijn geval is dat ‘iets’ altijd ‘te veel’. Het is maar goed dat ik geen grotere tas had meegenomen; toen ik op een gegeven moment het aantal boeken niet meer kon dragen, was het thuis om naar huis te gaan!

Eén van de aanwinsten is deze modernere versie van Max Havelaar. Blijkbaar heb ik een gezegende jeugd gehad waarbij ik geen enkele keer verplicht ben geweest om dit boek te moeten lezen voor mijn lijst. Kortom; ik kende de titel, de naam van de auteur, maar meer wist ik er ook niet vanaf. Behalve dan dat veel mensen het een draak van een boek vonden.

Nu ben ik altijd wel nieuwsgierig naar ‘de klassiekers’; vaak vallen ze ook heel erg mee. Waarschijnlijk omdat ik ze niet op 16-jarige leeftijd heb móeten lezen, maar ze gewoon vrijwillig las. In mijn eigen tijd. Dus dat hoopte ik ook een beetje voor Max Havelaar. Maar mezelf kwellen met Oudnederlandsch vond ik iets te ver gaan, dus deze in ‘modern’ Nederlands herschreven versie vind ik helemaal prima!

Waar gaat Max Havelaar over? Tja… Het heet officieel ‘Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij’. En het begint ook met een heel wijsneuzerig figuur die voor zo’n koffieveiling werkt en daar uitermate trots op is. Maar behalve de inbreng van deze persoon (die deels het verhaal vertelt), gaat het eigenlijk helemaal niet over koffie. Het gaat over Nederlands-Indië, over uitbuiting, corruptie en onmacht. En over Max Havelaar.

Ik vond het een beetje een verwarrend boek. Er worden allerlei randfiguren opgevoerd die het verhaal van Max Havelaar gaan vertellen. Ik snap niet zo goed de functie van deze figuren, behalve dan dat het afwisseling brengt in de vertelstijl (ik vind Batavus Droogstoppel erg vermakelijk) en waarschijnlijk ook de visie op de zaken die Max Havelaar aan het licht wil brengen. Het is vooral een beetje verwarrend.

Uiteindelijk vond ik de basis van het boek wel interessant; de regenten, assistent-residenten, hoe het ‘werkte’ in Nederlands-Indië. Verder heeft het geen bijzonder diepe indruk gemaakt op me. Ik geloof wel dat het toen het uitgebracht werd, het een bijzonder boek was. En dat het wat dat betreft ook belangrijk is voor de geschiedenis van het koloniale verleden van Nederland. ík voel me na het uitlezen vooral opgelucht dat ik hier nooit een boekverslag van heb moeten maken.

 

Een klein leven

 

Mokerslag en ‘ugly cry’

Zo. Dit boek komt even aan als een mokerslag. Meerdere malen zelfs. En de ‘ugly cry’ komt ook meermalen voorbij. Kortom: gevaarlijk om in het openbaar te lezen, maar wat een geweldig boek.

Het verhaal speelt zich af in New York en gaat over vier vrienden. Ze ontmoeten elkaar op college, zijn room mates, elkaars beste maten en dat blijven ze ook hun hele leven lang. JB is de excentrieke kunstenaar, Malcolm de talentvolle architect, Willem de succesvolle acteur en Jude de mysterieuze advocaat. Jude draagt een verleden met zich mee waar hij niets over prijs geeft, iets dat zijn vrienden respecteren maar wat ze altijd doet afvragen wat Jude voor vreselijks heeft meegemaakt. Zijn zwijgen en fysieke problemen wijzen op iets verschrikkelijks.

Naarmate de jaren vorderen volg je de vier vrienden tijdens hun leven:  de vriendschap wordt hechter, klapt uit elkaar en ze worden weer opnieuw herenigd. Maar het is vooral Jude die je volgt; hij worstelt met zijn verleden, met zware fysieke pijnen en zijn twijfel en angst over de wereld om hem heen. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties waarbij je als lezer zelf in elkaar krimpt omdat je zo graag wil dat het goed komt, of beter zal gaan.

Regelmatig vind ik het verhaal ook dichtbij komen. Vandaar dat de ‘ugly cry’ dan ook regelmatig bij mij opduikt tijdens het lezen (niemand is mooi als hij/zij huilt, Oprah verwoordde het ooit eens mooi als de ‘ugly cry’, vandaar). De fysieke pijnen, de schaamte, het niet willen accepteren, het vechten tegen de pijn, wauw… Dat komt dan echt wel even binnen. Begrijp me niet verkeerd: zo ellendig als de jeugd van Jude heb ik never nooit niet gehad, maar ik herken toch bepaalde gevoelens en struggles.

Het is zo mooi geschreven dat die 750 pagina’s geen probleem zijn; je wilt met elke pagina meer weten. De personages zijn zo mooi omschreven, dat zelfs de wat horkerige Malcolm en de lompe JB sympathiek worden. Het is geen vrolijk boek en alle ellende maakt het bij vlagen ook zware kost om te lezen. Maar als een boek me ’s nachts wakker laat liggen, me in elkaar laat krimpen, me kriebels in de buik geeft en me ongegeneerd hardop laat snikken en huilen, dan kan ik alleen maar juichen. Wauw… Wát een boek.