Kom hier dat ik u kus

 

Meesterlijk kapot

Ik geloof dat ik een nieuw genre heb ontdekt. Na Lize Spit’s Het smelt,  en de (wat late) ontdekking van De helaasheid der dingen van Dimtiri Verhulst (oe, oe, oe! Mag ook zeker niet Erwin Mortier vergeten), ben ik nu gegrepen door Griet op de Beeck. Ik denk dat ik dit genre maar omdoop tot Vlaamse melancholie. Och wat een heerlijke triestheid en zo mooi geschreven. Ik zou willen dat ik het Nederlands zo goed zou beheersen als Op de Beeck dat kan. Ze schrijft over ‘kapotte mensen die anderen ongewild kapot maken’. Meersterlijk!

Dus: geen vrolijk boek. Allerminst. Het gaat over Mona, die je in het boek tegenkomt als kind, als 24-jarige en als 35-jarige. En gaandeweg lees en leer je hoe ze geworden is tot het mens dat ze is: kapot. Haar verwrongen relatie met haar ouders en stiefmoeder, de worstelingen in het leven waar ze op latere leeftijd tegenaan loopt. Het niet om kunnen gaan met liefde maar er zo naar hunkeren. En dat heel mooi opgeschreven.

Ik wilde al een tijdje Griet op de Beeck lezen, maar ja; zoveel boeken, zo weinig tijd. Dus het is er pas recent van gekomen. Ik weet nu al dat ik meer van haar weer lezen. Misschien zelfs wel alles! Al moet ik zeggen dat het Boekenweekgeschenk dat ze dit jaar geschreven heeft, niet zo heel spannend was. Ook zeker niet slecht, het was zelfs ontwapenend en liefdevol. En ook hier weer het prachtige woordgebruik. Maar ik moet bekennen dat ik zojuist even moest opzoeken waar het overging; dat was ik alweer vergeten. Kom hier dat ik u kus vergeet ik niet zomaar. Deze blijft wel hangen en laat me nog even nagloeien.

 

Marina

 

De prachtige, donkere wereld van Zafón

Binnen enkele zinnen ben ik weer daar: in de prachtige, donkere wereld van Zafón. Sprookjesachtig spookachtig. Gotisch, mysterieus en betoverend. En een beetje eng, zoals dat hoort in de wereld van Carlos Ruiz Zafón.

Oscar is vijftien jaar, wees en brengt zijn leven door op een kostschool in de oude wijk van Barcelona. Tijdens één van zijn vele omzwervingen in de buurt, ontmoet hij de mysterieuze Marina. De twee trekken met elkaar op en worden vrienden. Oscar is altijd welkom bij Marina thuis waar ze met haar ziekelijke vader woont. Op een dag neemt Marina Oscar mee naar een kerkhof waar ze een gesluierde vrouw een enkele roos op één van de graven legt. Een ritueel dat ze elke maand herhaalt. De twee vrienden besluiten op een dag de vrouw te volgen nadat ze haar roos op het graf zonder naam heeft gelegd. Hierdoor belanden ze in een levensgevaarlijk labyrint van raadsels, vernietigende liefde en spookachtige zielloze moordenaars.

Uiteraard is ook dit boek weer in een vloek en een zucht uit. Heerlijk. Het mist wat van de diepte die je terugvindt in Zafóns dikkere romans (Schaduw van de wind, Het spel van de engel), maar het is voldoende uitgewerkt om je toch weer opnieuw mee te slepen in zijn fantasie. Het verhaal is beeldend vertelt, waardoor je de vochtige, donkere ondergrondse gangen bijna ruikt, het vocht van de altijd aanwezige mist op je wangen voelt en de verzengende hitte van knetterende vlammen hoort. Heel, heel mooi weer.

 

Buskruit en kaneel

Teleurstellend

Nadat het voor mijn gevoel een eeuwigheid op mijn wensenlijstje heeft gestaan, ben ik dan eindelijk aan dit boek begonnen. En het was een beetje een teleurstelling moet ik helaas toegeven. Het boek gaat over een begenadigde kok Owen Wedgwood die door piraten ontvoerd wordt. Om in leven te blijven moet hij elke week een meesterlijke maaltijd maken voor de vrouwelijke kapitein. Alleen zijn de ingrediënten aan boord beperkt, to say the least.

Owen Wedgwood is een beetje een zeikneus. En ergens begrijp ik dat wel, aangezien hij ontvoerd is en zo. Maar ik krijg maar geen binding met hem. Ik zit tijdens het lezen al net zo veel te zuchten van irritatie en verveling, als hij doet op het piratenschip. Pas driekwart boek verder, begint het verhaal wat meer te beklijven en wordt Owen wat makkelijker om lief te hebben. Tegen die tijd is het echter al te laat voor mij; ik wil het boek dan gewoon uit hebben. Met als gevolg dat ik de spectaculaire gevechten op het water, inclusief kanonnen en vreemde spiegelende zonnestralen, niet meer met de focus lees die het nodig heeft om het te volgen. Misschien is het piratengenre ook gewoon niet mijn genre, vond het ever so boring om over weer een kanoninslag te lezen.

Aan het einde volgt ook nog eens een cliché einde, wat de teleurstelling voor mij compleet maakt. Helaas voldeed Buskruik en Kaneel niet aan de verwachtingen die ik er van had.

 

Marabou stork nightmares

 

Een beetje vreemd, maar wel lekker

Dit boek is een erg vreemd verhaal over Roy Strang die op zoek is naar een marabou in Zuid-Afrika. Het verhaal wordt regelmatig verbroken door rare episodes waarbij Roy aangevallen lijkt te worden, verstoord wordt in het vertellen van zijn verhaal over de vreemde vogel die hij zoekt. Naarmate je in eerste instantie met moeite vordert met het verhaal ontdek je echter dat Roy zijn verhaal vertelt diep in zijn onderbewustzijn. In realiteit ligt hij in coma in het ziekenhuis en de ‘verstoringen’ of ‘aanvallen’ zijn medische checks, zusters die hem wassen of omdraaien en bezoek van zijn vreemde familie.

Het is echt een heel gek verhaal. In het begin vond ik het maar niks, snapte niet goed waar het heen ging en ik raakte enigszins teleurgesteld in Irvine Welsh, toch één van mijn favo auteurs. Maar hoe meer ik las, hoe meer Roy tot leven kwam (bijna letterlijk zelfs). Het platte Schots kwam ook terug in het taalgebruik (lees Welsh áltijd in de originele taal, ik kan me niet indenken dat dit goed vertaald kan worden naar Nederlands; de gedachte daaraan laat mijn tenen krullen van plaatsvervangende schaamte). En hé, uiteraard ook wat bekende bijfiguren die ik inmiddels zo goed ken uit de boeken in de Trainspottingreeks.

Waar het in het begin een redelijk saai en eendimensionaal boek leek, ontvouwde de diepere lagen zich en aan het einde van het boek werd het ook nog eens een pageturner dankzij een plotwending die ik niet direct zag aankomen. Top!

Soms moet je bij het lezen van boek ‘gewoon even doorbijten’, als het niet lekker leest. Dat kan uitmonden in een totally waste of time en diepe teleurstelling, maar er kan ook ineens een juweeltje op papier ontstaan en dan rest na het uitlezen er van een diepe diepe tevredenheid. Loved it!

 

 

Max Havelaar

Enigszins verwarrend

Op een boekenmarkt vind je nog eens iets. In mijn geval is dat ‘iets’ altijd ‘te veel’. Het is maar goed dat ik geen grotere tas had meegenomen; toen ik op een gegeven moment het aantal boeken niet meer kon dragen, was het thuis om naar huis te gaan!

Eén van de aanwinsten is deze modernere versie van Max Havelaar. Blijkbaar heb ik een gezegende jeugd gehad waarbij ik geen enkele keer verplicht ben geweest om dit boek te moeten lezen voor mijn lijst. Kortom; ik kende de titel, de naam van de auteur, maar meer wist ik er ook niet vanaf. Behalve dan dat veel mensen het een draak van een boek vonden.

Nu ben ik altijd wel nieuwsgierig naar ‘de klassiekers’; vaak vallen ze ook heel erg mee. Waarschijnlijk omdat ik ze niet op 16-jarige leeftijd heb móeten lezen, maar ze gewoon vrijwillig las. In mijn eigen tijd. Dus dat hoopte ik ook een beetje voor Max Havelaar. Maar mezelf kwellen met Oudnederlandsch vond ik iets te ver gaan, dus deze in ‘modern’ Nederlands herschreven versie vind ik helemaal prima!

Waar gaat Max Havelaar over? Tja… Het heet officieel ‘Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij’. En het begint ook met een heel wijsneuzerig figuur die voor zo’n koffieveiling werkt en daar uitermate trots op is. Maar behalve de inbreng van deze persoon (die deels het verhaal vertelt), gaat het eigenlijk helemaal niet over koffie. Het gaat over Nederlands-Indië, over uitbuiting, corruptie en onmacht. En over Max Havelaar.

Ik vond het een beetje een verwarrend boek. Er worden allerlei randfiguren opgevoerd die het verhaal van Max Havelaar gaan vertellen. Ik snap niet zo goed de functie van deze figuren, behalve dan dat het afwisseling brengt in de vertelstijl (ik vind Batavus Droogstoppel erg vermakelijk) en waarschijnlijk ook de visie op de zaken die Max Havelaar aan het licht wil brengen. Het is vooral een beetje verwarrend.

Uiteindelijk vond ik de basis van het boek wel interessant; de regenten, assistent-residenten, hoe het ‘werkte’ in Nederlands-Indië. Verder heeft het geen bijzonder diepe indruk gemaakt op me. Ik geloof wel dat het toen het uitgebracht werd, het een bijzonder boek was. En dat het wat dat betreft ook belangrijk is voor de geschiedenis van het koloniale verleden van Nederland. ík voel me na het uitlezen vooral opgelucht dat ik hier nooit een boekverslag van heb moeten maken.

 

Een klein leven

 

Mokerslag en ‘ugly cry’

Zo. Dit boek komt even aan als een mokerslag. Meerdere malen zelfs. En de ‘ugly cry’ komt ook meermalen voorbij. Kortom: gevaarlijk om in het openbaar te lezen, maar wat een geweldig boek.

Het verhaal speelt zich af in New York en gaat over vier vrienden. Ze ontmoeten elkaar op college, zijn room mates, elkaars beste maten en dat blijven ze ook hun hele leven lang. JB is de excentrieke kunstenaar, Malcolm de talentvolle architect, Willem de succesvolle acteur en Jude de mysterieuze advocaat. Jude draagt een verleden met zich mee waar hij niets over prijs geeft, iets dat zijn vrienden respecteren maar wat ze altijd doet afvragen wat Jude voor vreselijks heeft meegemaakt. Zijn zwijgen en fysieke problemen wijzen op iets verschrikkelijks.

Naarmate de jaren vorderen volg je de vier vrienden tijdens hun leven:  de vriendschap wordt hechter, klapt uit elkaar en ze worden weer opnieuw herenigd. Maar het is vooral Jude die je volgt; hij worstelt met zijn verleden, met zware fysieke pijnen en zijn twijfel en angst over de wereld om hem heen. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties waarbij je als lezer zelf in elkaar krimpt omdat je zo graag wil dat het goed komt, of beter zal gaan.

Regelmatig vind ik het verhaal ook dichtbij komen. Vandaar dat de ‘ugly cry’ dan ook regelmatig bij mij opduikt tijdens het lezen (niemand is mooi als hij/zij huilt, Oprah verwoordde het ooit eens mooi als de ‘ugly cry’, vandaar). De fysieke pijnen, de schaamte, het niet willen accepteren, het vechten tegen de pijn, wauw… Dat komt dan echt wel even binnen. Begrijp me niet verkeerd: zo ellendig als de jeugd van Jude heb ik never nooit niet gehad, maar ik herken toch bepaalde gevoelens en struggles.

Het is zo mooi geschreven dat die 750 pagina’s geen probleem zijn; je wilt met elke pagina meer weten. De personages zijn zo mooi omschreven, dat zelfs de wat horkerige Malcolm en de lompe JB sympathiek worden. Het is geen vrolijk boek en alle ellende maakt het bij vlagen ook zware kost om te lezen. Maar als een boek me ’s nachts wakker laat liggen, me in elkaar laat krimpen, me kriebels in de buik geeft en me ongegeneerd hardop laat snikken en huilen, dan kan ik alleen maar juichen. Wauw… Wát een boek.

 

Within the sanctuary of wings

Overtuigend laatste deel drakenboeken

En begin ik ineens aan het laatste deel van de serie drakenboeken. Jammer, aan de andere kant wil ik onderhand toch weten hoe het afloopt! Althans, wat Isabella’s verhaal nu is. En in dit laatste deel word ik wederom niet teleurgesteld. Sterker nog, ik verslind het boek nagenoeg bij het uitlezen ervan. Wat een verhaal weer.

Isabella krijgt een tip van een gevonden drakenlichaam, ergens hoog in de bergen. Door de sneeuw is het lijkt goed geconserveerd gebleven, en het is van een tot nu toe nog onbekende drakensoort. Zoals verwacht gaan Isabella en haar team (met onder andere natuurlijk haar partner en collega Thomas en haar echtgenoot Suhail) op onderzoek uit. Natuurlijk is het moeilijk, natuurlijk vinden ze het lijkt, natuurlijk is het een bijzondere vondst en natuurlijk gaat het daarna gigantisch mis.

Ik kan niet te veel vertellen over wat er allemaal gebeurt zonder te veel te verklappen. Maar ik kan wel vertellen dat Isabella weer lekker onhandig en lomp is, ondoordacht en impulsief. En dat helpt haar soms wel en soms natuurlijk helemaal niet. Ze belandt in een bijzondere situatie en leeft haar droom en nachtmerrie tegelijk.

Ook in dit boek komt de vermoeiende politiek weer aan te pas, soms lastig om door te lezen en goed te begrijpen. Maar na The tropic of serpents begrijp ik nu dat ik het netjes moet doorlezen, anders begrijp ik het later in het verhaal niet meer. Maar juist omdat dit deel zo geweldig is (want ja, het wordt geweldig), is dat makkelijker op te brengen.

Within the sanctuary of wings is wat dat betreft een overtuigende afsluiter van een prachtige serie boeken. Geen onbevredigende losse eindjes of onuitgewerkte vraagtekens. Een einde zoals een einde zou moeten zijn met, uiteraard, altijd nog de mogelijkheid op nog een avontuur van Isabella Trent. Want we weten als lezer nu dan wel hoe ze Lady Trent is geworden en wat haar belangrijkste ontdekking is, maar het sluit nieuwe avonturen van deze eigenwijze sterke vrouw niet uit. Wie weet duikt ze in de toekomst toch nog eens op. Ik hoop het!

 

De een zijn dood

Krachtige personages in relatief weinig pagina’s

In De een zijn dood wisselt het verhaal een aantal keren van perspectief. Het begint bij een ex-rechercheur die tegenwoordig erfgenamen opspoort bij het overlijden van een persoon zonder vrienden en nabestaanden. Bij het overlijden van een kluizenaar weet hij in oude correspondentie twee jonge vrouwen terug te vinden die beide een grote rol in het leven van de overleden man hebben gespeeld. Als blijkt dat één van de vrouwen momenteel met een zware psychose kampt, besluit de ex-rechercheur samen met de andere vrouw het kapitaal te verduisteren. Dit met de gedachte dat niemand daar achter zal komen.

Na het perspectief van Wim de ex-rechercheur, verschuift het naar Sofie (de dame die samen met Wim het geld opstrijkt) en Francien (de vrouw met de psychose). Het is een mooi geschreven puzzel waarvan de stukjes langzaam in elkaar vallen en uiteindelijk tot een triest eindresultaat komen.

Wederom geen vrolijk boek dus van Bernlef, maar ik blijf het bijzonder vinden hoe de man in het hoofd van zijn personages kan kruipen en ze zo krachtig kan neerzetten in relatief weinig pagina’s. Daarnaast speelt het een groot deel af op het Schotse eiland Skye, waar ik onlangs nog op vakantie ben geweest. Dat geeft voor mij ook altijd een extra dimensie aan het verhaal; als het op een favoriete plek van mezelf afspeelt. Geheel suggestief natuurlijk, maar zo werkt dat nu eenmaal voor míj.

De korte hoofdstukken en vlotte schrijfstijl maken ook dit boekje tot een ééndagsboek: zo uit. Het verhaal heeft verder ook niet zo veel om handen, maar de sfeer beklijft en ook na het uitlezen gaan mijn gedachten uit naar de twee jonge vrouwen in het boek.

Als je het licht niet kunt zien

Sprookje in oorlogstijd

Eens in de zoveel tijd kom je een boek tegen dat je meesleept en niet meer loslaat. In mijn geval is dat zo met Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Geen ingewikkeld verhaal, geen bijzondere zinnen of prachtige proza, korte hoofdstukken en ongecompliceerde personages. Maar het leest als een sprookje. Een verhaal dat je begint te lezen en waar je gewoon ín zit. En aan het einde een zucht en een snik; jammer dat het boek uit is en je weer terug moet naar de gewone wereld.

In het kort draait het om een blind meisje, dat samen met haar vader de stad Parijs ontvlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de andere kant van het front wordt de jonge Duitse Werder opgeleid om te vechten en illegale radiostations op te sporen. Twee uiteenlopende personen met elk hun eigen visie op de oorlog. Langzaamaan brengt de oorlog, een mysterieuze steen en een ijverige Duitse commandant de kinderen samen in een episch verhaal over oorlog, verlies, geluk en liefde.

Het klinkt misschien wat clichématig. Alsof je nu al kunt bedenken hoe het verhaal gaat verlopen. Trust me, you don’t! Ik vergelijk het inderdaad met een sprookje. Niet alleen door de meeslependheid, maar ook door de klassieke elementen van goed en kwaad, en het kunnen leren van je ervaringen en uiteindelijk de goedheid in de mens. Nog steeds geen spoileralert, maar meer kan ik er ook niet echt over tikken. Gewoon lezen, zou ik zeggen!

Anna Magdalena Bach

Niet zo boeiend boek over niet al te boeiende vrouw

‘Achter elke sterke man staat een nog sterkere vrouw’ is één van de vele internetquotes die ik dagelijks tegenkom. Een beetje ouderwets natuurlijk, als is het hele punt juist om te benadrukken dat de vrouw niet het zwakke geslacht is, zoals wel eens beweerd wordt. In het geval van Anna Magdalena Bach kan wel gezegd worden dat zij zeker ook een sterke vrouw was, al stond ze dan continue in de schaduw van haar echtgenoot, de nu wereldberoemde Johan Sebastian Bach.

Anna Magdalena is een verdienstelijke zangeres en zingt aan het hof van een vorst. De dirigent en componist, jaagt haar in eerste instantie angst aan, omdat de man zo opvliegend en veeleisend kan zijn. Uiteindelijk trouwt ze toch met de beste man en het is een gelukkig huwelijk.
Ondanks de roem en het succes van het werk van Bach, moet het gezin (dat maar blijft uitdijen omdat Anna Magdalena keer op keer zwanger wordt) toch de eindjes aan elkaar zien te knopen. Daar komt ook nog eens het immense verdriet bij van het verliezen van bijna de helft van Anna Magdalena’s kinderen aan een te vroege dood. Toch blijft de dame in kwestie zo positief mogelijk en, in de woorden van Barry Stevens: “vooral doorgaan”.

Op zich is het een interessante biografie, ik vind het altijd leuk om dergelijke geromantiseerde biografieën te lezen. Je leert niet alleen iets over de persoon, maar ook van de tijdsgeest en de sfeer van toentertijd. Helaas vind ik dit boek van Eleonore Dehnerdt niet al te best uitgewerkt. Het is me net iets te simpel en dramatisch geschreven. Dat is jammer. En daar komt bij, dat behalve de vrouw-van, Anna Magdalena niet zo heel veel meer betekent in haar leven. Natuurlijk speelt ze een grote rol in het gezin van Bach en is ze inderdaad die sterke vrouw, maar… Behalve geboorte, dood, verdriet en vreugde is er verder niet zoveel te vertellen. Dat resulteert een beetje in een onverschillige houding van mij als lezer als er wéér een kindje wordt geboren, of ach jee, alweer eentje dood. Erg eigenlijk. Sorry daarvoor. Ik weet ook niet of het boeiender had kunnen zijn met een andere schrijfstijl; ik denk dat het simpelweg ook niet veel spannender gemaakt had kunnen worden en dat Anna Magdalena wat dat betreft altijd in de schaduw zal blijven staan van haar echtgenoot.