The ocean at the end of the lane

Buitengewoon vreemd en een beetje spooky

Nu ik weer begonnen ben met wandelen, heb ik ook de oude liefde voor audioboeken weer opgepakt. Ik loop nog geen wereldafstanden, dus het duurt even voor ik dan door zo’n audioboek heen ben (luister het alleen tijdens het lopen), maar over The ocean at the end of the lane heb ik wel heel lang gedaan.

Ik kwam van een ontzettend leuk audioboek vandaag (Dawn French als ik me niet vergis) en het begin van deze jeugdroman van Neil Gaiman was niet meteen heel pakkend. Hij was een beetje raar… En toen kwam er ook nog eens een periode van algehele onfitheid van mijn kant, met als gevolg: het heeft zeker driekwart jaar geduurd voor ik weer verder ging luisteren.

In dit boek komt een man in zijn geboortedorp en ziet hij een huis aan het einde van de laan dat hij ineens herinnert als het huis van Lettie. Vervolgens gaan we terug in zijn herinnering hoe hij als negenjarig jongetje Lettie leert kennen. Wat volgt is een buitengewoon fantastische periode waarin de jongen meermalen moet vluchten voor zijn leven en op allerlei manieren wordt aangevallen door vreemde, nietwereldse wezens. Alleen Lettie kan hem nog redden van deze allesverslindende monsters, maar de vraag is of haar dat gaat lukken.

Het is een beetje een wazige omschrijving, maar het verhaal is ook een beetje wazig. Het is sprookjesachtig, maar dan duister; spooky. Ik vond het best een eng boek voor een jeugdboek. Het is duidelijk geen kinderboek; de jongen wordt getroffen door een soort van vleesetende worm, een monsterlijke nanny en vleesverscheurende ‘hungerbirds’. Het lijkt lange tijd vrij uitzichtloos.

Het boek is uit; het voordeel van een audioboek is dat je daar behalve luisteren vrij weinig voor moet doen. Ik kwam niet echt ín het verhaal, maar dat zal te maken hebben met het feit dat ik bijna een jaar lang níet geluisterd heb. Maar de omstandigheden en de personages zijn mij ook een beetje te vreemd. De kostganger die bij de jongen en zijn gezin inwoont vind ik te ongeloofwaardig. De ouders van de jongen vind ik te ongeloofwaardig. De zus van de jongen ook. Eigenlijk is die gekke Lettie (en haar moeder en oma), die een soort van bovennatuurlijke entiteit is maar toch ook weer niet, nog het meest geloofwaardig.

Nu ben ik over het algemeen wel fan van sprookjes, dat mag ook best een beetje eng zijn. Maar dit boek is voor mij een meh… Eentje die, ondanks dat hij toch lang op mijn wishlist heeft gestaan, waarschijnlijk snel genoeg naar de achtergrond en vergetelheid zal verdwijnen.

Marina

 

De prachtige, donkere wereld van Zafón

Binnen enkele zinnen ben ik weer daar: in de prachtige, donkere wereld van Zafón. Sprookjesachtig spookachtig. Gotisch, mysterieus en betoverend. En een beetje eng, zoals dat hoort in de wereld van Carlos Ruiz Zafón.

Oscar is vijftien jaar, wees en brengt zijn leven door op een kostschool in de oude wijk van Barcelona. Tijdens één van zijn vele omzwervingen in de buurt, ontmoet hij de mysterieuze Marina. De twee trekken met elkaar op en worden vrienden. Oscar is altijd welkom bij Marina thuis waar ze met haar ziekelijke vader woont. Op een dag neemt Marina Oscar mee naar een kerkhof waar ze een gesluierde vrouw een enkele roos op één van de graven legt. Een ritueel dat ze elke maand herhaalt. De twee vrienden besluiten op een dag de vrouw te volgen nadat ze haar roos op het graf zonder naam heeft gelegd. Hierdoor belanden ze in een levensgevaarlijk labyrint van raadsels, vernietigende liefde en spookachtige zielloze moordenaars.

Uiteraard is ook dit boek weer in een vloek en een zucht uit. Heerlijk. Het mist wat van de diepte die je terugvindt in Zafóns dikkere romans (Schaduw van de wind, Het spel van de engel), maar het is voldoende uitgewerkt om je toch weer opnieuw mee te slepen in zijn fantasie. Het verhaal is beeldend vertelt, waardoor je de vochtige, donkere ondergrondse gangen bijna ruikt, het vocht van de altijd aanwezige mist op je wangen voelt en de verzengende hitte van knetterende vlammen hoort. Heel, heel mooi weer.

 

Als je het licht niet kunt zien

Sprookje in oorlogstijd

Eens in de zoveel tijd kom je een boek tegen dat je meesleept en niet meer loslaat. In mijn geval is dat zo met Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Geen ingewikkeld verhaal, geen bijzondere zinnen of prachtige proza, korte hoofdstukken en ongecompliceerde personages. Maar het leest als een sprookje. Een verhaal dat je begint te lezen en waar je gewoon ín zit. En aan het einde een zucht en een snik; jammer dat het boek uit is en je weer terug moet naar de gewone wereld.

In het kort draait het om een blind meisje, dat samen met haar vader de stad Parijs ontvlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de andere kant van het front wordt de jonge Duitse Werder opgeleid om te vechten en illegale radiostations op te sporen. Twee uiteenlopende personen met elk hun eigen visie op de oorlog. Langzaamaan brengt de oorlog, een mysterieuze steen en een ijverige Duitse commandant de kinderen samen in een episch verhaal over oorlog, verlies, geluk en liefde.

Het klinkt misschien wat clichématig. Alsof je nu al kunt bedenken hoe het verhaal gaat verlopen. Trust me, you don’t! Ik vergelijk het inderdaad met een sprookje. Niet alleen door de meeslependheid, maar ook door de klassieke elementen van goed en kwaad, en het kunnen leren van je ervaringen en uiteindelijk de goedheid in de mens. Nog steeds geen spoileralert, maar meer kan ik er ook niet echt over tikken. Gewoon lezen, zou ik zeggen!

De koning van Katoren

Leuk sprookje

Jan Terlouw is een gevestigde naam in de jeugdliteratuur. Zeker in mijn jeugd, toen werd hij in één adem genoemd met Tonke Dragt en Thea Beckman. Wel gek eigenlijk dat ik in diezelfde jeugd nooit iets van Terlouw gelezen heb (Beckman en Dragt wel trouwens).

Oorlogswinter heb ik vorig jaar gelezen. Ik heb er niets over geschreven op deze site, maar het was een spannend verhaal. Echt een jeugdverhaal, vond ik. Nu heb ik De koning van Katoren gelezen. Niet echt een spannend jeugdverhaal, meer een sprookje. Een leuk sprookje.

Als de koning van Katoren is overleden, neemt een groep zure ministers de leiding van het land over. De zeventienjarige Stach wil koning worden en vraagt de ministers wat hij daar voor moet doen. Wat volgt is een aantal onmogelijke opdrachten die hij moet uitvoeren, verspreid door het hele land. Hij komt voor dilemma’s te staan niet op te lossen zijn, althans; tot Stach zich er aan waagt. En natuurlijk komt hij onderweg ook nog een leuk meisje tegen.

Ach ja, wat zal ik zeggen. Ik houd van jeugdboeken, maar dit was een niveautje te laag. Dit was inderdaad niet meer dan een sprookje. Het was vermakelijk en het boek was binnen no time uit. En ik kan er weer over mee praten.