Grand Hotel Europa

Knap geschreven

Ilja Leonard Pfeijffer heb ik ooit eens gezien op TilT, jaren geleden, al was dat alleen maar van een afstandje en bleef ik toen niet luisteren naar wat ik dacht ‘moeilijke poëzie’ zou zijn. Qua uiterlijk is het een man waar je niet snel omheen kan en sinds vorig jaar ook niet qua boeken. Of boek, beter gezegd. De dikke pil met melancholisch kijkende piccolo op de voorkant ligt overal in stapels in winkels, komt in elke boekennieuwsbrief voor en staat in alle top tien lijstjes ‘van dit moment’. Grand Hotel Europa.

De hetze rondom de boomlange schrijver en zijn toerisme-epos heb ik lang genoeg kunnen weerstaan, maar nu kreeg ik het met kerst cadeau. No more excuses, ik moest en zou dan nu toch moeten beginnen aan ‘meneer moeilijke poëzie’, ook al is dit een roman en dus geen dichtkunst. En wat denk je? Helemaal niet moeilijk. Af en toe wat langdradig en filosofisch neuzelend, maar vooral interessant, boeiend en grappig.

In Grand Hotel Europa betrekt Ilja een hotel dat betere tijden heeft gekend. Vroeger bruiste het er van ruisende baljurken, rinkelende juwelen en door koninklijke gasten bezochte bals en partijen. Nu zijn er een handvol vaste gasten die er wonen, de conciërge die zich ‘majordormus’ noemt en een jonge piccolo. Alles straalt vergane glorie uit en daar voelt Ilja zich prima in thuis.

Het boek heeft eigenlijk drie verhaallijnen die elkaar afwisselend door elkaar en langs elkaar heen lopen. Je hebt Ilja die voor een langere tijd een kamer betrekt in het hotel om zo het verhaal van zijn verloren liefde op te schrijven, de verhaallijn van hem en Clio (die verloren liefde, dus) en zijn visie op het hedendaagse mondiale massatoerisme.

In de eetkamer voert Ilja regelmatig zware gesprekken met de medebewoners van het hotel. Ik zeg zwaar, omdat die vaak niet prettig lezen. Het zijn orale duels waarin gestreden wordt om de meest elegante beleefdheden, filosofische feitenkennis en waarin vooral moeilijke woorden gemoeid zijn. Mijn tactiek tijdens dit soort hoofdstukken is dan ook om er niet te lang in te blijven hangen en alles te willen begrijpen. Niet mijn ding. Het boek is dik genoeg en is genoeg verhaal over zonder die ingewikkelde dialogen.

Mijn favoriete passages zijn de beschouwingen van Ilja; zijn visies op de mensen op hem heen maar ook op hemzelf. Zo weet hij op een grappige manier de typische toerist neer te zetten. Dat klinkt wat neerbuigend, maar het mooie is dat hij zichzelf niet spaart als hij omschrijft hoe hij alles deed om vooral geen toerist te lijken waardoor hij juist die typische toerist was. Heel komisch.

Het einde van het boek vind ik wat mwah, maar daar ga ik niets over verklappen. Het is niet slecht, maar vond het een beetje flauw. En dat is jammer van zo’n boek met verschillende lagen die regelmatig samenkomen en ook weer als losstaande verhaallijnen te zien zijn. Het is zo’n knap geschreven boek, zoveel ineen. Dan had ik van dat einde net iets meer verwacht.

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes
This entry was posted in Boeken.

Geef een reactie