Ik ben de nacht

 

Thrillermoe of gewoon flut?

Ik heb de laatste tijd veel thrillers achter elkaar gelezen. En op bepaalde momenten zelfs door elkaar. Misschien dat ik daardoor wat thrillermoe was toen ik in de tweede helft van dit boek belandde. Was er onderhand wel klaar mee. Op zich geen slecht verhaal, beetje goor in de details soms en voorspelbaar, maar ach… welke thriller is nu niet voorspelbaar?

De zwarte kaft waar de naam van de auteur en de titel zwart op staan afgebeeld in glimmende letters, nodigt uit, dat moet ik toegeven. De zijkanten van de pagina’s zijn ook zwart gemaakt, met uitzondering van de titel en de auteur nog eens in witte tekst. Het boek is dus eigenlijk één zwart blok. “Moet wel spannend zijn,” dacht ik bij mezelf. Ik ben ook zo’n goedgelovige, naïeve sucker wat dat betreft. Als iets er mooi uit ziet, denk ik meteen dat het ook goed is.

Een seriemoordenaar die nog eens extra ziek in zijn hoofd lijkt, laat een bloederig spoor van martelingen en dood achter zich. Gruwelijk en schijnbaar ongrijpbaar. Tot hij een ex-politieman tegen het lijf loopt. Is dit dan de enige man die hem kan doen stoppen?

Ja het gegeven is een beetje bizar. Vooral als ze allebei (de ex-politieman en de seriemoordenaar) gaan denken dat ze ook echt elkaars tegenpolen zijn. Ze hebben nog net geen telepatisch contact, maar het scheelt niet veel. Dan haak ik al weer af hè? Vind het dan alweer te vergezocht. Terwijl het best spannend is, hoor. De moorden, de achtervolgingen, zijn redelijk origineel en goed doordacht. Maar ik vind de personages dan weer zo ontzettend flut.

Ik was blij toen ik het uitgelezen had.

 

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Geef een reactie