Knielen op een bed violen

Jan Siebelink – Knielen op een bed violen: zware kost maar een prachtig verhaal

Knielen op een bed violen‘Ik ben altijd bang geweest om het complete verhaal te vertellen: het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme – en het verdriet dat hij in zijn naaste omgeving veroorzaakt. Het is ook het verhaal van een grote liefde. Een man en een vrouw: de een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu.’ (uit een brief van de auteur aan zijn uitgever)

In 2005 wint dit boek de AKO Literatuurprijs. Enkele maanden geleden kwam ik het, nog ongelezen, voor slechts €2,50 tegen in een tweedehands-boekenwinkeltje. Daar kon ik het toch niet voor laten liggen. Zonder eigenlijk echt te weten waar het over gaat heb ik het boek meegenomen naar huis. Eenmaal aan het dikke boek begonnen, heb ik het in een ruk uitgelezen. Het is een aangrijpend verhaal, een romantische verhaaltelling met een zwart randje.

Hans is bloemen- en sierplantenkweker. Hij is gelukkig getrouwd, heeft een zoon die hij op handen draagt en hem adoreert en zijn vrouw is zwanger van hun tweede kindje. Een dochter, hoopt Hans. Ze hebben het thuis niet breed, de zaken gaan niet goed, maar ook niet echt slecht. Het maakt niet uit, ze zijn gelukkig met elkaar. Wat een zoetsappigheid, wat een geluk en wat een blijdschap. Tot er drie mannen in lange zwarte jassen met grote koffers vol boeken over de Heere en de boodschap van God door het gat van de heg kruipen.

Ik ben niet religieus opgevoed. Ik heb nog nooit een passage uit de bijbel gelezen. Ik ken het kerstverhaal en de ark van Noah, daarna houdt het ver op wat betreft mijn kennis van religieuze verhalen. Daardoor had ik moeite met de vele kerkelijke taal in dit boek. Psalmen, gebeden, diensten van de orde ‘zwarte kousenkerk’ (maar dan nog een tandje duisterder, grauwer en deprimerender); het maakt dit boek pittig om te lezen.

Tijdens het lezen voel ik liefde en warmte voor Hans en zijn vrouw, maar ik veracht hem als hij zijn gezin weer in de steek laat voor zijn ‘broeders’ en weer een nieuwe dienst. Zijn liefde voor de bloemen en planten die hij kweekt is vertederend, zijn afkeer tegen zijn jongste zoon (waarvan hij had gehoopt dat het een dochter zou zijn) vreselijk. Samen met zijn vrouw vraag ik me hardop af (tijdens het lezen, maar alleen als ik alleen thuis ben, hoor. Ga dat niet in de trein doen, natuurlijk) waarom hij het zo ver laat komen. Hoe kan hij dit doen, zo ver doorslaan naar die duistere kant, als dat nu juist hetgeen was waarom hij zijn vader vroeger verachtte? Ziet hij dan niet dat hij net als zijn vader wordt? Of nee, toch niet, er zit veel liefde in deze man, hij is zeker anders dan zijn vader. En toch raakt hij meer en meer verwijderd van zijn gezin.

Dit boek is een prachtige worsteling om te lezen: zwaar door het kerkelijke taalgebruik en omdat het zo’n dikke pil is. Ook zwaar omdat het helemaal niet leuk is wat die calvinistische broeders Hans en zijn gezin aandoen met hun gedonderpreek. Maar prachtig omdat de liefde altijd de boventoon voert, de korte hoofdstukken je zonder het te beseffen zo weer vijftig pagina’s verder brengen en de beeldende schrijfstijl, de sympathieke karakters en het mooie verhaal. Wat mij betreft dik verdiend, die AKO Literatuurprijs.

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes

Geef een reactie