De wraak van Vondel

Frank van Pamelen: Tilburgs Trots!

De wraak van VondelNu tijd voor een stukje Tilburgs Trots: De wraak van Vondel door Frank van Pamelen (Van Pamelen komt uit Tilburg. Geen idee of je Pámelen of Pamélen zegt, na ruim 15 jaar wonen in Tilburg heb ik de uitspraak nog niet altijd onder de knie. Hij komt in ieder geval uit Tilburg (of woont er).

Anywayz… De wraak van Vondel dus. Intrigerende roman. Een whodunnit vervlochten met Nederlandse geschiedenis. Een soort van Da Vinci-code maar dan met het koningshuis en Joost van den Vondel in de hoofdrol. En Amsterdam. Dat is dan wel weer jammer. Heb ik een Tilburgse schrijver om trots op te zijn, schrijft ie over Amsterdam.

In het kort: een journaliste krijgt een mailtje van een dichter, hij wil iets belangrijks met haar bespreken. Voor ze hun afspraak hebben wordt de dichter dood gevonden in de Oude Kerk in Amsterdam. En vanaf dan begint een ingewikkelde puzzeltocht die de journaliste en een professor in letteren proberen op te lossen, voor het te laat is!

Ontzettend knap geschreven en er moet ontzettend veel research gedaan zijn. Cryptische dichtregels van Van den Vondel die uiteindelijk allemaal naar de laatste clou leiden. Net als bij de Da Vincicode vervaagt de grens tussen fictie en waarheid.

Daarentegen is poëzie niet echt mijn ding en oud-Nederlandsch taalgebruik evenmin. Die cryptische dichtregels gingen me op een gegeven moment wel een beetje tegenstaan. Gelukkig worden ze elke keer heel goed uitgelegd en ‘ontrafeld’ door de hoofdpersonen. Het gevolg was wel dat ik dan maar snel over die regels heen las en meteen doorging naar de uitleg.

Maar goed, dat is een interessedingetje. Het verhaal zit goed in elkaar, goede opbouw; spannend en niet voorspelbaar. Qua personages mis ik nog wat diepgang en achtergrond, maar dat was op zich niet storend. Het verhaal liep prima door en las goed weg. Kortom; met recht trots op Tilburgs Talent!

Let niet op de rommel

Verzamelwoede, verwaarlozing en schrijnende eenzaamheid in Amsterdam

Let niet op de rommel‘Plenteren’ staat sinds 2013 in het woordenboek, vernoemd naar Henk Plenter. Het betekent ‘het ontruimen van woningen’. En dan met name smerige woningen. Want dat is wat Henk Plenter 40 jaar lang deed in Amsterdam. Samen met de GGZ en de gemeente hielp hij verwaarloosde mensen in smerige, veel te vol gestouwde woningen in de hoofdstad. Na zijn pensioen schreef hij er dit boek over.

Eigenlijk zijn de verhalen in dit boek stuk voor stuk intriest. Mensen verwaarlozen zichzelf en hun woning. Ze stouwen alles vol met stapels kranten, afval of huisdieren. Pas als het de buren te gortig wordt (stankoverlast, bruin vocht dat door het plafond naar beneden sijpelt, muizen), dan wordt er hulp ingeschakeld. En dat begint meestal met Henk Plenter.

Ondanks dat de verhalen triest zijn, is de nuchtere vertelstijl erg grappig. Het is ook een manier om met de ellende om te gaan, lijkt wel; gooi er maar wat Amsterdamse humor tegenaan. Onvoorstelbaar hoe sommige mensen weken, maanden of langer dood in hun eigen huis kunnen liggen, zonder dat er iemand zich om hen bekommert.

Toegegeven; ik ben een ramptoerist en vond vooral de verhalen van de smerige woningen, ontelbare (huis)dieren en het opruimen van lijken in verregaande staat van ontbinding het leukste om te lezen.

Plenter probeert naast alle viezigheid ook nog uitgebreid uit te leggen hoe het vroeger ging in Amsterdam, hoe het nu gaat, wat zijn bijdrage daar in is geweest, etc. Maar mij (als niet Amsterdammer) interesseert de stadsindeling  me niet. Evenmin boeit het me hoe de afdelingen heten binnen de gemeente en de GGZ waar hij mee samenwerkt.

Juist door die uitgebreide informatie over de stad, is het een echt Amsterdams boek geworden. Daardoor spreekt dat gedeelte me minder aan. Aan de andere kant zijn de schrijnende voorbeelden makkelijk te vertalen naar andere steden of dorpen. Het zet je aan het denken over wanneer je voor het laatste je buurvrouw hebt gesproken of waar die aardige zwerver toch is gebleven die je altijd op straat tegenkwam.

Vroeger heb ik ook een buurman gehad die een echte verzamelaar was. Ik ben nooit bij hem binnen geweest, maar heb wel eens om de hoek gegluurd als zijn voordeur openstond: in de gang stond het vol met dozen papier en whatever. Ik kan niet voorstellen dat het appartementencomplex níet in rook was opgegaan, als er daar brand was uitgebroken.

Let niet op de rommel geeft een interessant inkijkje in andermans sores en zet jezelf ook aan het denken om toch maar eens aan te bellen bij de buurman.