Monte Carlo

Mooi melancholisch

Mijn wensenlijstje is zo lang, dat het niet altijd makkelijk is om te onthouden welke titels er allemaal op staan en waarom ik ze er op heb gezet. Om die laatste reden wil het dan wel eens gebeuren dat ik de lijst ‘opruim’ zonder dat ik de titels ook daadwerkelijk gelezen heb. Alles om de lijst overzichtelijker en ‘do-able’ te maken.

Tijdens een uitverkoop van mijn favo boekenwinkel, gleden mijn vingers over de zwart-witte kaft van Monte Carlo van Peter Terrin. Ik was inmiddels alweer drie boeken verder in de doos vol afgeprijsde boeken, toen -‘wait, what?’- ik weer snel terug rommelde naar het boekje. Ja ik wist het zeker, dit boek staat op mijn lijstje! Al heel lang!

Na een controle op de mobiel bleek echter dat de titel tijdens een van mijn opruimsessies al van de lijst verdwenen was. Toch kon ik me nog herinneren dat ik hierover in De Boekenkrant had gelezen. En dat het aangeprezen werd als een meeslepend verhaal. Ik draaide het boek om en las de kaft:

Monaco, mei 1968. Net voor de start van de grand prix formule 1 is het publiek getuige van een vreselijk ongeluk. De bescheiden Jack Preston, monteur bij Team Lotus, redt het leven en vooral het gezicht van Deedee, jonge filmster en belichaming van de nieuwe zeden. Weer thuis bij zijn vrouw, in een afgelegen Engels dorp waar de jaren vijftig maar moeilijk wijken, wacht Jack met verlangen en angst op een teken van Deedee, dat zijn leven zal veranderen.

Ik ben blij dat ik me nog kon herinneren dat dit boek op mijn lijstje heeft gestaan. Want het was echt heel leuk om te lezen. Het is geen dik boek en de hoofdstukken zijn erg kort. Hierdoor ligt het leestempo lekker hoog.

De hoofdpersoon is een man van weinig woorden, toch leefde ik al binnen een paar hoofdstukken mee met de man die zo droomt van zijn ‘moment of fame’. Omdat hij daar zo naar verlangt en toch zo lang op moet wachten, heeft het allemaal een prachtige melancholische sfeer.

Aan het einde van het boek had ik het idee dat er wat meer pagina’s aan de andere personages besteed had mogen worden. Ik verdwaalde een beetje tussen de namen van de andere dorpsgenoten die ineens in de laatste hoofdstukken ook een rol gaan spelen in het verhaal, maar eigenlijk nooit echt geïntroduceerd zijn.

Ondanks dat het einde hierdoor wat afgeraffeld over kwam (alsof Terrin ineens tijd of pagina’s te kort kwam), vond ik het een mooi verhaal. Niet te lang en niet te moeilijk, maar toch zo vol van mooie gevoelens van liefde en gemis.

 

De wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een Ikea-kast

Beetje flauw

de-wonderbaarlijke-reis-van-de-fakir-die-vastzat-in-een-ikea-kastInmiddels heb ik denk ik al wel tien boeken gelezen die gebaseerd zijn op een wonderbaarlijke roadtrip waarin allerlei bijzonder dingen voorvallen en uitzonderlijke personages de revue passeren. De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween, De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry, The curious incident of the dog in the night-time, Waarom Ferdinand niet lang alleen bleef, De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje, etc. En daar schaart De wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een Ikea-kast ook bij. Blijkbaar moet je ook een onmogelijk lange titel verzinnen voor een dergelijk boek.

Het verhaal gaat over een fakir uit India die afreist naar Frankrijk om daar bij Ikea een nieuw spijkerbed te kopen. Omdat hij geen geld heeft voor een overnachting in een hotel, laat hij zich ’s avonds insluiten in de Ikea om daar de nacht door te brengen. En dan gaat er natuurlijk van alles mis. Hij belandt in één van de kasten van de meubelgigant, belandt zo in Engeland en indirect ook in Italië en Libië. Ondertussen maakt hij nieuwe vriendschappen, ontmoet de mogelijke liefde van zijn leven en moet hij nieuwe vijanden leren ontwijken. Oh ja, en hij leert uiteraard ook wijze levenslessen.

“Dé Franse literaire sensatie!” staat achterop het boek. Ik vond het maar flauw. Er zit veel humor in verwerkt, maar te geforceerd en daardoor kinderlijk. De schrijver snijdt regelmatig de bocht te kort af, waardoor het toch al fantastische (als in fantasievol, niet als in bijzonder goed) verhaal nog ongeloofwaardiger wordt. Wat dat betreft heb ik toch te veel goede voorbeelden van dit genre-met-een-onmogelijk-lange-titel gelezen. Leuke titel, maar de uitwerking ervan had in mijn ogen beter gekund.

De kunst van het veldspel

Mooi rond verhaal over vriendschap en zelfopoffering

de-kunst-van-het-veldspelOndanks het gebrek aan kennis over honkbal, heb ik enorm genoten van dit boek. Ga ik me nu verder verdiepen in de wereld van honkbal? Nee. Dus zo’n boek is het. Het gaat over honkbal, maar ook vooral níet over honkbal. Wat mij betreft één van de betere boeken die ik dit jaar gelezen heb, over vriendschap en zelfopoffering. En toevallig ook een beetje honkbal.

In dit boek volgen we Henry Skrimshander, een ongekend getalenteerde jonge honkbalspeler. Hij krijgt een studiebeurs vanwege zijn talent op het veld en beland op Westish College, een kleine universiteit aan Lake Michigan. Zijn ontdekker en teamgenoot, Mike Schwartz wordt zijn trainingspartner. Samen met zijn homoseksuele vriend Owen, de andere teamgenoten van zijn honkbalteam en de dochter van de rector van de universiteit, beleeft Henry het meest intense honkbalseizoen ooit. Hij is de beste speler, hét talent, scouts komen van heinde en verre om naar hem te kijken. Tot Henry blokkeert en geen bal meer kan vangen. De gevolgen zijn groot, niet alleen voor Henry, maar indirect ook voor de levens van Mike, Owen en de rector.

Bij het lezen van het eerste hoofdstuk, wist ik al dat ik van dit boek zou gaan genieten. Het deed me meteen al denken aan De waarheid over de zaak Harry Quebert van Joel Dicker: ook al zo heerlijk boek. Het heeft ook zeker overeenkomsten: lekker dik, een Amerikaanse setting en hoofdpersonages dat van de eerste tot laatste pagina blijven boeien.

Een klein minpuntje kan zijn dat het verhaal, ook redelijk typisch Amerikaans (en in tegenstelling tot De waarheid over de zaak Harry Quebert), voorspelbaar is. Maar weet je, net als bij sommige films, is voorspelbaarheid helemaal niet erg. Het is een heerlijk boek over vriendschap, zelfopoffering, liefde, honkbal, keuzestress, jonge mensen, Amerika. Het is een mooi rond verhaal met een opbouw, een hoogtepunt, een plotwending en een einde dat het verdiend. Een boek dat je met een tevreden gevoel uitleest.

Daar is hij weer

daar-is-hij-weerNiet grappig en ietwat ongemakkelijk

Dit boek had ik vorig jaar op mijn verjaardagslijstje staan. Het leek me zo’n geinig gegeven: Adolf Hitler wordt wakker op een veldje, midden in Berlijn, in het jaar 2011. Hij heeft geen weet van de afloop van de Tweede Wereldoorlog en begrijpt weinig van de moderne wereld om hem heen. Maar hij is nog altijd de Adolf Hitler die hij altijd was, met dezelfde opvattingen en manieren. Alleen; hoe reageren Berlijners van nu op de Hitler van toen?

Nou goed, boek niet gekregen, kan gebeuren. Dus onlangs zelf maar aangeschaft. Inmiddels is er ook al een film van uitgebracht, dus het werd tijd om het boek te lezen zodat ik om de film kan lachen.

De eerste hoofdstukken zijn best geinig, precies zoals ik me ook had voorgesteld. Maar gaandeweg vind ik het een stuk minder grappig. De Hitler van toen wordt door de Berlijners gezien als een komiek die de fascist bijzonder goed nadoet en altijd in zijn rol blijft. Hierdoor krijgt hij een televisieshow en allerlei andere privileges. Hitler zelf denkt dat hij weer van onder af moet beginnen met aanhangers vinden en begrijpt niet waarom iedereen hem zo grappig vindt, maar het bevalt hem dat hij steeds meer ‘volgers’ krijgt op dat rare propagandakanaal dat ‘joe toep’ heet.

En dan slaat de verveling en een ongemakkelijk gevoel toe bij mij. De verveling omdat het verhaal niet veel verder gaat. Het blijft een beetje in herhaling vallen. Ongemakkelijk omdat het fascisme en de discriminatie van Joden als grap worden aangevoerd en tja, ik vind dat gewoon niet grappig. Waarschijnlijk ben ik dan wat te oubollig, narrow minded en flauw. Maar halverwege het boek vond ik het niet meer grappig en moest ik moeite doen om het nog uit te lezen. Die film hoef ik nu ook niet meer te zien.

 

De ontdekking van de hemel

Een mooi ‘grote-mensensprookje’

de-ontdekking-van-de-hemelEindelijk! Eindelijk heb ik ‘m uit! Als drie jaar ligt De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch bij mij in de kast op het ‘nog te lezen-plankje’. En elke keer verzon ik wel een excuus om aan een ander boek te beginnen; want ja… Het is toch wel een dik boek (900 pagina’s) en het zal wel zware kost zijn. Deze vakantie had ik als belangrijkste doel; beginnen aan De ontdekking en deze hopelijk ook uít lezen. En dat is gelukt! En ik was positief verrast!

Het boek begint met de vriendschap tussen Onno (een brallerige know-it-all bal) en Max (arrogante vrouwenverslindster). Ze hebben niets gemeen met elkaar, behalve hun hoge gehalte ‘blabla’, maar worden de beste vrienden. Uiteindelijk trouwt Onno zelfs met een ex-vriendin van Max (no harmed feelings) en raakt zij zwanger.

Dan wordt het verhaal complexer; van wie is het kind? En hoe loopt een bijna fataal auto-ongeluk af? En waar bemoeien die twee hemelbewaarders zich toch mee?

Ondanks dat het boek 900 pagina’s dik is en er dus genoeg gebeurt, wil ik niet te veel verklappen. Ik had in het begin wat moeite met het oeverloos gelul tussen de twee vrienden die op hun dertigste denken dat ze alles al weten. Aan de andere kant is het een prachtige opbouw en vorming van de twee belangrijkste karakters in het boek. Beiden winnen aan sympathie, zelfs als hun levens uit elkaar groeien en ze nog maar één link hebben: Quinten, de zoon van Ada en Onno.

Aan het einde van het verhaal wordt het wat zweverig en vaag, maar ook dat zij vergeven. Het is een mooi bedacht ‘grote-mensensprookje’ met personages en een boeiende verhaallijn. Een klassieker, zeker weten. En ik ben blij dat ik ‘m gelezen heb.

Het boek van de Baltimores

Veel belovend begin, helaas lichte anticlimax aan het einde

Het boek van de BaltimoresNa het grote succes van Joël Dicker’s debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert is Marcus Goldman terug! Dicker kiest er voor om de eigenwijze, ietwat megalomane en egocentrische Goldman opnieuw als hoofdpersoon te laten stralen in zijn langverwachte tweede roman: Het boek van de Baltimores.

In dit verhaal neemt Marcus Goldman je mee terug naar zijn jeugd, naar de spannende avonturen die hij tijdens vakanties met zijn twee neven beleefde. Samen noemden ze zich ‘de Goldman gang’ en hun vriendschapsband was onbreekbaar. Althans, tot het leven zich ermee bemoeide.

Wat had ik een zin om dit boek te gaan lezen! Lekker dik, hoofdstukken die dan weer in de tijd vooruit sprongen, dan weer als een flashback toelichting verschaften op dat wat gebeurd was. Kortom, een boek om het koppie bij te houden. Vanaf de eerste pagina zat ik ook helemaal ín het verhaal.

Ik las over de tegenstelling in de familie Goldman; hoe de Goldmans in Baltimore (ook wel de Baltimores genoemd) zwommen in het geld, en de tak in Montclair die steevast de eindjes aan elkaar moest knopen. Gaandeweg het boek duiken er links en rechts steeds meer mysteries op. Geheimen waar Marcus zelf ook meer van wil weten, maar het lijkt wel of iedereen wat voor hem te verzwijgen heeft. En wat verzwijgt hij toch zelf voor de lezer, wat is er gebeurd met ‘de Goldman gang’ en nog belangrijker: wat ging er mis?

Na driekwart boek verzandt het verhaal enigszins in al deze vragen en onduidelijkheden. Dicker wil duidelijk de spanning tot het einde van het boek vasthouden, maar het wordt wat vervelend om elke keer vlak voor een onthulling weer in de tijd terug te springen of afgewimpeld te worden. Ik had af en toe de neiging om te roepen naar de pagina voor me: “voor de draad ermee! Kom op!”. Heeft uiteraard geen enkele zin, maar het geeft een beetje weer wat al dat wachten met me deed.

Door dit blijven uitwringen van het verhaal, is voor mij de algehele leeservaring een lichte anticlimax te noemen. Begrijp me niet verkeerd, de wereld die Joël Dicker zo ogenschijnlijk makkelijk schept en de meeslepende personages, gaan bij mij als zoete broodjes naar binnen. In dat opzicht heb ik ook echt genoten van het boek. Al was het waarschijnlijk beter geweest als het honderd pagina’s eerder geëindigd was.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl

Verboden gebied & Het Kielzog van de oorlog

Geen ontspannen literatuur over de Eerste Wereldoorlog

Het kielzog van de oorlogNog niet zo lang geleden heb ik een heerlijk lang weekend in Ieper vertoefd, in Zuid West Vlaanderen. Een stad vol met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In het Flandres Fieldsmuseum kocht ik een trio van boekjes, samengebonden met een kartonnetje. Drie boekjes, niet al te dik, die geschreven zijn door ooggetuigen uit die tijd. Verboden gebied en Het kielzog van de oorlog zijn door zusters geschreven; zij vertellen over de gewonden die zij dagelijks moesten behandelen in het veldhospitaal net achter het front, dicht bij de gevechten.

De boekjes zijn voorzien van een voorwoord van Erwin Mortier, een schrijver waar ik persoonlijk fan van ben; hij heeft zo’n mooie schrijfstijl en woordkeuze. Hij heeft de vertaling van de boekjes op zich genomen en geeft in zijn voorwoord de nodige aanvulling en legt uit waaróm ze zo’n belangrijk tijdsbeeld geven van die verschrikkelijke jaren.

Verboden gebied van Mary Borden leest erg vlot. De zuster in kwestie is kalm, kritisch en vrij cynisch. Eigenlijk zijn de hoofdstukken allemaal korte verhaaltjes, steeds weer met een ander persoon (slachtoffer, familie van een soldaat, zuster) in de hoofdrol. Juist haar koele, afstandelijke manier van vertellen maakt het beeld dat ze schetst extra luguber. Er wordt niet opgekeken van een rondslingerende arm of been. Sommige slachtoffers moeten maar snel sterven, want ze maken de rest van de zaal onrustig. En wat is de waarde van leven nog voor sommige gewonden die wel overleven?

Het kielzog van de oorlog is wat bloemrijker beschreven. Achterin het boek is ook een hoofdstuk aan de poëzie gewijd die Ellen N. Motte ter plekke heeft geschreven. Door de bloemrijke taal en het doorzagen over bepaalde (in mijn ogen minder interessante) elementen, leest dit een stuk lastiger. Het vlot allemaal niet erg. De hoofdstukken zijn ook wat minder samenhangend.

Ik heb Kielzog van de oorlog direcht na Verboden gebied gelezen. Misschien is het het verschil in schrijfstijl waardoor ik een beetje afhaakte in het verhaal van Motte. Misschien zit er nu eenmaal een max aan de hoeveelheid ellende waar een mens geboeid over kan lezen, ik weet het niet. Ik ben blij dat ik beide boekjes gelezen heb, nummer drie ligt nog op de ‘te lezen-stapel’. Maar het is geen ontspannen literatuur.

Oorlog en terpentijn

Heftig boek dat hard binnenkomt

Oorlog en terpentijnDit is weer zo’n boek dat hard binnenkomt. Het is een eerlijk relaas over een soldaat in de Eerste Wereldoorlog in België. Prachtig opgeschreven door de kleinzoon van deze soldaat: Stefan Hertmans. De manier waarop deze man het verhaal van zijn opa opschrijft, sleept je bijna letterlijk het verhaal in. Je ruikt de modder in de loopgraven en de terpentijn op de schilderskwast. Als in een film zie je de beelden voor je, beelden die je waarschijnlijk liever niet ziet, zo heftig.

In het kort: vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Jarenlang durfde Hertmans de schriften niet te openen – tot hij het wél deed en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door zijn armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. In zijn verdere leven zette hij zijn verdriet om in stille schilderkunst.

Af en toe wijzigt het perspectief en loop je met Hertmans mee door Gent, het huidige Gent, op zoek naar de gebouwen waar zijn opa over geschreven heeft. Dat ervaar ik niet altijd als even prettig; ik zit dan zo in het verhaal dat het lijkt alsof ik met geweld uit de warme donkere literaire baarmoeder gerukt wordt om op een koude metalen tafel in het felle tl-licht de werkelijkheid onder ogen te zien. Beetje vreemde vergelijking misschien, maar je begrijpt wat ik bedoel. Het verstoort een beetje het aangename leesgevoel, alhoewel het de ‘echtheidsfactor’ wel weer vergroot. En daardoor dus juist weer boeiender maakt.

De offers

Uiteindelijk een pakkend verhaal

De OffersVanwege een enorme achterstand in het bijwerken van mijn geliefde site, even een ‘luie’ recensie. Met andere woorden: de achterflap en in het kort wat ik ervan vond.

‘Tokio, 1946. De Nederlander Rem Brink is een van de rechters van het Tokio Tribunaal, waar de grootste Japanse oorlogsmisdadigers terechtstaan. Ter afleiding van de machtsspelletjes en voortdurend wisselende allianties van zijn collega’s probeert Brinkhet hem vreemde en totaal verwoeste land te verkennen. Als Brink de Japanse zangeres Michiko ontmoet, die tijdens de bombardementen op Japan haar ouders heeft verloren, ontluikt er een liefde die niet zonder gevaar blijkt. Gedwongen vertrekt ze naar haar geboortedorp in de bergen, waar vlak daarvoor in stilte gruwelijke oorlogsmisdaden hebben plaatsgevonden.’

Als ik dit boek in de winkel had zien liggen, had ik na het lezen van de achterflap deze waarschijnlijk laten liggen. Het is geen verhaal dat me direct aanspreekt. Dit boek heb ik echter gewonnen en sja, een gegeven paard mag je toch zeker niet in de bek kijken?! Dus ik ben er aan begonnen. Ik kan me nog herinneren dat het lezen in het begin niet makkelijk ging. Het duurde even voor het verhaal me in de greep had. Maar na het uitlezen kom ik tot de conclusie dat het een goed boek is. Het is eventjes doorbijten in het begin, tot de personages allemaal zijn voorgesteld en gaan leven.

Uiteindelijk komt het neer op een eeuwenoud thema; een verboden liefde. Maar de setting in naoorlogs Japan en de Japanse cultuur geeft een nieuwe draai aan het welbekende thema. En je steekt er als lezer ook nog iets van op (de tragische geschiedenis van het land).

Ik was nooit in Isfahaan

Misschien moet ik gewoon geen verhalenbundels meer lezen…

Ik was nooit in IsfahaanFan van Tommy Wieringa, dus wil ik alle boeken. Dat besloot ik in de Boekenweek. Vandaar dat ik naast het Boekenweekgeschenk van de kale schrijver met nog twee titels van zijn hand uit de winkel liep. Ga niet naar zee heb ik een tijdje terug al besproken, nu is het de beurt aan de bundel Ik was nooit in Isfahaan. Een bundel vol korte verhalen over reizen en reisverslagen. Al dan niet verzonnen.

Ik ben dan wel fan, maar de weerstand die ik altijd halverwege een boek vol korte verhalen voel, kon ik nu ook niet negeren. Ik en korte verhalen zijn geen mix. Zelfs niet als ze door Wieringa zijn geschreven. Sowieso vond ik de ‘boeiend’-factor per verhaal sterk verschillen. Het ene moment bladerde ik lusteloos en zonder gevoel door een blabla-verhaal, het andere moment was het elke woord en iedere zin die me bij de keel greep. Het zal onder andere te maken hebben met de diverse onderwerpen (reizen), maar ook is er een verschil in intensiteit in de vertelstijl.

In dit boek zitten er zeker weer een paar Wieringapareltjes verborgen, maar mijn algehele gevoel toen ik het uit had, was ‘hèhè, klaar!’. Een niemendalletje die, behalve als een mooie fysieke  aanvulling op het plankje Wieringa in de boekenkast, niet lang blijft hangen.