Verboden gebied & Het Kielzog van de oorlog

Geen ontspannen literatuur over de Eerste Wereldoorlog

Het kielzog van de oorlogNog niet zo lang geleden heb ik een heerlijk lang weekend in Ieper vertoefd, in Zuid West Vlaanderen. Een stad vol met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In het Flandres Fieldsmuseum kocht ik een trio van boekjes, samengebonden met een kartonnetje. Drie boekjes, niet al te dik, die geschreven zijn door ooggetuigen uit die tijd. Verboden gebied en Het kielzog van de oorlog zijn door zusters geschreven; zij vertellen over de gewonden die zij dagelijks moesten behandelen in het veldhospitaal net achter het front, dicht bij de gevechten.

De boekjes zijn voorzien van een voorwoord van Erwin Mortier, een schrijver waar ik persoonlijk fan van ben; hij heeft zo’n mooie schrijfstijl en woordkeuze. Hij heeft de vertaling van de boekjes op zich genomen en geeft in zijn voorwoord de nodige aanvulling en legt uit waaróm ze zo’n belangrijk tijdsbeeld geven van die verschrikkelijke jaren.

Verboden gebied van Mary Borden leest erg vlot. De zuster in kwestie is kalm, kritisch en vrij cynisch. Eigenlijk zijn de hoofdstukken allemaal korte verhaaltjes, steeds weer met een ander persoon (slachtoffer, familie van een soldaat, zuster) in de hoofdrol. Juist haar koele, afstandelijke manier van vertellen maakt het beeld dat ze schetst extra luguber. Er wordt niet opgekeken van een rondslingerende arm of been. Sommige slachtoffers moeten maar snel sterven, want ze maken de rest van de zaal onrustig. En wat is de waarde van leven nog voor sommige gewonden die wel overleven?

Het kielzog van de oorlog is wat bloemrijker beschreven. Achterin het boek is ook een hoofdstuk aan de poëzie gewijd die Ellen N. Motte ter plekke heeft geschreven. Door de bloemrijke taal en het doorzagen over bepaalde (in mijn ogen minder interessante) elementen, leest dit een stuk lastiger. Het vlot allemaal niet erg. De hoofdstukken zijn ook wat minder samenhangend.

Ik heb Kielzog van de oorlog direcht na Verboden gebied gelezen. Misschien is het het verschil in schrijfstijl waardoor ik een beetje afhaakte in het verhaal van Motte. Misschien zit er nu eenmaal een max aan de hoeveelheid ellende waar een mens geboeid over kan lezen, ik weet het niet. Ik ben blij dat ik beide boekjes gelezen heb, nummer drie ligt nog op de ‘te lezen-stapel’. Maar het is geen ontspannen literatuur.

Oorlog en terpentijn

Heftig boek dat hard binnenkomt

Oorlog en terpentijnDit is weer zo’n boek dat hard binnenkomt. Het is een eerlijk relaas over een soldaat in de Eerste Wereldoorlog in België. Prachtig opgeschreven door de kleinzoon van deze soldaat: Stefan Hertmans. De manier waarop deze man het verhaal van zijn opa opschrijft, sleept je bijna letterlijk het verhaal in. Je ruikt de modder in de loopgraven en de terpentijn op de schilderskwast. Als in een film zie je de beelden voor je, beelden die je waarschijnlijk liever niet ziet, zo heftig.

In het kort: vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Jarenlang durfde Hertmans de schriften niet te openen – tot hij het wél deed en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door zijn armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. In zijn verdere leven zette hij zijn verdriet om in stille schilderkunst.

Af en toe wijzigt het perspectief en loop je met Hertmans mee door Gent, het huidige Gent, op zoek naar de gebouwen waar zijn opa over geschreven heeft. Dat ervaar ik niet altijd als even prettig; ik zit dan zo in het verhaal dat het lijkt alsof ik met geweld uit de warme donkere literaire baarmoeder gerukt wordt om op een koude metalen tafel in het felle tl-licht de werkelijkheid onder ogen te zien. Beetje vreemde vergelijking misschien, maar je begrijpt wat ik bedoel. Het verstoort een beetje het aangename leesgevoel, alhoewel het de ‘echtheidsfactor’ wel weer vergroot. En daardoor dus juist weer boeiender maakt.

Post voor mevrouw Bromley

Fascinerend boek over vriendschap, lafheid en moed

Post voor mevrouw BromleySinds enige tijd houd ik op mijn mobiel een lijstje bij met boeken die ik nog eens wil lezen. Als ik op tv, of in de krant, tijdschrift, etc., iets zie over een boek dat me interessant lijkt, dan gaat deze op dat lijstje. En dat lijstje groeit snel! En helemaal bovenaan stond Post voor mevrouw Bromley van Stefan Brijs. Ik weet niet meer waarom ik deze titel er destijds op heb gezet, maar wel dat het één van de eerste titels was die ik noteerde. Maar zoals dat wel vaker gaat, wordt zo’n lijstje niet chronologisch afgewerkt en komt het vaker voor dat de laatst genoteerde titels als eerste worden gelezen.

Afijn, Stefan Brijs dus. Geen idee meer waarom deze op mijn lijstje is gekomen, maar ik besloot het boek te kopen, vertrouwende op mijn eigen ik die de titel er maanden geleden genoteerd heeft. En ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want wat een mooi boek vond ik dit. Nog dagen na het lezen van de laatste regels heb ik vol verwondering de thema’s vriendschap, moed en lafheid laten passeren in mijn hoofd. Want niet alles is zoals je in eerste instantie denkt dat het is. Wat in eerste instantie als laf wordt gezien, kan later als moedig worden geprezen.

Post voor mevrouw Bromley gaat over twee jongens in Londen. De eerste wereldoorlog is net uitgebroken en mannen worden opgeroepen om zich te melden bij het leger. Martin is pas zeventien en dus te jong, maar hij wil zich graag aansluiten bij de duizenden jongemannen die naar het front vertrekken. Zijn vriend John is negentien en dus oud genoeg, maar hij wil liever zijn studie afronden en heeft totaal geen interesse om zich in de loopgraven te begeven.

Uiteindelijk vertrekt Martin naar het front en blijft John achter in Londen. Wat zich ontrafelt is een intrigerend verhaal over vriendschap, maar ook over de keuze om te gaan vechten of juist niet. John bevindt zich in een lastige positie en worstelt dagelijks met zijn eigen gevoelens en die van de wereld om hem heen.

Het mooiste aan dit boek vind ik de dilemma’s waar de hoofdpersonen mee worstelen en hoe ze omgaan met hun geweten en de druk van de maatschappij om hun heen. Brijs weet het zo te schrijven dat lafheid moedig is en moed juist verkapte lafheid. Maar dit zonder waardeoordeel. Laf is niet perse slecht, moed niet perse goed. Heel intrigerend allemaal, maar moeilijk om het zo uit te leggen. En nu ik dit tik komen opnieuw vragen in me opborrelen. Fascinerend boek dat ook na het uitlezen blijft naborrelen in het hoofd.