De helaasheid der dingen

Verrassend goed

Ik weet het, ik weet het; je leest de titel van het boek en dan mijn kopje hierboven. “Hoezo ‘verrassend goed’?? Dit boek heeft zichzelf toch al lang bewezen??” Dat zal vast ook wel, maar ik was toch nog niet eerder overtuigd om het een kans te geven.

Enkele jaren geleden zag ik eens een stuk van de verfilming en ik kwam midden in een scene terecht waarin men samen zat in een vies huis en alleen maar over smerige dingen aan het roepen was. Het ging over vrouwen, over drinken, etc. Ik vond het maar niks, dacht bij mezelf ‘wat ordinair’ en liet het links liggen. De film heb ik ook verder gezapt.

Madame had het dus weer eens hoog in haar bol, hahaha! Maar goed, feit is, dat het me gewoon niet aansprak; een boek over alleen maar drinken en platvloerse humor. Maar deze zomer las ik het boekenweekgeschenk van Dimitri Verhulst (De zomer hou je ook niet tegen), en toen was ik toch wel prettig verrast. Dus toen ik De helaasheid der dingen in de tweedehandsboekenwinkel zag liggen, besloot ik het er op te wagen. “Ik kan het altijd proberen,” was mijn gedachte.

In De helaasheid der dingen vertelt een schrijver over het dorp waar hij is opgegroeid, waar hij met zijn vader inwoont bij zijn oma. Zijn moeder is verdwenen, hij moet het met zijn vader en ooms doen die de dagen doorbrengen in de kroeg en zich bezighouden met kampioenschappen bierdrinken. Het resulteert in een komisch verhaal met een zekere trieste ondertoon.

Die trieste ondertoon verkoopt het voor mij, dat is wat ik miste in die drie minuten film die ik voorbij zag komen (niet echt representatief, drie minuten filmkijken, ik weet het). Er zit veel meer in dit verhaal dan alleen bierdrinken en platte taal. En uiteindelijk is het een komisch maar ook gevoelig verhaal vol weemoed, humor en verdriet. En helemaal niet ‘ordinair’.

 

Het boek van de Baltimores

Veel belovend begin, helaas lichte anticlimax aan het einde

Het boek van de BaltimoresNa het grote succes van Joël Dicker’s debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert is Marcus Goldman terug! Dicker kiest er voor om de eigenwijze, ietwat megalomane en egocentrische Goldman opnieuw als hoofdpersoon te laten stralen in zijn langverwachte tweede roman: Het boek van de Baltimores.

In dit verhaal neemt Marcus Goldman je mee terug naar zijn jeugd, naar de spannende avonturen die hij tijdens vakanties met zijn twee neven beleefde. Samen noemden ze zich ‘de Goldman gang’ en hun vriendschapsband was onbreekbaar. Althans, tot het leven zich ermee bemoeide.

Wat had ik een zin om dit boek te gaan lezen! Lekker dik, hoofdstukken die dan weer in de tijd vooruit sprongen, dan weer als een flashback toelichting verschaften op dat wat gebeurd was. Kortom, een boek om het koppie bij te houden. Vanaf de eerste pagina zat ik ook helemaal ín het verhaal.

Ik las over de tegenstelling in de familie Goldman; hoe de Goldmans in Baltimore (ook wel de Baltimores genoemd) zwommen in het geld, en de tak in Montclair die steevast de eindjes aan elkaar moest knopen. Gaandeweg het boek duiken er links en rechts steeds meer mysteries op. Geheimen waar Marcus zelf ook meer van wil weten, maar het lijkt wel of iedereen wat voor hem te verzwijgen heeft. En wat verzwijgt hij toch zelf voor de lezer, wat is er gebeurd met ‘de Goldman gang’ en nog belangrijker: wat ging er mis?

Na driekwart boek verzandt het verhaal enigszins in al deze vragen en onduidelijkheden. Dicker wil duidelijk de spanning tot het einde van het boek vasthouden, maar het wordt wat vervelend om elke keer vlak voor een onthulling weer in de tijd terug te springen of afgewimpeld te worden. Ik had af en toe de neiging om te roepen naar de pagina voor me: “voor de draad ermee! Kom op!”. Heeft uiteraard geen enkele zin, maar het geeft een beetje weer wat al dat wachten met me deed.

Door dit blijven uitwringen van het verhaal, is voor mij de algehele leeservaring een lichte anticlimax te noemen. Begrijp me niet verkeerd, de wereld die Joël Dicker zo ogenschijnlijk makkelijk schept en de meeslepende personages, gaan bij mij als zoete broodjes naar binnen. In dat opzicht heb ik ook echt genoten van het boek. Al was het waarschijnlijk beter geweest als het honderd pagina’s eerder geëindigd was.

Eerder gepubliceerd op Bksy.nl

According to yes

In de ban van kleurrijke, meeslepende Rosie

According to yesTijdens het wandelen luister ik graag naar de radio of… een luisterboek. Deze keer is dat het nieuwste boek van Dawn French geworden: According to yes. Uiteraard in het engels en ook nog eens, bonus!, voorgelezen door Mrs French herself. Hartstikke leuk.

Een aantal jaren geleden las ik haar debuutroman; A tiny bit marvellous en ik was meteen verkocht. Zoals ik haar al kon waarderen toen ze nog ‘alleen’ comédienne was, zo dol was ik meteen op haar humorvolle schrijfstijl.
Haar tweede boek, Oh dear Sylvia, vond ik dan weer minder. Het miste de meeslepende karakters van het eerste boek en bleef een beetje op ‘mwah’ hangen. Niet onaardig, maar niet een die lang bleef hangen. According to yes is echter weer een topper, hoor!

Rosie vertrekt vanuit Engeland naar New York en wordt daar nanny in een uptight high class familie die streng geleid wordt door oma. Oma zelf is niet echt onder de indruk van de druk doende, iets te voluptueuze en kleurrijke Rosie, maar de mannen daarentegen… Zowel de tweeling waar ze op moet passen als hun grotere broer, hun vader én hun opa raken in de ban van Rosie’s levendige persoonlijkheid. Misschien iets te veel in de ban naar oma’s zin…

Goed, het is geen hoogstaande literatuur. Het leest (in mijn geval luistert) makkelijk weg en ontwikkelt zich als een grappige komedie. In de luisterboekversie worden de verschillende personages en verhaallijnen door drie verschillende mensen voorgelezen. Dit houdt het wel zo overzichtelijk. Ondanks dat er zich geen diepe onderliggende literatuurverantwoorde lagen in het verhaal ontwikkelen, wist het boek me toch te verrassen en te blijven boeien. En eigenlijk raakte ik zelf ook in de ban van die heerlijke, grappige, klunzige, eerlijke Rosie. Ik heb heerlijk kunnen grijnzen, giechelen, zuchten en snikken om dit, wederom, geslaagde boek van Dawn French.

Die laatste zomer

Zeikboek

Die laatste zomer“Wat een zeikboek!” was mijn eerste gedachte na het uitlezen van Die laatste zomer van Tatiana de Rosnay. Voelde me vooral misleid door de achterflap. Die deed namelijk voorkomen dat er in dit boek ook het een en ander uitgepuzzeld zou moeten worden, vreselijke ontdekking, blabla, etc. Net als in Haar naam was Sarah, de bekendste titel van De Rosnay. Nu was ik ook geen groot fan van dat boek, maar dat was in ieder geval nog boeiend. In tegenstelling tot dit boek.

De achterflap, enigszins ingekort: “Antoine Rey heeft het perfecte cadeau voor de verjaardag van zijn zus: een lang weekend naar het eiland Noirmoutier waar hij en Mélanie in hun jeugd de vakanties doorbrachten. Het eiland brengt vergeten herinneringen aan hun vroeg gestorven moeder naar boven en Mélanie komt tot een schokkende ontdekking.” En dan bladieblabla “familiegeheim”, blabla “maakt Antoine onzeker” en dan nog wat gezever.

Op dat laatste had ik moeten afgaan: gezever. Even een spoileralert: als je oprecht geïnteresseerd bent in het lezen van dit boek, dan nu wegkijken. Wil niets voor je verklappen. Gezever dus: het familiegeheim is lang niet zo schokkend, meneer wordt verliefd maar toch weer niet, verlangt naar zijn ex-vrouw en toch weer niet, worstelt met zichzelf en toch weer niet en uiteraard, zoals het de traditionele De Rosnay betaamt, loopt alles goed af.

Blegh. Gezever en gezeik, dat was het niet. Me verleiden met een familiegeheim en dan alleen maar over gevóelens schrijven. Bahbah. Het lijkt me beter als ik voortaan Tatiana’s boeken aan me voorbij laat gaan. Ik ben definitief geen fan.

 

Honolulu king

Boeiend tot het laatste hoofdstuk

Honolulu kingIk volg veel uitgeverijen op Facebook en Twitter. Vaak scroll ik die berichtjes genadeloos voorbij, tenzij een titel, een foto of een zin me aanspreekt. Dan besteed ik er wat meer aandacht aan. Helaas is onder andere daardoor mijn boekenwensenlijstje al zo lang dat ik er de komende twee jaar mee vooruit zou kunnen. Inspiratie genoeg!

Naast hun nieuwe boeken promoten, schrijven deze uitgeverijen ook regelmatig winacties uit. En niets is zo makkelijk als het meedoen aan dergelijke acties. Even aanklikken, je gegevens invullen en hoppa! Je dingt mee naar een gratis boek. Zo heb ik ook Honolulu king gewonnen. Alhoewel er wel een tegenprestatie van me gevraagd is: het boek gratis krijgen, lezen en voor een bepaalde tijd op verschillende boekenverkoopsites je recensie zetten. Geen probleem!

Honolulu king gaat over Hardy Hardy (zijn vader was een grapjas). Innemend en gemoedelijk, zo staat deze tachtigjarige man – eigenaar van een Indische toko – bekend. Hij bakt samen met zijn kleindochter spekkoek en pasteitjes, luistert naar de levensverhalen van zijn Indische klanten en draait met zijn oude vrienden hawaïmuziek. Ooit vormde Hardy met hen de legendarische Honolulu Kings, en hij verlangt ernaar nog één keer met zijn bad te schitteren.
Maar met de komst van een sushirestaurant tegenover zijn toko worden oude wonden opengereten, In de loge van de vrijmetselarij besluit Hardy zijn verzwegen verleden te openbaren. De schokkende biecht stelt zijn broeders voor een groot dilemma. Mogen de vrijmetselaars met hun geheimhoudingsplicht een misdaad verzwijgen?

Ik was blij verrast tijdens het lezen van dit boek. Het is een origineel verhaal met sympathieke personages. De vriendelijke opa Hardy sleept je behoedzaam het verhaal in en betovert je met zijn vriendelijke karakter. Zijn vrienden zijn uiterst vermakelijk en zelfs zijn depressief overkomende kleindochter komt verrassend scherp uit de hoek. De trieste geschiedenis van de Indische bevolking (Nederlandse Indonesiërs) in Indonesië na de Tweede Wereldoorlog, geven deze roman een volwassen diepgang mee. Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit boek tot en met het laatste hoofdstuk blijft boeien. Wat mij betreft echt een boek met een lach én een traan dat tot en met het laatste hoofdstuk blijft boeien.

Us

Nicholls revanche: heerlijke tragikomedie over a man with a mission

UsEerder dit jaar las ik De eerste dag van David Nicholls en om een understatement te gebruiken: ik was geen fan. Vond het allemaal maar flauw en langdradig en de personages vond ik vervelend. Wat een verschil met Us (in het Nederlands bekend als Wij) dat ik nu uit heb. Heerlijk! Ik begin te denken dat een groot verschil al ligt in het feit dat ik dit boek in de originele taal (Engels) heb gelezen. In de vertaling naar het Nederlands komt die typische Britse cynische humor toch niet altijd goed over. Wie weet als ik One day had gelezen, in plaats van De eerste dag, was ik al eerder overtuigd geweest van het schrijftalent van Nicholls.

Us dus. In het kort: Douglas en Connie, hij een wetenschapper, zij een kunstenares, zijn al meer dan twintig jaar getrouwd. Man en vrouw tot ineens hun huwelijk voorbij lijkt te zijn. Maar Douglas wil de liefde van zijn vrouw terugwinnen, net als de respect van zijn tienerzoon Albie. Dit doet hij door de vakantie ‘of a lifetime’ te plannen. Hij heeft alle hotels geboekt, de route uiteengezet, de treintickets gekocht, alles is klaar voor de ‘grand tour’ langs de bekende kunstgaleries van Europa. Wat zou er in hemelsnaam nog fout kunnen gaan?

Er gaat dus van alles fout. Heerlijk! Douglas is een onbeholpen man die denk dat je met rede en logica je overal wel uit kunt redden. Niet bij zijn kunstzinnige vrouw en zoon. Met doorzettingskracht, creativiteit en Britse humor zet hij door en het levert prachtige dramatische wendingen, humoristische flaters en spannende ontwikkelingen op.

Met Us heeft David Nicholls genadeloos revanche genomen en mij op mijn plek gezet. Wat heb je nu geleerd, mevrouw Stemband? Lees Engelse boeken alsjeblieft gewoon in het Engels. Pas dan kan je waarderen hoe goed het geschreven is.

Ik kom terug

Vermakelijk eerlijk verslag van moeizame moeder-zoonrelatie

Ik kom terugWaarom heet het boek eigenlijk ‘ik kom terug’, bedenk ik me net? Dat kan ik me eigenlijk niet bedenken. Hmmm… vreemd dat ik me dat tijdens het lezen niet afgevraagd heb. Misschien was de titel toen wel voor me duidelijk en kan ik het me nu, enkele maanden later, niet meer herinneren. Nou ja, ik kan me wel duidelijk herinneren dat ik dit boek van Adriaan van Dis erg leuk vond om te lezen. Ergens had het ook wel wat verdrietigs, maar de humor van Van Dis (én die van zijn moeder) maakten het uiteindelijk tot een vrolijke lees.

In Ik kom terug schrijft Adriaan van Dis over zijn moeder. Hij heeft altijd een moeilijke relatie met haar gehad. Als kind zijnde wilde hij van alles van haar weten en vertelde ze niets. Nu ze oud is en haar einde nadert, wil ze ineens praten maar is haar zoon er onderhand wel klaar mee. Uiteindelijk gaat hij overstag en schrijft al zijn gesprekken met zijn moerder, hoe moeizaam, bizar en kort ook, op in vele notitieblokjes. Na haar dood vertelt hij haar verhaal.

Het is een heel eerlijk verhaal. Van Dis geeft eerlijk toe hoe hij zijn moeder soms zo ontzettend zat is, dat ze maar niet wil sterven, dat hij toch naar het buitenland vertrekt als duidelijk is als ze echt aan haar laatste levensdagen bezig is. Ondanks dat deze opsomming niet heel gelukkig overkomt, maakt het van hem geen onsympathieke man. Want uit al die verhalen, notities en gespreksverslagen blijkt hoe moeilijk zijn moeder soms was en nog steeds kon zijn. Hoe hun een vreemde haat-liefderelatie hadden waar het soms verdomde moeilijk was om de liefde terug te vinden. En toch… toch blijkt, tussen alle sneren en cynisme door, dat Adriaan van Dis veel om zijn moedertje geeft. Dit boek is daar lijkt mij een bewijs van.

 

Oh dear Silvia

Parade aan gestoorde ziekenhuisbezoekers maken boek vermakelijk grappig

Oh dear SilviaAls kind zijnde keek ik al veel naar Engelse komedie. En dan met name naar de komische duo’s: Fry & Laurie, Smith & Jones, French & Saunders… De & was het apenstaartje van de jaren tachtig blijkbaar. Maar goed, wat ik wil zeggen is dat ik Dawn French al lang ken dus. Als gestoord typetje in haar sketches met Jennifer Saunders, als de vreemde predikant in de komedieserie The Vicar of Dibley en haar vele (komische) gastoptredens op de BBC. En nu is ze dus ook nog schrijfster! A tiny bit marvellous heet haar eerste boek. Erg vermakelijk, vond ik dat. Vooral de hoofdstukken geschreven vanuit het perspectief van de puberende, zich tegen álles afzettende dochter van het hoofdpersonage. Daardoor keek ik dus erg uit naar het lezen van haar tweede roman: Oh dear Silvia.

Dit boek heeft een veel duisterder setting dan A tiny bit marvellous. Waar dat boek vooral draaide om een vrouw in haar midlifecrisis, gaat Oh dear Silvia om een vrouw die in coma in het ziekenhuis ligt. Ze heeft geen stem, geen mening, geen verhaal. Toch is zij de spil van dit boek. De bezoekers aan haar bed komen ieder met hun eigen verhaal en visie op Sylvia en haar leven. Zo leer je langzaamaan de zwijgende vrouw in het bed kennen en haar verleden. En dat is niet altijd een even mooi en lieflijk verhaal.

Ook in dit boek wisselt French elk hoofdstuk van personage. In haar eerste roman switchte ze tussen drie personages, hier zijn het er een paar meer: de saaie ex-man, de door alternatieve geneeswijzen geobsedeerde (licht gestoorde) zus, de vuilbekkende Indonesische (eveneens licht gestoorde) schoonmaakhulp, de intense vriendin, haar dochter en de vriendelijke Jamaicaanse zuster die voor Silvia zorgt. Het levert een paar komische situaties op (een dierentherapiesessie met o.a. een chihuahua en lopende tak, make-up die de comapatiëmt in een travestiet verandert en een levende kleurplaat), maar ontrafelt een vooral trieste familiegeschiedenis.

Sommige passages duurden me tijdens het lezen echt te lang, bijvoorbeeld als de ex-man over bomen gaat praten of de zuster een verhaal vertelt over een mislukte koorbijeenkomst in de kerk (dat de hoofdstukken van de zuster bovendien in Jamaicaans-Engels zijn geschreven bevordert in mijn geval de leesvaardigheid ook niet). Daardoor verdween de vaart uit het verhaal en tevens de spanning. De climax van die zelfde spanning lijkt bovendien te snel plaats te vinden, waardoor het verhaal in de tweede helft van het boek wat in elkaar zakt. Maar het einde van het boek raakte me toch en uiteindelijk gaat het daar toch om. Een ander noemt het misschien vals sentiment, of ‘te Amerikaans’, maar mij gaat het erom dat wanneer ik letterlijk een traantje weg moet pinken, ik oprecht geraakt ben en dat maakt mij een blije lezer.

Knielen op een bed violen

Jan Siebelink – Knielen op een bed violen: zware kost maar een prachtig verhaal

Knielen op een bed violen‘Ik ben altijd bang geweest om het complete verhaal te vertellen: het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme – en het verdriet dat hij in zijn naaste omgeving veroorzaakt. Het is ook het verhaal van een grote liefde. Een man en een vrouw: de een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu.’ (uit een brief van de auteur aan zijn uitgever)

In 2005 wint dit boek de AKO Literatuurprijs. Enkele maanden geleden kwam ik het, nog ongelezen, voor slechts €2,50 tegen in een tweedehands-boekenwinkeltje. Daar kon ik het toch niet voor laten liggen. Zonder eigenlijk echt te weten waar het over gaat heb ik het boek meegenomen naar huis. Eenmaal aan het dikke boek begonnen, heb ik het in een ruk uitgelezen. Het is een aangrijpend verhaal, een romantische verhaaltelling met een zwart randje.

Hans is bloemen- en sierplantenkweker. Hij is gelukkig getrouwd, heeft een zoon die hij op handen draagt en hem adoreert en zijn vrouw is zwanger van hun tweede kindje. Een dochter, hoopt Hans. Ze hebben het thuis niet breed, de zaken gaan niet goed, maar ook niet echt slecht. Het maakt niet uit, ze zijn gelukkig met elkaar. Wat een zoetsappigheid, wat een geluk en wat een blijdschap. Tot er drie mannen in lange zwarte jassen met grote koffers vol boeken over de Heere en de boodschap van God door het gat van de heg kruipen.

Ik ben niet religieus opgevoed. Ik heb nog nooit een passage uit de bijbel gelezen. Ik ken het kerstverhaal en de ark van Noah, daarna houdt het ver op wat betreft mijn kennis van religieuze verhalen. Daardoor had ik moeite met de vele kerkelijke taal in dit boek. Psalmen, gebeden, diensten van de orde ‘zwarte kousenkerk’ (maar dan nog een tandje duisterder, grauwer en deprimerender); het maakt dit boek pittig om te lezen.

Tijdens het lezen voel ik liefde en warmte voor Hans en zijn vrouw, maar ik veracht hem als hij zijn gezin weer in de steek laat voor zijn ‘broeders’ en weer een nieuwe dienst. Zijn liefde voor de bloemen en planten die hij kweekt is vertederend, zijn afkeer tegen zijn jongste zoon (waarvan hij had gehoopt dat het een dochter zou zijn) vreselijk. Samen met zijn vrouw vraag ik me hardop af (tijdens het lezen, maar alleen als ik alleen thuis ben, hoor. Ga dat niet in de trein doen, natuurlijk) waarom hij het zo ver laat komen. Hoe kan hij dit doen, zo ver doorslaan naar die duistere kant, als dat nu juist hetgeen was waarom hij zijn vader vroeger verachtte? Ziet hij dan niet dat hij net als zijn vader wordt? Of nee, toch niet, er zit veel liefde in deze man, hij is zeker anders dan zijn vader. En toch raakt hij meer en meer verwijderd van zijn gezin.

Dit boek is een prachtige worsteling om te lezen: zwaar door het kerkelijke taalgebruik en omdat het zo’n dikke pil is. Ook zwaar omdat het helemaal niet leuk is wat die calvinistische broeders Hans en zijn gezin aandoen met hun gedonderpreek. Maar prachtig omdat de liefde altijd de boventoon voert, de korte hoofdstukken je zonder het te beseffen zo weer vijftig pagina’s verder brengen en de beeldende schrijfstijl, de sympathieke karakters en het mooie verhaal. Wat mij betreft dik verdiend, die AKO Literatuurprijs.

Gebroken glas

Carolyn D. Wall – Gebroken glas: meeslepend drama

gebroken glasDe winter van 1938 is de koudste sinds mensenheugenis in Pope County, Kentucky. Met haar kwakkelende kruidenierswinkel verdient Olivia Cross net genoeg om voor haar kleinzoon Will’m en haar gestoorde moeder Ida te zorgen. Maar kou en armoede maken het leven zwaar. Olivia droomt van een beter leven, het liefst met haar grote liefde van vijfentwintig jaar geleden: Wing Harris.

Haar droom wordt wreed verstoord wanneer iemand de wolven opjaagt die door Olivia’s overgrootvader zijn uitgezet. Olivia realiseert zich dat het iets met haar verleden te maken heeft, een verleden dat ze kent noch begrijpt. Tot overmaakt van ramp duikt ook Will’ms moeder na veertien jaar weer op.

De trotse Olivia besluit de strijd aan te gaan met haar moeder en dochter, met haar buren en de wolvenjagers van Big Foley Mountain. Ze veroorzaakt een conflict dat de hele gemeenschap op haar grondvesten doet schudden, en dat haar eigen leven radicaal verandert…

Aan het begin van het boek is het even zoeken naar waar het verhaal heen gaat. Het begint met een vermoeide vrouw van middelbare leeftijd die voortsjokt in het leven en eigenlijk alleen oog heeft voor haar kleinzoon. Dan volgt er een flashback naar dezelfde vrouw als levendig, koppig en eigenwijs meisje. Het contrast is zo groot, dat ik de twee tijdens het lezen niet met elkaar kon rijmen. Dat verwarde me een beetje; wie was die vrouw? Wat was er gebeurd met het meisje? Waar gaat het verhaal heen?

Naarmate de vertelling van dat kleine meisje vordert en ze langzaam opgroeit in het boek, begin je steeds meer van die oudere vrouw te begrijpen. Het verhaal zuigt je mee in de miserabele, koude en arme tijd. In de rassenscheiding in het dorp, in de gekte van moeder Ida en in het intense verdriet van de jonge Olivia. Als het verhaal dan weer terugkomt bij de vermoeide vrouw en vanaf daar weer verder gaat zit je er helemaal in en wil je alleen maar verder lezen.

Het boek is oprecht een drama te noemen, want het is niet niets wat de hoofdpersoon op haar bordje krijgt. In de context van de tijd en het verhaal wordt het echter nergens too much of te dweperig. Olivia is koppig als meisje, maar ook als volwassen vrouw is ze eigenwijs en hard voor zichzelf. Ondanks de tegenslagen staat ze op en gaat ze door. Dit boek deed me denken aan De weduwe van Gil Adamson, ook over een sterke vrouw die niet opgeeft. Dat boek heb ik met veel plezier gelezen en hetzelfde geldt voor Gebroken glas. Het was even inkomen, maar eenmaal in het verhaal las het als een trein.