Het hart van de mens

Jón Kalman Stéfansson – Het hart van de mens: mooie afsluiter van de trilogie

Het hart van de mensDe naamloze jongen en zijn vriend Jens zijn gered uit een sneeuwstorm. In het gehucht waar ze zijn opgevangen ontmoet de jongen Andrea, die hij maar niet uit zijn gedachten kan zetten. Na vele omzwervingen keert hij terug naar het dorp en naar het café met de eigenzinnige eigenares, Geirthrud, en Kolbein, de oude, blinde kapitein. De jongen is echter veranderd, hij laat zich niet meer zo door anderen leiden en neemt zijn eigen beslissingen. Hij is vastbesloten te kiezen voor de liefde en niemand kan hem daarvan weerhouden.

Na de cliffhanger van Het verdriet van de engelen kan ik niet snel genoeg beginnen aan het derde en laatste deel van deze trilogie. Maar meteen al op de eerste pagina’s is de sfeer veranderd. Hij is grimmiger, een tikkeltje neerslachtig. En dat terwijl de eindeloze sneeuwstormen eindelijk zijn gaan liggen, het wordt lente en de sneeuw trekt zich langzaam terug de bergen in. Het is duidelijk dat het avontuur van de jongen in de eerste twee boeken niet in zijn koude kleren is gaan zitten; hij is een deel van zijn onschuld verloren, minder naïef en worstelt met het vormen van zijn eigen gedachtes, mening en persoonlijkheid.

Zolang ik over de jongen lees, blijf ik geboeid. In dit boek komt ook de macht van de rijke dorpsbewoners aan bod en wat dat betekent voor Geirthrud en de andere dorpsbewoners. Het perspectief in het boek zweeft zo van Geirthud naar de bankroete winkelier Snorri, de vrolijke Rakel met een diep verdriet in haar hart en de depressieve leraar Gisli. Ondanks dat deze personages niet onbekend zijn en ieder zo zijn of haar verhaal te vertellen heeft, merk ik bij mezelf dat mijn aandacht dan wat verslapt.

Halverwege het boek trekt de spanning weer aan. En dan is daar de lente. Het warme weer, de fluitende vogels, de zwierende grashalmen vormen de metafoor voor de gemoedstoestand van de dorpsbewoners. Het hart gaat leiden, niet langer de macht of het geld. Wederom is de taal poëtisch, haast filosofisch van aard. Toegegeven: daar ben ik niet altijd een fan van, maar Stefánsson overdrijft nergens echt, het voelt niet geforceerd, het is gewoon… Mooi. Een boek om bij weg te dromen en een mooie afsluiter van de trilogie. Al blijft nu wel die ene prangende vraag over: wat is nu zijn naam?

Het hart van de mens is het laatste deel van de trilogie over de naamloze jongen. Het is de opvolger van Hemel en hel en Het verdriet van de engelen.

Het verdriet van de engelen

Jón Kalman Stéfansson – Het verdriet van de engelen: knaller van een cliffhanger

Het verdriet van de engelenEen jongen – hij blijft naamloos – komt na een ijzige boottocht terug aan land. Hij rouwt om zijn beste vriend, die tijdens de boottocht om het leven is gekomen. Vertwijfeld en alleen zoekt hij een manier om zijn leven weer op te pakken en om het verlies te verwerken. Als de weken verstrijken ebt de impact van de gebeurtenissen wat weg. Hij wordt door Jens, de postbode, overgehaald om samen met hem post te bezorgen in een onbekend gebied. Een gevaarlijke tocht, die hen over de bergen en door sneeuwstormen naar het Winterstrand moet brengen.

Jens en de jongen zijn tegenpolen – Jens is zwijgzaam, de jongen hecht meer waarde aan de kracht van woorden dan aan stilte – en de reis wordt zowel een fysieke als een mentale

Dit is het tweede boek in de trilogie. Gek genoeg stoort het nog steeds niet dat de naam van de jongen niet bekend is. Dankzij zijn bizarre hersenspinsels, zijn open en naïeve manier van mensen en moeilijke dingen benaderen, en zijn warme grote hart weet je al zo veel van hem, dat zijn naam er simpelweg niet toe doet.

Het vorige boek was erg triest, met een hoopvol einde; een nieuwe toekomst voor de jongen? Dit boek wordt hij er op uit gestuurd door zijn nieuwe vrienden. Niet om van hem af te komen, maar om hem te laten leren. En om Jens, de zwijgzame postbode, te laten leren. De jongen leert het belang van zwijgen, de postbode het belang van praten. En vragen. Nooit stoppen met het vragen van waarom en hoezo.

Iets minder boeiend dan in Hemel en hel, het eerste boek, vind ik de enorme hoeveelheid sneeuw en sneeuwstormen. De jongen en Jens lopen continue in een storm. Ondanks dat Stefánsson de gave heeft om dit op een boeiende manier te omschrijven, word ik de sneeuw en het vreselijke weer wat zat. Net als de hoofdpersonages trouwens. Ik heb het geluk het te lezen vanaf mijn luie stoel, hun moeten er letterlijk doorheen zwoegen. Het biedt wel een mooie metafoor voor de stormen die in de hoofden van beide hoofdpersonages woeden. In die van Jens, terwijl hij worstelt met gedachten aan zijn bejaarde vader, zwakzinnige zus en de vrouw waar hij verliefd op is. En in die van de jongen, die altijd dacht dat woorden gelukkig maakten, maar gaandeweg zijn reis ontdekt dat niet altijd iedereen gelukkig wordt van boeken en literatuur.

Uiteindelijk is het de band tussen Jens en de jongen die me het verhaal intrekt. Het afwisselende aantrekken en afstoten, het moeten kunnen bouwen op elkaar in de zoveelste sneeuwstorm bovenop een berg en het wederzijdse respect dat ze langzaamaan voor elkaar weten op te brengen. En juist wanneer Jens een soort van breakthrough lijkt te krijgen, een soort van openbaring, gebeurt er iets vreselijks. En het verhaal stopt. Ineens. Een knaller van een cliffhanger. Potverdrie, nu toch snel aan boek drie beginnen!

Hemel en hel

Jón Kalman Stéfansson – Hemel en hel: ik houd hiervan!

Hemel en helTwee vrienden, Bárdur en de jongen, gaan met een groep op zee vissen. Daar worden ze overvallen door een storm, waarbij Bárdur onderkoeld raakt en steft. Hij was zijn warme jas vergeten mee te nemen, omdat hij vlak voor het vertrek naar zee nog een paar mooie regels uit Paradise Lost van Milton wilde lezen.
Na zijn dood gaat de jongen, radeloos door het verlies van zijn vriend, op reis om het boek terug te brengen naar de man die het uitleende.
Hemel en hel is een prachtige en aangrijpende roman over vriend- en vijandschap, armoede en rijkdom, leven en dood, de hemel en de hel.

Vanaf de eerste pagina word ik meegenomen door de mystieke wereld van het ijzige IJsland. Sneeuw, rotsen, donker water en snijdende wind. De schrijfstijl van Stefánsson is haast poëtisch, mooi en beeldend. Je moet wel open staan voor de vele omschrijvingen van sneeuw en ander natuurgeweld en de vele hersenspinsels van met name de jongen, anders wordt het misschien wat te langdradig. Dat is echter niet zoals ik het ervaar. Ik vind het prachtig.

Het verhaal is verdrietig, een jonge man die na zijn vader, moeder en zusje nu ook zijn beste vriend verliest. De emoties van de jongen, de radeloosheid, worden prachtig omschreven en het kille winterweer van IJsland vormt het boeiende toneel van het immense verdriet. Maar behalve triest is het vooral een erg mooi verhaal. Het is een verhaal van tegenstellingen, zoals hierboven al wordt samengevat. Het is in- en intriest, maar ook heel erg hoopvol. Het is duister, maar tussen de sneeuwvlokken door schijnt de zon. De dorpsbewoners vormen de komische noot met elke hun eigen kleine portie verdriet en geluk. De jongen belandt van de hel in de hemel, maar in zijn hoofd woedt nog steeds een oorlog tussen alle emoties.

De schrijfstijl doet me denken aan Tommy Wieringa, die ook een prachtige sfeer weet neer te zetten en diep in de motieven en twijfels van zijn hoofdpersonages duikt. Het terugkerende thema van boeken, woorden en literatuur heeft weer iets weg van de boeken van Carlos Ruiz Zafón, die eveneens goed is in het creëren van de mystieke sfeer die ook in Stefánssons boek een grote rol speelt.

Wat kan ik verder nog over Hemel en hel vertellen? Ik houd hiervan. Het gevoel van echte personages en echte emoties in een schitterende setting. Hemel en hel is het eerste boek van een trilogie over de naamloze jongen. Ik kan niet wachten om met het volgende boek te beginnen!