De hoge bergen van Portugal

Verwarrend en teleurstellend

Veel wisselende emoties tijdens het lezen van dit boek. Soms saai en traag, dan weer doorratelend en veel te veel in korte tijd. En uiteindelijk blijf ik achter met een groot vraagteken. Want wat ik nu precies heb zitten lezen, weet ik net zo goed.

In De hoge bergen van Portugal worden drie verhalen verteld. Ze hebben één ding gemeen: ze spelen zich af in, hoe kan het ook anders, de hoge bergen van Portugal. Ondanks dat de drie verhalen zich in andere decennia afspelen, kruizen de verhalen elkaar uiteindelijk toch. Soms komt een voorwerp terug, dan weer een persoon. En in alle drie de verhalen komen de dood van een kind en een chimpansee terug.

In het eerste deel gaat Tomás op zoek naar een bijzondere crucifix. Hij gebruikt daarvoor een auto, toentertijd één van de eerste exemplaren in Portugal en dus onbekend op het platteland dat hij doorkruist. Dit verhaal heb ik vooral als erg saai ervaren. Halverwege het hoofdstuk besefte ik me dat het bij Yann Martel waarschijnlijk niet om de eindbestemming gaat, maar om de reis (denk maar aan Het leven van Pi, waar het grootste gedeelte van het verhaal het hoofdpersonage ook ‘op reis’ is). Aan het einde van het hoofdstuk versnelt het verhaal wat, waarna het in een anticlimax eindigt.

Een patholoog speelt de hoofdrol in het tweede hoofdstuk. De eerste helft van dit deel vond ik werkelijk om niet door heen te komen. Een ratelend betoog over de geheime boodschap in Agatha Christie’s detectives. En ook hier versnelt het verhaal aan het einde en wordt het vooral erg raar. Ik vond het uiteindelijk wél boeiend.

Deel drie is ook een beetje een gek verhaal waarin een weduwnaar besluit zijn leven in Canada op te zeggen, een chimpansee te kopen en ermee in Portugal gaat wonen. Het is het vermakelijkste verhaal van de drie en, waarschijnlijk omdat dit ook het laatste deel is, er vallen meer stukjes van de puzzel geschetst in de eerste twee verhalen, op hun plek.

Al met al blijf ik het een verwarrend boek vinden. Tijdens het eerste hoofdstuk was ik bang dat het uitlezen van dit boek een hele bevalling zou worden, dat viel gelukkig mee. Maar ik heb verder geen idee wat ik met de verhalen aan moet. Zijn er diepere lagen die ik gemist heb, is de symboliek aan mij voorbij gegaan? Eén groot vraagteken. En daardoor ook een beetje een teleurstelling.

In stukjes

Gezellige Tilburgse anekdotes

In stukjesDit boekje heeft niet zo veel om handen. Het zijn korte verhalen (zoals de titel al suggereert), soms grappig, soms heel persoonlijk. Het is leuk geschreven en je hebt het zo uit. En het grappige is dat je Marc-Marie’s stem in je hoofd de verhalen hoort vertellen. Ja, echt waar!

Ik woon in Tilburg en ondanks dat Tilburg zeker geen hoofdrol speelt in zijn verhaaltjes, voelt het lezen ervan toch dichtbij. Ik was dan ook apetrots dat ik mijn boekje kon laten signeren (al stolen twee huppeltantes achter mij mijn mojo; ik had weinig kans iets te zeggen tegen de man omdat hun al over mijn schouder tegen hem aan stonden te tetteren, grrr).

Verwacht geen hoogstaande literatuur of schokkende verhalen. Het zijn gewoon gezellige anekdotes van Marc-Marie. Ik hoop dat hij zo nog een paar boekjes publiceert, erg leuk om te lezen.

Ik was nooit in Isfahaan

Misschien moet ik gewoon geen verhalenbundels meer lezen…

Ik was nooit in IsfahaanFan van Tommy Wieringa, dus wil ik alle boeken. Dat besloot ik in de Boekenweek. Vandaar dat ik naast het Boekenweekgeschenk van de kale schrijver met nog twee titels van zijn hand uit de winkel liep. Ga niet naar zee heb ik een tijdje terug al besproken, nu is het de beurt aan de bundel Ik was nooit in Isfahaan. Een bundel vol korte verhalen over reizen en reisverslagen. Al dan niet verzonnen.

Ik ben dan wel fan, maar de weerstand die ik altijd halverwege een boek vol korte verhalen voel, kon ik nu ook niet negeren. Ik en korte verhalen zijn geen mix. Zelfs niet als ze door Wieringa zijn geschreven. Sowieso vond ik de ‘boeiend’-factor per verhaal sterk verschillen. Het ene moment bladerde ik lusteloos en zonder gevoel door een blabla-verhaal, het andere moment was het elke woord en iedere zin die me bij de keel greep. Het zal onder andere te maken hebben met de diverse onderwerpen (reizen), maar ook is er een verschil in intensiteit in de vertelstijl.

In dit boek zitten er zeker weer een paar Wieringapareltjes verborgen, maar mijn algehele gevoel toen ik het uit had, was ‘hèhè, klaar!’. Een niemendalletje die, behalve als een mooie fysieke  aanvulling op het plankje Wieringa in de boekenkast, niet lang blijft hangen.

Ga niet naar zee

Literaire liflafjes voor tussendoor

Ga niet naar zeeOndanks dat ik over het algemeen geen fan ben van verhalenbundels, heb ik kunnen genieten van Ga niet naar zee van Tommy Wieringa. Dat heeft er ook mee te maken dat ik dit boek direct na De dag na morgen las en Wieringa’s bloemrijke verhaalkunst als een verademing voelde na de ‘tien dooien voor een kwartje’-lectuur van Allan Folsom.

De bundel is een verzameling korte verhalen en columns over zijn leven thuis op het Twentse platteland, de rust van het klooster dat hij regelmatig bezoekt en de levendigheid van zijn rugbymaten. De verhalen blijven dicht bij Wieringa zelf, gaan over zijn eigen huis-, tuin- en keukenervaringen. Ook de licht- en schaduwzijde van het zijn van een schrijver komen aan bod en overpeinzingen over het leven die ermee gepaard gaan.

Een leuk detail is de voorstudie die langskomt over een oudere man die een jongere vriendin heeft. Het is een fragment, een idee dat Wieringa later heeft uitgewerkt tot het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw. Als laatste zin staat onder het korte verhaal: “Dit is een voorstudie. Al weet ik niet waarvoor.”

De verhalen zijn echt maar kort. Twee, hooguit drie pagina’s. Het zijn tussendoortjes, hapjes, tapas van literaire kunst van Wieringa. Door hun gebrek aan lengte zijn het bloemen in de dop die niet tot groei komen. Ze missen meer tijd om zich te ontwikkelen tot volle schoonheid. Toch zijn deze aanzetten, voorstudies, liflafjes als het ware, evengoed heerlijk om te lezen. Allemaal achter elkaar, zodat je juist gaat verlangen naar een complete roman van Wieringa. Of even tussendoor, om bij te komen van ander schrijfgeweld, je voorbereidend op de volgende lectuur die je onder je neus geschoven krijgt.

Storing

Marga Minco – Storing: twaalf keer hetzelfde, maar dan iets anders verteld

StoringStoring is een bundel van twaalf korte verhalen die de schrijfster de afgelopen jaren schreef. De onderwerpen zijn verschillend, maar de stijl is steeds onmiskenbaar die van Minco: helder, precies, en met een ingehoudenheid die een maximum aan zeggingskracht bereikt. Hoe afwisselend de verhalen ook zijn, vaak komen zijdelings de oorlogsjaren in beeld: een opmerking of een toevallige ontmoeting is aanleiding voor een herinnering, zoals in het verhaal ‘December Blues’, over een korststondige verhouding tijdens de donkere bezettingsjaren. ‘Ik kom altijd weer op die periode ’40-’45 terug, ik wil het vaak niet, maar die jaren hebben mij het hevigst aangegrepen,’ zo zegt ze zelf. Het onvermogen om je eigen geschiedenis los te laten, dat is en blijft het grote thema in het werk van Marga Minco, een gegeven dat ze bijvoorbeeld deelt met de door haar geliefde auteur Patrick Modiano. Storing is een indrukwekkende verzameling verhalen over noodlot en herinnering, van een van onze belangrijkste schrijvers.

Volgens bovenstaande flaptekst van het boek zijn de verhalen allemaal verschillend en afwisselend. Zo heb ik dat niet ervaren. Wat mij betreft gaat het in dit boek twaalf keer over hetzelfde; een vrouw die terugdenkt aan de tijd dat ze als Joods meisje ondergedoken zat ten tijde van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Op zich een thema wat mij altijd boeit en wat ik intrigerend vind. Maar het is op een gegeven moment niet leuk meer als je aan een nieuw (kort) verhaal begint en je afvraagt of dit nu een vervolg is op een eerder verhaal of dat je dit gewoon al eens gelezen hebt in het verhaal ervoor. Of het verhaal daar weer voor. Alsof er een plaat blijft hangen.

Wellicht dat dit boek ook niet bedoeld is om in één keer uit te lezen. Misschien moet je zo af en toe weer een verhaaltje lezen. Dat zal dan waarschijnlijk beter bevallen. Alhoewel ik me dan nog steeds dezelfde vragen zou stellen, aangezien ik dat wat ik gelezen heb niet snel vergeet.

De schrijfstijl zelf van Marga Minco vind ik wel mooi. Ze laat mooie leegtes over die je zelf kunt invullen en dan weet je nog niet of je het nu goed hebt of niet. Ik vind het fijn als niet alles letterlijk is uitgespeld in een boek. Laat ook wat aan de verbeelding over. Wat dat betreft had ik Storing mooier gevonden als de twaalf verhalen aaneengesmolten waren tot één roman. Maar ja… Ik ben dan ook geen fan van korte verhalen, dus waarschijnlijk was dit boek van tevoren al gedoemd om niet te slagen in mijn ogen.

Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken

Yusef el Halal – Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken: inkijkje in het leven van een Marokkaanse jongen in Nederland

Man zoekt vrouw om hem gelukkig te makenMan zoekt vrouw om hem gelukkig te maken is een sfeerschets van een Marokkaanse jongen in een land zonder kaftans en korans in het straatbeeld. Hij voelt zich nergens thuis: hij zit met zijn benen aan een kudde koeien gebonden en met zijn armen aan een kudde kamelen. Elke pagina is doordrenkt van heimwee, maar ook van vrouwen, Nokia’s en het deurbeleid van Nederlandse discotheken.

Dit boek is een bundel verhalen over hoe Marokkanen jongeren Nederland beleven, maar ook over liefdesverdriet. Het is enigszins verwarrend dat de hoofdpersoon dezelfde naam draagt als de auteur. Ook het feit dat het gaat om een jonge allochtone schrijver die debuteert met de verhalenbundel Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken, lijken erop te wijzen dat het hier een autobiografisch boek betaamt. Maar zo makkelijk is dit niet te zeggen. Althans, in elk hoofdstuk wordt het verhaal weer iets anders vertelt. Het is moeilijk om te onderscheiden wat nu wel waar is, zwaar overtrokken of gewoon verzonnen. Zo heeft Yusef in het ene hoofdstuk een broer en zus, in het andere hoofdstuk is hij enig kind. Dan woont hij bij zijn ouders thuis, dan weer op zichzelf.

Omdat je als lezer geen idee hebt wat te geloven, kan je het boek beter fictie noemen. Sowieso lijken sommige verhalen ook zeer onwaarschijnlijk echt gebeurd te zijn. Dat maakt ze echter niet minder boeiend. Als autochtoon is het fascinerend om een inkijkje te krijgen in het leven van Marokkaanse jongen. Wat houdt ze bezig, waar lopen ze tegenaan, etc. Daarnaast is het bijzonder komisch en scherp opgeschreven waardoor het lekker vlot wegleest. Verwacht geen diepgang, maar een vermakelijk boek over een Marokkaanse jongen in Nederland die vooral erg veel onder zijn liefdesverdriet lijdt.