Happiness

Pretentieus en overrated

Het lezen gaat snel nu, door de sociale isolatie. Terwijl buiten het coronavirus rond raast, lees ik binnen op de bank mijn boeken. Fysiek zit ik vast op één plek, maar in mijn hoofd zijn nog zoveel werelden te ontdekken. Zo ook de wereld in Happiness.

In het kader van ‘be Columbus’ heb ik mezelf enkele maanden geleden opgegeven voor een leesclub. Nog niet eerder gedaan en toen ik de oproep las op de site van Giannotten, dacht ik: “Ik kan het allicht eens proberen.” Dit was dan specifiek de leesclub voor Engelstalige boeken. En de bedoeling is ook dat wij, de groep, dit in het Engels gaan bespreken met elkaar.

Happiness heeft mij echter, ondanks de titel, weinig vreugde gebracht. Als ik dit boek puur voor mezelf had gelezen, dan had ik het al lang weggelegd en niet uitgelezen. Wat een verschrikkelijk boek. Kan best zijn dat de schrijfster allerlei prijzen heeft gewonnen en dat dit een uniek inkijkje geeft in de grootstedelijke problematiek van immigratie en wat dan al… Ik vond het vooral stom.

Het boek gaat over een Amerikaanse wetenschapper, Jean, die in Londen is om de vossen in de stad te bestuderen. De andere lijn is het verhaal van Attila, een Afrikaanse man die in de stad is om een lezing te geven over post-traumatische stoornissen. Attila’s nichtje, die in Londen woont, is haar zoontje kwijt en samen met Jean, die haar vossen-observeer-netwerk hiervoor om hulp vraagt, gaat Attila op zoek naar het kind.

Wat volgt is een slordig geheel van te veel toevalligheden en door elkaar lopende verhaallijnen van Attila, Jean en nog wat randpersonages die ook van alles meegemaakt hebben. De schrijfster heeft een soort van parallel willen trekken tussen de vossen en immigranten in de stad; allebei door mondiale, eco-sociale redenen naar de stad getrokken en allebei gehaat door de bewoners. Zoiets. Dat is wat ik er uit haal. En ik vind het een beetje vergezocht, eerlijk gezegd.

Nu ben ik geen immigrant (of vos), dus ik kan dat natuurlijk nooit zo zeggen. Wat weet ik er nu van? Maar wat ik wel weet is dat ik het vreselijk lezen vond. Het verhaal gaat van hot naar her (van Afghanistan naar Londen, van een wolvenvanger tweehonderd naar geleden tot een demente ex-geliefde en een jongetje dat zich verstopt in een parkeergarage). De afstand tussen de personages, maar ook die naar de lezer toe, blijft te groot waardoor je simpelweg geen binding krijgt met het verhaal. De flashbacks zijn heel hinderlijk cursief gedrukt waardoor ik het ook visueel ook gewoon vervelend lezen vond. En het dúúrt lang! Veel te lang. Denk je dat het afgelopen is als het kind is gevonden? Nee, dan suddert het nog veel te lang door, zonder echt zichtbaar een punt te maken. Ik bedoel: wat is nu het verhaal? Wat wordt er nu verteld? Wat moet ik hier nu uit halen? Geen idee.

Kortom. Geen leuk boek. Zou het zeker niet aanbevelen. Te langdradig. Te onsamenhangend. Te vergezocht. Benieuwd wat de rest van de groep ervan vindt!

Zusje

Rosamund Lupton – Zusje: spannend tot het einde

ZusjeHet is heerlijk om elke avond sjiek uit eten te gaan. Of om zelf uitgebreid te koken en zo dagelijks de schijf van vijf op tafel te serveren. Maar het is ook heerlijk om af en toe een afhaalpizza te eten, Chinees te halen of friet te snaaien. Zo zie ik dat ook met lezen: zware, literair verantwoorde werken, intrigerende biografieën van 500+ pagina’s en dramatische romans lees ik maar al te graag. Het is echter ook heerlijk om af en toe een young adult, flutromannetje of vrouwenthriller te lezen.

Wat versta ik onder vrouwenthriller? De boeken waarvan je al van tevoren weet hoe het gaat lopen of wat er gaat gebeuren. De hoofdpersoon is een vrouw van dertig plus, werkt niet bij de politie maar heeft een beroep waardoor ze regelmatig contact heeft met, uiteraard, de hoofdcommisaris of rechercheur (denk aan dokter, pathologe of journalist). Natuurlijk hebben de twee een hekel aan elkaar. Ze steekt haar neus te ver in een vies zaakje, denkt in haar eentje de oplossing te hebben van een gruwelijke moord (of moorden), dreigt dan zelf slachtoffer te worden, maar op het einde komt alles goed en leeft ze nog lang en gelukkig met de politiecommissaris of –rechercheur.

Ik verwachtte eerlijk gezegd dat Zusje ook in die categorie zou vallen. Een vrouw van dertig plus wordt gebeld dat haar zus vermist is, ze reist af naar Londen en gaat de gangen van haar zus na in de hoop haar te vinden. De politie, haar moeder en haar verloofde proberen haar ervan te overtuigen dat ze zich bij de dood van haar zus neer moet leggen, maar Beatrice kan dat niet en gaat het dus zelf uitzoeken.

Oké, geen vrijgezelle dame en het gaat om een vermist familielid, geen gruwelmoord. Maar verder verwachtte ik wel een kant en klaar hap-slik-weg-verhaal.

Toch niet! Het is een intelligent in elkaar gestoken verhaal over de liefde tussen twee zussen, beide totaal verschillend. Het gaat over verdriet en rouw, maar er is inderdaad ‘something fishy’ aan de vermissing van jongere zus Tess. En dan komt het verhaal in een soort van stroomversnelling van bedrog, achterdocht en een spannende zoektocht naar de waarheid.

Is het een vrouwenthriller? Ik denk wel dat het qua lezers vooral vrouwen aan zal trekken, omdat het verhaal vanuit een perspectief van een vrouw is geschreven. Maar het is geen boek zoals ik hier eerder de categorie ‘vrouwenthriller’ beschreef. Ik vind het nog steeds een ‘fast food’ roman (als in: leest lekker snel weg), maar het einde zag ik niet aankomen en ik vind het altijd mooi als ik verrast wordt door de schrijver.

De rode kamer

Nicci French –  De rode kamer: beetje standaard, leest wel lekker weg

De rode kamerKit Quinn werkt met geesteszieke criminelen. Ze raakt gewond als ze een verdachte ondervraagt die door de politie wordt vastgehouden. Tijdens haar herstel roept de politie haar hulp in bij een eenvoudige zaak. Het lichaam van een zwerfster is aangetroffen bij een kanaal in Londen. De politie heeft een verdachte en een bekentenis – van dezelfde man die Kit heeft aangevallen. Maar de kwestie blijkt allerminst eenvoudig. Naarmate Kit zich er meer en meer in verdiept – in het verhoor van de politie, in de getroebleerde geest van de verdachte, in de eenzame wereld van het mysterieuze slachtoffer – wordt het geheel steeds complexer en duisterder. Als Kit nieuwe verbanden en misdaden ontdekt, raakt ze betrokken in een verbijsterende zaak, die haar dreigt te vernietigen.

Op vakantie heb ik die boek in een paar dagen uitgelezen. Het is geen slecht verhaal, het leest lekker vlot weg en is bij vlagen nog spannend ook. Maar ook behoorlijk standaard. Op het moment dat ik op de eerste paar pagina’s van het boek ontdek dat Kit de hoofdrol speelt, ga ik meteen al ‘op zoek’ in de mannelijke personages naar wat haar potentiele liefdesaffaire zal worden. Want zo gaat dat in dit soort boeken: onzekere vrouw maar goed in haar werk zal verliefd worden op één van de politiemannen/verdachten. En inderdaad was dat het geval. Een ander herkenbaar element is het schijnbaar oplossen van de zaak als je nog niet eens op de helft bent van het boek. Goh, wat nu, nu het al is opgelost. Ah daar hebben we het al! We bedenken ineens een andere invalshoek, een nieuw bewijsstuk, een vrouwelijke intuïtie. En we gaan weer verder met het ontrafelen van het mysterie.

Nogmaals: het is geen slecht boek. Maar het is een dertien in dozijn verhaal. Als je ervan houdt, vast spannend en boeiend. En anders is het een lekker lees-snackje tijdens een ontspannen vakantie, zoals het in mijn geval was.