Mr Mercedes

 

King komt met opnieuw heerlijk leesvoer

Mr MercedesAlhoewel de meningen verdeeld zijn over het schrijftalent van Stephen King, is het voor mij nooit een straf om weer één van zijn boeken te lezen. Ik kan me nog steeds niet voorstellen hoe hij zoveel schrijft. Volgens mij komt er elk jaar wel een boek van hem uit. En het zijn geen dunne boekjes of magere verhaallijntjes.

Deze keer was het Mr. Mercedes. Een verhaal over een gek die met zijn auto inrijdt met een mensenmassa, er meerdere hierdoor dood en er ongezien mee weg is gekomen. De gepensioneerde rechercheur Bill Hodges heeft het misdrijf, ten tijde dat hij nog actief werkzaam was bij de politie, nooit kunnen oplossen.

Tot hij een brief ontvangt van Mr. Mercedes himself. Het bloed kruipt dan waar het niet gaan kan en samen met enkele onwaarschijnlijke partners-in-crime besluit Hodges, buiten zijn ex-collega’s van de politie om, alsnog achter Mr. Mercedes aan te gaan.

Vanaf de eerste pagina zit je uiteraard al in het verhaal, zoals Stephen King daar goed in is. Binnen enkele zinnen staan de personages voor je neus en ontstaat de band die ik als lezer zo belangrijk vind met mijn hoofdpersonages. Het boek leest als een trein en blijft tot het einde toe spannend. Eigenlijk wilde ik het boek niet dichtslaan. Of anders hoop ik dat er nog eens een boek komt met Hodges, Jerome en Holly in de hoofdrol.

Geen paranormale elementen of monsterachtige fantasiebeesten deze keer, Mr. Mercedes is een doodgewone thriller met een bad guy en een good guy die ‘m in zijn kladden wil grijpen. Het is een spannende thriller die nergens voorspelbaar wordt en zoals gezegd blijft boeien. Heerlijk leesvoer!

19-8-2017: De eerlijke vinder is het vervolg hierop.

Let niet op de rommel

Verzamelwoede, verwaarlozing en schrijnende eenzaamheid in Amsterdam

Let niet op de rommel‘Plenteren’ staat sinds 2013 in het woordenboek, vernoemd naar Henk Plenter. Het betekent ‘het ontruimen van woningen’. En dan met name smerige woningen. Want dat is wat Henk Plenter 40 jaar lang deed in Amsterdam. Samen met de GGZ en de gemeente hielp hij verwaarloosde mensen in smerige, veel te vol gestouwde woningen in de hoofdstad. Na zijn pensioen schreef hij er dit boek over.

Eigenlijk zijn de verhalen in dit boek stuk voor stuk intriest. Mensen verwaarlozen zichzelf en hun woning. Ze stouwen alles vol met stapels kranten, afval of huisdieren. Pas als het de buren te gortig wordt (stankoverlast, bruin vocht dat door het plafond naar beneden sijpelt, muizen), dan wordt er hulp ingeschakeld. En dat begint meestal met Henk Plenter.

Ondanks dat de verhalen triest zijn, is de nuchtere vertelstijl erg grappig. Het is ook een manier om met de ellende om te gaan, lijkt wel; gooi er maar wat Amsterdamse humor tegenaan. Onvoorstelbaar hoe sommige mensen weken, maanden of langer dood in hun eigen huis kunnen liggen, zonder dat er iemand zich om hen bekommert.

Toegegeven; ik ben een ramptoerist en vond vooral de verhalen van de smerige woningen, ontelbare (huis)dieren en het opruimen van lijken in verregaande staat van ontbinding het leukste om te lezen.

Plenter probeert naast alle viezigheid ook nog uitgebreid uit te leggen hoe het vroeger ging in Amsterdam, hoe het nu gaat, wat zijn bijdrage daar in is geweest, etc. Maar mij (als niet Amsterdammer) interesseert de stadsindeling  me niet. Evenmin boeit het me hoe de afdelingen heten binnen de gemeente en de GGZ waar hij mee samenwerkt.

Juist door die uitgebreide informatie over de stad, is het een echt Amsterdams boek geworden. Daardoor spreekt dat gedeelte me minder aan. Aan de andere kant zijn de schrijnende voorbeelden makkelijk te vertalen naar andere steden of dorpen. Het zet je aan het denken over wanneer je voor het laatste je buurvrouw hebt gesproken of waar die aardige zwerver toch is gebleven die je altijd op straat tegenkwam.

Vroeger heb ik ook een buurman gehad die een echte verzamelaar was. Ik ben nooit bij hem binnen geweest, maar heb wel eens om de hoek gegluurd als zijn voordeur openstond: in de gang stond het vol met dozen papier en whatever. Ik kan niet voorstellen dat het appartementencomplex níet in rook was opgegaan, als er daar brand was uitgebroken.

Let niet op de rommel geeft een interessant inkijkje in andermans sores en zet jezelf ook aan het denken om toch maar eens aan te bellen bij de buurman.