Our endless numbered days

Our endless numbered daysOntroerend mooi

Bijna elke vakantie koop ik wel een boek. Daar houd ik zelfs rekening mee met het boeken meenemen. Er moet altijd ruimte zijn voor een nieuw boek. Deze vakantie kwam het vakantieboek onbedoeld snel. Ik was nog niet eens in het land van bestemming aangekomen, en ik had mijn vakantieboek al aangeschaft.

Op de nachtboot van IJmuiden naar Newcastle, las ik binnen een uur het boek dat ik bij me had uit. Ik was al langer bezig met dat boek, maar het laatste deel ging toch ineens sneller dan verwacht. Zat ik dan. Op een boot. Een hele namiddag, avond, nacht en ochtend lang. Zónder iets te lezen! Paniek!

Dus ik naar de bootwinkel. Ik zag drank, chocola, kleding, nog meer drank, parfum, snoepjes en speelgoed. Maar geen boeken?? Paniek! Peeuw! Nog eens een rondje lopen. Goed kijken. Chocola… Drank… Kleding… Snoep… Aha! Tussen de snoepjes en het speelgoed was een half plankje ingeruild voor drie rijen dik gestapelde boeken. Deze hadden het duidelijk qua prioriteit verloren. Maar goed, ze lagen er wel. De standaard chicklits (Sophie Kinsella sucks!), thrillers (James Patterson is mwah oke) en dan ineens, achter de rij boeken, een bijzondere cover. Sprookjesachtig. Mooi. Ja. Die wordt het! En zo kwam het dat ik Our endless numbered days van Claire Fuller las.

Het gaat over de achtjarige Peggy die door haar vader mee uit kamperen genomen wordt. Eenmaal aangekomen in een krakkemikkig ‘hutje op de hei’ vertelt hij haar dat de wereld is vergaan en iedereen die ze kenden (Peggy’s moeder, oma en vriendinnetjes) dood is. Ze hebben alleen elkaar en hun kleine stukje bos nog. En zo leven ze negen jaar afgezonderd van de wereld om hun heen in hun armzalige huisje in het bos. Maar is het wel waar wat Peggy’s vader tegen haar vertelt heeft?

Wat ben ik blij dat ik een vakantieboek ‘moest’ kopen. Want wat een mooi boek was dit. Schitterend geschreven. Het deed me denken aan Room, ook al zo’n verhaal waarin een kind opgroeit zonder buitenwereld (ook een heel mooi boek trouwens, zeker lezen voor je de film ziet). Ontroerend, spannend, lief en mooi boek.

Oh dear Silvia

Parade aan gestoorde ziekenhuisbezoekers maken boek vermakelijk grappig

Oh dear SilviaAls kind zijnde keek ik al veel naar Engelse komedie. En dan met name naar de komische duo’s: Fry & Laurie, Smith & Jones, French & Saunders… De & was het apenstaartje van de jaren tachtig blijkbaar. Maar goed, wat ik wil zeggen is dat ik Dawn French al lang ken dus. Als gestoord typetje in haar sketches met Jennifer Saunders, als de vreemde predikant in de komedieserie The Vicar of Dibley en haar vele (komische) gastoptredens op de BBC. En nu is ze dus ook nog schrijfster! A tiny bit marvellous heet haar eerste boek. Erg vermakelijk, vond ik dat. Vooral de hoofdstukken geschreven vanuit het perspectief van de puberende, zich tegen álles afzettende dochter van het hoofdpersonage. Daardoor keek ik dus erg uit naar het lezen van haar tweede roman: Oh dear Silvia.

Dit boek heeft een veel duisterder setting dan A tiny bit marvellous. Waar dat boek vooral draaide om een vrouw in haar midlifecrisis, gaat Oh dear Silvia om een vrouw die in coma in het ziekenhuis ligt. Ze heeft geen stem, geen mening, geen verhaal. Toch is zij de spil van dit boek. De bezoekers aan haar bed komen ieder met hun eigen verhaal en visie op Sylvia en haar leven. Zo leer je langzaamaan de zwijgende vrouw in het bed kennen en haar verleden. En dat is niet altijd een even mooi en lieflijk verhaal.

Ook in dit boek wisselt French elk hoofdstuk van personage. In haar eerste roman switchte ze tussen drie personages, hier zijn het er een paar meer: de saaie ex-man, de door alternatieve geneeswijzen geobsedeerde (licht gestoorde) zus, de vuilbekkende Indonesische (eveneens licht gestoorde) schoonmaakhulp, de intense vriendin, haar dochter en de vriendelijke Jamaicaanse zuster die voor Silvia zorgt. Het levert een paar komische situaties op (een dierentherapiesessie met o.a. een chihuahua en lopende tak, make-up die de comapatiëmt in een travestiet verandert en een levende kleurplaat), maar ontrafelt een vooral trieste familiegeschiedenis.

Sommige passages duurden me tijdens het lezen echt te lang, bijvoorbeeld als de ex-man over bomen gaat praten of de zuster een verhaal vertelt over een mislukte koorbijeenkomst in de kerk (dat de hoofdstukken van de zuster bovendien in Jamaicaans-Engels zijn geschreven bevordert in mijn geval de leesvaardigheid ook niet). Daardoor verdween de vaart uit het verhaal en tevens de spanning. De climax van die zelfde spanning lijkt bovendien te snel plaats te vinden, waardoor het verhaal in de tweede helft van het boek wat in elkaar zakt. Maar het einde van het boek raakte me toch en uiteindelijk gaat het daar toch om. Een ander noemt het misschien vals sentiment, of ‘te Amerikaans’, maar mij gaat het erom dat wanneer ik letterlijk een traantje weg moet pinken, ik oprecht geraakt ben en dat maakt mij een blije lezer.