Het onweer

Aangenaam met een open einde

Het onweerWaarschijnlijk is het geen verrassing dat ik blij wordt van boekverrassingen. Onlangs bijvoorbeeld nog; toen ik een stapel boeken scoorde via Facebook. Vorige week kreeg ik een pakje van Meulenhoff Boekerij, met daarin, hoe verrassend, een boek. Lang geleden heb ik me opgegeven voor een soort van leespanel van de uitgeverij waardoor ik (gratis) boeken toegezonden zou krijgen, in ruil voor enkele recensies op de sites van Bol, Bruna, etc. En dit is het eerste boek dat ik van ze ontvang! Het is een ‘ongecorrigeerd recensie-exemplaar’, het boek zelf is officieel nog niet uit in Nederland. Dus pas in september te koop, maar hier al te lezen wat ík ervan vind!

Een dominee en zijn stuurse puberdochter belanden met autopech langs de kant van de weg in the middle of nowhere. In de zinderende hitte en droogte van het vlakke land, worden ze geholpen door een boerse automonteur en zijn stille assistent. De auto is niet snel gemaakt, waardoor het viertal gedwongen is een dag met elkaar door te brengen

Selva Almada weet in enkele zinnen al een overtuigende spanning op te bouwen, zowel in sfeer als de setting van het verhaal (verlaten autowrakken en zinderende hitte), als in de relatie tussen de hoofdpersonen. De dominee is erg overheersend, met altijd de behoefte om over God en Jezus Christus te willen praten. De dochter is een typische puber die zich afzet tegen haar strenge vader, maar aan de andere kant enorm gefascineerd is door de charismatische man. Als de dominee vervolgens een pure ziel ziet in de jonge assistent van de automonteur (die zelf overigens niets met de lieve Heer opheeft, laat staan met de dominee), bereikt de spanning al snel zijn hoogtepunt.

Uiteindelijk vond ik Het onweer een aangenaam boek om te lezen. Het is niet dik en de vertelstijl is erg prettig waardoor je het snel uithebt. Het verhaal zelf is maar kort en eigenlijk leest het als een introductie tot een groter verhaal. Alsof je nog maar op de helft bent van je boek. Aan de ene kant is dat enigszins onbevredigend, aan de andere kant laat het alle ruimte open voor eigen interpretatie. En ik vind het altijd prettig als na het uitlezen van een boek het nog na blijft pruttelen in je hoofd.

Knielen op een bed violen

Jan Siebelink – Knielen op een bed violen: zware kost maar een prachtig verhaal

Knielen op een bed violen‘Ik ben altijd bang geweest om het complete verhaal te vertellen: het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme – en het verdriet dat hij in zijn naaste omgeving veroorzaakt. Het is ook het verhaal van een grote liefde. Een man en een vrouw: de een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu.’ (uit een brief van de auteur aan zijn uitgever)

In 2005 wint dit boek de AKO Literatuurprijs. Enkele maanden geleden kwam ik het, nog ongelezen, voor slechts €2,50 tegen in een tweedehands-boekenwinkeltje. Daar kon ik het toch niet voor laten liggen. Zonder eigenlijk echt te weten waar het over gaat heb ik het boek meegenomen naar huis. Eenmaal aan het dikke boek begonnen, heb ik het in een ruk uitgelezen. Het is een aangrijpend verhaal, een romantische verhaaltelling met een zwart randje.

Hans is bloemen- en sierplantenkweker. Hij is gelukkig getrouwd, heeft een zoon die hij op handen draagt en hem adoreert en zijn vrouw is zwanger van hun tweede kindje. Een dochter, hoopt Hans. Ze hebben het thuis niet breed, de zaken gaan niet goed, maar ook niet echt slecht. Het maakt niet uit, ze zijn gelukkig met elkaar. Wat een zoetsappigheid, wat een geluk en wat een blijdschap. Tot er drie mannen in lange zwarte jassen met grote koffers vol boeken over de Heere en de boodschap van God door het gat van de heg kruipen.

Ik ben niet religieus opgevoed. Ik heb nog nooit een passage uit de bijbel gelezen. Ik ken het kerstverhaal en de ark van Noah, daarna houdt het ver op wat betreft mijn kennis van religieuze verhalen. Daardoor had ik moeite met de vele kerkelijke taal in dit boek. Psalmen, gebeden, diensten van de orde ‘zwarte kousenkerk’ (maar dan nog een tandje duisterder, grauwer en deprimerender); het maakt dit boek pittig om te lezen.

Tijdens het lezen voel ik liefde en warmte voor Hans en zijn vrouw, maar ik veracht hem als hij zijn gezin weer in de steek laat voor zijn ‘broeders’ en weer een nieuwe dienst. Zijn liefde voor de bloemen en planten die hij kweekt is vertederend, zijn afkeer tegen zijn jongste zoon (waarvan hij had gehoopt dat het een dochter zou zijn) vreselijk. Samen met zijn vrouw vraag ik me hardop af (tijdens het lezen, maar alleen als ik alleen thuis ben, hoor. Ga dat niet in de trein doen, natuurlijk) waarom hij het zo ver laat komen. Hoe kan hij dit doen, zo ver doorslaan naar die duistere kant, als dat nu juist hetgeen was waarom hij zijn vader vroeger verachtte? Ziet hij dan niet dat hij net als zijn vader wordt? Of nee, toch niet, er zit veel liefde in deze man, hij is zeker anders dan zijn vader. En toch raakt hij meer en meer verwijderd van zijn gezin.

Dit boek is een prachtige worsteling om te lezen: zwaar door het kerkelijke taalgebruik en omdat het zo’n dikke pil is. Ook zwaar omdat het helemaal niet leuk is wat die calvinistische broeders Hans en zijn gezin aandoen met hun gedonderpreek. Maar prachtig omdat de liefde altijd de boventoon voert, de korte hoofdstukken je zonder het te beseffen zo weer vijftig pagina’s verder brengen en de beeldende schrijfstijl, de sympathieke karakters en het mooie verhaal. Wat mij betreft dik verdiend, die AKO Literatuurprijs.

De vliegenvanger

De vliegenvangerRavelli – De vliegenvanger: een laf boek

‘Houd God voor ogen en je gulp gesloten.’ Met dit advies wordt de Limburgse Peter naar het seminarie gestuurd. Tevergeefs. De Vliegenvanger vertelt het meeslepende liefdesverhaal van een student die een intieme relatie heeft met een meisje en tegelijkertijd verliefd is op een jongen. Voor deze ‘dubbele fout’ wordt hij verbannen uit het klooster waar hij zijn opleiding volgt. De ontspoorde geestelijke vlucht uit schaamte naar het buitenland, waar hij een leven leidt vol passie en bedrog.

Hij besluit charlatan te worden – alleen al vanwege het woord – en verheft zichzelf in de adelstand. Als Graaf Ravelli maakt hij furore in Rome en wordt de minnaar van een barones die hem introduceert in de betere kringen. Na een paar uitbundige misverstanden eindigt Peter als bedelaar en besluit terug te keren naar Nederland, waar de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Hij raakt betrokken bij het actieve verzet, wordt gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Peter heeft de gave om zowel linkshandig als rechtshandig vliegen uit de lucht te plukken. Een talent dat zijn leven zal redden. Hij wordt aangesteld als de vliegenvanger in dienst van het Derde Rijk. Zijn taak is het kantoor van de kampcommandant vliegvrij te houden. Dat lukt. De beloning is zijn leven.

Naar een paar bruisende liefdesavonturen besluit hij uiteindelijk op zoek te gaan naar de twee grote liefdes uit zijn jeugd. Op latere leeftijd schrijft de verzamelaar van verboden liefdes zijn memoires. De memoires zijn nooit gepubliceerd, maar zijn nu jaren later een belangrijke bron van inspiratie geweest voor De vliegenvanger van Ravelli.

Het is een dik boek, maar de eerste helft leest snel weg. De tweede helft vind ik persoonlijk een stuk trager en saaier. Op een gegeven moment weet je het wel wat betreft dit vage figuur dat zich onder verschillende namen verschuilt. Graaf, broeder, circusartiest of bedelaar; hij is het allemaal en allemaal niet. En het duurt maar en het duurt maar. Uiteindelijk neemt hij dan toch initiatief en gaat op zoek naar zijn twee vroegere liefdes. Maar als hij ze dan eenmaal gevonden heeft kabbelt het verhaal nog steeds op een frustrerend laag tempo voort.

Voorin het boek staat de volgende tekst: “De naam van de auteur(s) is onderdeel van het verhaal en maakt deel uit van het mysterie rond De Vliegenvanger.” Hier ga ik van zuchten, ik vind het overtrokken om het mysterie van de hoofdpersoon nog door te trekken naar de auteurs. Wat is daar het nut van? Het komt een beetje arrogant en zelfingenomen over, de lezers hoeven niet te weten wie dit boek geschreven heeft. Wat dat betreft kom dat wel overeen met de persoonlijke trekken van de hoofdpersoon, op dat vlak is de vergelijking dan wel weer goed.

Ik vind het uiteindelijk een beetje een laf boek. Het is geïnspireerd door een waargebeurd verhaal, maar wat er precies waar is en wat niet, weet je als lezer niet. Het verhaal duurt wat mij betreft 150 pagina’s te lang, het had best wat bondiger geschreven kunnen worden. Daarnaast blijven er een hoop losse eindjes hangen gedurende het verhaal. Bepaalde episodes in zijn leven worden niet goed afgerond, storend en slordig.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

De vier jaargetijden

Laurel Corona – De vier jaargetijden: lief verhaal over twee zussen

De vier jaargetijdenDe zusjes Maddalena en Chiaretta worden als vondeling achtergelaten op de trappen van het Ospedale della Pietà, het klooster dat wereldberoemd is om zijn muziekopleiding en concerten. De oudste, Maddalena, legt zich al op jonge leeftijd toe op het vioolspel en de drie jaar jongere, opstandige Chiaretta blijkt over een prachtige zangstem te beschikken. In het Pietà ontmoeten zij de beroemde componist en priester Vivaldi, die zijn De Vier Jaargetijden voor het klooster heeft geschreven. Zijn verhouding met de kerk is grillig; hij komt en gaat naar gelang zijn temperament en financiën dat toelaten. Maddalena’s gevoelens voor de componist groeien naarmate zij meer met hem samenwerkt. Voor een vrouw in het klooster zijn er echter maar twee opties; non worden of trouwen, en dus zweren nooit meer in het openbaar te zingen. Terwijl Maddalena kiest voor haar viool en het kloosterleven, trouwt Chiaretta met een man uit een belangrijke aristocratische familie en wordt uiteindelijk een van de machtigste vrouwen in Venetië.

Het verhaal begint met de twee kleine meisjes, Chiaretta nog maar een baby, die in het klooster gebrandmerkt en zo geregistreerd worden. Het harde leven wat voor ze volgt bestaat uit zwijgen, bidden en nog meer bidden. Hun worsteling met dit strenge regime, sleept je direct mee het boek in. Soms wordt het lezen bemoeilijkt door de vele Italiaanse en Latijnse termen die voorkomen in de tekst; zoals ‘figlia’ (leerlinge van het klooster), ‘burchiello’ (kleine boot die op de vele kanalen van Venetië gebruikt werd) of ‘parlatorio’ (bezoekruimte in een klooster). Maar achterin het boek staat een verklarende woordenlijst en op den duur raak je gewend aan de verschillende termen die bestaan voor de hoofdzusters en de leerlingen van het klooster en hun muzieklessen.

Naarmate het boek vordert, groeien de twee zusjes op. Het is boeiend om te lezen hoe hun carrière vordert in het Pietà en hoe ze zelf groeien als persoon. Het zijn allebei lieflijke personages om over te lezen, waardoor je ook meer van ze wil weten en je dus ook door blíjft lezen.

Het minpunt van het boek is dat er hier en daar wat losse eindjes blijven bestaan. En aan het einde van het boek gaat de tijd wel heel erg snel en zijn de zusjes van 20 jaar oud ineens 40 jaar oud. Maar het blijft van begin tot eind een boeiend verhaal. Een lief verhaal over een sterke band tussen twee zussen en hun beider levens, ook al kiest ieder een heel andere (levens)weg. En je steekt er als lezer nog iets van op. Het verhaal is niet waargebeurd, maar heeft wel een hoop elementen in zich die een waarheidsgetrouw verhaal vormen.

Het vuurevangelie

Michel Faber – Het vuurevangelie: uiteindelijk gaat het helemaal nergens over

Het vuurevangelieTheo Griepenkerl is een expert in het Aramees. In de nasleep van de recente oorlog in Irak bezoekt hij een museum in de stad Mosul, wanneer er een bom ontploft. Theo zoekt dekking en vindt bij toeval negen papyrusrollen. Hij is er na bestudering van overtuigd dat hij Het Vijfde Evangelie heeft ontdekt; een vondst van onschatbare waarde. In de rollen wordt op schokkende wijze verteld over de laatste dagen van Christus en dit evangelie is volstrekt in tegenspraak met de bestaande evangeliën. Theo besluit de tekst te vertalen en openbaar te maken, een keuze die nog veel grotere gevolgen heeft dan hij had kunnen voorzien.

Michel Faber (1960) werd geboren in Den Haag, groeide op in Australië en woont tegenwoordig in Schotland. Hij is de auteur van acht boeken, waaronder de internationale bestsellers Onderhuids en Lelieblank, Scharlakenrood. Een pakkende schrijfstijl is hem zondermeer toegewezen. Het Vuurevangelie is geen dik boek (205 pagina’s) en de bladzijden zijn met ruime marges aan weerszijden opgemaakt. Het leest daarom snel weg. Ondanks dat de materie soms wat moeilijk is, het omschrijven en vergelijken van de evangeliën is niet niets, wordt het nergens te ingewikkeld.

Hoofdpersoon Theo is een beetje een sukkel. Hij doet een geweldige ontdekking, maar wordt gedumpt door zijn vriendin, krijgt een veel te laag geldbedrag voor zijn boek van de uitgeverij en blijkt een enorme angsthaas als tot twee keer toe zijn leven bedreigd wordt door al dan niet religieuze fundamentalisten. Hij beseft zich dit ook en vraagt zich zelfs af waarom hij eraan begonnen is. Als lezer krijg je, ondanks de slachtofferrol van Theo, geen sympathie voor zijn figuur. Hij blijft een beetje een lachertje, alleen belust op zijn eigen geluk en enigszins onnozel in het vooruitzien van de impact van zijn boek. De mensen om hem heen zijn al even onsympathiek; het enige waar ze op uit zijn, is het geld dat de auteur binnenbrengt. Zelfs de fundamentalisten die denken met een ontvoering van de schrijver hun punt te kunnen overbrengen, zijn zo amateuristisch en maken zulke ‘over-the-top’-beredeneringen, waardoor het boek onbedoeld een hoog slapstickgehalte heeft.

De cynische toon van Faber maakt het boek uiterst vermakelijk. Het geeft een aardig beeld over hoe mensen onbedoeld de wereld in rep en roer kunnen brengen door een enkele op- of aanmerking te maken met betrekking tot religie. Denk maar aan de heftige reacties op het boek De Da Vinci Code, de cartoonrellen in Denemarken en onze eigen Geert Wilders met zijn film Fitna. Met het schrijven van Het vuurevangelie wil Faber duidelijk maken dat het uiteindelijk nergens over gaat en daar slaagt hij goed in.