De verdwijning van Josef Mengele

Enigszins teleurstellend

Niemand weet natuurlijk precies wat er in het hoofd van Josef Mengele om is gegaan tijdens zijn leven. Wat bezielde de man om gruweldaden uit te voeren in zijn tijd als kamparts van concentratiekamp Auschwitz in de Tweede Wereldoorlog? Hoe ervaarde hij de jaren erna, ondergedoken op een boerderij en uiteindelijk op de vlucht naar Argentinië? En hoe sleet de ‘Engel Des Doods’ zijn laatste jaren in Brazilië?

Olivier Guez probeert met dit boek een antwoord te geven op deze vragen. Ik raakte bij het lezen van de achterflap enigszins misleid, omdat het boek een roman en ‘krachtig en spannend’ wordt genoemd. Goed, de schrijver heeft de romanvorm gebruikt om de lege gaten in de geschiedenis van Mengele op te kunnen vullen, maar ik vind het meer een geromantiseerde geschiedvertelling, dan een pakkend meeslepend verhaal; dat wat ik versta onder term ‘roman’.

De uitgebreide research van Guez werpt echter wel zijn vruchten af en ‘De verdwijning van Josef Mengele’ geeft echt wel een op feiten onderbouwd idee van wat de man na zijn vlucht heeft meegemaakt en doorstaan in Zuid-Amerika. Met name de schriftjes en vele brieven die Mengele heeft geschreven, zijn een goede bron gebleken. Guez heeft deze niet zelf kunnen inzien, maar wel gebruik gemaakt van bronnen die hier weer over schrijven.

Uiteindelijk voelt het zo ook een beetje: een vertelling die al door meerdere handen is gegaan. Een verhaal op basis van een bron van een bron over de geschiedenis. Het is een opsomming van feiten en de gaten ertussen zijn opgevuld met clichématige fictie. Voor mij had dit boek meerwaarde gehad als Guez dit als non-fictie had geschreven. Hij had terug kunnen grijpen op hoe de situatie waarschíjnlijk moet zijn geweest voor Mengele, in plaats van proberen in zijn schoenen te gaan staan en dit dramatisch te verwoorden. Ik zat nu klem tussen een interessante biografie en een flauw romandrama. Enigszins teleurstellend.

Haar naam was Sarah

Haar naam was SarahHangt van toevalligheden aan elkaar

Ik heb zojuist hier geschreven wat ik van Die laatste zomer vond (een ‘zeikboek’) en bedacht me dat ik dé hit van Tatiana de Rosnay, Haar naam was Sarah, nog niet hier beschreven heb. Het is alweer even geleden dat ik dit boek gelezen heb, maar ik wil het toch nog even kwijt. Vooral omdat iedereen helemaal weg is van dit boek en ik het maar matig vond.

De tienjarige Sarah wordt samen met haar ouders opgepakt en naar het wielerstadion in Parijs gebracht, waarvandaan duizenden joden worden gedeporteerd. Niemand heeft echter gezien dat Sarah haar kleine broertje Michel in een kledingkast opsloot, net voordat de politie het appartement binnendrong, en de sleutel bij zich stak. Zestig jaar later krijgt Julia Jarmond, een Amerikaanse journaliste in Parijs, de opdracht een artikel te schrijven over deze razzia. Ze gaat op zoek in archieven en via het dossier van Sarah ontdekt zij het goed verborgen geheim van haar schoonfamilie.

Bij deze de spoileralert: niet verder lezen als je het boek ooit zelf nog wil lezen. Waarom vond ik dit boek nu matig in plaats van ‘geweldig’ zoals velen anderen? Ik vond het vooral allemaal te toevallig. Begrijp me niet verkeerd, het verhaal van Sarah en de razzia, en dat wat ze erna meemaakt, dat vind ik erg aangrijpend. De verhaallijn van Julia is wat minder spannend en vooral een beetje zeikerig. Vrouw die niet gelukkig meer is in haar huwelijk en zich stort op dit spannende dossier van Sarah. En och, nou zeg, dat is toevallig! Blijkt er toch een link te zijn tussen deze Sarah en haar schoonfamilie!? Oh ja, en ondertussen herontdekt ze zichzelf en vindt ze een nieuwe liefde of zoiets.

Dit boek is wel beter dan Die laatste zomer, want daar gebeurt mijns inziens helemaal niets spannends in. Hier heb je in ieder geval nog Sarah waar je als lezer mee kunt leven en kunt volgen. Misschien had De Rosnay alleen daar over moeten schrijven en die hele Julia en haar schoonfamilie eruit moeten houden. Dan had ik het wel een mooi boek gevonden.

 

De offers

Uiteindelijk een pakkend verhaal

De OffersVanwege een enorme achterstand in het bijwerken van mijn geliefde site, even een ‘luie’ recensie. Met andere woorden: de achterflap en in het kort wat ik ervan vond.

‘Tokio, 1946. De Nederlander Rem Brink is een van de rechters van het Tokio Tribunaal, waar de grootste Japanse oorlogsmisdadigers terechtstaan. Ter afleiding van de machtsspelletjes en voortdurend wisselende allianties van zijn collega’s probeert Brinkhet hem vreemde en totaal verwoeste land te verkennen. Als Brink de Japanse zangeres Michiko ontmoet, die tijdens de bombardementen op Japan haar ouders heeft verloren, ontluikt er een liefde die niet zonder gevaar blijkt. Gedwongen vertrekt ze naar haar geboortedorp in de bergen, waar vlak daarvoor in stilte gruwelijke oorlogsmisdaden hebben plaatsgevonden.’

Als ik dit boek in de winkel had zien liggen, had ik na het lezen van de achterflap deze waarschijnlijk laten liggen. Het is geen verhaal dat me direct aanspreekt. Dit boek heb ik echter gewonnen en sja, een gegeven paard mag je toch zeker niet in de bek kijken?! Dus ik ben er aan begonnen. Ik kan me nog herinneren dat het lezen in het begin niet makkelijk ging. Het duurde even voor het verhaal me in de greep had. Maar na het uitlezen kom ik tot de conclusie dat het een goed boek is. Het is eventjes doorbijten in het begin, tot de personages allemaal zijn voorgesteld en gaan leven.

Uiteindelijk komt het neer op een eeuwenoud thema; een verboden liefde. Maar de setting in naoorlogs Japan en de Japanse cultuur geeft een nieuwe draai aan het welbekende thema. En je steekt er als lezer ook nog iets van op (de tragische geschiedenis van het land).

Hitlers Furiën

Schokkend boek over de rol van Duitse vrouwen aan het Oostfront

Hitlers FuriënHet is niet het meest gezellige onderwerp om over te lezen; de Tweede Wereldoorlog. Van jongs af aan had deze geschiedenis altijd al een uitwerking op me. Ik kan me herinneren dat ik op de lagere school geïnteresseerd was in een boek vol foto’s van de platgebombardeerde stad Wageningen. En als kind opgroeiende in datzelfde Wageningen werd er ook altijd uitgebreid stil gestaan bij de jaarlijkse dodenherdenking en het vieren van de vrijheid.

Sindsdien zijn jaren verstreken, maar nog elk jaar kom ik terug naar Wageningen om de vrijheid te vieren op 5 mei. Dat vind ik belangrijk. Het is goed om stil te staan bij de vrede in eigen land en de oorlogen die elders in de wereld gevoerd worden. Vierenzeventig jaar geleden was die oorlog nog in ons eigen land. Dat is echt niet zo lang geleden.

Ik heb de nodige romans gelezen die zich afspelen in WOII. Het boek Hitlers Furiën van Wendy Lower is echter geen roman. Dit boek is het resultaat van een jarenlang archiefonderzoek door Lower naar de rol die de Duitse vrouwen speelden aan het Oostfront.

Tot nu toe was de rol van vrouwen (secretaresses, verpleegsters en echtgenoten van de Duitse officieren) onderbelicht in de geschiedschrijving. Na de oorlog zijn ook maar weinig vrouwen veroordeeld voor hun aandeel in de gruwelijkheden die plaatsvonden in concentratiekampen en tijdens de Jodenvervolging. De overwegende gedachte dat Duitse vrouwen onwetend thuis zaten en voor de kinderen zorgden, onbekend met de onmenselijke gruweldaden van hun echtgenoten, blijkt niet juist te zijn.

Een aantal vrouwen worden er in dit boek specifiek uitgelicht; secretaresses, zusters en echtgenoten van Duitse officieren. Sommigen zijn slechts getuigen of profiteurs van de Jodenvervolging. Anderen nemen deel aan het afvoeren en doodschieten van de joden. Het is verschrikkelijk om te lezen tot wat deze vrouwen in staat waren. Onvoorstelbaar ook dat een vrouw die in een Joods getto nog kinderen doodschoot, na de oorlog heeft kunnen werken op een gemeentelijke afdeling voor kindwelzijn. Hoe schizofreen is dat??

Wendy Lower onthult in haar boek tot wat deze vrouwen in staat waren. Ze schrijft over de tijd van politieke onrust waar de vrouwen in opgroeiden, de antisemitische sfeer en de kans die de vrouwen in het nazitijdperk kregen om meer te zijn dan alleen ‘moeder de vrouw’. Ook de tijd na de Tweede Wereldoorlog beschrijft Lower uitgebreid en dan met name de berechting van de vrouwen.

Tijdens het lezen vergat ik dat dit over meer dan 74 jaar geleden gaat. Het lijkt haast fictie; onvoorstelbaar dat dit heeft plaatsgevonden, dat mensen dit echt hebben kunnen doen. En ik werd kwaad, pisnijdig eigenlijk, toen ik las dat ze als oude dametjes vredig konden sterven in hun oude luie stoel, zonder berecht te zijn voor wat ze gedaan hebben.

Met andere woorden: Hitlers Furiën is geen leuk boek. Het is wel een goed boek. Het is goed om te blijven leren van wat is gebeurd. En wat er, helaas, nog steeds gebeurt. Ook al maakt het me kwaad en verdrietig, angstig misschien zelfs, ik wil hier over blijven lezen. Over blijven horen. Over blijven zien. En wellicht levert dat een wijze les op, iets waar we van kunnen leren. Zodat we de vrijheid kunnen blijven vieren in Nederland. En hopelijk ook in de rest van de wereld.

 

De bibliothecaresse van Auschwitz

Antonio Iturbe – De bibliothecaresse van Auschwitz: feiten of fictie? Verwarrend.

de bibliothecaresse van auschwitzTe midden van de horror en ellende van Auschwitz is pal onder de ogen van de nazi’s in het geheim een schooltje opgezet. Op een plek waar boeken streng verboden zijn, verbergt de veertienjarige Dita onder haar jurk de kleinste en meest clandestiene bibliotheek die ooit heeft bestaan. De acht boeken worden door haar en de andere kampgenoten gekoesterd als schatten. Dita toont ons een prachtige les in moed: ze geeft niet op en verliest nooit de wil om te leven of om te lezen. Zelfs op die verschrikkelijke plek geldt voor haar dat verhalen je kunnen meevoeren naar een andere wereld. De bibliothecaresse van Auschwitz is een ontroerend verhaal over overleven in de verschrikkelijjkste omstandigheden. Over hoe verhalen mensen kunnen helpen en de moed van een jong meisje om ze te bewaken.

Dit boek gaat niet alleen over Dita, de bibliothecaresse. Het gaat ook over Freddy Hirsch en Rudi Rosenberg. Hirsch was een mede-kampbewoner en leidde het illegale schooltje. Hij gaf Dita de taak als bibliothecaresse. Rudi Rosenberg was ook een gevangene en ontsnapte uit het kamp. Deze drie mensen hebben echt bestaan (Dita leeft nog) en in dit boek wordt hun verhaal verteld. Of beter gezegd: de drie verhalen. Op een of andere manier vloeien deze drie verhalen niet makkelijk samen, ondanks dat ze alledrie tegelijkertijd in het kamp zaten. Doordat de schrijver geen van de personages te kort wil doen, vervalt hij af en toe in een geschiedenisboek-achtige stijl door te vertellen over de jeugd van Hirsch en de achtergrond van Rosenberg. Het boek blijft het meest een roman met vloeiende vertelstijl zolang Iturbe over Dita blijft schrijven. Het is jammer dat door de toevoegingen van de verhaallijnen van Hirsch en Rosenberg de roman als los zand aan elkaar hangt.

Ik noem Hirsch en Rosenberg personages. Dat is niet eerlijk, aangezien deze mensen echt geleefd hebben. Iturbe maakt echter van zijn schrijversvrijheid gebruik door zijn boek te baseren op de feiten.  Dat wil zeggen: het verhaal, de roman, die om die feiten heen opgebouwd is, is fictie. En met deze vreemde mengeling van waargebeurd en ‘voor de sfeer erbij verzonnen’ (zo noem ik het maar even), heb ik veel moeite. Wat is nu waargebeurd? Hoe kan hij Hirsch’ gedachten en twijfels opschrijven, zijn die echt? Was het echt zo’n persoon? Of is het voor het verhaal beter om hem zo te omschrijven? En hoe weet je wat de nazi die verliefd wordt op één van de meisjes heeft gevoeld en gedacht, om nog maar een voorbeeld te noemen.

Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik van dit boek vindt. Het is een dubbel gevoel waar ik mee worstel. Het verhaal van Dita is prachtig; de troost van de boeken, haar persoonlijkheid, haar kracht en moed. De omschreven verschrikkingen die kampbewoners dagelijks moeten doorstaan geven een inkijkje in de gruwelijkheden die de nazi’s in hun kampen dagelijks uitoefenden. Het is onvoorstelbaar dat dit op grote schaal gebeurde. Deze vreselijke geschiedenis blijft boeien en intrigeren, een les voor de toekomst die ons moet blijven herinneren dat dit nooit meer mag voorkomen. Alleen daarom al is De bibliothecaresse van Auschwitz een waardevol boek. Ik had alleen gewild dat Antonio Iturbe zich meer bij de feiten had gehouden. Dan maar geen roman, dan maar een ooggetuigenverslag of een geschiedenisboek. Dan had ik dit boek meer gewaardeerd.

De wolkenjagers

Robert Mawson – De wolkenjagers: middelmatig, helaas

De wolkenjagers1943. De rust in het dorpje Bedenham wordt wreed verstoord met de komst van ruim drieduizend Amerikaanse soldaten. Iedere ochtend, nog voor zonsopgang, vertrekken honderden van hen in bommenwerpers richting Duitsland. Velen keren nooit terug.

Heather, Billy’s lerares, wacht al anderhalf jaar op bericht van haar man die met zijn legeronderdeel naar Azië is gestuurd. Het is zeer de vraag of hij nog leeft.

Tot ze John Hooper ontmoet, een getraumatiseerde Amerikaanse piloot die bij een ongeluk zijn complete bemanning verloor en zelf op miraculeuze wijze overleefde. Tussen Heather en John groeit meer dan vriendschap. Hun liefde vormt het enige lichtpuntje in de duisternis van de oorlog. Maar beiden zijn zich ervan bewust dat deze liefde ook een keerzijde heeft…

Toegegeven, bovenstaande klinkt een beetje Bouquetreeksachtig, te zoet voor woorden. Zoet wordt het echter nergens in dit boek, waarschijnlijk omdat de auteur een man is en zich veel liever verliest in gedetailleerde beschrijvingen van bommenwerpers, vliegtuigcockpits en wapenmaterieel. Regelmatig wordt het verhaal ook onderbroken door een verslag van de oorlog, alsof je een geschiedenisboek aan het lezen bent, en niet zo zeer een roman. Het verstoort de flow van het verhaal naar mijn mening te veel.

Het duurt sowieso vrij lang voor het verhaal pakkend wordt. De vele personages vliegen je vanaf de eerste pagina’s al om je oren en het is lastig bij te houden wie nu wie is. En als het dan spannend wordt, dan verschuift het verhaal ineens weer van perspectief voor een geschiedenisles of door verder te gaan met het levensverhaal van een volgend personage. Erg storend.

De episoden waarin de vluchten worden omschreven en wanneer de bemanning onder vuur genomen wordt door de Duitse jagers, zijn erg spannend. Aan het einde van het boek draait het steeds meer om deze missies, daardoor leest het laatste deel een stuk sneller dan de eerste helft. Ondanks dat overstijgt dit boek de middelmatigheid niet. Helaas.

Dit is om nooit meer te vergeten

Helga Deen – Dit is om nooit meer te vergeten: inspirerend dagboek vanuit Kamp Vught

Dit is om nooit meer te vergeten‘Lieve, lieve jongen laat je gedachten en verlangens de mijne kruisen…,’schrijft Helga Deen op 8 juli 1943 in een brief aan haar vriend Kees. Het zijn haar laatste woorden vanuit kamp Westerbork, vlak voordat zij in Sobibor vermoord wordt.

Helga Deen hield een dagboek bij in kamp Vught, een aangrijpende en ontroerende getuigenis van het dagelijkse leven in een concentratiekamp. Ze wordt heem en weer geslingerd tussen liefde en afkeer, tussen wanhoop en optimisme. Plotseling beroofd van alles wat haar vertrouwd was, schrijft ze op indrukwekkende wijze hoe ze zo waardig en bezield mogelijk probeert te leven.

Meer dan zestig jaar later zijn Helga’s dagboek en brieven teruggevonden in een schooltas, door de zoon van de vriend van wie ze zo hartstochtelijk hield.

Er dringen zich vergelijkingen op met Anne Frank en Etty Hillesum, maar toch is hier een heel eigen stem hoorbaar: intens, lyrisch, wanhopig, geërgerd, bang soms, maar tot het laatst vitaal.

Helga Deen woonde in Tilburg toen ze gedeporteerd werd naar kamp Vught. Het is ‘onze’ Anne Frank. Vandaar dat dit boek al enige tijd op mijn verlanglijstje stond om te lezen.

Het dagboekje beslaat een periode van slechts een maand, zo lang zat ze in Kamp Vught. Haar taalgebruik is soms poëtisch, vaak wat warrig en van de hak op de tak springend. Ze is moe en bang, dat is goed terug te lezen in haar woordgebruik. Maar hoe bijzonder is het ook weer dat ze zich richt op de schoonheid van de natuur, die ze nog om zich heen kan zien. Zonsondergangen worden uitgebreid beschreven, wandelen in een stortbui werkt rustgevend en wat blij is ze met de bomen in en rondom het kamp.

Het is niet altijd makkelijk om de tekst goed te volgen, mede door de poëtische inslag (nooit mijn sterkste punt geweest) en het warrige ervan. De introductie van Ad van Liempt en het chronologische verslag in het nawoord zorgen voor de opheldering en het in de juiste context plaatsen van haar teksten. Het is een schrijnend verslag over een jonge vrouw (ze was pas achttien) die zo verlangt naar haar vriendje. Ze ergert zich aan de asociale mede-kampbewoonsters en vindt dat ze te weinig brieven ontvangt van haar vrienden. Wat ik heel knap vind is dat ze ondanks dat positief probeert te zijn en ze hekelt zichzelf als haar dat niet lukt. Ze moet een sterke jonge vrouw zijn geweest, dat ze dat in die omstandigheden nog kon en wilde zijn.

Het is maar een kort verslag en je leert Helga niet zo goed kennen als Anne Frank in haar dagboek, wat een aanzienlijk langere periode besloeg. Maar het geeft een aardig inzicht in haar sterke persoonlijkheid (met name door de brieven van haar vriend en beste vriendin die ook in het boek terug te lezen zijn) en haar vitaliteit en drang naar positivisme is een inspiratie voor anderen.

Achter de laatste brug

Jan Blokker – Achter de laatste brug: opdat wij niet vergeten

Achter de laatste brugDrieëneenhalve dag duurde de oorlog achter de Grebbelinie. Toen de eerste bewoners een week na de Duitse aanval in mei 1940 voorzichtig waren teruggekeerd van hun evacuatieadressen, hadden ze de ruïnes aangetroffen van hun steden, dorpen en hoeven. Ze hadden de rommel opgeruimd, hun doden begraven en waren aan het werk getogen. De rust was weergekeerd.

Maar in september 1944 kwam de oorlog terug in het land. De bevrijding lag aan de overkant van de rivier, voorbij de vernielde bruggen over de Rijn. De bewoners van de Gelderse vallei zaten gevangen tussen de strijdende partijen. In Achter de laatste brug beschrijft historicus Jan Blokker hun leven, dat zeven maanden lang totaal ontregeld raakte.

“Opdat wij niet vergeten” staat op het oorlogsmonument bovenop de Grebbeberg, ter herdenking aan de gevallenen tijdens die korte strijd die zich afspeelde in het bos op de berg bij Rhenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ‘niet vergeten’ is ook het doel van dit boek. Het is zeker van geschiedkundige waarde, maar niet een verzameling jaartallen, statistieken en opsomming van feiten en namen zoals je misschien van een geschiedenisboek verwacht. Het is een verzameling ooggetuigenverslagen. Verhalen van de mensen die, toen nog kinderen, de oorlog en de strijd tijdens de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt.

Niets is meer sprekender dan mensen horen vertellen over de tijd die ze zelf hebben meegemaakt tijdens de oorlog. Hoe een jongen van vijftien dode soldaten uit de rivier vist met zijn vrienden. Hoe de kinderen genoten van het eten en lekkers dat de bevrijders met zich meenamen. Hoe hele gezinnen met bijna complete huisraad bij zich (en opoe in de grote mand voor op de fiets, met haar benen in zwarte kousen over de rand bungelend) moesten verhuizen naar dorpen en steden soms tientallen kilometers verderop. Wellicht zijn de gevechten in de regio tussen Arnhem en de Grebbelinie niet de meest heftige van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, maar de verslagen van wát ze meemaakten (of het nu granaatinslagen, razzia’s of proberen zo normaal mogelijk je leven voort te zetten is) maken grote indruk. Het boek is daardoor in een vloek en een zucht uit, het leest als een trein. Ik ben blij dat ik het gelezen heb. Blij voor het inkijkje dat ik heb gekregen in het dagelijks leven tijdens de oorlog. Blij opdat ik het zo niet vergeten zal.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

Bijna zijn wij aan de beurt

Elisabeth Åsbrink – Bijna zijn wij aan de beurt: vreemde mix van non-fictie en fantasie

Bijna zijn wij aan de beurtFebruari 1939. Vanuit Wenen, dat dan al door de nazi’s bezet is, vertrekt een geheim kindertransport naar Zweden: de Zweedse regering laat geen volwassen vluchtelingen toe, maar voor honderd Joodse kinderen gaan de grenzen tijdelijk open. Ook Otto, enig kind van Josef en Elise Ullmann, wordt zo in veiligheid gebracht. Door een bizarre speling van het lot wordt Otto knecht in het gezin van Hitler-aanhanger Kamprad. Ondanks de tegenstellingen tussen hen raken diens zoon Ingvar (de latere oprichter van IKEA) en Otto met elkaar bevriend. In Wenen wordt de situatie voor Joden met de dag nijpender en Josef en Elise verliezen de hoop ooit met hun zoon herenigd te worden.

Dit aangrijpende verhaal is gebaseerd op interviews, documenten van de geheime dienst en meer dan vijfhonderd brieven die Josef en Elisa Ullman aan hun zoon Otto schreven.

Bijna zijn wij aan de beurt onthulde in Zweden dat de oprichter van IKEA tijdens de oorlog lid was van de nazi-partij en dat hij ook na de oorlog bleef sympathiseren met extreem-rechts gedachtegoed.

Het verhaal van de dan nog dertienjarige Otto die op de trein is gezet door zijn ouders, op weg naar Zweden, is bijna helemaal gereconstrueerd  aan de hand van honderden brieven die bewaard zijn gebleven. Het zijn de brieven die Otto’s ouders hem nagenoeg elke dag schreven om hun zoon hoop in te spreken, hem te troosten, te vertellen over de ditjes en datjes in Wenen en hoeveel  ze hem missen.

Tijdens het schrijven van dit boek is Otto Ullman overleden, dus heeft de schrijfster veel gesproken met zijn kinderen en de mensen met wie hij omging in Zweden. Ondanks dat het een prachtig verhaal is geworden, is wat mij betreft de vraag in hoeverre het écht is en in hoeverre het de fantasie van de schrijfster is geweest die de blanke pagina’s, de gaten in de geschiedenis van Otto, heeft gevuld met fictie.

Daarnaast gaat een heel groot deel van het boek over de positie die Zweden innam tijdens de regeringsperiode van Hitler in Duitsland, de overheersende overtuiging van het Zweedse volk jegens de Joodse immigranten en het rechtse verleden van IKEA-oprichter Kamprad. Ondanks dat deze elementen allemaal toegevoegde waarde bieden aan het verhaal van Otto, treden ze naar mijn mening wat te veel op de voorgrond in het boek. Zo is het een vreemde mix geworden van non-fictie en vrije interpretatie van de feiten of zelfs van het ontbreken hiervan.

Bijna zijn wij aan de beurt is geen roman en noemt zichzelf non-fictie. Met dat laatste heb ik een beetje moeite, maar feit is dat het een meeslepende geschiedenis is. De brieven in het boek zijn echt en raken je in het hart. Tussen de regels door lees je de wanhoop van de ouders en het gemis van de jonge Otto in het onbekende en verre Zweden.  Als je geïnteresseerd bent in de Zweedse geschiedenis, dan is dit boek interessante lectuur. Als dat je minder boeit, dan is het best pittig om het uit te lezen.

Reeds gepubliceerd op www.theSword.nl

Het verslag van Brodeck

Philippe Claudel – Het verslag van Brodeck: intense roman

Het verslag van BrodeckSchijnbaar toevallig wordt Brodeck uitgekozen door het hele dorp om een verslag te schrijven. Een verslag over die vreemdeling die enkele maanden geleden bij hun in het dorp is komen wonen. Details zijn niet nodig, de feiten zijn genoeg. Zolang maar duidelijk wordt dat de dood van de vreemdeling onvermijdelijk was. Tijdens het schrijven ontdekt Brodeck al snel meer dan de bedoeling was. Hij wordt herinnerd aan zijn deportatie naar het kamp waar hij al zijn waardigheid verloor en komt erachter wat zijn vrouw is aangedaan tijdens zijn afwezigheid. Langzamerhand bekruipt hem het gevoel dat hij misschien niet zo thuis is onder zijn dorpsgenoten als hij tot dan toe had gedacht.

Philippe Claudel levert met Het Verslag van Brodeck een intense roman af. Het verhaal is ietwat vreemd en wordt vanuit hoofdpersoon Brodeck nogal rommelig beschreven. Zeker in het begin is het ‘van de hak op de tak’-verhaal wat moeilijk begrijpen. Maar de intrigerende personages die Claudel opvoert, maken je nieuwsgierig naar de eigenaardige dorpsbewoners en vage vreemdeling die hun bezoekt.

Ondank dat de woorden ‘joden’, ‘Duitsers’ of ‘Tweede Wereldoorlog’ niet genoemd worden, is het duidelijk dat het verhaal zich afspeelt ten tijde van deze donkere periode. Het is ongelooflijk knap hoe de schrijver dergelijke aanduidingen weet te omzeilen. Zo laat het een perfect beeld zien van het afgelegen bergdorpje, waar het nieuws van de wereld op geen enkele manier doordringt. Het enige wat telt is hun eigen, besloten gemeenschap. Terwijl de wereld vecht tegen Nazi-Duitsland, voert het dorp haar eigen kleine oorlog tegen de vreemde man die sinds enkele maanden in hun herberg verblijft.

Zoals gezegd begint het verhaal erg rommelig en springt de verteller constant heen en weer in de tijd zonder enige schijnbare samenhang. Natuurlijk vallen de puzzelstukjes in de loop van het verhaal in elkaar en wint Brodeck sympathie door zijn ogenschijnlijke naïviteit en onverwoestbare liefde voor zijn vrouw, dochter en pleegmoeder. Laat het uiteindelijk ook die liefde zijn die de narigheid in het dorp, weliswaar niet zonder slag of stoot, overwint. Liefde overwint alles; een eeuwenoude boodschap, door Claudel prachtig vertolkt in deze intrigerende roman.