Een klein leven

 

Mokerslag en ‘ugly cry’

Zo. Dit boek komt even aan als een mokerslag. Meerdere malen zelfs. En de ‘ugly cry’ komt ook meermalen voorbij. Kortom: gevaarlijk om in het openbaar te lezen, maar wat een geweldig boek.

Het verhaal speelt zich af in New York en gaat over vier vrienden. Ze ontmoeten elkaar op college, zijn room mates, elkaars beste maten en dat blijven ze ook hun hele leven lang. JB is de excentrieke kunstenaar, Malcolm de talentvolle architect, Willem de succesvolle acteur en Jude de mysterieuze advocaat. Jude draagt een verleden met zich mee waar hij niets over prijs geeft, iets dat zijn vrienden respecteren maar wat ze altijd doet afvragen wat Jude voor vreselijks heeft meegemaakt. Zijn zwijgen en fysieke problemen wijzen op iets verschrikkelijks.

Naarmate de jaren vorderen volg je de vier vrienden tijdens hun leven:  de vriendschap wordt hechter, klapt uit elkaar en ze worden weer opnieuw herenigd. Maar het is vooral Jude die je volgt; hij worstelt met zijn verleden, met zware fysieke pijnen en zijn twijfel en angst over de wereld om hem heen. Dat leidt soms tot pijnlijke situaties waarbij je als lezer zelf in elkaar krimpt omdat je zo graag wil dat het goed komt, of beter zal gaan.

Regelmatig vind ik het verhaal ook dichtbij komen. Vandaar dat de ‘ugly cry’ dan ook regelmatig bij mij opduikt tijdens het lezen (niemand is mooi als hij/zij huilt, Oprah verwoordde het ooit eens mooi als de ‘ugly cry’, vandaar). De fysieke pijnen, de schaamte, het niet willen accepteren, het vechten tegen de pijn, wauw… Dat komt dan echt wel even binnen. Begrijp me niet verkeerd: zo ellendig als de jeugd van Jude heb ik never nooit niet gehad, maar ik herken toch bepaalde gevoelens en struggles.

Het is zo mooi geschreven dat die 750 pagina’s geen probleem zijn; je wilt met elke pagina meer weten. De personages zijn zo mooi omschreven, dat zelfs de wat horkerige Malcolm en de lompe JB sympathiek worden. Het is geen vrolijk boek en alle ellende maakt het bij vlagen ook zware kost om te lezen. Maar als een boek me ’s nachts wakker laat liggen, me in elkaar laat krimpen, me kriebels in de buik geeft en me ongegeneerd hardop laat snikken en huilen, dan kan ik alleen maar juichen. Wauw… Wát een boek.

 

Op slot

Mooi naargeestig en melancholisch

Ook deze keer verliet ik weer met een volle rugzak het tweedehandsboekenwinkeltje. Potverdrie. Ik ging echt alleen maar boeken wégbrengen! Maar zo gaat het nu eenmaal altijd. En zeg nu zelf; een ongelezen Bernlef met harde kaft voor maar die euro kan ik toch niet laten liggen?

In ‘Op slot’ kijkt de gepensioneerde fotograaf Dick terug op zijn vriendschap met kunstschilder IJsbrand. Samen met de dochter van de kunstenaar reconstrueert hij het leven dat IJsbrand leefde met zijn schilderijen en zijn vrouw Nadia, al jaren geleden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Wat volgt is een melancholisch verhaal over misgelopen liefde en het onbedoeld opsluiten van elkaars geliefde. Opsluiten in de kunst.

Al vanaf pagina 1 zit ik in het verhaal, zoals altijd bij het lezen van Bernlef. Het verhaal bouwt zich mooi op en de sfeer is naargeestig en triest. Het is zo mooi opgeschreven, dat je het verhaal voor je ogen ziet; alsof je naar beelden kijkt in plaats van hun omschrijving leest. Dat vind ik nog het mooiste aan Bernlef’s schrijfstijl; het is meeslepend zonder opsmuk. Geen moeilijke woorden of ingewikkelde zinconstructies. Niet vlak, maar ook niet moeilijk.

Wat mij betreft een mooi boekje. Het is zo uit (na slechts een ochtendje lezen), maar dat is met al zijn boeken zo. En na het lezen van wat dramatisch slechte boeken de laatste weken, was dit echt heel fijn om tussendoor te snoepen.

 

De meisjes

Hype-waardig

Op Facebook, op Twitter, op tv en in de krant; je kon eigenlijk niet om De meisjes van Emma Cline heen. Ik ben dan altijd wel getriggerd; waarom wordt dit boek zo gehyped? En aan de andere kant voel ik ook een soort van opstandige weerstand. “Nou dan ga ik ‘m dus mooi níet lezen, poeh!” Dat houdt overigens nooit lang stand. Dat blijkt wel; een half jaar later zat ik zelf met mijn neus in het verhaal.

In De meisjes gaat het over het veertienjarige meisje Evie. Een verveelde tiener, onzeker, ongelukkig. Ze trekt op met een groep meisjes die net buiten haar dorp in soort van commune leven. De meiden zijn mooi, onbezorgd en lijken gelukkig. Meer en meer raakt Evie in de ban van de groep meiden en hun mentor; een charismatische en ook enigszins mysterieuze leider van de groep. Dan verandert de sfeer, het wordt grimmiger en negatiever. Evie staan nog steeds enigszins buiten de groep en begrijpt niet goed wat er aan de hand is. Uiteindelijk loopt het uit in één groot drama. Een drama dat Evie, ook jaren later, nog steeds niet goed kan bevatten.

Ik begrijp de hype. Het is een goed boek. Goed verhaal. Meeslepend, spannend, gruwelijk. Je wordt meegenomen in de emoties en gedachten van de 14-jarige Evie (en later ook van de volwassen Evie). Je leeft mee met haar twijfels, opstandigheid en zoektocht naar geluk. Emma Cline heeft met De meisjes haar naam gevestigd.

 

De kunst van het veldspel

Mooi rond verhaal over vriendschap en zelfopoffering

de-kunst-van-het-veldspelOndanks het gebrek aan kennis over honkbal, heb ik enorm genoten van dit boek. Ga ik me nu verder verdiepen in de wereld van honkbal? Nee. Dus zo’n boek is het. Het gaat over honkbal, maar ook vooral níet over honkbal. Wat mij betreft één van de betere boeken die ik dit jaar gelezen heb, over vriendschap en zelfopoffering. En toevallig ook een beetje honkbal.

In dit boek volgen we Henry Skrimshander, een ongekend getalenteerde jonge honkbalspeler. Hij krijgt een studiebeurs vanwege zijn talent op het veld en beland op Westish College, een kleine universiteit aan Lake Michigan. Zijn ontdekker en teamgenoot, Mike Schwartz wordt zijn trainingspartner. Samen met zijn homoseksuele vriend Owen, de andere teamgenoten van zijn honkbalteam en de dochter van de rector van de universiteit, beleeft Henry het meest intense honkbalseizoen ooit. Hij is de beste speler, hét talent, scouts komen van heinde en verre om naar hem te kijken. Tot Henry blokkeert en geen bal meer kan vangen. De gevolgen zijn groot, niet alleen voor Henry, maar indirect ook voor de levens van Mike, Owen en de rector.

Bij het lezen van het eerste hoofdstuk, wist ik al dat ik van dit boek zou gaan genieten. Het deed me meteen al denken aan De waarheid over de zaak Harry Quebert van Joel Dicker: ook al zo heerlijk boek. Het heeft ook zeker overeenkomsten: lekker dik, een Amerikaanse setting en hoofdpersonages dat van de eerste tot laatste pagina blijven boeien.

Een klein minpuntje kan zijn dat het verhaal, ook redelijk typisch Amerikaans (en in tegenstelling tot De waarheid over de zaak Harry Quebert), voorspelbaar is. Maar weet je, net als bij sommige films, is voorspelbaarheid helemaal niet erg. Het is een heerlijk boek over vriendschap, zelfopoffering, liefde, honkbal, keuzestress, jonge mensen, Amerika. Het is een mooi rond verhaal met een opbouw, een hoogtepunt, een plotwending en een einde dat het verdiend. Een boek dat je met een tevreden gevoel uitleest.

De eerste dag

Flauw liefdesromannetje dat te lang duurt

De eerste dagJongen en meisje beleven een romantische nacht. Daarna scheiden hun wegen, maar ze houden als vrienden contact. Het zijn twee verschillende persoonlijkheden: hij is hip en outgoing, zij introvert en een boekennerd. Zij is al die tijd heimelijk verliefd op hem. Ergens weet hij dat ook wel, maar doet er verder niets mee. Hij werkt de dames af alsof ie aan een lopende band staat en zij verpietert in een slechte, liefdeloze relatie.

Zoals dat hoort in een boek komt er dan toch een twist; jaren gaan voorbij. Dingen gebeuren. De vriendschap blijft en verandert in… ja in wat eigenlijk? Het verandert! Ze lijken de liefde dan eindelijk bij elkaar gevonden te hebben, maar dan…

Nou goed, meer kan ik er niet over vertellen zonder de lol er helemaal uit te halen. Ik denk dat je uit bovenstaande omschrijving al een beetje kunt herleiden dat ik er niet veel aan vond. De jongen is een vervelende patser, arrogant en praatjesmaker. Zij is een slome trien die het allemaal maar toelaat. Bwegh. Nee, geen personages die mij pakken. En dan draaien ze ook nog eens ellenlang om elkaar heen. Hashtag: duurt lang!!

Ik was dan ook verbaast dat ik Nicholls nieuwe boek, Wij, bij de boekentafel van De Wereld Draait Door voorbij zag komen. “Opnieuw een meesterwerk!” Oftewel, ze vonden De eerste dag ook al zo goed. Ahum… Oké dan, smaken verschillen. Maar na het lezen van De eerste dag ben ik niet meteen enthousiast om Wij te gaan lezen.

Ventoux

Mannenboek

VentouxHeb je je net door Saskia Noort heen geworsteld (nou ja, het boek Debet dan), dan komt de volgende horde in beeld. Vernoemd naar een berg en net zo’n zware beproeving om het boek te lezen als om de berg te beklimmen. Ventoux van Bert Wagendorp is misschien niet eens zo’n slecht boek, maar het is een echt mannenboek. Het gaat over mannendingen, mannenvriendschap en heeft mannenhumor. En ik heb ontdekt dat dat geen ding voor mij is.

Het boek gaat over een groep vrienden die nog één keer met z’n allen de Ventoux gaan opfietsen, zoals ze tig jaar geleden ook gedaan hebben toen ze net van de middelbare school afkwamen. Alleen sleuren ze nu allemaal bierbuikjes, scheidingen en dubieuze verledens met zich mee de berg op.

In de media werd dit boek een ‘wielerboek’ genoemd, omdat het gaat over de Ventoux en het fietsen. Wagendorp heeft dit altijd stellig ontkend, gezegd dat het een boek is over vriendschap en het vergaan van de tijd.

Wat mij betreft is het een wielerboek dat gaat over het vergaan van de tijd en vriendschap terwijl ze een berg opfietsen. En ik vond er niets aan. Ik vond het verhaal stom en kon me maar moeilijk inleven in de personages. Niet mijn ding.

Het midden van de wereld

Andreas Steinhöfel – Het midden van de wereld: eindeloos en saai

Het midden van de wereldHoe een normaal leven eruitziet, heeft de zeventienjarige Phil nooit geweten. Samen met zijn excentrieke moeder Glass en zijn norse tweelingzus Dianne woont hij in een vervallen landhuis aan de rand van een kleine stad. In dit geheimzinnige, intrigerende maar ook beangstigende huis groeien ze op, scheef aangekeken door de mensen om hen heen.
Het drietal wordt omringd door allerlei bijzondere figuren, onder wie de ondoorgrondelijke Nicholas, op wie Phil onsterfelijk verliefd wordt.
Phil is op zoek: naar zijn vader, naar vriendschap, liefde en zichzelf. Zo geheimzinnig als zijn verleden is, zo chaotisch is zijn leven nu. Maar één ding weet hij zeker: dit jaar zal beslissend zijn voor zijn toekomst.

Eén van de aanprijzende quotes op de achterkant van dit boek was ‘Een van de mooiste en meest poëtische boeken van de afgelopen jaren.’ (afkomstig uit Die Welt). Poëtisch zie ik er nog enigszins in terug, de schrijfstijl is heel mooi en verhalend. Maar mooi zou ik dit boek niet noemen. Het is een zogenaamd ‘young adult’-boek. En in mijn ogen is het precies zo’n boek waardoor die ‘young adults’ een hekel aan lezen kunnen krijgen. Het duurt en het duurt maar, eindeloos. En er gebeurt eigenlijk helemaal niets.

Phil en zijn zus Dianne zijn een soort van outcasts op hun school. Ze worden vermeden door hun klasgenoten. Phil heeft één vriendin, die zich uit een soort van recalcitrantheid tegen haar vader, het schoolhoofd, en een vreemde fascinatie voor zijn moeder Glass, aan de jongen hecht. Hun vriendschap lijkt echt, maar uiteindelijk aarzelt ze geen seconde  als ze Phil’s vriend kan verleiden.

Eigenlijk is het een heel triest verhaal dus. Arme, eenzame Phil, die geen echte vrienden heeft, geen fatsoenlijke relatie met zijn tweelingzus heeft en wiens moeder de lakens deelt met zo’n beetje alle mannen in het dorp. En die slachtofferrol past Phil goed. Hij legt zich neer bij zijn schijnbaar noodlottig lijden. Bah, vreselijk om te lezen. Wat een gezeur en gezever. Dit wil ik niet lezen! Ik wil een heldhaftig verhaal, ik wil over iemand lezen die wellicht twijfelt en onzeker is, maar daar ook iets aan wil doen. En niet in een hoekje gaat zitten afwachten wat hem nog meer voor vreselijks overkomt.

Halverwege het boek was er eigenlijk nog niets noemenswaardig gebeurd. Ik wilde het boek eigenlijk wegleggen, was er klaar mee. Maar sja, er volgden nog tweehonderd pagina’s, er zou toch nog wel iets spannends volgen?

Eindelijk is het boek dan uit, de laatste hoofdstukken heb ik met tegenzin gelezen. Uiteraard eindigt het met een zoetsappig platgetreden cliché en een vaag open einde. Heb ik me daar 398 pagina’s doorheen moeten worstelen, voor zo’n flauw einde? ‘Een indringend, betoverend relaas over een zoektocht naar vriendschap, liefde en jezelf’ staat er ook nog op de kaft. Pfffssjt, wat nou indringend en betoverend? Eerder irritant zeurderig en saai. En véél te lang.

De vrouw van hierboven

Claire Messud – De vrouw van hierboven: sympathieke roman, spannend tot de laatste pagina

De vrouw vaan hierboven‘Ik ben al op de helft van mijn leven, of misschien al over de helft, en ik ben me er eindelijk van bewust dat ik mijn leven in handen heb. Ik heb vertrouwen in andere mensen gehad, heb geloofd, was geduldig, terwijl ik wachtte op míjn moment… Nu is het genoeg geweest. Wie heb ik voor de gek gehouden?’

Nora Eldridge is altijd een braaf meisje geweest: een goede dochter en collega. Ze geeft les op een basisschool in Cambridge, Massachussetts en wordt op handen gedragen door de kinderen en hun ouders. Maar haar werkelijke passie ligt bij kunst. Kunstenaar zijn is haar roeping, daarvan is ze overtuigd. Dan komt Reza Shahid bij haar in de klas, acht jaar oud. Reza’s vader werkt aan Harvard; Sirena, zijn moeder, maakt kunstinstallaties en staat op het punt internationaal door te breken. Nora voelt zich aangetrokken tot het gezin en is een jaar lang intens bevriend met hen. Of, althans, dat denkt ze. Haar bevrijding uit het oude leventje met de ingesleten gewoonten is echter niet zoals ze had gehoopt… en dan blijkt dat niets meer privé is.

“Wat een aanstelster,” was gedurende de eerste hoofdstukken mijn mening over Nora. Jaloers op een kunstenares omdat zij wel succesvol is en ze zelf als basisschoollerares nooit verder dan kunst als hobby is gekomen.

Daarna veranderde mijn mening naar sneu. Hoe ze helemaal opgaat in haar rol als vriendin, op het obsessieve af. Bijzonder ook om te lezen hoe ze zichzelf voelt transformeren van grijze muis (de anonieme vrouw van hierboven, van wie je nooit iets hoort, die altijd beleefd en beheerst is) naar creatieveling. En ook al is het duidelijk dat ze op alle vlakken gebruikt wordt door haar nieuwe ‘vrienden’, ze bloeit op.

En dan in het laatste deel valt alles op z’n plek en snap ik het. Ik snap haar gevoel en zie ook dat het niet alleen maar om een midlifecrisis gaat. Bijzonder vind ik dat, als een boek je zo kan verrassen, je zo van mening en gevoel kan laten veranderen.

Wat ik wel eigenaardig vond en ik nog steeds niet kan plaatsen, is het leven dat Nora leidde in New York, als gesjeesde yup. Het strookt niet met de rest van het verhaal, met haar geschetste bedeesdheid en ingetogenheid. Hoe kan iemand een grijze muis zijn terwijl ze tien jaar ervoor nog geld zat had en in designerkleding de wereld over reisde (eerste klas) voor haar werk? Een ongeloofwaardige geschiedenis en wat mij betreft voegt het ook niets toe. Het heeft in ieder geval weinig betekend voor haar karaktervorming; ballen heeft ze er niet van gekregen.

Buiten dat is het een vermakelijk verhaal. Nora heeft het geluk niet aan haar kant staan, maar is een warm, liefdevol en grappig personage. Haar liefde voor haar nieuwe vrienden is ontluisterend, net als de twijfel die het bij haar oproept. Haar twijfels over zichzelf, dat wat ze doet en wat ze voor anderen betekent is voor iedereen herkenbaar, waardoor dit een sympathiek boek is om te lezen. Boeiend, grappig, vertederend en schokkend tot de laatste pagina.

Het verdriet van de engelen

Jón Kalman Stéfansson – Het verdriet van de engelen: knaller van een cliffhanger

Het verdriet van de engelenEen jongen – hij blijft naamloos – komt na een ijzige boottocht terug aan land. Hij rouwt om zijn beste vriend, die tijdens de boottocht om het leven is gekomen. Vertwijfeld en alleen zoekt hij een manier om zijn leven weer op te pakken en om het verlies te verwerken. Als de weken verstrijken ebt de impact van de gebeurtenissen wat weg. Hij wordt door Jens, de postbode, overgehaald om samen met hem post te bezorgen in een onbekend gebied. Een gevaarlijke tocht, die hen over de bergen en door sneeuwstormen naar het Winterstrand moet brengen.

Jens en de jongen zijn tegenpolen – Jens is zwijgzaam, de jongen hecht meer waarde aan de kracht van woorden dan aan stilte – en de reis wordt zowel een fysieke als een mentale

Dit is het tweede boek in de trilogie. Gek genoeg stoort het nog steeds niet dat de naam van de jongen niet bekend is. Dankzij zijn bizarre hersenspinsels, zijn open en naïeve manier van mensen en moeilijke dingen benaderen, en zijn warme grote hart weet je al zo veel van hem, dat zijn naam er simpelweg niet toe doet.

Het vorige boek was erg triest, met een hoopvol einde; een nieuwe toekomst voor de jongen? Dit boek wordt hij er op uit gestuurd door zijn nieuwe vrienden. Niet om van hem af te komen, maar om hem te laten leren. En om Jens, de zwijgzame postbode, te laten leren. De jongen leert het belang van zwijgen, de postbode het belang van praten. En vragen. Nooit stoppen met het vragen van waarom en hoezo.

Iets minder boeiend dan in Hemel en hel, het eerste boek, vind ik de enorme hoeveelheid sneeuw en sneeuwstormen. De jongen en Jens lopen continue in een storm. Ondanks dat Stefánsson de gave heeft om dit op een boeiende manier te omschrijven, word ik de sneeuw en het vreselijke weer wat zat. Net als de hoofdpersonages trouwens. Ik heb het geluk het te lezen vanaf mijn luie stoel, hun moeten er letterlijk doorheen zwoegen. Het biedt wel een mooie metafoor voor de stormen die in de hoofden van beide hoofdpersonages woeden. In die van Jens, terwijl hij worstelt met gedachten aan zijn bejaarde vader, zwakzinnige zus en de vrouw waar hij verliefd op is. En in die van de jongen, die altijd dacht dat woorden gelukkig maakten, maar gaandeweg zijn reis ontdekt dat niet altijd iedereen gelukkig wordt van boeken en literatuur.

Uiteindelijk is het de band tussen Jens en de jongen die me het verhaal intrekt. Het afwisselende aantrekken en afstoten, het moeten kunnen bouwen op elkaar in de zoveelste sneeuwstorm bovenop een berg en het wederzijdse respect dat ze langzaamaan voor elkaar weten op te brengen. En juist wanneer Jens een soort van breakthrough lijkt te krijgen, een soort van openbaring, gebeurt er iets vreselijks. En het verhaal stopt. Ineens. Een knaller van een cliffhanger. Potverdrie, nu toch snel aan boek drie beginnen!

De preek over de val van Rome

Jérôme Ferrari – De preek over de val van Rome: filosofisch gewauwel

De preek over de val van RomeMarie-Angèle Susini zoekt een nieuwe beheerder voor haar dorpscafé op Corsica, maar niemand slaagt erin de zaak goed te laten draaien. Dan melden Matthieu Antonetti en Libero Pintus zich als kandidaten, twee jongens uit het dorp die aan de Sorbonne in Parijs filosofie zijn gaan studeren. Ze slagen er boven verwachting in om het café goed uit te baten. Grote troef daarbij is de aanwezigheid van vijf serveersters, onder wie de opwindende Annie. Maar terwijl de sfeer niet stuk lijkt te kunnen, dreigen er rivaliteit en kwaadwillendheid. Uiteindelijk gaat de wereld van het dorpscafé hier tijdens een bloedige apotheose aan ten onder.

Dat is het lot van alle werelden, volgens Jérôme Ferrari. Hij spiegelt zijn verhalen over het Corsicaanse café en de familie Antonetti aan de preken over de val van Rome die Augustinus in 410 uitsprak, waarin hij zijn toehoorders wees op de angstwekkende vluchtigheid van alle denkbare werelden. Als troost mag dienen dat er toch steeds weer nieuwe werelden opdoemen en dat daarover geschreven kan worden. Zoals in deze buitengewone fascinerende roman.

De preek over de val van Rome is een filosofische roman met veel verwijzingen naar de preek van Augustinus over de val van Rome in 410. Als deze geschiedenis en de filosofische inslag je interessant lijken, is dit wellicht een roman voor jou. Jérôme Ferrari schrijft met veel observatie. Hij weet genadeloos de verveelde puber te omschrijven die Matthieu is geworden. Daarnaast vertonen de levensfases van de jonge mannen, de zus van Matthieu en zijn grootvader ook veel overeenkomsten met de wereld die Augustinus schetst in zijn preek; over hoe vergankelijk onze werelden zijn en hoe snel ze worden ingenomen door nieuwe situaties, nieuwe werelden, nieuwe regels en moralen. Bij mij begon dat eigenlijk pas op te vallen bij het lezen van het laatste hoofdstuk waarin de betreffende preek staat neergepend. Dan vallen er kwartjes op hun plaats en wordt het duidelijk wat Ferrari met dit verhaal heeft willen bereiken.

Na het lezen van dit boek, kan ik maar tot één conclusie komen: dit is geen boek voor mij. De vraag is dus ook of ik een rechtvaardige recensie kan schrijven, als de materie mij niet aanspreekt. Het heeft een zwaar filosofische ondertoon, daar heb ik altijd moeite mee in romans. Als de personages dan nog sympathiek en boeiend zijn, dan kan de leeservaring nog aardig bijtrekken. Helaas heb ik in De preek over de val van Rome ook geen connectie met de hoofdpersonen; twee narcistische jongemannen die met hun branie en in hun arrogantie ervan overtuigd zijn dat ze zelf heersers zijn van hun eigen lot. Door het gebrek aan binding met de hoofdpersonages blijf ik als een toeschouwer op afstand buiten het verhaal staan en word ik niet meegesleept in de belevenissen in en rondom het dorpscafé.